Plaatsing funderingspalen verticale museum, foto: Jesse Willems
Nieuws van de werf

Museum op palen

De funderingswerken voor de bouw van het verticale museum in de voormalige patio’s of binnentuinen van het 19de-eeuwse museumgebouw zijn volop aan de gang.

Het absolute hoogtepunt van de tweede fase van de verbouwing van het KMSKA is de bouw van een nieuw volume in het 19de-eeuwse museum. Dat verticale museum vult de vrijgemaakte binnentuinen of patio’s in het gebouw op. Het staat volledig los van het bestaande gebouw en krijgt een eigen funderingsconstructie op palen.

In het totaal zullen 147 palen het nieuwe museumvolume dragen. Het gaat om palen van 17 meter lang met een diameter van 110, 140 of 150 mm, afhankelijk van de dienstlast die ze moeten dragen. Ze bestaan uit korte stalen buizen die ter plaatse in elkaar geschroefd moeten worden omdat de werkhoogte in de patio’s beperkt is. De buizen hebben een speciale boorkop waarmee ze door de restanten van de van de citadel of het Zuidkasteel onder het museumgebouw kunnen boren. Tijdens het boren wordt er continu grout – een mengsel van water en cement – in de buis gepompt. Dat komt langs de onderzijde uit de boorkop en dient als een smering tussen de buis en de grond om te vermijden dat er een te grote weerstand ontstaat tijdens het inbrengen van de palen.

Nadat de palen geplaatst zijn, kan het beton van de funderingsplaten van het verticale museum gestort worden.

Standaard
Dicht maar dichtbij, Nieuws van de werf

Terug in de tijd (deel 2)

In november is het zover. Dan stelt de aannemer zijn werf op en kan de renovatie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen beginnen. Daarmee gaat het KMSKA de grootste verbouwing uit zijn geschiedenis tegemoet. Met deze rubriek blikken we de komende drie weken terug op het rijke verleden van het museumgebouw.

In 1904 – slechts 14 jaar na de opening van het museumgebouw – komt voor het eerst de vraag om het museum uit te breiden. Zo wou men o.a. de vier binnenplaatsen van het museum mee opnemen in het gebouw. 23 jaar later worden de vier, intussen overkoepelde ruimtes, in gebruik genomen. De eerste verbouwing van het museum is een feit. De zuilen in de museumzalen, de ramen naar binnen toe en de stenen vloeren van de binnenplaatsen verdwijnen.

Oorlogsschade in het museum

Oorlogsschade in het museum bij de ontploffing van een Duitse V-bom op 13 oktober 1944

Na WOII volgt een tweede verbouwing, voornamelijk om de oorlogsschade te herstellen. Het schrijnwerk en de parketvloer is dringend aan vervanging toe, het glazen dak wordt hersteld en de museumzalen worden opnieuw bekleed en geschilderd. In 1963 schakelt het museum voor zijn centrale verwarming over van kolen op stookolie. Voor het eerst worden er museumzalen opgeofferd ten voordele van een schilderijendepot, een voordrachtzaal, een bibliotheek en een cafetaria. Ook de goederenlift van het museum dateert uit deze periode. Voor de grote Rubenstentoonstelling van 1977 worden enkele essentiële gebreken aangepakt. Het museum krijgt elektrische verlichting in de museumzalen, klimaatregeling en branddetectie. Daarnaast worden ramen en kroonlijsten vervangen en vloeren en deuren hersteld. Tot slot kwam er een nieuwe bekleding en een nieuw ophangsysteem en werd de buitengevel gerestaureerd.

Standaard
Dicht maar dichtbij

Terug in de tijd

In november is het zover. Dan stelt de aannemer zijn werf op en kan de renovatie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen beginnen. Daarmee gaat het KMSKA de grootste verbouwing uit zijn geschiedenis tegemoet. Met deze rubriek blikken we de komende drie weken terug op het rijke verleden van het museumgebouw.  

Plan museumgebouw

Op dit plan van Winders en Van Dijk zie je duidelijk dat het museum gebouwd is op de funderingen van het Zuidkasteel

In de 19de eeuw was het Antwerpse Zuid alles behalve een trendy plek. Het was een verlaten stuk grond, ver van de stad en ver van de academie waar de museumcollectie tot stand kwam als studiecollectie voor toekomstige kunstenaars. Weinig mensen weten dat het museumgebouw eigenlijk bovenop de resten van het Zuidkasteel staat. Die citadel, die de hertog van Alva in de 16de eeuw liet bouwen, was niet alleen een onderdeel van de verdedigingsgordel rond Antwerpen. Ze moest ook de Antwerpenaren die destijds in opstand kwamen tegen de Spaanse overheersing in toom houden. In 1864 werden de Spaanse vestingsmuren (ter hoogte van de huidige leien) gesloopt. Tien jaar later volgde het Zuidkasteel. Zo kwam er plaats vrij voor een gloednieuwe wijk waar de stad meteen een nieuw museum inplande.

Plan museumgevel

Het ontwerp voor de Museumgevel van Winders en Van Dijk

Vanaf die eerste plannen was de inzet groot. De stad organiseerde een architectuurwedstrijd met een oproep onder de Belgische bouwmeesters. Een jury met negen leden (vertegenwoordigers van de stads- en staatsoverheid) oordeelde over de ingezonden voorstellen. Daarnaast werd er een behoefteplan uitgetekend en een uitgebreid advies geformuleerd. Stad en staat hadden voor het prestigieuze bouwproject elk de aanzienlijke som van 1 miljoen Belgisch frank (ongeveer 25000 euro) over. De juryleden maakten ook een studiereis naar de gloednieuwe Duitse musea in Berlijn. Uiteindelijk wonnen Jean Jacques Winders (1849-1936) en Frans Van Dijk (1853-1939) allebei de wedstrijd. Ze kregen de opdracht om hun plannen samen uit te werken tot één geheel. In augustus 1890 opende het gloednieuwe Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen de deuren op het al even nieuwe Antwerpse Zuid. Het kreeg van begin af aan een enthousiast onthaal.

Standaard