Tentoonstellingen

Onwaarschijnlijk echte soundtrack 2/3

In de expo Onwaarschijnlijk echt. Magisch realisme en nieuwe zakelijkheid brengt Herwig Todts neorealistische werken uit de collecties van het Gemeentemuseum Den Haag, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet en het KMSKA samen. Hij maakte ook een afspeellijst op Spotify met muziek die je om uiteenlopende redenen aan de tentoonstelling kan linken.

In concert- en populaire muziek van de jaren 20 en 30 kan je heel wat aanknopingspunten vinden met de schilderijen en prenten die je in de tentoonstelling Onwaarschijnlijk echt te zien krijgt. De afspeellijst die ik samenstelde is uiteraard onvolkomen, eenzijdig en getuigt onvermijdelijk van mijn persoonlijke muzieksmaak. Luister, lees de korte toelichtingen die ik bij elkaar heb gesprokkeld en trek vervolgens naar de expo om daar de link met de kunstwerken zelf te ontdekken.

HERWIG TODTS

Eerder gaf Todts al toelichtingen bij andere nummers die aan bod komen in de afspeellijst. 

 

Francis Poulenc – Quatre Chansons pour enfants (FP 75)

Album cover Poulenc

Album cover Poulenc

Francis Poulenc (Parijs 1899 – 1963) studeerde piano. Als componist was hij autodidact. Voor de Eerste Wereldoorlog sloot hij vriendschap met avant-garde dichters als Guillaume Apollinaire. Voor de Ballets Russes van Serge Diaghilev componeerde hij in 1923 Les biches. Poulenc had een grote belangstelling voor muzikale vernieuwingen en werd bewonderd door Igor Stravinsky. Toch bleef hij trouw aan de tonale harmonie. In 1934 componeerde hij de Quatre Chansons pour enfants (FP 75) op teksten van Jean Nohain.

Hanns Eisler – No. 2. Notturno

Hanns Eisler (Leipzig 1898 – 1962) was een van de eerste leerlingen van Arnold Schönberg die gebruik maakte van de atonale twaalftonen-compositietechniek. Eisler vestigde zich in Berlijn. Hij werkte o.a. samen met Bertold Brecht. Zijn belangstelling voor het Marxisme groeide hand in hand met zijn liefde voor populaire muziek en jazz. Eisler schreef het Solidaritätslied e.a. socialistische strijdliederen. Hij verliet nazi-Duitsland in 1933 en vestigde zich in de Verenigde Staten waar hij als “the Karl Marx of Music”, tijdens de Koude Oorlog slachtoffer werd van de Commissie van on-Amerikaanse Activiteiten. Daarop vestigde hij zich in Oost-Duitsland.

Kurt Weill – The Song of Mandalay

Kurt Weill (Dessau 1900 – 1950 New York) was van meet af aan sterk geïnteresseerd in muziektheater en vond in Bertold Brecht en actrice Lotte Lenya de geschikte mensen om meermaals samen te werken. Weill combineerde een laatromantische muzikale opvattingen met een grote liefde voor variétémuziek en jazz. Met Bertold Brecht schreef hij Die Dreigroschenoper (1928), Happy End (1929) Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny ging in 1930 in Leipzig in première. Als auteur van “Entartete” muziek was voor Weill, een jood, geen toekomst in Duitsland. Hij werkte als componist van musicals en filmmuziek in de Verenigde Staten. The Song of Mandalay evoceert een prostitutiebuurt in de Birmese stad Mandalay.

Charles Remue – Ain’t She Sweet

Charles Remue (Brussel 1903 – 1971) bracht met de The New Stompers de eerste jazzplaat uit in België in 1927.Hij was geschoold als klarinettist aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Ain’t she sweet werd in 1927 gecomponeerd door Milton Ager.

Django Reinhardt – Bugle Call Rag

Django Reinhardt  (Jean Baptiste Reinhardt Liberchies 1910 – 1953 Fotainebleau) trok met zijn Sinti – of zigeuner – familie door Frankrijk en leerde gitaar spelen. Django werd aan zijn linkerhand verminkt in een brand wat hem aanzette tot het ontwikkelen van zijn eigen virtuoze gipsy jazz.

Reverend Gary Davis – I Belong to the Band – Hallelujah!

Reverend Gary Davis

Reverend Gary Davis

Reverend Gary Davis ( South Carolina 1896 – 1972) leerde in de loop van zijn kindertijd blues spelen. Blues was destijds hèt eerste muziekgenre bij uitstek van de Afro-Amerikaanse bevolking. De snelle ontwikkeling van deze nieuwe muziek zou het gevolg zijn van de afschaffing van de slavernij door Abraham Lincoln in 1863. Die leidde tot relatieve vrijheid en de ontwikkeling van een eigen ontspanningscultuur voor Afro-Amerikanen. Vanaf 1935 zou Rev. Gary Davis geregeld muziek opnemen voor de American Record Company. In 1937 werd hij dominee in de protestantse kerk van de Baptisten. Davis ontwikkelde een typische manier om op een gitaar te tokkelen die vanaf de jaren 60 zou worden herontdekt door jonge folk- en popmuzikanten.

Meer info: www.reverendgarydavis.com

Wordt vervolgd

Standaard

Een gedachte over “Onwaarschijnlijk echte soundtrack 2/3

  1. Pingback: Onwaarschijnlijk echte soundtrack 3/3 | kmskablog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s