Jean Auguste Dominique Ingres (Montauban 1780 - Parijs 1867), Zelfportret, (1864-865), inv. nr. 1526 © KMSKA – Lukasweb
Tentoonstellingen

Ingres in beeld & woord

Niemand minder dan Jean Auguste Dominique Ingres, een coryfee van de Franse schilderkunst, heet de bezoeker welkom op de tentoonstelling Tour de France. Aan de wand hangt een zelfportret en op een hoge sokkel staat een imposante portretbuste. Twee markante koppen van een uitzonderlijk kunstenaar. In dit blogbericht bekijkt curator Siska Beele hoe Ingres zichzelf in beeld bracht én hoe anderen dat deden. 

Foto boven: Jean Auguste Dominique Ingres (Montauban 1780 – Parijs 1867), Zelfportret, (1864-865), inv. nr. 1526 © KMSKA – Lukasweb

Alphonse MASSON (Parijs 1814 – Parijs 1898), Jean Auguste Dominique Ingres, ets naar een foto genomen door studio Gerothwohl en Tanner, Parijs, ca. 1855

Alphonse MASSON (Parijs 1814 – Parijs 1898), Jean Auguste Dominique Ingres, ets naar een foto genomen door studio Gerothwohl en Tanner, Parijs, ca. 1855

Jean Auguste Dominique Ingres vond het een hele eer om lid te zijn van de befaamde Antwerpse academie. In 1865 schonk de hoogbejaarde en zieke kunstenaar als blijk van erkentelijkheid een zelfportret. Ingres deed voor het schilderij een speciale inspanning, want met dit zelfportret zou hij zich voor de laatste keer tonen aan de wereld, aan het nageslacht en aan de eeuwigheid. Het was een uitgelezen kans om iets over zichzelf te vertellen. Hij poseert niet als kunstenaar, maar als man van de wereld. Ingres is hier de internationaal gevierde vertegenwoordiger van het artistieke establishment. Hij kan terug kijken op een lange en geslaagde carrière en is met roem en eer overladen. Strak in het pak, met hoge hoed en handschoenen, klaar om uit te gaan, maar niet zonder zijn ordetekens: de ster van Grootofficier in het Franse Erelegioen, het kruis van de Pruisische orde Pour le Mérite en de decoratie hem toegekend door de Groothertog van Toscane. IJdelheid der ijdelheden. Ingres maakt zich knapper, jonger en slanker dan in werkelijkheid en signeert heel nadrukkelijk:


“J. Ingres peint par lui, pour la Celebre Academie d’Anvers.”


Op de gezegende leeftijd van 85 jaar levert hij een zelfportret van uitzonderlijke kwaliteit af. De indringende en lichtjes spottende blik is het epicentrum van het zelfportret. Kijk naar mij, kijk niet naar de anderen.

Antoine Bourdelle, De schilder Jean Auguste Dominique Ingres, 2658

Antoine Bourdelle, De schilder Jean Auguste Dominique Ingres, 2658

Al even interessant is het wanneer kunstenaars elkaar portretteren. Is er sprake van rivaliteit en wedijver of van genegenheid en bewondering? In 1908 boetseerde Antoine Bourdelle het portret van Ingres als een ode aan zijn beroemde stadsgenoot. Hij creëerde een beeld vol kracht en energie. Er is geen plaats voor decorum. Met de nadenkende kop en de uitdagende blik bevestigt Bourdelle het imago van Ingres. De buste is een verheerlijking van de superioriteit en het genie van de meester. Jozef Muls zegt het zo:


“Ingres is geworden tot een imponeerenden imperator, het hoofd fier achterover op den gespierden nek, vast geworteld tusschen de felle naakte schouders, de vochtige zinnelijke mond half open met de misprijzende neerdalende plooien in de vette wangen. Heel dat heerschersgelaat trilt van warm leven tot in zijn minste détails van rimpels en van groeven.”

(Van El Greco tot het cubisme. Verzamelde opstellen over kunst, Brugge, 1929, p.127)


Nicaise De Keyer (Zandvliet 1813 – Antwerpen 1887), Portretten met rechts boven een kopie naar het zelfportret van Ingres uit het KMSKA , inv. nr. 2138(II)23 © KMSKA – foto d/arch

Nicaise De Keyer (Zandvliet 1813 – Antwerpen 1887), Portretten met rechts boven een kopie naar het zelfportret van Ingres uit het KMSKA , inv. nr. 2138(II)23 © KMSKA – foto d/arch

Corpulente grijsaard & schuwe geest

Ook eigentijdse schrijvers en critici schetsten het portret van Ingres. Hij had voorstanders en tegenstanders, maar allemaal presenteerden ze hem eensgezind als een komisch personage. Zijn heftigste tegenstander was zonder twijfel de kunstcriticus Théophile Silvestre (Fossat 1823 – Parijs 1876). In zijn meest bekende boek Histoire des artistes vivants français et étrangers tekent hij een uiterst vilein portret van de meester. Een fragment:


“M. Ingres is een corpulente grijsaard, vijfenzeventig jaar oud, gedrongen en verlopen; met een vulgair uiterlijk dat verbazingwekkend contrasteert met de gekunstelde elegantie van zijn werken en zijn Olympische ambities; wie hem ziet langslopen, zou hem misschien houden voor een rentenier die zich uit zijn zaken heeft teruggetrokken, of voor een Spaanse pastoor in burger: een donkere huidskleur, opvliegend; zwarte, levendige, wantrouwige, toornige blik; dunne, gefronste wenkbrauwen; een smal voorhoofd dat terugwijkt tot het topje van zijn schedel, die taps toeloopt, als een kegel; kort dik haar, ooit pikzwart, nu grijs, in twee helften verdeeld, zoals bij vrouwen; grote oren, kloppende aderen op de slapen; een prominente neus, enigszins gebogen en ogenschijnlijk kort, dankzij de afstand die hem scheidt van zijn mond; gespierde hangwangen, ver vooruitstekende kin en jukbeenderen, hoekige kaak, dikke pruillippen.”

(Histoire des artistes vivants français et étrangers, Parijs, 1856, p.3)


Silverstre bedelft Ingres onder de spottende opmerkingen, er komt geen einde aan zijn tirade. Hij hekelt zijn starheid, zijn bekrompenheid en zijn hoogdravendheid en hij gaat stevig in de aanval over de artistieke kwaliteiten van Ingres.

Bij kunstcriticus Charles Blanc (Castres 1813 – Parijs 1882), een groot bewonderaar van Ingres, klinkt het iets milder:


“Klein van postuur, gedrongen, onbehouwen, gespeend van elke distinctie, verenigde Ingres in zijn persoon alles wat in tegenspraak kon zijn met de elegantie van zijn gedachten en de bekoorlijkheid van zijn vrouwen. Zijn hoofd, toegerust met brede kaken en een smalle schedel, piekhaar boven een laag voorhoofd, een korte neus, enorme jukbeenderen, een grote, sensuele en strenge mond op een onmetelijke afstand van zijn neusvleugels; zijn hoofd, zoals ik al zeg, was het tegenovergestelde van mooi, het was wel heel karakteristiek en bezat een verbazende kracht, maar zijn gezicht stond meestal nors, en hoewel zijn zwarte, doordringende en onderzoekende blik wees op een man die verre van alledaags was, vertoonde die toch geen enkele neiging tot vriendelijkheid, maar verried eerder de extreme ontvankelijkheid van een schuwe geest.”

(Ingres, sa vie et ses ouvrages, Parijs, 1870, p.10)


De frappante tegenstrijdigheid tussen uiterlijk en persoonlijkheid én het werk van de meester is vandaag niet meer aan de orde. Ingres behoort intussen tot de uitzonderlijke kunstenaars die door hun geniaal werk het verloop van de kunstgeschiedenis mee hebben bepaald.

Standaard

Een gedachte over “Ingres in beeld & woord

  1. Han Messie zegt:

    Ingres komt alle eer toe, die hierboven over hem is beschreven.
    Dat zelfportret van hem… Wat een scheppingsdrift, wil en levenskracht straalt eruit! En dan te beseffen dat deze kunstenaar bij het schilderen van dit zelfportret al hoogbejaard is.
    Ja, bewust van de korte tijd, die hij nog te gaan had, heeft hij dit schilderij met ongebroken scheppingsdrang en ondernemingszin gemaakt.

    Hartelijke groeten van Han Messie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s