De tragische dood van Emile Verhaeren

In de Koningin Fabiolazaal kan je dit najaar De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Met die expo tonen het KMSKA, De Provincie Antwerpen, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emile Verhaeren hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur uit die periode. Medewerkers van de verschillende instellingen lichten op deze blog geregeld een aspect van de tentoonstelling uit. Rik Hemmerijckx is conservator van het Provinciaal Museum Emile Verhaeren. Hij blogt over de wel erg tragische dood van dichter Emile Verhaeren op 27 november 1916. 

Portret Emile Verhaeren

Als dichter des vaderlands heeft Emile Verhaeren een niet aflatende activiteit ontplooid om het oorlogvoerende België te steunen. In zijn oorlogspoëzie gaat hij heftig te keer tegen de brutale Duitse bezetter. Geen inspanning is hem te veel om allerhande solidariteitsacties te ondersteunen. Zo begeeft hij zich op 25 november 1916 naar de Normandische stad Rouen om er een Frans-Belgische kunstexpositie ten voordele van de oorlogsslachtoffers in te leiden. Het is de bedoeling dat hij enkele dagen later terugkeert naar Saint-Cloud, nabij Parijs. In de ochtend van 27 november trekt Verhaeren samen met de Franse schrijver René Fauchois naar het station van Rouen om er een telegram te verzenden aan zijn vrouw:

“Arriverai ce soir vers 11 heures / si retard de train resterai loger Paris. Verhaeren.”

Na het middagmaal slentert hij samen met zijn vrienden-kunstenaars Maximilien Luce en Charles Angrand nog wat langs de oevers van de Seine. De kunstschilder Victor Gilsoul voegt zich eveneens bij het gezelschap. Pas tegen de late namiddag wordt er afscheid genomen. In het station van Rouen is het een drukte van jewelste: door de oorlogsomstandigheden gaan er per dag slechts twee rechtstreekse treinen richting Parijs. De perrons staan afgeladen vol. Verhaeren is blijkbaar ongeduldig en nog voor de trein vanuit Parijs stilhoudt, springt hij op de trede van een wagon. Tevergeefs probeert hij een deur open te krijgen, verliest zijn greep, valt en komt onherroepelijk onder de wielen terecht.

“Ma femme, ma patrie”

De dichter, die in zijn poëzie meermaals locomotieven geëvoceerd had, komt op deze tragische manier aan zijn einde. Het nieuws van de dood van Verhaeren verspreidt zich als een lopend vuurtje. In de geëxalteerde, patriottische sfeer van het moment worden de feiten in de media onmiddellijk aangedikt: de kranten weten te melden dat Verhaeren met zijn laatste adem “Ma femme! Ma patrie!” zou uitgeroepen hebben.

Verhaeren is een symbool voor het strijdende België en de autoriteiten houden er aan om het stoffelijk overschot van de dichter over te brengen naar het laatste stukje vaderland dat moedig standhoudt tegen de Duitse troepen. Zo wordt Verhaeren op 2 december begraven op het kerkhof van Adinkerke in de Westhoek. Zijn graf wordt enkele maanden later verplaatst worden naar Wulveringem bij Veurne. Pas in 1927 krijgt het zijn definitieve locatie toegewezen met de bouw van het grafmonument van Verhaeren aan de oevers van de Schelde in Sint-Amands.

De Groote Oorlog van de broers Karel van de Woestijne (de dichter) en Gustave Van de Woestyne (de schilder)

In de Koningin Fabiolazaal kan je dit najaar De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Met die expo tonen het KMSKA, De Provincie Antwerpen, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emile Verhaeren hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur uit die periode. Medewerkers van de verschillende instellingen lichten op deze blog geregeld een aspect van de tentoonstelling uit. Deze week bekijkt KMSKA-curator Nanny Schrijvers hoe Karel van de Woestijne en zijn broer Gustave de oorlog, elk op geheel eigen wijze, beleefden.

Gustave Van de Woestyne, De slapers, KMSKA

Het echtpaar De Graaff-Bachiene koopt ‘De slapers’ van Gustave Van de Woestyne in Londen. In 1949 schenkt Louise De Graaff-Bachiene het werk aan het KMSKA.

Hoe komen kunstenaars de oorlog door? En wat betekent dit voor hun werk? Blijven ze of gaan ze op de vlucht? In de verschillende verhalen die in De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog getoond worden, valt op dat kunstenaars zich inspannen om vooroorlogse banden te onderhouden – ook internationaal en over het front heen. Bovendien ontstaan er ook nieuwe contacten en mogelijkheden. Wellicht soms uit noodzaak maar niettemin vruchtbaar en vaak verrassend.

“… In den vreemden winter van dit wondere jaar, dat één der schoonste zomers als het ware stuk zag schieten…”

Zo begint Karel van de Woestijne, de dichter, 36 jaar, op 17 november 1914 zijn Dagboek van den oorlog dat hij voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant schreef. Hij heeft het verder over de sneeuw, helder weer en de Brusselse haven die hem doet denken aan een landschap van Patinir. Maar wat hem bijzonder blij maakt is dat er zoveel boten liggen. Allemaal met een Hollandse vlag, die “flapperend-wapperend” danst onder de hoede van de Amerikaanse Commission for Relief in Belgium. Die bezorgt graan en proviand aan de hongerige Brusselse bevolking. Zijn jongere broer Gustave Van de Woestyne, de schilder, 33 jaar, vertrekt naar Groot-Brittannië. Karel blijft tijdens de oorlog in Brussel. Maar zijn werk wordt eveneens in Engeland gelezen. Op 17 juni 1917 staat er in de Nederlandse krant De Tijd:

“Eigenaardig is hierbij om op te merken, dat ons uit Engeland wordt toegezonden een keurboekje Vlaamsche poezie in ’t Engelsch vertaald. In de inleiding wordt gulweg erkend, dat men van de Vlaamsche kunst dezer dagen nog minder afwist dan van de Chineesche literatuur, ofschoon zo vlakbij zulke heerlijke taalkunst bloeide…”

Jozef Cantré, De dichter Karel van de Woestyne, KMSKA

Jozef Cantré, De dichter Karel van de Woestyne, KMSKA

Met dank aan de familie Davies

Meer dan honderdduizend vluchtelingen komen in Groot-Brittannië terecht. In september 1914 wordt een Committee for the Relief of Belgian Refugees opgericht om de hulp centraal te organiseren. In steden en regio’s regelen subcomités de verdere opvang of steun. In Wales is er bijvoorbeeld een dorp dat gratis kruidenierswaren verstrekt, kranten die een column in het Nederlands publiceren over de toestand in België en een welgestelde familie die zelf het initiatief neemt om België bij te staan. De familie Davies stuurt onder andere een delegatie naar ons land om mensen uit te nodigen naar Wales te komen. Onder hen ook een aantal kunstenaars. De dochter van de beeldhouwer George Minne zegt hierover:

“Op een namiddag spraken mijn vader, Valerius De Saedeleer en Gustave Van de Woestyne met de heer en mevrouw Petrucci uit Brussel. Die vertelden dat Dr. Polderman, een professor uit Cardiff, fantastisch nieuws had:  mevrouw Davies en haar dochters, Gwen en Daisy (Margaret), wilden kunstenaars en hun familie uitnodigen naar Wales, waar ze niet alleen konden verder schilderen maar ook hun specifiek talent zouden kunnen overbrengen op de kunstenaars aldaar.”

In de The Welsh Outlook van november 1914 staat dat nergens in het Verenigd Koninkrijk, Londen uitgezonderd, zoveel belangrijke Belgen wonen: Emile Verhaeren in Llwynarthan, Emile Claus in Barry, Valerius De Saedeleer en Gustave Van de Woestyne in Aberystwyth,… Vervolgens beschrijft het artikel in kwestie de ‘betreurenswaardige achterstand van de beeldende kunsten in Wales’ en uit het de hoop dat de komst van zoveel talent een impuls kan geven aan de academies en hun studenten.

Voor Gustave Van de Woestyne en de andere kunstenaars is hun verblijf in Wales ook een unieke kans om de indrukwekkende collectie van de zusters Davies te leren kennen. Zij verzamelen vanaf het begin van de 20ste eeuw negentiende-eeuwse kunst en sinds 1912 speciaal het Franse impressionisme en postimpressionisme. Zelfs tijdens de oorlog gaan ze, actief betrokken bij missies van het Rode Kruis, geregeld naar Frankrijk en kopen ze tussendoor werk van Daumier, Renoir, Monet, Cézanne en Pissarro. Hun collectie –  ruim 260 stuks – wordt bewaard in The National Museum of Wales in Cardiff.

Hippolyte Daeye, Sereniteit, KMSKA

Hippolyte Daeye maakte dit schilderij nadat hij in Londen het werk van Amedeo Modigliani zag.

Het zijn niet alleen de gezusters Davies die Gustave Van de Woestyne bijstaan. In Londen komt hij in contact met de Nederlandse verzamelaars Jacob de Graaff en zijn vrouw Louise Bachiene. Hun eerste ontmoeting is puur toeval. Jacob de Graaff vertelt:

“Op een dag in 1915 toen ik de National Gallery bezocht, ontmoette ik mijn eerste Belgische kunstenaars. Zij waren gedrieën: Hippolyte Daeye, Leon De Smet en Gustave Van de Woestyne, die scherp over een schilderij van Alfred Stevens discussieerden. Daar zij het in het geheel niet waardeerden en ik het erg goed vond, kwam ik naderbij en informeerde beleefd naar hun redenen. ‘Het is oude schilderkunst, tegenwoordig moet men modern zijn’, zeiden zij in hoofdzaak, ‘wij spreken met U af dat U naar onze expositie komt kijken.’ Enige dagen daarna exposeerden zij in een Londense galerie. Daar kocht ik mijn eerste Belgische schilderijen. Sedertdien ben ik verder gegaan.”

Het echtpaar koopt inderdaad geregeld werk van Van de Woestyne. Zo ook De slapers, een schilderij dat mevrouw Louise De Graaff-Bachiene in 1949 aan het KMSKA schenkt.

Nanny Schrijvers

Meer weten:

  • The Davies Sisters collection
  • Tentoonstellingscatalogus, De collectie De Graaff-Bachiene, Hannema-de Stuers Fundatie, Heino/ Wijhe, Museum voor Schone Kunsten, Gent,  cat.1992

Lezing: Beeldende kunst, avant-garde en exil

Op zondag 12 oktober geeft Nanny Schrijvers een lezing in het Letterenhuis. Ze gaat daarbij dieper in op kunstenaars die in oorlogstijd het land verlieten. Je kan de lezingen gratis bijwonen. Reserveren is aangeraden en kan via letterenhuis@stad.antwerpen.be of T 03 222 93 20

 

Bezoek de expo dit weekend gratis met een ticket voor de Pontonbrug

Van 3 tot 5 oktober kan je in Antwerpen de oversteek van rechter- naar linkeroever maken op de pontonbrug die dat weekend op de Schelde ligt. De pontonbrug is hét hoogtepunt van de herdenkingsactiviteiten voor WOI. Met een ticket voor de pontonbrug kan je gedurende het pontonweekend gratis een bezoek brengen aan de expo.

Kunst in de Groote Oorlog

Vanaf morgen (20/9) kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Die toont hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur rond 1914-1918.

De verhalen van zes centrale figuren – Cyriel BuysseAndré De RidderJules SchmalzigaugEmile Verhaeren, Rik Wouters en Paul van Ostaijen – zijn op hun beurt het vertrekpunt voor de verhalen van hun vrienden. Schilderijen, brieven, foto’s, tekeningen, sculpturen en publicaties laten zien hoe zij de oorlog beleefden.

Paul van Ostaijen, Floris Jespers en Oscar Jespers in het atelier van Floris Jespers in Oude God Mortsel tijdens de Eerste Wereldoorlog, augustus 1918. Collectie Letterenhuis, Antwerpen

Paul van Ostaijen, Floris Jespers en Oscar Jespers in het atelier van Floris Jespers in Oude God Mortsel tijdens de Eerste Wereldoorlog, augustus 1918. Collectie Letterenhuis, Antwerpen

Paul van Ostaijen verwerkte zijn trauma’s in de experimentele bundels Bezette Stad en De Feesten van Angst en Pijn. Het onderstaande filmpje gaat dieper in op zijn persoon en zijn vriendschap met de kunstenaarsbroers Floris en Oscar Jespers.

Het KMSKA en de Provincie Antwerpen organiseren deze tentoonstelling in samenwerking met het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emilie Verhaeren. Op de museumblog zullen medewerkers van deze verschillende instellingen geregeld dieper ingaan op een verhaal uit de tentoonstelling.

Beperkte oplage

Vanaf volgende week (20/9) kan je in de Koningin Fabiolazaal de expo De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Die toont hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur rond 1914-1918. Als basis voor het campagnebeeld bij deze tentoonstelling – die zowel op beeldende kunst als letteren focust – maakten huisvormgevers Tom Hautekiet en Herman Houbrechts een typografisch beeld dat o.a. refereert naar de letterexperimenten van Paul Van Ostaijen. Die laatste is één van de zes centrale figuren waarrond de curatoren van het KMSKA, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emilie Verhaeren de expo Kunst in de Groote Oorlog hebben opgebouwd.

Campagnebeeld Kunst in de Groote OorlogAfgelopen zomer trokken Tom, Herman en Bob Daems (adviseur Beeldende Kunst van de Provincie Antwerpen) naar het Frans Masereelcentrum in Kasterlee om daar het campagnebeeld eigenhandig te drukken op authentieke wijze. Herman legde alle stappen die daarbij aan te pas kwamen nauwgezet vast.

Stap 1: Lettercompositie maken

Tom en ik zetten de lettercompositie (die we straks zullen drukken) op een tafel uit.
We proberen allerhande composities, verschillende lettertypes/families en onderlinge combinaties uit tot we de goede gevonden hebben.

Stap 2: Lettercompositie klaarmaken voor druk (drukwerk voorbereiden)

De lettercompositie wordt nu op de drukwerktafel minutieus klaargelegd.

De lettercompositie wordt nu op de drukwerktafel minutieus klaargelegd.

Stap 3: Beïnkten van de letters

Ivan van het Masereelcentrum maakt de inkt aan. Vervolgens worden de letters met een rolletje één voor één beïnkt. Dit moet voor elke unieke drukgang gebeuren, een  arbeidsintensief karwei. De letters liggen in spiegelbeeld want ze zullen straks hun beïnkte “spiegelbeeld” afgeven.

Stap 4: Drukken/Corrigeren

Bob drukt. Een zware cilinder trekt het papier met kracht over de houten letters.
Zo ontstaat de afdruk. De beïnkte letters geven hun spiegelbeeld af. Sommige letters ontbreken. Soms worden ze te licht of net te vet afgedrukt. Dit verhelpen we door meer inkt te gebruiken of de hoogte van de letters ten opzichte van het papier te verstellen. Het is een erg ambachtelijk proces. Niet makkelijk, maar wel plezierig.

Stap 5: Eindresultaat

Een goed resultaat is afhankelijk van veel factoren en uiteindelijk een perfect samenspel tussen papier, inkt en drukker. We blijven proberen en door enige ervaring hebben we na een poosje een eerste (voor ons gevoel althans) “goede” druk te pakken.

Eindresultaat

Eindresultaat

Verschillende drukgangen

Verschillende drukgangen

Uiteindelijk leverde dit drukexperiment een affiche in typodruk op. Die werd vervolgens ingescand zodat ze in offset vermenigvuldigd kon worden op A2-formaat. Het A0-formaat heeft Bob Daems eigenhandig gezeefdrukt in het Masereelcentrum. Dat leverde 150 unieke exemplaren op die vanaf 22 september in het Antwerpse straatbeeld te zien zullen zijn.

Jongbloed!’s laatste wensen (bij Duo’s 2)

Op zaterdag 19 april neemt Jongbloed!, de jongerencrew van het KMSKA, afscheid van Duo’s 2 en dat – zoals dat hoort – in stijl. Jongbloed!-er Aude nodigt je persoonlijk uit voor het slotfeest.

Liefste bezoekers,

Jongbloed!-er AudeAan alle mooie verhalen komt een einde, zo ook aan onze dierbare tentoonstelling. Maar voor we ons verhaal besluiten met de woorden ‘eind goed al goed’, willen we samen met jullie de tentoonstelling uitwuiven in stijl. We starten ons slotfeest met een gesprek tussen kunsthistoricus Johan Pas en mediatheoreticus Arjen Mulder. We denken samen met hen nog een laatste keer na over thema’s als de informatiestroom van de 21ste eeuw, de invloed van die informatiestroom op kunst en de rol die kunst en musea kunnen spelen in de omgang met die informatiestroom. Vik Leyten (directeur marketing, communicatie en educatie van het KMSKA) en Jongbloed!-er Rosan Meijers leiden het gesprek in goede banen.

Vervolgens zorgt FREE GEDNEB, een collectief jonge, bezielde studenten van het conservatorium Brussel, voor muziek in het decor van onze expo. Verwacht je aan een smakelijke cocktail van experimentele jazz met een vleugje klassiek. Voel je nadien nog steeds de nood om je benen los te schudden? Jongbloed! staat in de inkomhal paraat met een bonte verzameling aan plaatjes om jou en je ritmegevoel van afleiding te voorzien.

Bucket list bij Duo's 2

Bucket list bij Duo’s 2

Tot slot nog een oproep om onze laatste wensen in vervulling te laten gaan. We stelden een bucket list samen die je mee kan afwerken voor het einde van onze teergeliefde tentoonstelling. Bekijk het kunstwerk van David Claerbout samen met iemand die David heet. Of draag een gedicht voor bij een van de kunstwerken,… Maar kom vooral gewoon nog eens een kijkje nemen en sluit samen met ons Duo’s 2 feestelijk af. Tot dan!

Liefs,

Jongbloed!

Duo’s 2: Beweging in beeld

In De Modernen. Duo’s 2 presenteert Jongbloed! kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het museum. De jongeren werkten daarbij een geheel eigen concept uit rond verschillende thema’s in de verschillende ruimtes van de Koningin Fabiolazaal. In de eerste ruimte staat beweging centraal. Een thema dat Jongbloed!-er en filmstudente Eva in dit blogbericht met 2 filmpjes tracht te vatten. 

Jongbloed!-er Eva

Jongbloed!-er Eva

In onze tentoonstelling Duo’s 2 wandel je door verschillende ruimtes. In die ruimtes willen we je laten nadenken over begrippen als rust, ruimte, tijd en beweging. En ook over hoe je deze termen kan plaatsen ten opzichte van de veelheid aan informatie die we elke dag te verwerken krijgen door bijvoorbeeld het internet. 
Ik ga het proberen te hebben over wat beweging voor mij betekent. Een verplaatsing door ruimte en tijd of een groep mensen met de zelfde levensovertuiging, zoals Wikipedia ons zegt. Want ook ik gebruik het internet constant om mij te voeden met zinvolle en zinloze informatie.

Ik vind beweging zo’n ruim en abstract begrip. Ik denk aan veel, heel veel dingen, stromen, kleuren, ritme en verplaatsingen. Omdat ik met beelden beter kan verwoorden wat ik met zinnen niet kan vatten, wil ik jullie twee van mijn eigen filmpjes laten zien. Hopelijk duidt dat wat beweging voor mij betekent en kom je daardoor een beetje in de sfeer van onze eerste kamer.

Twee meisjes in het bos te Zoersel

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de duo’s in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week neemt Bob Daems je mee naar de bossen van Zoersel die Carlo De Roover mooi in beeld bracht. 

Zoals zovele kunstenaars tijdens de eerste decennia van de twintigste eeuw zocht Carlo De Roover (Boom 1900 – Antwerpen 1986) vaak de rust en de idylle van het platteland op. Samen met zijn familie – met onder meer broer en leermeester Albert De Roover (Boom 1892 – Borgerhout 1978) – trok hij geregeld naar de bossen van Zoersel en Schilde, ten noordoosten van Antwerpen. In 1941 laat hij zelfs een vakantiewoning ontwerpen door de nog jonge Renaat Braem (Antwerpen 1910 – Essen 2001), vennoot en schoonbroer van zijn neef Jul De Roover (Antwerpen 1913 – Essen 2010).
Carlo en Albert delen op dat moment al een buitenhuisje in Zoersel, maar de ambities van de jongste broer reiken verder. Het ontwerp van Braem omvat niet alleen een woning met twee slaapkamers, een woonkamer en een garage met een oprijlaan, maar ook een driehoekig 4,5 meter hoog schildersatelier met een groot raam gericht op het noorden en met in het verlengde een “tuin der overpeinzingen”. Uiteindelijk wordt de woning niet gerealiseerd omdat Braem wegens verzetsdaden in 1942 wordt gearresteerd en De Roover uit angst voor de Duitse bezetter de plannen verbrandt. Enkele ontwerptekeningen worden wel bewaard in de Archives d’Architecture Moderne.

Bos te Zoersel, Carlo De Roover, 1947, olieverf op doek, 85 x 95 cm, Collectie Provincie Antwerpen, P/S 091,  foto: Jacques Sonck

Bos te Zoersel, Carlo De Roover, 1947, olieverf op doek, 85 x 95 cm, Collectie Provincie Antwerpen, foto: Jacques Sonck

Maar de liefde voor Zoersel neemt niet af. Tijdens en kort na de oorlog maakt De Roover talloze schetsen van de omgeving die als basis dienen voor zijn schilderijen. Bos te Zoersel is zo’n schilderij dat in 1947 tot stand komt en in 1966 door het Antwerpse provinciebestuur wordt aangekocht. Twee vrouwen – vermoedelijk de vrouw en de dochter van de kunstenaar – worden afgebeeld tijdens een wandeling. Dertig jaar later verwerft het provinciebestuur eveneens een voorbereidende tekening voor dit schilderij die dateert uit 1946.

Meisje en bomen, Carlo De Roover, 1946, bruin en zwart krijt op papier, 40,5 x 50 cm, Collectie Provincie Antwerpen, Foto Jacques Sonck

Meisje en bomen, Carlo De Roover, 1946, bruin en zwart krijt op papier, 40,5 x 50 cm, Collectie Provincie Antwerpen, Foto Jacques Sonck

En nog een tip: ga eens wandelen in de bossen van Zoersel. Rond deze tijd van het jaar zijn ze op hun mooist.

Nona en Els in Zoersel, oktober 2013

Nona en Els in Zoersel, oktober 2013