Mijn verhaal in Kunst in de Groote Oorlog, deel 1: brief aan Nel Wouters

In de Koningin Fabiolazaal kan je dit najaar De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Met die expo tonen het KMSKA, de Provincie Antwerpen, het Letterenhuis Antwerpen en het Provinciaal Museum Emile Verhaeren hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur uit die periode.

In deze tentoonstelling speelt het (persoonlijke) verhaal van de schilder of schrijver een grote rol. Dit leek een perfecte aanleiding om eens te polsen bij onze bezoekers hoe zij de tentoonstelling beleven. Het project Mijn verhaal was geboren. We posten deze maand enkele verhalen van cursisten NT2 (Nederlands als 2de taal).

De Portugese Rita Fonseca bijt de spits af en blogt als eerste over haar bezoek aan de tentoonstelling. Ze schrijft een fictieve brief in naam van kunstenaar Rik Wouters aan zijn vrouw en muze Nel. Rita slaagt er in om haar ervaring bij Nachtmerrie - oorlog in emotionele woorden om te zetten die de kracht van deze kleine aquarel met verve weergeeft.

Rik Wouters, Nachtmerrie - oorlog, KMSKA

Rik Wouters, Nachtmerrie – oorlog, KMSKA, ©KMSKA – Lukasweb

Ik ben Rita Fonseca en ik kom uit Portugal. Ik ben 30 jaar en leerkracht Portugees. Ik hou van talen leren en wandelen/fietsen in Antwerpen. Nu probeer ik meer over de Belgische cultuur te leren en Rik Wouters was een prachtige ontdekking. Dit is mijn verhaal:

Lieve Nel,
Wanneer kom je naar Nederland?
Ik mis je.
Gisteren had ik een nachtmerrie. Ik werd badend in het zweet wakker en in mijn ogen had ik tranen… ik had het koud. Wanneer kom je naar hier?
Vroeger, toen ik klein was, dacht ik dat nachtmerries zwart-wit waren, stil, zoals een gat… Maar nu, nu na de oorlog hebben ze sterke kleuren, veel lawaai… Nel, wanneer kom je bij me?
Gisterenavond was ik alleen, in het donker en zag ik een prachtig en groen landschap, maar ineens waren er rode vogels die schreeuwden. Nel, Nel, ik voelde een grote angst, een grote pijn. Wat vreselijk! Ik voelde water, iets vloeibaar op mijn gezicht, maar het was geen water, het was bloed… Het hele landschap was bevlekt met bloed… de aarde, de hemel; rood, oranje, paars, bruin… bruin, het droge bloed van mijn broers.
Nel, kom naar huis. Ik ben alleen in deze nachtmerrie. Ik vlucht voor de oorlog, maar hij slaapt naast me en ik luister naar zijn kreten. De oorlog leeft, hij woont in me.
Nel, ik wil jouw kleuren, ik wil jouw stem horen. Kom.

Liefs,
Rik

The Sound of Rubens deel 4: Compassie

EEN SOUNDTRACK BIJ DE TENTOONSTELLING SENSATIE & SENSUALITEIT

De tentoonstelling Sensatie en Sensualiteit deelt de artistieke erfenis van Peter Paul Rubens op in zes thema’s: geweld, macht, lust, compassie, elegantie en poëzie. Curator Nico Van Hout ging voor elk van die thema’s op zoek naar verbanden tussen werk van Rubens en de vele kunstenaars die na hem kwamen.

In de aanloop naar de tentoonstelling maakte hij bovendien een selectie van muziek en filmpjes die aansluiten bij de verschillende hoofdstukken die in de expo aan bod komen. De komende weken stelt hij ze met plezier aan je voor.

In het hoofdstuk Compassie linkt Van Hout de Michielsen triptiek van Peter Paul Rubens  aan de Stabat Mater van Giovanni Battista Pergolesi. Het verband tussen Rubens’ St. Cecilia en Henry Purcell’s Ode on St. Cecilia’s Day, Hail, Bright Cecilia ligt voor de hand. De Kruisafnemeningen van Lucas Vorsterman en Jan Joris van Vliet & Rembrandt plaatst Van Hout tot slot naast Olivier Messiaens Quatuor pour la fin du temps.



#TheSoundOfRubens

De komende weken maken we op Spotify een afspeellijst met muziek die aan de verschillende thema’s en kunstwerken in de expo gekoppeld kan worden. Heb jij Sensatie en Sensualiteit bezocht en begon je daarbij quasi instinctief een nummer van Bach, Beethoven of Bruce Springsteen te neuriën? Laat het ons weten via facebooktwitter, of als reactie op dit blogbericht! Dan vullen we onze afspeellijst verder aan.

 

 

De Eerste Wereldoorlog getekend/Getekend door de Eerste Wereldoorlog. André de Ridder over de tekenaar Louis Raemaekers

In de Koningin Fabiolazaal kan je dit najaar De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Met die expo tonen het KMSKA, De Provincie Antwerpen, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emile Verhaeren hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur uit die periode. Medewerkers van de verschillende instellingen lichten op deze blog geregeld een aspect van de tentoonstelling uit. Birgit Leenknegt is vrijwilliger in het Letterenhuis. Ze laat kunstcriticus en schrijver André de Ridder aan het woord over tekenaar Louis Raemaekers. 

In Belgium / Help / The National Committee for Relief in Belgium / [Tra]falgar Buildings, Trafalgar Square. Affiche door Louis Raemaekers, ca. 1918. Collectie Letterenhuis.

In Belgium / Help / The National Committee for Relief in Belgium / [Tra]falgar Buildings, Trafalgar Square. Affiche door Louis Raemaekers, ca. 1918. Collectie Letterenhuis.

In het Vlaamsgezinde dagblad De Vlaamsche Stem van maandag 19 april 1915 wijdt André de Ridder een artikel aan de oorlogsprenten van de Nederlandse tekenaar Louis Raemaekers. Tussen 1914 en 1918 voltooide Raemaekers zeven series van Het Toppunt der Beschaving, tekenbundels van oorlogstaferelen. De Ridder omschrijft de prenten als volgt:

“Dit werk […] zal blijven een der schoonste en afschuwelijkste herinneringen aan dezen onverbiddelijken moordkrijg.”

In tegenstelling tot zijn vaderland, het neutrale Nederland, had Louis Raemaekers duidelijk partij gekozen. Met tekeningen getiteld: Ordnung muss sein! Vrouwen links, mannen rechts, De kinderen van de Luisitania en Oostenrijk door Servië geklopt. Je had meer van de  franctireurs moeten profiteeren, zooals ik in België toont hij de Duitse oorlogsgruwelen. Aldus wenste hij de Nederlandse bevolking wakker te schudden met zijn gruwelijke en veelzeggende afbeeldingen. De Ridder stelt:

“Zijn onverschrokken aanval tegen de ‘beschavers’ heeft hem gekleed met een waardigheid, die hem alléén als een zeer behendig en gevoelig artist, maar als een schoon mensch, niet alléén voor ons […] maar door allen eerlijk-voelende burgers van al de beschaafde staten der aarde, zal doen eeren …”

De tekeningen bieden stuk voor stuk een unieke kijk op het oorlogsgebeuren. Volgens de Ridder zullen

“deze eenvoudig-geteekende platen van Raemaekers […] later historisch worden. Wij allen […] zullen deze teekeningen met zorg, en dankbaarheid en droefenis wegbergen in de laden onze bibliotheken, om ze later te toonen aan onze kinderen en kleinkinderen …”

 

Een tekening van Louis Raemaekers

“Twee Senegaleesche tirailleurs die een gewonden Pruis te drinken geven […] in sereen licht van de hoogere menschenliefde, een daad van schoonheid, een daad van goedheid, in den allerbloedigsten en allernutteloosten aller oorlogen, en zoo’n beeld geeft weer wat troost, wat hoop voor de toekomst …”

- A. de Ridder. “Het toppunt der beschaving door Louis Raemaekers” in: De Vlaamsche Stem, maandag 19 april 1915.

De twee Senegalezen, die tijdens de oorlog deel uitmaakten van het koloniale leger van Frankrijk, worden op de prent voorgesteld als Barmhartige Samaritanen. Volgens de parabel overschrijdt de goedheid van de mens het eigen geloof, of in dit geval de bondgenootschappen. Soms komt hulp vanuit onverwachte hoek en kan een Duitse getroffen soldaat geholpen worden door soldaten van de geallieerde zijde. Deze afbeelding volgt het patroon van Raemaekers waarin hij enerzijds de Triple Entente, met hierin o.a. Duitsland, afschildert als barbaren en schenders van de mensenrechten en anderzijds de geallieerden afbeeldt als bestrijders van al het kwade.

Een tekening van Louis Raemaekers

“Eén plaat vonden we ook in de derde serie, die ons pijnlijk aandoet, maar zullen we onze oogen sluiten, omdat de satire ons eigen volk treft? ’t Is de teekening “In ’t vroolijke Haagje”, waar Raemaekers ons toont enkele jonge Belgische feestvierders, in smoking of habiet, champagne drinkend in gezelschap van gedecoleteerde dames. In een Haagschen nachtbar, waar tziganen lustige deuntjes rakelen uit hunne viool. En dat die spotprent is moeten verschijnen, betreuren we. Misschien helpt Raemaekers’ rake teekening de kwaal genezen …”

- A. de Ridder. “Het toppunt der beschaving door Louis Raemaekers” in: De Vlaamsche Stem, maandag 19 april 1915.

Er zouden naar schatting één miljoen Belgen tijdens de Eerste Wereldoorlog de vlucht nemen voor de Duitse bezetter en in Nederland (tijdelijk) een veilige haven zoeken. In grote steden als Den Haag en Amsterdam stromen de Belgische uitgewekenen binnen. Vrijwel onmiddellijk zetten particulieren en de overheid mankracht en (financiële) middelen in om die ‘arme Belgen’ te ondersteunen. Toch komt er ook kritiek op de decadente levensstijl die sommige welgestelde Belgen erop aanhouden. Ook André de Ridder raakt dit heikele punt aan in een artikel in De Vlaamsche Stem van vrijdag 19 feburari 1915.

“We weten het ook dat er enkelen zijn van de slag, die men in kroegen en danskringen, speelclubs, en restaurants, nachtsociëteiten en variété-schouwburgen ontmoet. […] Zij drinken champagne! […] Zij klinken aan met hun glazen. Waarvoor? Op wat? Op wie? Voor de helden, die vallen? Voor ’t vaderland dat sterft? Of is ’t soms op den koning en de koningin, die zorgt en verpleegt en lijdt als een vrouw? Neen; zij drinken champagne omdat ze dat altijd doen, omdat ze ’t zoo in hun dagelijksch leven gewend zijn! […] Waar zou hun ziel schuilen? … Op den bodem van hun whisky-solda?”

Dit krantenbericht bewijst dat het ongenoegen over het buitensporige leven van enkele Belgen in Den Haag zich niet beperkt tot Hollandse stemmen, maar tevens uit Belgische monden te horen viel. Het percentage vluchtelingen dat het zich kon permitteren om “zotte prijzen […] te betalen voor bont en kleeren en juweelen, terwijl de champagne stroomt” zal wellicht niet opwegen tegen het massale aantal arme en ontredderde uitgeweken Belgen.

Birgit LEENKNEGT

LEZING: Emile Verhaeren EN DE GROOTE OORLOG

OP ZONDAG 23 november GEEFT Rik Hemmerijckx EEN LEZING OVER Emile Verhaeren IN HET LETTERENHUIS. JE KAN DE LEZINGEN GRATIS BIJWONEN. RESERVEREN IS AANGERADEN EN KAN VIA LETTERENHUIS@STAD.ANTWERPEN.BE OF T 03 222 93 20

 

 

Mijn verhaal in Kunst in de Groote Oorlog

In de Koningin Fabiolazaal kan je dit najaar De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Met die expo tonen het KMSKA, Provincie Antwerpen, het Letterenhuis Antwerpen en het Provinciaal Museum Emile Verhaeren hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur uit die periode.

In deze tentoonstelling speelt het (persoonlijke) verhaal van de schilder of schrijver een grote rol. Dit leek een perfecte aanleiding om eens te polsen bij onze bezoekers hoe zij de tentoonstelling beleven. Het project ‘Mijn verhaal’ was geboren.

NT2-project Mijn Verhaal in De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog

NT2-project ‘Mijn Verhaal’ in De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog

Het museum is een plek voor iedereen. Maar dat wil niet zeggen dat iedereen een museum op dezelfde manier beleeft. Met het project ‘Mijn verhaal’ nodigt het KMSKA anderstalige volwassenen uit om, uiteraard in het Nederlands, de dialoog aan te gaan met de gids, de groep en een door hen individueel gekozen kunstwerk. Bij dit kunstwerk vertellen en/of noteren de deelnemers hun persoonlijk verhaal onder begeleiding van museumgids en schrijfdocent Barbara Van den Eynde.

De deelnemers aan dit project komen via het Huis van het Nederlands uit de NT2 (Nederlands 2de taal) klassen van LBC volwassenenonderwijs Antwerpen.

In de komende weken zullen een aantal deelnemers zichzelf voorstellen en een fragment van hun verhaal op deze blog publiceren.

The Sound of Rubens deel 3: Wellust

De tentoonstelling Sensatie en Sensualiteit deelt de artistieke erfenis van Peter Paul Rubens op in zes thema’s: geweld, macht, lust, compassie, elegantie en poëzie. Curator Nico Van Hout ging voor elk van die thema’s op zoek naar verbanden tussen werk van Rubens en de vele kunstenaars die na hem kwamen.

In de aanloop naar de tentoonstelling maakte hij bovendien een selectie van muziek en filmpjes die aansluiten bij de verschillende hoofdstukken die in de expo aan bod komen. De komende weken stelt hij ze met plezier aan je voor.

In het hoofdstuk Wellust plaatst hij Peter Paul RubensPan en Syrinx naast Daphnis et Chloé, suite nr.2 van Maurice Ravel en Venus Frigida – eveneens van Rubens naast Salade de fruits van André Bourvil. Verder ziet hij ook een duidelijke link tussen De triomf van Silenus van Jean-Antoine Watteau en Ottorino Respighi’s Feste Romane, La Befana. 

 

#TheSoundOfRubens

De komende weken maken we op Spotify een afspeellijst met muziek die aan de verschillende thema’s en kunstwerken in de expo gekoppeld kan worden. Heb jij Sensatie en Sensualiteit bezocht en begon je daarbij quasi instinctief een nummer van Bach, Beethoven of Bruce Springsteen te neuriën? Laat het ons weten via facebooktwitter, of als reactie op dit blogbericht! Dan vullen we onze afspeellijst verder aan.

‘In een hennenhok is slechts één haan’ En in Antwerpen zijn er twee.

In de Koningin Fabiolazaal kan je dit najaar De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Met die expo tonen het KMSKA, De Provincie Antwerpen, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emile Verhaeren hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur uit die periode. Medewerkers van de verschillende instellingen lichten op deze blog geregeld een aspect van de tentoonstelling uit. Curator Nanny Schrijvers gaat deze week dieper op de kunstenaarsgeneratie die tijdens de oorlogsjaren in Antwerpen werkzaam was.

Tijdens de oorlogsjaren is er in Antwerpen een jonge kunstenaarsgeneratie, nog op de academie of net niet meer, vol plannen en energie.  Jozef Peeters (Antwerpen 1895 – Antwerpen 1960) had al eerder, in 1912, een atelier gehuurd boven café De Zalm in de Wijngaardstraat samen met Edmond Van Dooren (Antwerpen 1896 – Antwerpen 1965). Ook Paul Joostens (Antwerpen 1889 – Antwerpen 1960) en Jan Kiemeneij (Antwerpen 1889 – Antwerpen 1981) werken in dit atelier. Peeters ziet toekomst in de vrije expressie. Zijn eerste schilderijen volgden het traditionele luminisme, maar al gauw, en hij is niet de enige, wordt een symbolistische koers gevaren met sympathie voor de theosofie.

Peeters is geen kunstenaar die in z’n eentje op een zolderkamer zit. Hij wil met en voor andere kunstenaars theorieën en programma’s uitwerken over kunst en samenleving. Daarbij is de rol van de toegepaste kunsten, zoals typografie, van groot belang.  Bijzonder is hoe hij heel snel een internationaal netwerk opbouwt. Nog tijdens de oorlog sticht hij, op 14 september 1918, de Kring Moderne Kunst.

In datzelfde huis in de Wijngaardstraat heeft ook Floris Jespers een atelier. Contacten met de broers Jespers en bij uitbreiding met Paul Van Ostaijen  (Antwerpen 1896 – Miavoye 1928) liggen voor de hand en na een tijdje worden ze ook lid van de Kring. Overigens vindt Van Ostaijen dat Oscar Jespers (Borgerhout 1887 – Sint-Lambrechts-Woluwe 1970) directeur moet worden. Peeters is daarmee niet gediend. Inhoudelijk zitten ze niet op dezelfde lijn: Peeters wijst elke vorm van expressionisme af en kiest voor ‘geometrische figuren, zonder enige inmenging van literaire noch symbolische inhoud’.

Eerste Kongres voor Moderne Kunst

Jos Leonard, ca. 1911 (Collectie Letterenhuis)

Jos Leonard, ca. 1911 (Collectie Letterenhuis)

Ook na de oorlog zijn pamfletten, tijdschriften, manifesten en correspondenties nog steeds heel belangrijk, zo niet nog belangrijker. Individuele kunstenaars groeperen zich en onderschrijven theorieën, manifesten en zoeken overal gelijkgestemden, ook in het buitenland. Jozef Peeters onderhoudt contacten over heel Europa en organiseert op 10 en 11 oktober 1920 een eerste Kongres voor Moderne Kunst, samen met de schilder Jos Leonard (Antwerpen 1892 – Elsene 1957) en de architect Huib Hoste (Brugge 1881 – Hove 1957). Een jaar later maakt hij een rondreis in Frankrijk om kunstenaars uit te nodigen voor zijn tweede congres in januari 1922. Ondertussen, in december 1921,  publiceert hij ‘Gemeenschapskunst’ in Het Overzicht, een in oorsprong literair tijdschrift, dat onder zijn impuls steeds meer aandacht zal besteden aan de beeldende kunst, en meer speciaal aan het constructivisme.

De Driehoek

Paul van Ostaijen en Jozef Peeters, 1925 (Collectie Letterenhuis)

Paul van Ostaijen en Jozef Peeters bij de oprichting van De Driehoek, 1925 (Collectie Letterenhuis)

In februari 1925 sticht Jozef Peeters samen met Duco Perkens, of Eddy du Perron (Jakarta 1899 – Bergen NL 1940) nog maar eens een tijdschrift: De Driehoek. Paul van Ostaijen is aanwezig en hij heeft al op 20 februari een artikel klaar. Later laat hij weten dat Floris Jespers (Borgerhout 1889 – Antwerpen 1965) en zijn broer Oscar ook willen meewerken. Jozef Peeters gaat hier niet mee akkoord en op 21 maart schrijft Paul van Ostaijen:

“Maar ook trek ik mij terug omdat ik toch zeer duidelik voel dat ik in ‘De Driehoek’ niets zou te vertellen hebben; namelik in de redaktie. Gij zijt de leider. In een hennenhok is slechts één haan. Dat is juist. De tweede haan stapt het af’.”

Meer lezen

Catalogus Avant-garde in België, 1917-1929 bij de tentoonstellingen in Brussel, KMSKB en Antwerpen, KMSKA, 1992

Met de Vrienden naar het Mauritshuis

De Vrienden van het KMSKA gaan geregeld op uitstap naar tentoonstellingen en musea in binnen- en buitenland. Onlangs trokken ze naar Den Haag voor een stadswandeling en een bezoek aan het pas gerenoveerde Mauritshuis. Carl Van Tichelen is sinds jaar en dag vriend van het KMSKA. Hij maakte een reisverslag.

Het bezoek van de Vrienden van het KMSKA aan Den Haag startte met een stadswandeling-met-gids in de zonovergoten “koninklijke stad aan de zee”. Den Haag is de stad met de meeste bezienswaardigheden per vierkante meter in Nederland. Het spreekt voor zich dat er daarom een keuze moest gemaakt worden. Bovendien was het ook nog eens Open Monumentendag tijdens ons bezoek en stonden er lange rijen wachtenden aan de opengestelde gebouwen. Hoewel Den Haag bekend staat als het mekka voor de meer ‘bekakte’ Hollanders flaneerden er door de straten verschillende  in historische klederdracht uitgedoste families, die elke toerist vriendelijk welkom heetten. De stad was ook al in oranjestemming voor Prinsjesdag, enkele dagen later.

Op naar het Mauritshuis

Vermeers 'Meisje met de parel' in het Mauritshuis

Vermeers ‘Meisje met de parel’ in het Mauritshuis

Zoals alle bekende musea werd het Mauritshuis van 2012 tot 2014 onderworpen aan een grondige renovatie die het museum moet binnenloodsen in de 21ste eeuw. De toegang gebeurt nu via de moderne ondergrondse foyer, die een verbinding vormt met het Art Decogebouw aan de overzijde van de straat. De eigenlijke museumzalen bevinden zich nog steeds op de eerste en tweede verdieping, en hebben hun intieme sfeer behouden. Voor wie geïnteresseerd is in de bouwkundige aspecten loopt er tot 4 januari 2015 een kleine tentoonstelling Mauritshuis – Het Gebouw die meer vertelt over de bouw en de bewoners van dit bekende classicistische gebouw, dat op last van Johan Maurits, graaf van Nassau-Siegen tussen 1633 en 1644 door de befaamde architect Jacob van Campen werd gebouwd.

Als museum opende het Mauritshuis zijn deuren op 1 januari 1822. Het bood onderdak aan de Koninklijke Kabinetten van Schilderijen en Zeldzaamheden. De collectie van het Mauritshuis gaat terug op de verzameling van twee Oranjeprinsen, Willem IV van Oranje, en zijn zoon Willem V. Die laatste zorgde ervoor dat de collectie van toen 200 schilderijen  al in 1774 op vaste tijden werd geopend voor het publiek. Zo werd het Mauritshuis de eerste openbaar toegankelijke kunstcollectie in Nederland, een mijlpaal in de Nederlandse museumgeschiedenis. In 1795 brachten de Franse veroveraars de hele verzameling over naar het Louvre in Parijs. Na de slag bij Waterloo keerden de meeste werken terug naar Nederland. Koning Willem I droeg de hele verzameling over aan de Nederlandse staat. Er werd er een bijzonder actief aanwinstenbeleid gevoerd, waardoor het Mauritshuis vandaag beschikt over het beste van de 17e-eeuwse schilderkunst van de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden. Daar horen de allergrootste meesters bij, maar er is ook oog voor aantrekkelijke werken van minder bekende kunstenaars uit die periode.

De Hollandse Mona Lisa

De grote publiekstrekker in het Maurtishuis is natuurlijk de Hollandse Mona Lisa in de gedaante van Vermeers Meisje met de parel. Maar er zijn ook tal van andere overbekende meesterwerken te zien: Vermeers Gezicht op Delft, Rembrandts Anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp, Carel Fabritius’ Het puttertje en Paulus Potters De Stier. Daarnaast verdienen ook enkele belangrijke werken van Memling, Van der Weyden en Holbein bijzondere aandacht. Op de website van het museum kan je ze allemaal bekijken.

Ieder zichzelf respecterend museum heeft nood aan sponsors. Het Mauritshuis vormt hierop geen uitzondering. De verzameling ging van start dankzij de prinsen van Oranje, werd uitgebreid door belangrijke aankopen van koning Willem I en de beroemde museumdirecteur Abraham Bredius, een man die zijn privévermogen gebruikte om ‘zijn’ Mauritshuis een aantal meesterwerken te schenken. Ook het legaat van Arnoldus des Tombe verdient een bijzondere vermelding: dat zorgde namelijk voor de verwerving van het fameuze Meisje met de parel. Ook vandaag nog wordt een beleid gevoerd om de zwaartepunten van de verzameling te versterken en lacunes op te vullen. De Vereniging Rembrandt, de BankGiro Loterij, de Stichting Vrienden van het Mauritshuis zijn hierbij van het grootste belang. Bij periodieke schenkingen gedurende ten minste 5 jaar geldt voor individuele schenkers de “Geefwet”. Bij een schenking van €1000 betaalt de Nederlandse fiscus €650 terug, zodat je gift je eigenlijk maar €350 kost. Waarom bestaat een dergelijke regeling niet bij ons? En geloof het of niet, maar ook vrijwilligers spelen een belangrijke rol in het Mauritshuis: zij bemannen de infobalie en de museumshop.

Nog een belangrijk weetje: van 5 februari tot 10 mei 2015 zijn in het Mauritshuis 36 werken uit de befaamde New Yorkse Frick Collection te zien. Niet te missen !