Tentoonstellingen

Kolonie van kunstenaars

Tijdens de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Deze week heeft ze het over kunstenaarskolonies.

Gustave Van De Woestyne, Azuur, 1928, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

Gustave Van De Woestyne, Azuur, 1928, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

“Een goede kunstenaarskolonie ligt op de buiten, maar ook weer niet te ver van de stad. In de eerste plaats moet het oord gemakkelijk bereikbaar zijn. Daarnaast moet er een geschikt trefpunt zijn. Zo begint elke kunstenaarskolonie met een herberg.”

Dat schrijft Wessel Krul in Oorsprong, eenvoud en natuur. De bloeitijd van de kunstenaarskolonies, 1860-1910.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw vormen kunstenaars over heel Europa kunstenaarskolonies. Ze gaan samen in dorpen wonen om er de natuur te observeren en te schilderen in openlucht. Later zien anderen het dorpsleven als voorbeeld en inspiratiebron, als een symbool voor een zinvol leven. Zo trekken Constant Permeke, Gustave Van De Woestyne, Gustave De Smet en Frits Van den Berghe in de beginjaren van de 20ste eeuw vanuit de stad naar Sint-Martens-Latem om het daar, samen met anderen, over kunst te hebben en te schilderen.

Als voorbereiding op deze tentoonstelling trok Jongbloed! – de jongerencrew van het KMSKA – vorige zomer naar Sint-Martens-Latem. Een week lang gingen ze er op zoek naar sporen van bovenstaande kunstenaars als. Alle indrukken die ze er opdeden, hebben ze verwerkt in een iPad-app. Die kan je nog steeds downloaden in de App-store of bekijken in de tentoonstelling. 

Advertenties
Standaard