Adam en Eva in het restauratieatelier van The Getty
Onderzoek, Restauratie

Tweede update uit L.A.

KMSKA-restaurator Karen Bonne verblijft  4 maanden lang in Los Angeles waar ze het schilderij Adam en Eva uit het paradijs verjaagd uit de Ensorcollectie van het KMSKA restaureert in het prestigieuze restauratieatelier van The J. Paul Getty Museum. Ze nam ook twee werken mee van Gerard David die eveneens ter plaatse behandeld zullen worden. Een tweede update over haar werkzaamheden in Los Angeles. 

Lees verder

Standaard
Het restauratieatelier in L.A.
Onderzoek, Restauratie

Eerste update uit L.A.

KMSKA-restaurator Karen Bonne verblijft  4 maanden lang in Los Angeles waar ze het schilderij Adam en Eva uit het paradijs verjaagd uit de Ensorcollectie van het KMSKA restaureert in het prestigieuze restauratieatelier van The J. Paul Getty Museum. Ze nam ook twee werken mee van Gerard David die eveneens ter plaatse behandeld zullen worden. Een update over haar werkzaamheden in Los Angeles. 

Lees verder

Standaard
KMSKA op reis

Ensor komt naar huis

De Ensorcollectie van het KMSKA reisde de afgelopen jaren de wereld rond. Twee KMSKA-medewerkers zijn momenteel in Chicago om er het merendeel van de werken klaar te maken voor hun tocht huiswaarts. Veerle De Meester is coördinator Tentoonstellingen in het museum en bracht de voorbereidingen voor de terugkeer in beeld.

Laatste stop van het Ensorpakket was het Art Institute van Chicago waar maar liefst 74 werken uit het KMSKA deel uitmaakten van de tentoonstelling Temptation. The Demons of James Ensor. Twee werken blijven nog even in de VS. Adam en Eva uit het paradijs verjaagd vertrekt dit weekend naar The Getty in Los Angeles. Daar zal het schilderij gerestaureerd worden. Schilderend geraamte zal vanaf midden februari zien zijn in de expo In the Studio in de Gagosian Gallery in New York.

 

Standaard
Onderzoek

“Ingelijst achter glas zal het schilderij volledig tot zijn recht komen”

Dankzij de briefwisseling van James Ensor kunnen de onderzoekers van het Ensor Research Project veel te weten komen over de artistieke keuzes van de kunstenaar.

Ensor bij de piano in zijn atelier – 22 juni 1937 (detail)een achter glas ingelijst werk achter het hoofd van de kunstenaar.

Ensor bij de piano in zijn atelier – 22 juni 1937 (detail) een achter glas ingelijst werk achter het hoofd van de kunstenaar.

Om schilderijen te beschermen worden ze soms achter glas ingelijst. Dat kan een restaurator ook toelaten om een schilderij niet van een vernislaag te voorzien. Daarvoor zouden esthetische en historische argumenten kunnen worden aangehaald. Ensor heeft zich in zijn briefwisseling wel eens uitgesproken over het effect van schilderijen achter glas. Hij vond het effect van spiegelend glas af en toe wel interessant. Zo schrijft hij aan de Antwerpse verzamelaar Cleomir Jussiant:

“Ingelijst achter glas zal het schilderij volledig tot zijn recht komen.”

Op sommige foto’s van kamers in Ensors tweede woning in de Vlaanderenstraat (het huidige Ensormuseum) kunnen we duidelijk kunstwerken aanwijzen die achter glas zijn ingelijst.

In zijn artikel voor het Ensor Research Project gaat Dr. Herwig Todts hier verder op in.

Standaard
Onderzoek

De zomer van James Ensor: “Tijdens het toeristisch seizoen kan ik niet afzijdig blijven.”

Het Ensor Research Team last tijdens de zomermaanden kort een pauze in. Geen artikel dus deze maand, maar wel een blogbericht waarin de onderzoekers belichten hoe James Ensor zijn zomers doorbracht.

De winkel van oom Leopold Haegheman, waar Ensor gaat wonen in 1917

De winkel van oom Leopold Haegheman, waar Ensor gaat wonen in 1917

Zomer in Oostende, koningin der badsteden. De kunstwereld draait verder maar Ensor is tijdens het toeristische seizoen immer als middenstander bedrijvig aan de zijde van zijn moeder in de winkel die ze uitbaatte. Die winkel is voor het hele gezin de belangrijkste bron van inkomsten. In tal van brieven en losse notities zijn opmerkingen te sprokkelen die aantonen hoezeer Ensor tijdens het zomerseizoen in beslag werd genomen door de verhuur van gemeubelde kamers aan toeristen en het mee uitbaten van de winkel. In oktober 1908 excuseert hij zich bij zijn vriend, de Luikse journalist Isi Collin, voor het feit dat hij onmogelijk etsen kan bezorgen voor een tentoonstelling in Luik. Ensor heeft absoluut geen tijd om naar Brussel te gaan om nieuwe afdrukken te laten maken. Tijdens het toeristische seizoen kan hij zich immers niet aan zijn verplichtingen onttrekken.

“Quant à l’exposition d’eaux-fortes, pas moyen de la faire en ce moment. Je n’ai pas assez d’épreuves actuellement. Je n’ai pas de presse et dois pour chaque tirage me rendre à Bruxelles pour guider le tireur. Je n’ai pu m’abstenter au cours de la saison.”

– Ensor aan Isi Collin, 7 oktober 1908

Commerce de coquillages

Het Koninklijk Museum bewaart het unieke afschrift van een brief van Ensor aan de Antwerpse kunstenaar Frans Hens die hem in 1920 uitnodigt om deel te nemen aan het salon van de tentoonstellingsvereniging Kunst van heden / L’art contemporain. De kunstenaar is na de dood van zijn moeder, zijn tante en zijn oom, verhuisd naar de voormalige winkel van oom Leopold Haegheman. Op het moment dat hij de brief naar Hens schrijft is hij 60, een succesrijk kunstenaar en kennelijk nog steeds actief in het toeristische bedrijf. Hij wordt immers in beslag genomen door allerlei commerciële bezigheden en familiale zorgen.

“Duizend excuses!”, schrijft hij aan Frans Hens. “Ja ik heb uw vriendelijke brieven ontvangen maar ik word volledig in beslag genomen, verlamd, door uiteenlopende moeilijkheden en familieverdriet, enzovoort enzoverder, en ik moet alles doen: de schelpenverkoop, het verhuur van het appartement, het huishouden. Men maakt mij voor alles verantwoordelijk. Wat een toestand voor een gevoelig kunstenaar.”

“Mille excuses! Oui j’ai reçu vos bonnes lettres mais je suis bien pris ici, des ennuis multiples, des chagrins de famille, etc. etc. me paralysent, et je dois tout faire: commerce de coquillages, location d’appartement, ménage. On me laisse toutes les charges. Quelle situation pour un artiste sensible.”

– Ensor aan Frans Hens 7 april 1920

HERWIG TODTS, KAREN BONNE, NANNY SCHRIJVERS

Standaard
Onderzoek

Hoe de Amerikaanse professor Francis Thomas Rogier van der Weyden en James Ensor ontdekte in het KMSKA

Tijdens de zomermaanden kijken de onderzoekers van het Ensor Research Project naar artikels die in andere publicaties over James Ensor verschenen zijn. 

Francis Noël Thomas, emeritus “professor of humanities” van het Harry S Truman College in Chicago, publiceerde onlangs in de New England Review een intrigerend stuk over licht en lijn in het werk van Rogier van der Weyden en James Ensor. Professor Thomas’ belangstelling gaat uit naar de relatie tussen woord en beeld en de interpretatie van teksten en beelden. Letterkundigen, schrijvers en literatuurkenners hebben altijd al een bijzondere voorliefde gehad voor de kunst van Ensor. In de ogen van sommige kunstcritici is zijn oeuvre overigens al te literair. Het valt op dat verschillende literatuurhistorici het werk van Ensor de jongste jaren ontdekt hebben. Uiteraard gaat hun aandacht vaak uit naar zijn literaire bedrijvigheid. Zo selecteerden Daniel Grojnowski en Bernard Sarrazin teksten van Ensor voor een overzicht van de moderne baldadige humor in de letterkunde (Fumesteries. Naissance de l’humour moderne 1870 – 1914, Parijs: Omnibus, 2011).¹

Het artikel dat Francis Noël Thomas in de New England Review publiceerde is wat minder academisch opgevat, maar hij waagt zich wel – en dat is vandaag veeleer zeldzaam – aan een verregaande interpretatie van de artistieke kwaliteiten in het werk van Ensor. Thomas vertelt hoe zijn liefde voor de Vlaamse primitieven hem naar Antwerpen voerde. Zijn fascinatie voor De Zeven Sacramenten van Rogier Van der Weyden volstond kennelijk om de Scheldestad meermaals te bezoeken. Een affiche van Ever Meulen aan de muur van een café in Chicago – met allerlei personages uit de werken van Belgische en pre-Belgische kunstenaars: Wouters’ dwaze maagd, een dame van Spilliaert voor een Servranckx, een mannetje van Raveel, een halfnaakte deerne van Delvaux arm in arm met een burgermannetje van Magritte, Van Eyck, Brueghel, Bosch enz. –  herinnerde Thomas aan het feit dat het Koninklijk Museum in Antwerpen niet alleen over een schitterende collectie Vlaamse primitieven beschikt maar dat op de benedenverdieping ook nog eens de beste Ensorcollectie ter wereld werd tentoongesteld. Tijdens een bezoek aan de zaal Ensor en de modernen (de presentatie van de museumverzameling voor de sluiting van het gebouw) ontdekte Thomas op de muur van de tentoonstellingszaal Ensors beruchte opmerking over de oppervlakkige impressionisten waartoe men hem ten onrechte rekende. Ensor vond dat vóór hem niemand de deformerende invloed van het licht op de lijn had begrepen. Het is deze opmerking die Thomas aanzet tot een nieuwe interpretatie van de wijze waarop in de kunst van Van der Weyden het licht de lijn volgt, ondersteunt en vormt. Terwijl ze precies in de verrassende, religieuze werken van Ensor onder invloed van het licht wordt gedeformeerd.

Herwig TODTS

Met dank aan aan em. professor Joris Duytschaever.


¹ Richard Hobbs ging in Ensors hyperbolische taalgebruik op zoek naar een levensvreugde die Ensor met de Franse dichter Charles Baudelaire zou delen. (‘Ensor’s hyperbolic joie de vivre’, HARROW, S. & UNWIN, T. (ed.), Joie de vivre in French literature and culture. Essays in honour of Michael Freeman, Amsterdam-New York: Rodop, 2009). Claire Moran, professor literatuurgeschiedenis aan de universiteit van Belfast analyseert de modernistische aspecten in Ensors teksten. (‘Invention and Reinvention: Word, Image and Modernity in James Ensor’, AUBERT, Nathalie, FRAITURE, Pierre-Philippe & Mc GUINNESS, Patrick (ed.), La Belgique entre deux siècles. Laboratoire de la modernité 1880 – 1914, Bern : Peter Lang : 2007).
Dr. Andrea Bontea van de University of Sussex sprak op de conferentie “Primitive Renaissance” in de National Gallery in Londen (12 april 2014) over het masker in de kunst van Klee en Ensor (‘Renaissance Masks and Ugliness – Towards a New Language of Surface in the Art of Ensor and Klee’).
Drs. Katrien Dierckx van de Universiteit Antwerpen, Departement Geschiedenis, publiceerde een lijvige vergelijkende studie van de opvattingen en poëzie van Mallarmé en het beeldend werk van Ensor (Mallarmé’s crisisgedachte en Ensors tendens tot derealisatie: een verkennend interdisciplinair contact, Belgisch tijdschrift voor oudheidkunde en kunstgeschiedenis – ISSN 0035-077X-82 (2013), p. 135-160).

Standaard
Onderzoek

Ensor en religie

Astrid Schenk studeert kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. In het kader van haar Research master Art History of the Low Countries in its European Context liep ze stage bij het Ensor Research Project en onderzocht ze het religieuze oeuvre van James Ensor.  

James Ensor, Val van de opstandige engelen, KMSKA, 2176

James Ensor, Val van de opstandige engelen, KMSKA, 2176

In 1888 begon James Ensor de werkzaamheden aan het monumentale schilderij De intrede van Christus in Brussel in 1889. Het schilderij groeide uit tot een van zijn beroemdste en door kunsthistorici meest besproken en geanalyseerde werken. Het maakt deel uit van de collectie van The J. Paul Getty Museum in Los Angeles waar momenteel de tentoonstelling The Scandalous Art of James Ensor loopt (met tal van bruiklenen uit het KMSKA).

De intrede wordt beschouwd als een mijlpaal in de moderne kunstgeschiedenis. Daarom is het ook niet verwonderlijk dat kunsthistorici zich hebben gebogen over de voorstelling van religieuze onderwerpen in Ensors oeuvre.Terugkerende conclusies zijn dat Ensor zich vanwege de kritische ontvangst van zijn kunst identificeerde met het lijden van Christus en dat de kwaliteit en kwantiteit van zijn religieuze werken na 1900 gestaag is gedaald. Herwig Todts (Ensorspecialist en KMSKA-curator) had vragen bij deze conclusies en stelde een diepgaande studie voor die verbanden legt met Ensors denkbeelden en met de visie en het repertoire van zijn tijdgenoten.

Astrid Schenk bestudeerde tijdens haar stage in het KMSKA het gehele religieuze oeuvre van James Ensor en stelde daarmee het heersende beeld over religie in het werk van de kunstenaar bij. Ze publiceerde een deel van haar bevindingen in een nieuw artikel voor het Ensor Research Project.

Standaard