De Groote Oorlog van de broers Karel van de Woestijne (de dichter) en Gustave Van de Woestyne (de schilder)

In de Koningin Fabiolazaal kan je dit najaar De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Met die expo tonen het KMSKA, De Provincie Antwerpen, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emile Verhaeren hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur uit die periode. Medewerkers van de verschillende instellingen lichten op deze blog geregeld een aspect van de tentoonstelling uit. Deze week bekijkt KMSKA-curator Nanny Schrijvers hoe Karel van de Woestijne en zijn broer Gustave de oorlog, elk op geheel eigen wijze, beleefden.

Gustave Van de Woestyne, De slapers, KMSKA

Het echtpaar De Graaff-Bachiene koopt ‘De slapers’ van Gustave Van de Woestyne in Londen. In 1949 schenkt Louise De Graaff-Bachiene het werk aan het KMSKA.

Hoe komen kunstenaars de oorlog door? En wat betekent dit voor hun werk? Blijven ze of gaan ze op de vlucht? In de verschillende verhalen die in De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog getoond worden, valt op dat kunstenaars zich inspannen om vooroorlogse banden te onderhouden – ook internationaal en over het front heen. Bovendien ontstaan er ook nieuwe contacten en mogelijkheden. Wellicht soms uit noodzaak maar niettemin vruchtbaar en vaak verrassend.

“… In den vreemden winter van dit wondere jaar, dat één der schoonste zomers als het ware stuk zag schieten…”

Zo begint Karel van de Woestijne, de dichter, 36 jaar, op 17 november 1914 zijn Dagboek van den oorlog dat hij voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant schreef. Hij heeft het verder over de sneeuw, helder weer en de Brusselse haven die hem doet denken aan een landschap van Patinir. Maar wat hem bijzonder blij maakt is dat er zoveel boten liggen. Allemaal met een Hollandse vlag, die “flapperend-wapperend” danst onder de hoede van de Amerikaanse Commission for Relief in Belgium. Die bezorgt graan en proviand aan de hongerige Brusselse bevolking. Zijn jongere broer Gustave Van de Woestyne, de schilder, 33 jaar, vertrekt naar Groot-Brittannië. Karel blijft tijdens de oorlog in Brussel. Maar zijn werk wordt eveneens in Engeland gelezen. Op 17 juni 1917 staat er in de Nederlandse krant De Tijd:

“Eigenaardig is hierbij om op te merken, dat ons uit Engeland wordt toegezonden een keurboekje Vlaamsche poezie in ’t Engelsch vertaald. In de inleiding wordt gulweg erkend, dat men van de Vlaamsche kunst dezer dagen nog minder afwist dan van de Chineesche literatuur, ofschoon zo vlakbij zulke heerlijke taalkunst bloeide…”

Jozef Cantré, De dichter Karel van de Woestyne, KMSKA

Jozef Cantré, De dichter Karel van de Woestyne, KMSKA

Met dank aan de familie Davies

Meer dan honderdduizend vluchtelingen komen in Groot-Brittannië terecht. In september 1914 wordt een Committee for the Relief of Belgian Refugees opgericht om de hulp centraal te organiseren. In steden en regio’s regelen subcomités de verdere opvang of steun. In Wales is er bijvoorbeeld een dorp dat gratis kruidenierswaren verstrekt, kranten die een column in het Nederlands publiceren over de toestand in België en een welgestelde familie die zelf het initiatief neemt om België bij te staan. De familie Davies stuurt onder andere een delegatie naar ons land om mensen uit te nodigen naar Wales te komen. Onder hen ook een aantal kunstenaars. De dochter van de beeldhouwer George Minne zegt hierover:

“Op een namiddag spraken mijn vader, Valerius De Saedeleer en Gustave Van de Woestyne met de heer en mevrouw Petrucci uit Brussel. Die vertelden dat Dr. Polderman, een professor uit Cardiff, fantastisch nieuws had:  mevrouw Davies en haar dochters, Gwen en Daisy (Margaret), wilden kunstenaars en hun familie uitnodigen naar Wales, waar ze niet alleen konden verder schilderen maar ook hun specifiek talent zouden kunnen overbrengen op de kunstenaars aldaar.”

In de The Welsh Outlook van november 1914 staat dat nergens in het Verenigd Koninkrijk, Londen uitgezonderd, zoveel belangrijke Belgen wonen: Emile Verhaeren in Llwynarthan, Emile Claus in Barry, Valerius De Saedeleer en Gustave Van de Woestyne in Aberystwyth,… Vervolgens beschrijft het artikel in kwestie de ‘betreurenswaardige achterstand van de beeldende kunsten in Wales’ en uit het de hoop dat de komst van zoveel talent een impuls kan geven aan de academies en hun studenten.

Voor Gustave Van de Woestyne en de andere kunstenaars is hun verblijf in Wales ook een unieke kans om de indrukwekkende collectie van de zusters Davies te leren kennen. Zij verzamelen vanaf het begin van de 20ste eeuw negentiende-eeuwse kunst en sinds 1912 speciaal het Franse impressionisme en postimpressionisme. Zelfs tijdens de oorlog gaan ze, actief betrokken bij missies van het Rode Kruis, geregeld naar Frankrijk en kopen ze tussendoor werk van Daumier, Renoir, Monet, Cézanne en Pissarro. Hun collectie –  ruim 260 stuks – wordt bewaard in The National Museum of Wales in Cardiff.

Hippolyte Daeye, Sereniteit, KMSKA

Hippolyte Daeye maakte dit schilderij nadat hij in Londen het werk van Amedeo Modigliani zag.

Het zijn niet alleen de gezusters Davies die Gustave Van de Woestyne bijstaan. In Londen komt hij in contact met de Nederlandse verzamelaars Jacob de Graaff en zijn vrouw Louise Bachiene. Hun eerste ontmoeting is puur toeval. Jacob de Graaff vertelt:

“Op een dag in 1915 toen ik de National Gallery bezocht, ontmoette ik mijn eerste Belgische kunstenaars. Zij waren gedrieën: Hippolyte Daeye, Leon De Smet en Gustave Van de Woestyne, die scherp over een schilderij van Alfred Stevens discussieerden. Daar zij het in het geheel niet waardeerden en ik het erg goed vond, kwam ik naderbij en informeerde beleefd naar hun redenen. ‘Het is oude schilderkunst, tegenwoordig moet men modern zijn’, zeiden zij in hoofdzaak, ‘wij spreken met U af dat U naar onze expositie komt kijken.’ Enige dagen daarna exposeerden zij in een Londense galerie. Daar kocht ik mijn eerste Belgische schilderijen. Sedertdien ben ik verder gegaan.”

Het echtpaar koopt inderdaad geregeld werk van Van de Woestyne. Zo ook De slapers, een schilderij dat mevrouw Louise De Graaff-Bachiene in 1949 aan het KMSKA schenkt.

Nanny Schrijvers

Meer weten:

  • The Davies Sisters collection
  • Tentoonstellingscatalogus, De collectie De Graaff-Bachiene, Hannema-de Stuers Fundatie, Heino/ Wijhe, Museum voor Schone Kunsten, Gent,  cat.1992

Lezing: Beeldende kunst, avant-garde en exil

Op zondag 12 oktober geeft Nanny Schrijvers een lezing in het Letterenhuis. Ze gaat daarbij dieper in op kunstenaars die in oorlogstijd het land verlieten. Je kan de lezingen gratis bijwonen. Reserveren is aangeraden en kan via letterenhuis@stad.antwerpen.be of T 03 222 93 20

 

Bezoek de expo dit weekend gratis met een ticket voor de Pontonbrug

Van 3 tot 5 oktober kan je in Antwerpen de oversteek van rechter- naar linkeroever maken op de pontonbrug die dat weekend op de Schelde ligt. De pontonbrug is hét hoogtepunt van de herdenkingsactiviteiten voor WOI. Met een ticket voor de pontonbrug kan je gedurende het pontonweekend gratis een bezoek brengen aan de expo.

De zomer van James Ensor: “Tijdens het toeristisch seizoen kan ik niet afzijdig blijven.”

Het Ensor Research Team last tijdens de zomermaanden kort een pauze in. Geen artikel dus deze maand, maar wel een blogbericht waarin de onderzoekers belichten hoe James Ensor zijn zomers doorbracht.

De winkel van oom Leopold Haegheman, waar Ensor gaat wonen in 1917

De winkel van oom Leopold Haegheman, waar Ensor gaat wonen in 1917

Zomer in Oostende, koningin der badsteden. De kunstwereld draait verder maar Ensor is tijdens het toeristische seizoen immer als middenstander bedrijvig aan de zijde van zijn moeder in de winkel die ze uitbaatte. Die winkel is voor het hele gezin de belangrijkste bron van inkomsten. In tal van brieven en losse notities zijn opmerkingen te sprokkelen die aantonen hoezeer Ensor tijdens het zomerseizoen in beslag werd genomen door de verhuur van gemeubelde kamers aan toeristen en het mee uitbaten van de winkel. In oktober 1908 excuseert hij zich bij zijn vriend, de Luikse journalist Isi Collin, voor het feit dat hij onmogelijk etsen kan bezorgen voor een tentoonstelling in Luik. Ensor heeft absoluut geen tijd om naar Brussel te gaan om nieuwe afdrukken te laten maken. Tijdens het toeristische seizoen kan hij zich immers niet aan zijn verplichtingen onttrekken.

“Quant à l’exposition d’eaux-fortes, pas moyen de la faire en ce moment. Je n’ai pas assez d’épreuves actuellement. Je n’ai pas de presse et dois pour chaque tirage me rendre à Bruxelles pour guider le tireur. Je n’ai pu m’abstenter au cours de la saison.”

- Ensor aan Isi Collin, 7 oktober 1908

Commerce de coquillages

Het Koninklijk Museum bewaart het unieke afschrift van een brief van Ensor aan de Antwerpse kunstenaar Frans Hens die hem in 1920 uitnodigt om deel te nemen aan het salon van de tentoonstellingsvereniging Kunst van heden / L’art contemporain. De kunstenaar is na de dood van zijn moeder, zijn tante en zijn oom, verhuisd naar de voormalige winkel van oom Leopold Haegheman. Op het moment dat hij de brief naar Hens schrijft is hij 60, een succesrijk kunstenaar en kennelijk nog steeds actief in het toeristische bedrijf. Hij wordt immers in beslag genomen door allerlei commerciële bezigheden en familiale zorgen.

“Duizend excuses!”, schrijft hij aan Frans Hens. “Ja ik heb uw vriendelijke brieven ontvangen maar ik word volledig in beslag genomen, verlamd, door uiteenlopende moeilijkheden en familieverdriet, enzovoort enzoverder, en ik moet alles doen: de schelpenverkoop, het verhuur van het appartement, het huishouden. Men maakt mij voor alles verantwoordelijk. Wat een toestand voor een gevoelig kunstenaar.”

“Mille excuses! Oui j’ai reçu vos bonnes lettres mais je suis bien pris ici, des ennuis multiples, des chagrins de famille, etc. etc. me paralysent, et je dois tout faire: commerce de coquillages, location d’appartement, ménage. On me laisse toutes les charges. Quelle situation pour un artiste sensible.”

- Ensor aan Frans Hens 7 april 1920

HERWIG TODTS, KAREN BONNE, NANNY SCHRIJVERS

De verre reizen van het masker Wouse

De 38 Ensorschilderijen van het KMSKA zijn echte globetrotters. Gespreid over 260 tentoonstellingen hebben ze al  meer dan 1500 reizen gemaakt. 

Achterzijde van het schilderij Verbazing van het masker Wouse van James Ensor

Achterzijde van het schilderij Verbazing van het masker Wouse van James Ensor

Op het spieraam van Ensors schilderij Verbazing van het masker Wouse, zitten een twintigtal etiketten. De meeste verwijzen naar tentoonstellingen: Würt. Kunstverein Stuttgart… Düsseldorf, New Port Harbour Art Museum California 12/12/86 – 22/02/87, *Van Ensor tot Delvaux* provinciaal museum voor mod. kunst  Oostende…

James Ensor, Verbazing van het masker Wouse, 1889, olieverf op doek, 109 x 131,5 cm, gesigneerd en gedateerd links onder: Ensor 1889, KMSKA inv. nr. 2042. © Lukas - Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens.

James Ensor, Verbazing van het masker Wouse, 1889, olieverf op doek, 109 x 131,5 cm, gesigneerd en gedateerd links onder: Ensor 1889, KMSKA inv. nr. 2042. © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens.

Het schilderij weegt 9 kg en is met de lijst erbij 121cm hoog, 143,5 cm breed en 3 cm diep. Deze informatie is noodzakelijk voor het maken van een aangepaste kist voor het kunstwerk dat ondertussen al bijna 70 keer naar een tentoonstelling vervoerd is en dat nu vanaf 16 februari 2014 in Basel getoond wordt (de Verbazing van het masker Wouse staat trouwens op de uitnodiging voor de vernissage). Aansluitend vliegt het naar Los Angeles en daarna naar Chicago.

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen bewaart 38 schilderijen van James Ensor die uitzonderlijk veel voor tentoonstellingen in binnen- en buitenland gevraagd worden. Gespreid over zo’n 260 tentoonstellingen hebben de 38 kunstwerken al meer dan 1500 reizen gemaakt. In bijna de helft van die 260 tentoonstellingen speelde Ensor bovendien de hoofdrol.

In een nieuw artikel voor het Ensor Research Project gaat onderzoeker Nanny Schrijvers dieper in op de tentoonstellingsgeschiedenis van het schilderij Verbazing van het masker Wouse.

Ask A Curator!

Op woensdag 18 september 2013 beantwoordt het KMSKA al je museumvragen tijdens Ask A Curator Day

Logo Ask A Curator

Op woensdag 18 september is het weer Ask A Curator Day op Twitter. Gedurende 24 uur zullen curatoren van bijna 500 musea uit 34 landen de meest uiteenlopende vragen over musea, kunst, wetenschap,… beantwoorden en dat via Twitter. Een overzicht van de deelnemende musea vind je hier.

Ook de curatoren van het KMSKA staan klaar om jouw museumvragen te beantwoorden. Denk gerust even na over wat je hen altijd al eens had willen vragen. In de voormiddag zal Christine Van Mulders de binnenkomende vragen voor haar rekening nemen. In de namiddag neemt Nanny Schrijvers het van haar over.

Tweet je vraag naar @KMSKA voorzien van de hashtag #askacurator. Heb je geen twitteraccount, maar wel een boeiende vraag? Reageer dan onderaan dit bericht of geef ons een seintje via Facebook. We zorgen er dan voor dat jouw vraag onze twitterende curatoren alsnog bereikt.

Volg het KMSKA op Twitter en/of Facebook.

Ziet gij dat geren?

Tijdens de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Afsluiten doet ze met Constant Permeke en Gust De Smet.

Tijdens een uitzending van het programma Ten Huize in 1979 vertelde kunstenaar Jules De Sutter aan Joos Florquin het volgende:

“Ik was vooral bevriend met Permeke en nog beter met Gust De Smet. Karaktèristiek voor het temperament van beiden, was de manier waarop ze een schilderij lieten zien. Permeke zette een schilderij op de ezel en zei: ‘Voilà, dat is een mooi schilderij!’ Gust de Smet, als hij hetzelfde deed, zei: ‘Voilà, ziet gij dat geren?”

Je kan heel het volledige interview nalezen op www.dbnl.org 

Komende zondag sluit de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke de deuren. Dit is dan ook het allerlaatste blogbericht dat de curator bij de tentoonstelling schrijft. We horen graag wat jullie ervan vonden, zowel van de blogsessies als van de tentoonstelling zelf. 

Een schilder van de Leie

Tijdens de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Deze week heeft ze het over Albert Saverys’ fascinatie voor de Leie

Albert Saverys, Landschap met koeien, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

Albert Saverys, Landschap met koeien, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

De Leie, telkens weer schildert Albert Saverys deze rivier. Eerst in een lichte impressionistische stijl en dan, na WOI, steeds steviger en met forse penseeltrekken zoals hier in dit Landschap met koeien. De kleuren zijn somber en sober, het is nog nacht als de koeien worden overgezet naar de andere oever.

Saverys’ faam reikt gelukkig verder dan de Leie. Hij was bijzonder succesvol. Zijn werk wordt tussen de twee wereldoorlogen in bijna doorlopend getoond in de Brusselse galerieën. Ook in het buitenland was hij bekend door o.a. zijn deelnames (zes om precies te zijn) aan de biënnale van Venetië.  Net als Permeke – die overigens bijna even oud was als Saverys – zal hij de crisis niet zo sterk voelen als vele andere schilders. Ook in de jaren vijftig van de vorige eeuw blijft hij overeind.

Een uitzonderlijke verzamelaar

Tijdens de De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Deze week heeft ze  het over de bijzondere kunstcollectie van Gustave Van Geluwe.

Hippolyte Daeye, Baadster, 1928, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens

Hippolyte Daeye, Baadster, 1928, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens

Gustave Van Geluwe (1883-1962), eigenaar van een succesvol Brussels modehuis, had een uitzonderlijke kunstcollectie met werken van het einde van de negentiende eeuw tot de jaren vijftig. Naast het werk van James Ensor dat hij in zijn bezit had, was vooral het aandeel Vlaams expressionisme heel bijzonder. In 1963 hebben zijn erfgenamen een deel van zijn verzameling verkocht. Het KMSKA heeft toen 18 werken kunnen aankopen. Zes daarvan kan je in de tentoonstelling zien. Het Stenen tijdperk en De dochters van het vuur door Frits Van den Berghe, Noordzee door Jean Brusselmans, Baadster door Hippolyte Daeye en twee werken uit de donkere reeks van Gustave De Smet: Meisje met boeket en Wit hemd op zwarte achtergrond.