Afscheid van Marc Mendelson

In de Koningin Fabiolazaal kan je de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de werken in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week neemt Siska Beele afscheid van kunstenaar Marc Mendelson die enkele weken geleden het leven liet. 

Marc Mendelson, Ciertos signos lo presagian, (1974-1976), KMSKA, inv. nr. 3152

Marc Mendelson, Ciertos signos lo presagian, (1974-1976), KMSKA, inv. nr. 3152

In december van vorig jaar is Marc Mendelson (Londen 1915 – Ukkel 2013) overleden. Hij was 98 jaar oud. Mendelson wordt gerekend tot een van de meest originele Belgische kunstenaars van zijn generatie. In zijn lange carrière werkte hij in verschillende stijlen, zowel figuratief als abstract. Hij maakte gebruik van verschillende media als olieverf, aquarel, assemblage, fotografie…Na zijn studies in Antwerpen verhuist Mendelson naar Brussel waar hij zich aansluit bij een groep kunstenaars die tussen 1945 en 1948 samen naar buiten treden onder de naam La Jeune Peinture Belge en de naoorlogse schilderkunst een vernieuwende boost gevenMendelson debuteert met een vorm van magisch realisme. Zijn stijl leunt aan bij De Chirico, en ook Picasso inspireert hem enige tijd.  Maar in de jaren vijftig evolueert hij naar de abstracte kunst om nog later te experimenteren met materie. Doeken in een dikke verfpasta vermengd met zand, modder en cement bekrast hij met primaire lijnen en vormen. Omstreeks 1966 keert hij terug naar een nieuwe figuratieve kunst. Met gevoel voor humor en poëzie brengt hij een heel eigen universum in beeld. Uit die tijd dateert Happy Metro to You (1974), de grote wandcollage vol ventjes die zich vrolijk en blij van en naar het werk haasten, in het metrostation Park in Brussel.

Spanje als grootste gemene deler

Ook het KMSKA heeft werk van Marc Mendelson in zijn bezit: drie schilderijen, stuk voor stuk representatief voor een fase in het rijke en diverse oeuvre van de kunstenaar. Hoe sterk verschillend deze schilderijen ook zijn, alle drie hebben ze één iets gemeen en dat is Spanje. In 1953 reist Mendelson voor de eerste keer naar Spanje. Een nieuwe wereld gaat open. In Midzomer (1954) beeldt hij de Middellandse Zee af zonder haar na te bootsen, in heftige kleuren en strakke vormen. Ook het monochrome materieschilderij Een bladzijde op wit geschreven (1964) doet denken aan strand, water en lucht. De krassen en inscripties lijken op tekeningen in het zand. De fascinatie voor de materie deelt Mendelson met de Catalaanse kunstenaar Antoni Tàpies. In het laatste schilderij van Mendelson uit de verzameling van het KMSKA - Ciertos signos lo presagian (1974-1976) – is Spanje nadrukkelijk aanwezig. De titel is Spaans en de speelse stijl is schatplichtig aan Joan MiróCiertos signos lo presagian is nu te zien op de tentoonstelling Duo’s naast Meisje met bloemenkrans van Jan Cox, Mendelsons kunstvriend van het eerste uur. Een verrassend duo en meteen een uitzonderlijk mooi eerbetoon aan Marc Mendelson.

De ogen van Moeti. Pieter Rottie en mevrouw Craeybeckx

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de werken in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week kijkt Siska Beele naar het portret dat Pieter Rottie van Mevrouw Craeybeckx maakte en dat in het gezelschap van de kleindochter van de geportretteerde. 

Pieter Rottie, Mevrouw Craeybeckx, Inv.nr. 2353 © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto d/arch

Pieter Rottie, Mevrouw Craeybeckx, Inv.nr. 2353 © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto d/arch

Tijdens de voorbereiding van de tentoonstelling Duo’s stuitte ik in het museumdepot op een bijna vergeten schilderij van Pieter Rottie (Antwerpen 1895 – Antwerpen 1946). Nu maakt het deel uit van een van de aangrijpendste duo’s. Mevrouw Craeybeckx uit het KMSKA kreeg als passend pendant Lucienne, het blozende boerenmeisje, uit de kunstverzameling van de Provincie. Beide portretten trekken onmiddellijk de aandacht: zo dichtbij en zo aanwezig zijn de zitters, zo gretig bekeken en vastgelegd. Niemand kan zijn ogen ervan afhouden.

Mevrouw Craeybeckx en haar kleindochter in de tentoonstelling Duo's.

Mevrouw Craeybeckx en haar kleindochter in de tentoonstelling Duo’s.

Ook Veronica niet,  de kleindochter van mevrouw Craeybeckx – meisjesnaam Irma Lauwers. Ik bezocht samen met haar de tentoonstelling. Even in de ogen kijken van ‘Moeti’ ontroert haar zichtbaar. Wat haar zo aangrijpt, vertelt ze, is dat Pieter Rottie de veelzijdigheid van haar grootmoeders persoonlijkheid laat zien. Iedereen kende haar als een zachtmoedige vrouw, maar Rottie toont op dit portret ook de zeer vastberaden en niet altijd even vrolijke vrouw. De blosjes op haar wangen zijn heel natuurgetrouw. Veronica heeft ze ook. Haar band met Moeti was heel intens. Haar grootvader, de advocaat en politicus Lode Craeybeckx, burgemeester van Antwerpen van 1947 tot 1976, en haar moeder Hilda Craeybeckx, kabinetschef van de burgemeester, waren heel vaak samen aan het werk, terwijl Moeti voor de kleinkinderen zorgde. Aan de lange, zonnige vakanties in het buitenverblijf op de Kalmthoutse heide bewaart Veronica de beste herinneringen. In Kalmthout leerden haar grootouders de kunstenaar Pieter Rottie en zijn vrouw Maria kennen. Ze werden boezemvrienden.

Minimum aan middelen, maximum aan expressie

Rottie was geen beeldenstormer. De radicale experimenten en luidruchtige strijdkreten van het modernisme zegden hem niet veel. Met eerbied voor de traditie maakte hij sterke, heel eigen beelden van de eenvoudigste dingen, van de eenvoudigste mensen. Hij leefde een stil en ingetogen leven, geheel gewijd aan de schoonheid en de kunst.

Mevrouw Craeybeckx poseert een paar keer voor hem. Rottie benadert zijn model met respect en schroom, observeert het grondig en bouwt het sober en strak na in verf. Met een minimum aan middelen slaagt hij erin een maximum aan expressie te bereiken. In 1937 koopt het museum een portret van mevrouw Craeybeckx bij de kunstenaar. Twee jaar later schildert hij haar opnieuw. Dit werk hangt bij oom Herman in de slaapkamer. Er is ook nog een mooie potloodtekening waar Moeti’s zachte trekken meer tot uiting komen. Maar het portret van Moeti in het museum blijft Veronica’s absolute favoriet.

E.L.T. Mesens: prins van de collage

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de werken in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week bekijkt Siska Beele een reeks van 4 bijzondere collages die een blik gunnen in de leefwereld van E.L.T. Mesens. 

In 1968 verwierf het museum vier collages van E.L.T. Mesens (Brussel 1903 – Brussel 1971). Eerder dat jaar waren ze te zien op de grote overzichtstentoonstelling 40 jaar levende kunst. Hulde aan Robert Giron in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Hoofdconservator van het KMSKA Walther Vanbeselaere was meteen enthousiast en zette de koop in gang.

“Ze zouden immers een wezenlijke verrijking van de verzamelingen van het Museum betekenen, te meer daar het Museum tot op heden geen enkel werk bezit van deze poëtisch gestemde surrealist, thans 65 jaar, en die op onze tentoonstelling “Kontrasten” met een hulde-zaal werd bedacht.” - (brief van Vanbeselaere aan de minister van Cultuur, 26 juli 1968, archief KMSKA)

Ook de kunstenaar was opgetogen met de aankoop.

“Ik ben zéér gelukkig dat deze vier werken  – die eigenlijk een werk uitmaken – aangekocht zijn door het eedele Antwerps Museum, zodat ik zeker mag zijn dat deze vier sombere en droevige bladzijden uit mijn gevoelsleven zullen tezamen blijven. Dat was de rede waarvoor ik deze werken weigerde te verkoopen aan de eene of de andere kunsthandel” -(brief van Mesens aan Vanbeselaere, 19 mei 1968, archief KMSKA)

Goodbye my beautiful darling

Maar wat maakt nu deze suite van vier collages zo bijzonder? In zijn plastisch werk portretteert E.L.T. Mesens zijn eigen leefwereld met een knipoog, nu eens subtiel en poëtisch, dan weer subversief en ironisch. Eind 1965, wanneer bij zijn knappe en geliefde vrouw Sybil Fenton leukemie wordt vastgesteld, wordt de toon echter zwaarmoedig. Mesens maakt een reeks sobere en sombere collages: Slecht voortekenMijn arme lieveling en Het geschenk van Stefan en Franceska Thamerson. De werken verbeelden de angst voor de ziekte, het diepe verdriet en de troost die hij bij vrienden vindt. Sybil Fenton sterft op 7 januari 1966. Dat jaar maakt de getalenteerde collagekunstenaar slechts één collage met de expliciete titel: Goodbye my beautiful darling.

Edmond Van Dooren en Fritz Lang

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de duo’s in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week plaatst Siska Beele Machinezang van Edmond Van Dooren naast Metropolis van Fritz Lang. 

Edmond Van Dooren, Machinezang, 1929 (verdwenen)

Edmond Van Dooren, Machinezang, 1929 (verdwenen)

In 1929 maakt Edmond Van Dooren een hoogst origineel kunstwerk: een schilderij van een gigantische fabriekshal met in het midden een monumentale machine in volle gang. Machinezang noemde hij het. Het is een en al beweging en kracht, een loflied op het menselijk vernuft. Schrijver en kunsthistoricus Ary J.J. Delen beschouwde deze composities van Van Dooren als producten van zijn buitengewoon ontwikkelde fantasie, die zich uitdrukt in visies van gedroomde steden, in een soort “Metropolis”-wereld, in al haar utopische vreemdheid van grillige vormen, Babelse opstapelingen van architecturen, blokken, torens en koepels en in haar schrille, wat spookachtige verlichting (A.J.J. Delen in De groep kunstenaars van “Moderne Kunst”, Antwerpen, 1935, p. 25).

Metropolis

Het is niet toevallig dat Delen verwijst naar Metropolis, de Duitse stille film van Fritz Lang uit 1927. Metropolis vertelt het dubbelverhaal van de klassenstrijd in een futuristische onder- en bovenstad en de liefde tussen een jongen uit de elite en een meisje dat haar lot verbonden heeft aan het welzijn van de arbeiders. Toch is het niet de inhoud die Metropolis tot een van de grootste films aller tijden heeft gemaakt, maar de vorm. Wolkenkrabbers en hoge viaducten typeren de ultramoderne grootstad en de massascènes in de fabriek verbeelden de onderdrukking van de mens door de technologie. Expressionistische vervormingen en licht- donkercontrasten dragen sterk bij tot de vertolking van Fritz Langs inktzwarte visie op wereld van de toekomst. Zonder twijfel maakte deze film een enorme indruk op Edmond Van Dooren. In enkele van zijn doeken herneemt hij zelfs de titel Metropolis. Maar, in tegenstelling tot Lang, vervult de mechanisering van de maatschappij Van Dooren niet met weerzin. De kunstenaar blijkt zelfs te houden van machines, hoogbouw en machinaal geweld.

Edmond Van Dooren, Machinezang II, (1940-1949), KMSKA, inv. nr. IB12.014

Edmond Van Dooren, Machinezang II, (1940-1949), KMSKA, inv. nr. IB12.014

De originele Machinezang kunnen we enkel nog op foto bewonderen. Niemand weet wat met het schilderij is gebeurd. In de jaren veertig van vorige eeuw realiseert Edmond Van Dooren wél een licht gewijzigde versie van zijn meesterwerk uit 1929: Machinezang II, sinds 2012 in langdurig bruikleen aan het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen.

René Guiette en Le Corbusier

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de duo’s in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week onderzoekt Siska Beele de relatie tussen het werk van René Guiette en dat van Le Corbusier. 

In de jaren twintig raakt René Guiette (Antwerpen 1893 – Antwerpen 1976) in de ban van de artistieke vernieuwingen in Parijs. Als aanhanger van de rigoureuze idealen van het kunsttijdschrift L’Esprit Nouveau neemt hij een voor die tijd revolutionair initiatief: voor de bouw van een atelierwoning in Wilrijk doet hij een beroep op de modernistische architect Le Corbusier (La Chaux-de-Fonds 1883 – Roquebrune-Cap-Martin 1965). In november 1925 schrijft hij zijn eerste brief aan Le Corbusier en in maart 1926 geeft Le Corbusier zijn visie op het Maison Guiette. De plannen arriveren vier maanden later en in 1926/1927 verrijst de woning op in de Populierenlaan – in al zijn strenge soberheid, als de bovenbouw van een schip. Het huis is eenvoudig en zuiver van ontwerp, vrij van decoratie en sentiment, en juist daarom is het zo fris, helder en licht. Het beantwoordt aan alle praktische noden, maar is tevens een plek voor meditatie en een plaats waar schoonheid heerst. Guiette noemt het huis graag Les Peupliers. In de tuin laat hij twee populieren planten want, vreemd genoeg, in de Populierenlaan staan er geen. In 2008 maakte fotografe Kristien Daem een indrukwekkende foto van het huis.

'Maison Guiette' Kristien Daem ©2008

‘Maison Guiette’, Kristien Daem, ©2008

De nieuwe woning van Guiette inspireert weldra ook enkele van zijn composities. In De voorstad uit 1930 bijvoorbeeld worden de meest typische uiterlijke kenmerken van het huis plastisch vertaald: de strakke gevel, het plat dak, de kubische vorm in versneld perspectief en een soort patrijspoort die door haar ronde vorm de ordening van de hoekige vlakken benadrukt. En in de tuin verschijnt het rijzig silhouet van een populier.

René Guiette, De voorstad, 1930, Collectie Provincie Antwerpen, foto: Jacques Sonck

René Guiette, De voorstad, 1930, Collectie Provincie Antwerpen, foto: Jacques Sonck

Michel Seuphor, beeldend kunstenaar en dichter

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de duo’s in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week belicht Siska Beele het poëtisch en het plastich werk van Michel Seuphor.

Michel Seuphor, Pour Subirachs, KMSKA inv. nr. 3193, © Lukas - Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens.

Michel Seuphor, Pour Subirachs, KMSKA inv. nr. 3193, © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto d/arch.

In 1925 verhuist Michel Seuphor, gelokt door de roep van de internationale avant-garde, van Antwerpen naar Parijs waar hij naam maakt als kunsttheoreticus, beeldend kunstenaar en schrijver. Op de tentoonstelling zijn twee van zijn lacunetekeningen te zien én een gedicht uit 1962 opgedragen aan de Catalaanse beeldhouwer Josep Maria Subirachs van wie op zijn beurt een sculptuur wordt getoond.

Voor Subirachs

ik ben de arme
die u adel brengt
ik ben de eenvoudige
die volheid geeft
ik ben de grote rust
die je bij bronnen vindt
ik ben de simpele
die kennis doorgeeft

Seuphor

Parijs, 3 november 1962

(Vertaling: Hilde Pauwels)

Spel en ritme zijn twee sleutelbegrippen bij Seuphor, zowel in zijn poëzie als in zijn plastisch werk. Pour Subirachs somt op een sterk ritmische toon vier tegenstellingen op, die bij nader inzien niet zo helemaal tegengesteld hoeven te zijn. Het gedicht bezingt het leidmotief in het oeuvre van Subirachs, namelijk de hegeliaanse synthese van tegenstellingen die terzelfder tijd tegenover elkaar staan en elkaar aanvullen en opheffen: man-vrouw, dood-leven, ruimte-tijd, rust-beweging … Pour Subirachs van Seuphor doet me een beetje denken aan De ballade van de tegenstellingen van François Villon, maar dat is weer een ander duo …

Josep Maria Subirachs, Frontal,  KMSKA inv. nr. 3194, © Lukas - Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens.

Josep Maria Subirachs, Frontal, KMSKA inv. nr. 3194, © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens.

De Handschoenmarkt door de ogen van Henri Leys

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de duo’s in de tentoonstelling of  zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plaatse kan zien. Siska Beele bijt de spits af en plaatst de studie Huizen op de Handschoenmarkt van Henri Leys uit 1866 naast een foto van de Handschoenmarkt zoals we ze vandaag kennen.  

Henri Leys, Huizen op de Handschoenmarkt (studie), (1866), KMSKA inv. nr. 1235, © Lukas - Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens.

Henri Leys, Huizen op de Handschoenmarkt (studie), (1866), KMSKA inv. nr. 1235, © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens.

In de negentiende eeuw is Henri Leys een van de meest invloedrijke schilders van het historisch genretafereel. Aanvankelijk maakte hij pastiches van zeventiende-eeuwse schilderijen. Later verkoos hij taferelen uit de zestiende eeuw, de gouden eeuw van Antwerpen en zijn favoriete tijdperk. Met heel veel zorg probeert hij een nauwkeurig beeld van het oude Antwerpen weer te geven.

De Handschoenmarkt vandaag

De Handschoenmarkt vandaag

Voor de achtergrond van een van zijn populairste schilderijen vond hij inspiratie op de Handschoenmarkt, het plein voor de kathedraal van Antwerpen. Als je er opkijkt in de richting van de souvenirwinkeltjes en eethuisjes zie je bijna hetzelfde als Leys in 1866: de gevels van de Handschoenmarkt aan de zuidkant, in feite de achtergevels van de Oude Koornmarkt. De oude huisjes schilderde hij heel precies na. Rechte, smalle structuren, die elkaar ritmisch afwisselen, hier en daar een trapgevel, alles in bruine en grijze tonen en enkele blauwe en rode accenten.

Henri Leys, De mis is uit, 1866, KMSKA inv. nr. 1370, © Lukas - Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens.

Henri Leys, De mis is uit, 1866, KMSKA inv. nr. 1370, © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens.

Op het definitieve schilderij De mis is uit vormen de middelste geveltjes van de studie samen met een kerk, geïnspireerd op de Gratiekapel, het decor voor een stoet van rijke burgers die de kerk verlaten. Het schooiertje dat vogeltjes te koop aanbiedt gunnen ze geen blik. In tegenstelling tot de oude huizen van de Handschoenmarkt en Oude Koornmarkt is de Gratiekapel uit het Antwerpse straatbeeld verdwenen. Ze bevond zich op de hoek van de Gratiekapel- en de Prinsstraat en werd in 1882 gesloopt.

Kijken en verder kijken

Vanaf morgen (21/9) kan je in de Koningin Fabiolazaal terecht voor de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen.

20130920-131234.jpg

Bob Daems en Siska Beele, de curatoren van de expo, plaatsen kunstwerken uit de rijke – maar zelden getoonde – collectie van de provincie Antwerpen naast werk uit de moderne kunstcollectie van het KMSKA. Ze selecteerden 65 werken van 50 kunstenaars. De keuzes die ze maakten zijn erg visueel: kijken en vergelijken staan voorop, chronologie en stijlstromingen zijn niet aan de orde.

Op de museumblog zullen ze wekelijks ‘verder’ kijken. Door boeiende verhalen bij de kunstwerken te delen en, waar dat kan, nieuwe visuele verbanden te leggen. Ook met zaken die op het eerste gezicht niet meteen iets met de tentoonstelling te maken hebben.

Ook Jongbloed!, de jongerencrew van het museum, zal de komende maanden bloggen over de tentoonstelling . De jongeren gaan immers actief aan de slag met de getoonde kunstwerken om er vanaf 1 februari 2014 hun eigen verhaal mee te vertellen. Hoe ze daarbij te werk gaan? Volg het op deze blog.

Moeten er nog maskers zijn?

Campagnebeeld Ensor in context

Campagnebeeld Ensor in context

Het voorbije jaar reisden 73 schilderijen en 59 tekeningen en prenten uit de Ensorcollectie van het KMSKA rond in Japan. Vorige week bereikten ze de eindbestemming van hun Japanse tournee: het Okayama Prefectural Museum of Art. Daar zal de expo Ensor in context  nog tot 17 maart de geschiedenis van de West-Europese kunst vertellen aan de hand van het werk van James Ensor en zijn tijdgenoten. Collectieonderzoeker Siska Beele reisde als koerier van het KMSKA naar Japan en begeleidde de opbouw van de tentoonstelling.

Maskers in de inkomhal van het museum

Maskers in de inkomhal van het museum

Ze zag er ook hoe maar liefst 1027 door Ensor geïnspireerde maskers –  gemaakt door even veel schoolkinderen uit Okayama – een plekje kregen in de inkomhal van het museum.

Als de tentoonstelling op 17 maart de deuren sluit, keren de werken van Ensor terug naar ons land om in de zomer opnieuw op rondreis te trekken.

Meet The Mako’s

Vorige week blogde Siska Beele over de resultaten van haar onderzoek naar het schilderij Foorkraam van Jan van Gent van George Morren. Ze had het daarbij onder andere over de personages op het schilderij. Max Rosseau en Stella Lusie waren een kleurrijk koppel, jarenlang actief als het muzikale duo “The Mako’s”. Enkele dagen na de publicatie van de onderzoeksresultaten stuurden de mensen van Het Huis van Alijn in Gent ons onderstaande  affiche op uit hun uitgebreide circuscollectie. Of hoe collecties elkaar soms perfect kunnen aanvullen.

Affiche The Mako's uit de collectie van het Huis van Alijn

Affiche The Mako’s uit de collectie van het Huis van Alijn