Postkaart van vader De Ridder aan zijn zoon André in Amsterdam, 06/11/1915 - Privécollectie Francine de Ridder
Tentoonstellingen

“Nu ligt ons dierbaar, ons wonderschoon Antwerpen uitgestorven”

In de Koningin Fabiolazaal kan je dit najaar De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Met die expo tonen het KMSKA, De Provincie Antwerpen, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emile Verhaeren hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur uit die periode. Medewerkers van de verschillende instellingen lichten op deze blog geregeld een aspect van de tentoonstelling uit. Birgit Leenknegt is vrijwilliger in het Letterenhuis. Ze beschrijft hoe kunstcriticus en schrijver André de Ridder WO I beleefde.

 

Foto André de Ridder, Amsterdam (1918) - Collectie Letterenhuis

Foto André de Ridder, Amsterdam (1918) – Collectie Letterenhuis

In het oorlogsjaar 1916 verschenen de in boekvorm uitgegeven oorlogsenquêtes van Henri Habert (letterkundige en Belgisch medewerker van de Telegraaf): En Hollande pendant la guerre. Daarin beschrijft kunstcriticus en schrijver André de Ridder (1888-1961) zijn indrukken over Amsterdam en andere Nederlandse steden. Na de Duitse inname van Antwerpen in oktober 1914 was de Ridder namelijk naar het neutrale Nederland gevlucht. Hij spreekt met lovende woorden over de culturele en literaire ontwikkelingen in de Nederlandse hoofdstad.

Ik houd eraan te zeggen hoe uitstekend het onderwijs hier ingericht is […], hoe levendig de weetgierigheid en de leerplicht in ’t algemeen, de belangstelling van het publiek voor de literatuur, toneel en kunst is, hoe de toneelkunst […] superieur wordt beoefend.

Het groote drama

Toch kan hij zijn geliefde stad Antwerpen niet vergeten. Uit de brieven van zijn vader verneemt André de Ridder meer over de erbarmelijke leefomstandigheden waarin de Antwerpenaren leven.

“Wat droeve dagen, geen mensch was er op straat te zien, ge kunt wel denken dat het in de cafés nog minder was. Enkel de cinemas die slikken al het volk.”

– Brief van Frans de Ridder aan André de Ridder, 6 november 1915.

De vader van André is eigenaar van het ondertussen verdwenen Hôtel du Progrès, op de De Keyserlei 61 in Antwerpen en ondervindt aan den lijve de gevolgen van de oorlog:

“Verder niets nieuws bij ons, dan dat de zaken slechter en slechter worden.”

– Brief van Frans de Ridder aan André de Ridder, 25 oktober 1915.

“[…] de prijzen in alles wat eten en kleersel betreft, André dat is ongeloofelijk, zij zeker dat ik haast beschaamd wordt te zeggen Belg of Antwerpenaar te zijn.”

– Brief van Frans de Ridder aan André de Ridder, 13 december 1917.

Deze droevige berichtgevingen laten de Ridder niet los, en komen herhaaldelijk terug in zijn rubrieken uit De Vlaamsche Stem, een Vlaams dagblad dat in Amsterdam werd uitgegeven tussen februari 1915 en februari 1916. Op 5 februari 1915 staat in die krant een verslag van zijn hand over het toneelstuk De Opgaande Zon door Herman Heijermans.

“Hoe dikwijls is die Opgaande Zon, in Antwerpen ook, gerezen … en al die bekende figuren achter het voetlicht […] de beste elementen van ons Antwerpsch tooneelgezelschap … niet zonder weemoed zag ik ze terug … Hoe ver liggen achter ons de vele genoegelijke avonden in onzen Vlaamschen Schouwburg, op de Gemeenteplaats, gesleten … Nu ligt ons dierbaar, ons wonderschoon Antwerpen uitgestorven … en wie denkt dáár nu aan tooneel?”

– Ridder, A. de. ‘Toneel’. Uit: De Vlaamsche Stem. Vrijdag 5 februari 1915.

Twee weken later verschijnt het artikel De ‘psyche’ van den vluchteling in De Vlaamsche Stem waarin de Ridder de vluchtelingenstroom van in en rond Antwerpen beschrijft. Hij schetst de exodus naar Antwerpen, en na de val van Antwerpen, naar Nederland.

“Ik heb er veel gezien, van die vluchtelingen. Eerst te Antwerpen zelf, waar al de verdrevenen van het onversterkt gedeelte van het land, in groote, zwarte drommen, kwamen schuilen achter de zware wallen van de Scheldestad.”

De Ridder heeft hierbij bijzondere aandacht voor het verdriet en lijden van de vluchtelingen:

“De eindeloze stoeten van armoe en lijden, van nameloos wee, van pijn in versleeten kleederen en gapende schoenen, van ellende onder alle vormen.[…] En dan volgde de val van Antwerpen, de grootste vlucht: de reusachtige bevolking van de Scheldestad zelf en de overgroote massa die er voorheen bescherming had gezocht, die nu tesamen, met honderdduizenden menschen, het pad van de ballingschap op moesten … Dat groote drama, die ontzaggelijke tragedie zal ik nooit vergeten: die uittocht van duizenden en nog eens duizenden krioelende menschen door de velden, over al de banen en wegen en langs de weggetjes van het land en door de bosschen.”

Belgische steuntentoonstelling

Krantenartikel ‘Belgische Steuntentoonstelling’ in De Tijd, vrijdag 5 mei 1916.’

Krantenartikel ‘Belgische Steuntentoonstelling’ in De Tijd, vrijdag 5 mei 1916.’

André de Ridder heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de artistieke ontwikkeling van Belgische gevluchte kunstenaars in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij was gedurende de oorlogsjaren een steunpilaar voor heel wat Vlaamse kunstenaars. Zo introduceerde hij Gustave De Smet en Frits Van den Berghe in het Amsterdamse artistieke milieu, waar de modernistische stromingen als het fauvisme, het futurisme, het kubisme en het expressionisme opgang maakten. Dankzij de inspanningen van de Ridder konden beide kunstenaars in 1916 hun werken tentoonstellen in kunstzaal Heystee in de Herengracht in Amsterdam. De opbrengst van de expositie werd geschonken aan Belgische liefdadigheidsinstellingen zoals het Belgische Rode Kruis, the Commission for relief in Belgium en de Belgische weldadigheidskring van Amsterdam.

In Amsterdam wordt de Ridder geprikkeld door de Europese modernistische stromingen, maar toch kan hij zijn geliefde Scheldestad niet loslaten. Met weemoed kijkt hij terug op de artistieke en literaire bloeiperiode van Vlaanderen, en hoopt deze na de oorlog te kunnen herstellen door inbreng van vernieuwende, buitenlandse kunststromingen.

Birgit LEENKNEGT

Lezing: André De Ridder en de Groote Oorlog

OP ZONDAG 7 december GEEFT Manu van der Aa EEN LEZING over André De ridder IN HET LETTERENHUIS. JE KAN DE LEZINGEN GRATIS BIJWONEN. RESERVEREN IS AANGERADEN EN KAN VIA LETTERENHUIS@STAD.ANTWERPEN.BE OF T 03 222 93 20

Standaard

Een gedachte over ““Nu ligt ons dierbaar, ons wonderschoon Antwerpen uitgestorven”

  1. Pingback: Henri Victor Gabriel Le Fauconnier beïnvloedt de Belgische kunst, via Nederland | kmskablog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s