Henri Victor Gabriel Le Fauconnier, Stilleven met buste, KMSKA
Tentoonstellingen

Henri Victor Gabriel Le Fauconnier beïnvloedt de Belgische kunst, via Nederland

In de Koningin Fabiolazaal kan je dit najaar De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Met die expo tonen het KMSKA, De Provincie Antwerpen, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emile Verhaeren hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur uit die periode. Medewerkers van de verschillende instellingen lichten op deze blog geregeld een aspect van de tentoonstelling uit. KMSKA-curator Nanny Schrijver blogt over hoe Belgische kunstenaars in Nederland het kubisme ontdekten.

Bij onze noorderburen was Conrad Kickert een van de belangrijkste pleitbezorgers van de moderne Franse kunstenaars. Hij werd geboren in Den Haag in 1882 maar trok naar Parijs om er op Montparnasse te gaan wonen. Kickert was mecenas, kunstcriticus en kunsttheoreticus. Hij schilderde zelf ook. Op zijn initiatief richtten een aantal kunstenaars in Nederland in 1910 de Moderne Kunstkring op. Een eerste tentoonstelling – in het Stedelijk Museum in Amsterdam – liep van 6 oktober tot 5 november 1911. Er kwamen 6.000 bezoekers, een enorm aantal voor die tijd. 166 werken werden getoond, waaronder 28 van Paul Cézanne, 19 van Auguste Herbin, 7 van Pablo Picasso en 6 van Georges Braque. Ook van Kees van Dongen en Piet Mondriaan waren er schilderijen te zien. Die laatste ging overigens op aandringen van Kickert naar Parijs waar hij het symbolisme/ fauvisme verliet en een kubistische richting insloeg. Kickert zelf verdedigde een meer gematigd – of zoals hij het zelf noemde – latent kubisme

In juni 1914 was Kickert op weg naar Frankrijk, maar de oorlogsdreiging hield hem tegen. Hij stopte in het stadje Veere in Zeeland waar hij een woning van een verlaten scheepswerf huurde. Er was plaats genoeg en dus nodigde hij Henri Le Fauconnier uit om naar hem toe te komen. Die laatste arriveerde in juli en zou gedurende heel de oorlog in Nederland verblijven.

Henri Victor Gabriel Le Fauconnier, Stilleven met buste, KMSKA

Henri Victor Gabriel Le Fauconnier, Stilleven met buste, KMSKA

Le Fauconnier is een mooi voorbeeld van het soort kubisme waar Kickert voor stond: toegankelijk, zonder extremen, zacht, met voldoende aansluiting met de traditie en het metier van het schilderen. In een bespreking van een tentoonstelling in de Rotterdamse kunstkring in 1915 werd hij geprezen:

Een werkelijke schilder… één die de penseelstreek en kleur bemint. Hij herinnert mij aan Cézanne … een overwegende geest die het vlak van zijn doeken indeelt naar de lijnen van zijn overpeinzing… en de ruimten vult met zijn harmonieuze en ingetogen kleuren…Le Fauconnier heeft niet de groots aangelegde geesteskracht van de rauwkleurige en bijna fanatische Picasso. Hij gelijkt ook niet op Kandinsky die in zijn kleur de onmiddellijke bezieling van de verborgen droom uitstort. Hij heeft ook niets van de harde strengheid waarmee Van Gogh in zijn latere werken de worstelingen van zijn gemoed en geest in lijn en kleur bande.”

Invloed op de Belgen

Dat Henri Le Fauconnier veel invloed had op de Belgische kunstenaars Gustave De Smet en Frits Van den Berghe hoeft niet te verwonderen. Deze schilders uit Sint-Martens-Latem waren opgegroeid met het postimpressionisme of, beter gezegd, met de Belgische variant: het luminisme. Maar voor hen was het niet meer genoeg om de werkelijkheid op een neutrale manier te registreren. Deze generatie wou meer inhoud, wou dieper gaan en de werkelijkheid ontleden, desnoods vervormen en vereenvoudigen om iets uit drukken. Ook over zichzelf. Ze gaat echter niet zo ver als sommige kunstenaars die uiteindelijk naar abstractie evolueren. Ze blijft houvast zoeken in de realiteit, net als Le Fauconnier. Ook Nederlanders als Jan Sluijters en Leo Gestel volgden diens gematigd of latent kubisme.

Tijdens de oorlogsjaren was het André de Ridder die de Belgische schilders in Nederland steunde en promootte. De Ridder was een econoom en essayist, aanvankelijk vooral actief in de literaire wereld. In Nederland kwam hij in contact met kunstenaars. Gaandeweg zou hij meer en meer publiceren over eigentijdse kunst.

In 1920 schreef Paul Kenis in Den Gulden Winckel over de Ridder:

Noteren we dat de Ridder altijd veel voor de schilderkunst gevoeld, ze van dichtbij heeft bestudeerd en er veel over heeft geschreven. Hij is één van de warmste verdedigers van de moderne school en zijn studies over zekere kubistische en expressionistische schilders – zijn fransch boekje over Le Fauconnier vooral – één der weinigen die kijk heeft op de moderne kunst en die ook bij machte is het te formuleren. “

De Ridder zou in Amsterdam – waar hij vanuit Antwerpen naartoe gevlucht was – publiceren, fondsen verwerven en tentoonstellingen inrichten. Hij had daarbij de hulp van een oude vriend die in België is gebleven: Paul-Gustave Van Hecke. Na de oorlog zullen ze samen blijven werken met deze kunstenaars. In 1920 stichtten ze Sélection, een tijdschrift en later ook een galerie in Brussel waar ze hun werk bespraken, toonden en verkochten.

Nanny SCHRIJVERS

RONDLEIDING VOOR INDIVIDUELE BEZOEKERS

OP ZONDAG 14 december KAN JE AANSLUITEN BIJ DE INSTAPRONDLEIDING VOOR INDIVIDUELE BEZOEKERS IN DE EXPO KUNST IN DE GROOTE OORLOG. DE RONDLEIDING START OM 14.30 EN DUURT 90 MINUTEN. DE KOSTPRIJS BEDRAAGT €3,50 + TOEGANGSTICKET. ER KUNNEN MAXIMAAL 20 PERSONEN DEELNEMEN. INSCHRIJVEN IS NIET NODIG.

 

Advertenties
Standaard

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s