Mijn verhaal in Kunst in de Groote Oorlog, deel 5: beeldgedicht bij De bolspelers

In de Koningin Fabiolazaal kan je dit najaar De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Met die expo tonen het KMSKA, de Provincie Antwerpen, het Letterenhuis Antwerpen en het Provinciaal Museum Emile Verhaeren hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur uit die periode. 

In deze tentoonstelling speelt het (persoonlijke) verhaal van de schilder of schrijver een grote rol. Dit leek een perfecte aanleiding om eens te polsen bij onze bezoekers hoe zij de tentoonstelling beleven. Het project Mijn verhaal was geboren. Afgelopen weken verschenen al een paar prachtige bijdragen van cursisten NT2 (Nederlands als 2de taal). Deze week geven we het woord aan een lesgever NT2.

Rainer Federico Klaus, geboren in Berlijn uit een Spaanse moeder en een Duitse vader, leerde Nederlands door naar Sesamstraat te kijken. Leest graag Paul Van Ostaijen en Peter Holvoet-Hanssen, maar begrijpt er eigenlijk niets van. Woont sinds 5 jaar in Antwerpen en heeft een job als leraar NT2 gekregen door zich voor te doen als: Joeri Claes, geboren in Reet uit oervlaamse en -christelijke ouders. Studeerde onder meer literatuur en internationale betrekkingen, naar eigen zeggen met succes. Probeerde het al als rockster, dichter, vertaler en vuilnisman, doch zonder veel zielen te beroeren.

Ramah, De bolspelers, 1885

Ramah, De bolspelers, 1885

Alsof Paul van Ostaijen zelf aan het werk is zet Rainer/Joeri alles wat hij waarneemt in het schilderij De Bolspelers van Ramah om in een overtuigend beeldgedicht.

Beeldgedicht bij De bolspelers

Lezen for life

De radionieuwsdienst van de VRT steunt Music for Life en trekt door het land om voor te lezen. Op zondag 21 december huren we Hilde Mertens (Radio 2) in. Zij zal om 15 uur de persoonlijke verhalen voorlezen die de cursisten NT2 bij de tentoonstelling maakten. Met het ingezamelde geld wil de radionieuwsdienst Luisterpunt ondersteunen. Dat is een vzw die boeken omzet voor mensen met een leesbeperking. Tijdens het voorleesmoment kan je de expo Kunst in de Groote Oorlog gratis bezoeken.

 

De tragische dood van Emile Verhaeren

In de Koningin Fabiolazaal kan je dit najaar De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Met die expo tonen het KMSKA, De Provincie Antwerpen, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emile Verhaeren hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur uit die periode. Medewerkers van de verschillende instellingen lichten op deze blog geregeld een aspect van de tentoonstelling uit. Rik Hemmerijckx is conservator van het Provinciaal Museum Emile Verhaeren. Hij blogt over de wel erg tragische dood van dichter Emile Verhaeren op 27 november 1916. 

Portret Emile Verhaeren

Als dichter des vaderlands heeft Emile Verhaeren een niet aflatende activiteit ontplooid om het oorlogvoerende België te steunen. In zijn oorlogspoëzie gaat hij heftig te keer tegen de brutale Duitse bezetter. Geen inspanning is hem te veel om allerhande solidariteitsacties te ondersteunen. Zo begeeft hij zich op 25 november 1916 naar de Normandische stad Rouen om er een Frans-Belgische kunstexpositie ten voordele van de oorlogsslachtoffers in te leiden. Het is de bedoeling dat hij enkele dagen later terugkeert naar Saint-Cloud, nabij Parijs. In de ochtend van 27 november trekt Verhaeren samen met de Franse schrijver René Fauchois naar het station van Rouen om er een telegram te verzenden aan zijn vrouw:

“Arriverai ce soir vers 11 heures / si retard de train resterai loger Paris. Verhaeren.”

Na het middagmaal slentert hij samen met zijn vrienden-kunstenaars Maximilien Luce en Charles Angrand nog wat langs de oevers van de Seine. De kunstschilder Victor Gilsoul voegt zich eveneens bij het gezelschap. Pas tegen de late namiddag wordt er afscheid genomen. In het station van Rouen is het een drukte van jewelste: door de oorlogsomstandigheden gaan er per dag slechts twee rechtstreekse treinen richting Parijs. De perrons staan afgeladen vol. Verhaeren is blijkbaar ongeduldig en nog voor de trein vanuit Parijs stilhoudt, springt hij op de trede van een wagon. Tevergeefs probeert hij een deur open te krijgen, verliest zijn greep, valt en komt onherroepelijk onder de wielen terecht.

“Ma femme, ma patrie”

De dichter, die in zijn poëzie meermaals locomotieven geëvoceerd had, komt op deze tragische manier aan zijn einde. Het nieuws van de dood van Verhaeren verspreidt zich als een lopend vuurtje. In de geëxalteerde, patriottische sfeer van het moment worden de feiten in de media onmiddellijk aangedikt: de kranten weten te melden dat Verhaeren met zijn laatste adem “Ma femme! Ma patrie!” zou uitgeroepen hebben.

Verhaeren is een symbool voor het strijdende België en de autoriteiten houden er aan om het stoffelijk overschot van de dichter over te brengen naar het laatste stukje vaderland dat moedig standhoudt tegen de Duitse troepen. Zo wordt Verhaeren op 2 december begraven op het kerkhof van Adinkerke in de Westhoek. Zijn graf wordt enkele maanden later verplaatst worden naar Wulveringem bij Veurne. Pas in 1927 krijgt het zijn definitieve locatie toegewezen met de bouw van het grafmonument van Verhaeren aan de oevers van de Schelde in Sint-Amands.

Beperkte oplage

Vanaf volgende week (20/9) kan je in de Koningin Fabiolazaal de expo De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Die toont hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur rond 1914-1918. Als basis voor het campagnebeeld bij deze tentoonstelling – die zowel op beeldende kunst als letteren focust – maakten huisvormgevers Tom Hautekiet en Herman Houbrechts een typografisch beeld dat o.a. refereert naar de letterexperimenten van Paul Van Ostaijen. Die laatste is één van de zes centrale figuren waarrond de curatoren van het KMSKA, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emilie Verhaeren de expo Kunst in de Groote Oorlog hebben opgebouwd.

Campagnebeeld Kunst in de Groote OorlogAfgelopen zomer trokken Tom, Herman en Bob Daems (adviseur Beeldende Kunst van de Provincie Antwerpen) naar het Frans Masereelcentrum in Kasterlee om daar het campagnebeeld eigenhandig te drukken op authentieke wijze. Herman legde alle stappen die daarbij aan te pas kwamen nauwgezet vast.

Stap 1: Lettercompositie maken

Tom en ik zetten de lettercompositie (die we straks zullen drukken) op een tafel uit.
We proberen allerhande composities, verschillende lettertypes/families en onderlinge combinaties uit tot we de goede gevonden hebben.

Stap 2: Lettercompositie klaarmaken voor druk (drukwerk voorbereiden)

De lettercompositie wordt nu op de drukwerktafel minutieus klaargelegd.

De lettercompositie wordt nu op de drukwerktafel minutieus klaargelegd.

Stap 3: Beïnkten van de letters

Ivan van het Masereelcentrum maakt de inkt aan. Vervolgens worden de letters met een rolletje één voor één beïnkt. Dit moet voor elke unieke drukgang gebeuren, een  arbeidsintensief karwei. De letters liggen in spiegelbeeld want ze zullen straks hun beïnkte “spiegelbeeld” afgeven.

Stap 4: Drukken/Corrigeren

Bob drukt. Een zware cilinder trekt het papier met kracht over de houten letters.
Zo ontstaat de afdruk. De beïnkte letters geven hun spiegelbeeld af. Sommige letters ontbreken. Soms worden ze te licht of net te vet afgedrukt. Dit verhelpen we door meer inkt te gebruiken of de hoogte van de letters ten opzichte van het papier te verstellen. Het is een erg ambachtelijk proces. Niet makkelijk, maar wel plezierig.

Stap 5: Eindresultaat

Een goed resultaat is afhankelijk van veel factoren en uiteindelijk een perfect samenspel tussen papier, inkt en drukker. We blijven proberen en door enige ervaring hebben we na een poosje een eerste (voor ons gevoel althans) “goede” druk te pakken.

Eindresultaat

Eindresultaat

Verschillende drukgangen

Verschillende drukgangen

Uiteindelijk leverde dit drukexperiment een affiche in typodruk op. Die werd vervolgens ingescand zodat ze in offset vermenigvuldigd kon worden op A2-formaat. Het A0-formaat heeft Bob Daems eigenhandig gezeefdrukt in het Masereelcentrum. Dat leverde 150 unieke exemplaren op die vanaf 22 september in het Antwerpse straatbeeld te zien zullen zijn.

“Dress to impress” voor Museumnacht in Onwaarschijnlijk Echt

Op zaterdag 2 augustus zetten de Antwerpse Musea de deuren weer wagenwijd open tussen 19.00 en 01.00 voor de – intussen – 10de editie van Museumnacht. Met de expo Onwaarschijnlijk echt dompelt het KMSKA je die avond onder in het nachtleven van de roaring twenties. Kom verkleed in ‘Jazz Age’-outfit naar de Koningin Fabiolazaal en geniet van een gratis ‘coupeke’ champagne. 

Henry Van Straten, De goochelaar, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet, Antwerpen – UNESCO Werelderfgoed’

Henry Van Straten, De goochelaar, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet, Antwerpen – UNESCO Werelderfgoed’

Na Wereldoorlog I leggen enkele kunstenaars zich opnieuw toe op vormen van realisme en illusionisme. Onderhuids blijft het modernisme echter aanwezig. Zowel in de vormgeving als in de keuze van het onderwerp: vaak grootstedelijk en surreëel of magisch-realistisch. Met werk van o.a. Carel WillinkPyke KochRaoul HynckesCharley Toorop en Henry Van straten. Ook het opwindende nachtleven van de ‘roaring twenties’ komt uitvoerig aan bod in de expo Onwaarschijnlijk echt. Tijdens deze feesteditie van de Museumnacht voeren opzwepende klanken uit de Jazz Age je mee naar de bruisende tijd van weleer.

Dress to impress

Niets zo leuk als je helemaal opkleden voor  een heerlijk avondje uit. Wie in ‘Jazz Age’-outfit naar de Koningin Fabiolazaal komt, wordt bovendien beloond met een gratis coupe champagne. Inspiratie vind je alvast op onderstaand Pinterestbord dat de KMSKA-medewerkers speciaal voor deze gelegenheid samenstelden.

Herman Teirlinck volgens Frits Van den Berghe

In de expo Onwaarschijnlijk echt. Magisch realisme en nieuwe zakelijkheid brengt curator Herwig Todts neorealistische werken uit de collecties van het Gemeentemuseum Den Haag, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet en het KMSKA samen. Op de museumblog gaat hij geregeld in op een aspect van de tentoonstelling. Vandaag staat hij stil bij de tekening die Frits Van den Berghe van Herman Teirlinck maakte.

De vormgeving van een visuele voorstelling of de stijl van een tekening, schilderij of beeld is afhankelijk van veel factoren. Er zijn mensen die geloven dat de stijl de tijd waarin het kunstwerk is ontstaan weerspiegelt of uitdrukt. Anderen geloven dat de persoonlijkheid, het temperament of zelfs het onderbewustzijn van de maker wordt uitgedrukt in de vormgeving van een beeld. Al te vaak vergeten we dat de stijl van een beeld afhankelijk kan zijn van twee andere factoren: de vaardigheid van de kunstenaar en de redelijke keuzes die hij kan maken. Frits Van den Berghe heeft in de loop van zijn artistieke bedrijvigheid diverse stijlen beoefend. Voor de Eerste Wereldoorlog schilderde hij prachtige laat-impressionistische, ietwat raadselachtige beelden. Na de oorlog kiest hij net zoals andere zogenaamde Vlaamse expressionisten voor een figuratieve post-kubistische of kubo-expressionistische kunst. Vanaf het einde van de jaren 1920 gaat hij irreële, soms groteske voorstellingen maken, waarvan de informele, wat experimentele vormgeving geassocieerd wordt met het surrealisme. Van den Berghe maakte karikaturen voor het socialistische dagblad De Vooruit en publiceerde samen met een collega van de krant, dichter Richard Minne, het stripverhaal Brieven van Pierken.

Gedeelde voorkeur voor artistieke vernieuwing

Herman Teirlinck (1879-1967) was een leeftijdsgenoot van Van den Berghe, maar hij vertoefde als leraar Nederlands van de Belgische prinsen en als raadsheer van de koningen Albert I, Leopold III en Boudewijn, in heel andere kringen. Teirlinck, als toneelschrijver, en Van den Berghe deelden wel een uitgesproken voorkeur voor artistieke vernieuwing. Teirlinck publiceerde geregeld en werd herhaaldelijk gevierd. Hij werd o.m. doctor honoris causa aan de Vrije Universiteit van Brussel in 1938. Er waren dus vele gelegenheden die een portret van de man konden rechtvaardigen. Omdat de vormgeving van een onderwerp vaak de functie volgt, koos Van den Berghe voor een natuurgetrouwe weergave van de gelaatstrekken, schaduwen die het volume beklemtonen, scherp getekende rimpels en gelaatsplooien en lichtreflecties op de onderlip, de neustop, de pupillen en de brillenrand, die het naturalisme versterken. Hoewel de omtreklijn van het gelaat, langs de wang ononderbroken doorloopt in de kraag van het hemd. Misschien wilde Van den Berghe zo herinneren aan het kunstmatige, tweedimensionale karakter van de tekening. Laat-realistische tijdgenoten van Van den Berghe, zoals Albert Van Dijck en andere zogenaamde animisten, zouden zoiets in ieder geval nooit doen.

Frits Van den Berghe, Portret van Herman Teirlinck, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Herman Teirlinck is uw man

Herman Teirlinck (1879-1967) nam in 1925 voor de eerste en enige keer deel aan de parlementaire verkiezingen in België. Hij kwam op voor de Liberale Volksbond Brussel. Op zijn verkiezingsaffiche roept hij de politieagenten van “Groot-Brussel” op om voor hem te stemmen.

“Ook voor U is het van beteekenis vertegenwoordigd te zijn door iemand die U waardeert en die uwe sympathie verdient! Herman Teirlinck is uw man. … een demokraat; een talentvol redenaar; een letterkundige van Europeesche bekendheid; een Hoogstaand kunstenaar. De politiek van Herman Teirlinck is vrede in den lande, vooruitgang en volksbeschaving …”

Teirlinck werd niet verkozen maar hij heeft (theaterliefhebbers weten dat) als niet-politicus meer gerealiseerd dan sommige politieke collega’s en concurrenten die toen wel een mandaat veroverden. Hij had geen talent voor het behalen van diploma’s. Hij heeft niettemin in het hoger onderwijs, als adviseur van de koningen Albert I en Leopold III en als verdediger van de culturele autonomie van Wallonië en Vlaanderen, een belangrijke rol gespeeld in België. Uitgeverij Manteau publiceerde van 1960 tot 1969 in 8 delen en meer dan 6000 bladzijden, alle verhalen, theaterteksten en essays die hij geschreven heeft.

Herwig TODTS

Een klein ja en een groot nee. Een blik op de autobiografie van George Grosz

In de expo Onwaarschijnlijk echt. Magisch realisme en nieuwe zakelijkheid brengt curator Herwig Todts neorealistische werken uit de collecties van het Gemeentemuseum Den Haag, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet en het KMSKA samen. Vanaf vandaag is de expo een topstuk rijker: De schrijver Walter Mehring  van de hand van George Grosz. In dit blogbericht verdiept Todts zich in de autobiografie van de kunstenaar.

George Grosz, Portret van Walter Mehring, KMSKA, foto KMSKA/Lukasweb, © Sabam

George Grosz, Portret van Walter Mehring, KMSKA, foto KMSKA/Lukasweb, © Sabam

In 1925 of 1926 schilderde George Grosz het portret van zijn vriend Walter Mehring. Grosz is zonder meer een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Neue Sachlichkeit en het portret van Mehring is behoort met de werken van Severini, Pyke Koch en Charley Toorop tot topstukken in de tentoonstelling Onwaarschijnlijk echt. Na een verblijf in de tentoonstelling Degenerate Art: The Attack on Modern Art in Nazi Germany, 1937 in de Neue Galerie in New York, keert het schilderij terug naar Antwerpen. Het is vanaf 4 juli een van de blikvangers in de tentoonstelling in de Koningin Fabiolazaal Antwerpen.

Cover van de autobiografie van Grosz

Cover van de autobiografie van Grosz

A little yes and a big no, dat is de titel van de autobiografie die de Duitse kunstenaar George Grosz in 1946 publiceerde in New York. (De Nederlandse vertaling, Privé-domein nr. 49, De Arbeiderspers 1978, is gebaseerd op een niet eigenhandige Duitse vertaling, aangevuld met een niet eerder gepubliceerd hoofdstuk over een ontgoochelend verblijf in communistisch Rusland in 1922). Grosz verliet zijn geboortestad Berlijn in 1932 en vestigde zich in Amerika. Pas in 1959 keerde hij op aandringen van zijn vrouw terug naar Berlijn. Enkele maanden later overleed hij daar op 66-jarige leeftijd.

Grosz in 1944 in zijn atelier in New York bij 'Caïn, Hitler in de hel'

Grosz in 1944 in zijn atelier in New York bij ‘Caïn, Hitler in de hel’

Artistiek gezien waren we destijds ‚dadaïsten. (…) Als dadaïsten hielden we ‘meetings’, waarbij we in ruil voor een paar mark entreegeld niets anders deden dan de mensen de waarheid vertellen, dat wil zeggen, ze de huid volschelden. We namen geen blad voor de mond. We zeiden: ‘U, ouwe hoop stront daar vooraan – ja, u daar met die paraplu, zakkenwasser!’ Of: ‘Zit niet te lachen stommeling!’ Zei er iemand iets terug, en natuurlijk deden ze dat, dan blaften wij op kazernetoon: ‘Bek houwen of je krijgt op je lazerij!’ (…) Dat deed snel de ronde en weldra waren onze meetings en zondagmiddagmatinees uitverkocht en afgeladen met zich amuserende en zich ergerende mensen. (…) We namen gewoon alles op de hak, niets was heilig voor ons, we spuugden op alles, en dat was dada. Het was noch mysticisme, noch communisme, noch anarchisme. Al die richtingen waren toch nog ergens uitgegaan van een programma. Maar wij waren het complete, pure nihilisme, en ons symbool was het niets, het vacuüm, het gat.

Tussendoor maakten we kunst. Maar meestal ging het zo dat de ‘kunst-act’ werd onderbroken. Nauwelijks begon bij voorbeeld Walter Mehring op zijn schrijfmachine te rammen en daarbij iets van eigen hand ten gehore te brengen, of daar kwam ik of Heartfield of Haussmann achter de coulissen vandaan het podium op en riep: ‘Ophouden! Je wilt die schaapskoppen daar beneden toch niets aan hun neus hangen wel?'”

De genadeloze, unieke combinatie van modernisme en maatschappijkritisch sarcasme die zo kenmerkend is voor een groot deel van het beeldend werk van George Grosz treffen we niet in zijn autobiografie. De kunstenaar beschrijft uitvoerig maar trefzeker en met veel talent en ironie de wereld die centraal staat in de tentoonstelling Onwaarschijnlijk echt.

Herwig TODTS

Op zondag 6 juli om 14.30 uur kan je aansluiten bij een rondleiding voor individuele bezoekers in Onwaarschijnlijk echt. Met een gids bezoek je de tentoonstelling en hou je ook halt bij dit boeiende portret van de hand van Grosz.

 

Avant-garden in beeld: dag 1

Geïnspireerd door de tentoonstelling De MODERNEN. Avant-garde , treedt Jongbloed! deze week buiten de grenzen van het museum. De jongerencrew van het museum exploreert en onthult nog tot en met zaterdag 6/7 de avant-garde in zijn eigen Avant-Garden, een voortuin waar de mooiste ideeën gezaaid worden en de wildste dromen groeien. Een beeldverslag van dag 1.