KMSKA-werf in beeld: de keuze van de werffotograaf (deel 8)

Karin Borghouts brengt als werffotograaf de verbouwing van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen in beeld. In de aanloop naar de werfbezoeken eind augustus blikt ze de komende weken terug op de 10 beelden die haar het meeste bijbleven.

Zicht op het lege interne depot23 november 2012

“De kathedraal is voltooid. Een stille gesloten catacombe voor het bewaren van de kunstschatten. Het onderaards gewelf moet nog drogen alvorens men er de imposante rekken van het depot in zal plaatsen. En dan kan de verhuis van de schilderijen beginnen. Waar is de deur – denk ik – kan ik er nog uit?”

- Karin Borghouts

Tijdens de laatste 2 weekends van augustus kan je EEN BEZOEK BRENGEN AAN DE MUSEUMWERF. Zo goed als alle tickets zijn intussen uitverkocht, maar er zijn nog enkele plaatsen vrij voor rondleidingen op zondag 24 augustus, zaterdag 30 augustus en zondag 31 augustus. RESERVEREN KAN VIA INFO CULTUUR, WISSELSTRAAT 12 (HOEK GROTE MARKT), 2000 ANTWERPEN, T 32 (0)3 338 95 85 (VAN DINSDAG TOT EN MET ZATERDAG TUSSEN 11.00 EN 17.45) OF ONLINE VIA WWW.INFOCULTUUR.BE

 

KMSKA-werf in beeld: de keuze van de werffotograaf (deel 7)

Karin Borghouts brengt als werffotograaf de verbouwing van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen in beeld. In de aanloop naar de werfbezoeken eind augustus blikt ze de komende weken terug op de beelden die haar het meeste bijbleven.

Achterzijde van een Rubensschilderij20 juli 2011

“Dit is de achterkant van een schilderij van Rubens. Het ziet er op de foto kleiner uit dan in werkelijkheid. Het ding weegt wel zo’n 600 kilo. Fascinerend hoe de afbeelding nu van geen tel is en hoe enkel het reusachtige object overblijft. De oude materialen beginnen te spreken. Ze lijken op zichzelf wel een kunstwerk.”

- Karin Borghouts

Tijdens de laatste twee weekends van augustus KAN JE EEN BEZOEK BRENGEN AAN DE MUSEUMWERF. De meeste rondleidingen zijn intussen volzet, maar er zijn nog enkele plaatsen vrij. RESERVEREN KAN VIA INFO CULTUUR, WISSELSTRAAT 12 (HOEK GROTE MARKT), 2000 ANTWERPEN, T 32 (0)3 338 95 85 (VAN DINSDAG TOT EN MET ZATERDAG TUSSEN 11.00 EN 17.45) OF ONLINE VIA WWW.INFOCULTUUR.BE

 

Afgevoerd wegens gebrek aan onderhuids modernisme

In de expo Onwaarschijnlijk echt. Magisch realisme en nieuwe zakelijkheid brengt curator Herwig Todts neorealistische werken uit de collecties van het Gemeentemuseum Den Haag, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet en het KMSKA samen. Op de museumblog gaat hij geregeld in op een aspect van de tentoonstelling. Vandaag bekijkt hij twee werken die de tentoonstelling niet haalden, maar hem toch intrigeren.

Gustaaf De Bruyne (Mechelen 1914 – 1981 Poederlee), Boomstronk, ets (2de staat), 225 x 175 mm, inv. 3229

Gustaaf De Bruyne (Mechelen 1914 – 1981 Poederlee), Boomstronk, ets (2de staat), 225 x 175 mm, inv. 3229

De tentoonstelling Onwaarschijnlijk echt vraagt aandacht voor magisch, zakelijk en andere soorten van neorealisme uit het interbellum in België, Nederland en elders in Europa. Het gemeenschappelijke kenmerk van al deze vormen van realisme is het onderhuidse modernisme dat hier en daar opduikt in de vormgeving en de iconografie van de tentoongestelde werken. Gustaaf De Bruyne was een tijdgenoot van Gustave Van De Woestijne en Charley Toorop en zijn werk is uitgesproken realistisch. Toch werd hij niet voor de tentoonstelling geselecteerd. Niet alleen omdat de beperkte ruimte in de Koningin Fabiolazaal ons noopt tot kieskeurigheid. Maar ook omdat het zogenaamde onderhuidse modernisme in het werk van De Bruyne maar zwakjes aanwezig is. De ets Boomstronk illustreert dat. De Bruyne beheerst de knepen van het realisme haast virtuoos en wekt moeiteloos de indruk dat hij de werkelijkheid tot in de kleinste details kan weergeven: gras en onkruid aan de voet van de restanten van een knoestige, nagenoeg dode boom; de prikkeldraad met hier en daar zelfs een plukje droog gras. Volgens de Nederlandse neorealist Pyke Koch is het magisch realisme een poging om een onwaarschijnlijk maar ogenschijnlijk waarheidsgetrouw beeld te maken (terwijl het surrealisme een onmogelijke werkelijkheid uitbeeldt). Je kan de compositie van De Bruyne niet zonder meer “onwaarschijnlijk” noemen. Maar de raaf, de prikkeldraad, de stervende boom en de spin in het web,… Al deze elementen zijn toch zeer nadrukkelijk aanwezig. Heeft het beeld dan een allegorische bedoeling? Is de raaf een teken van het kwaad, brenger van slechts nieuws of symbool voor vrijwillige eenzaamheid? Verwijst de prikkeldraad naar Christus’ doornenkroon?

Visuele allegorie?

Gustaaf De Bruyne, Camille Huysmans en Reinaert de Vos, 1947. Paneel 46 x 30 cm. KMSKA inv. 3234

Gustaaf De Bruyne, Camille Huysmans en Reinaert de Vos, 1947. Paneel 46 x 30 cm. KMSKA inv. 3234

Ook in Van den Vos Reynaerde speelt Tiecelijn, de raaf, een belangrijke rol. Gustaaf De Bruyne heeft zich meermaals laten inspireren door het oude dierenepos. Het museum beschikt bijvoorbeeld over het portret dat De Bruyne van de grote socialistische staatsman Camille Huysmans schilderde. De Bruyne toont Huysmans in het gezelschap van een (wijze) uil, een (sluwe) vos en een meeuw. De meeuw zou een symbool van “liefde voor de vrijheid” kunnen zijn maar in een brief aan Huysmans schreef De Bruyne dat de meeuw stond voor de broosheid van de regering die door Huysmans in 1946 werd geleid. Dat de raaf, de prikkeldraad, de dode boom, en de spin in het web bij Boomstronk onderdelen zouden zijn van een visuele allegorie is dus zeer goed mogelijk. Maar de precieze samenhang ontgaat mij voorlopig. Suggesties zijn dus welkom! Boomstronk was overigens een van de 5 werken van De Bruyne die de dochters van Camille Huysmans, Sara en Marthe, aan het KMSKA gelegateerd hebben.

Herwig TODTS

KMSKA-werf in beeld: de keuze van de werffotograaf (deel 6)

Karin Borghouts brengt als werffotograaf de verbouwing van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen in beeld. In de aanloop naar de werfbezoeken eind augustus blikt ze de komende weken terug op de beelden die haar het meeste bijbleven.

Zaalzicht in 201111 oktober 2011

“Sculpturen en schilderijen staan verzameld in een museumzaal. Ze zijn ontluisterd, opgestapeld op paletten. Gerangschikt volgens een praktische en ruimtebesparende logica. Geen rekening houdend met hun maker, noch met hun betekenis of plaats in de kunstgeschiedenis. Verwezen kijken de heiligenbeelden in het rond.”

- Karin Borghouts

OP ZATERDAG 23, ZONDAG 24, ZATERDAG 30 OF ZONDAG 31 AUGUSTUS KAN JE EEN BEZOEK BRENGEN AAN DE MUSEUMWERF. RESERVEREN KAN VIA INFO CULTUUR, WISSELSTRAAT 12 (HOEK GROTE MARKT), 2000 ANTWERPEN, T 32 (0)3 338 95 85 (VAN DINSDAG TOT EN MET ZATERDAG TUSSEN 11.00 EN 17.45) OF ONLINE VIA WWW.INFOCULTUUR.BE

 

KMSKA-werf in beeld: de keuze van de werffotograaf (deel 5)

Karin Borghouts brengt als werffotograaf de verbouwing van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen in beeld. In de aanloop naar de werfbezoeken eind augustus blikt ze de komende weken terug op de beelden die haar het meeste bijbleven.

Atoomkluis

20 november 2011

“Een foto in de kelders, van een kluisdeur die er nu niet meer is. Het is de toegang tot de atoomschuilkelder die in de jaren 50, tijdens de Koude Oorlog gebouwd werd en nu weer afgebroken moest worden wegens niet meer aangepast aan de hedendaagse normen voor bewaring van schilderijen. Kijk eens hoe de dikke betonnen wand de atoomdreiging van die tijd weerspiegelt.”

- Karin Borghouts

OP ZATERDAG 23, ZONDAG 24, ZATERDAG 30 OF ZONDAG 31 AUGUSTUS KAN JE EEN BEZOEK BRENGEN AAN DE MUSEUMWERF. RESERVEREN KAN VIA INFO CULTUUR, WISSELSTRAAT 12 (HOEK GROTE MARKT), 2000 ANTWERPEN, T 32 (0)3 338 95 85 (VAN DINSDAG TOT EN MET ZATERDAG TUSSEN 11.00 EN 17.45) OF ONLINE VIA WWW.INFOCULTUUR.BE

 

“Dress to impress” voor Museumnacht in Onwaarschijnlijk Echt

Op zaterdag 2 augustus zetten de Antwerpse Musea de deuren weer wagenwijd open tussen 19.00 en 01.00 voor de – intussen – 10de editie van Museumnacht. Met de expo Onwaarschijnlijk echt dompelt het KMSKA je die avond onder in het nachtleven van de roaring twenties. Kom verkleed in ‘Jazz Age’-outfit naar de Koningin Fabiolazaal en geniet van een gratis ‘coupeke’ champagne. 

Henry Van Straten, De goochelaar, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet, Antwerpen – UNESCO Werelderfgoed’

Henry Van Straten, De goochelaar, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet, Antwerpen – UNESCO Werelderfgoed’

Na Wereldoorlog I leggen enkele kunstenaars zich opnieuw toe op vormen van realisme en illusionisme. Onderhuids blijft het modernisme echter aanwezig. Zowel in de vormgeving als in de keuze van het onderwerp: vaak grootstedelijk en surreëel of magisch-realistisch. Met werk van o.a. Carel WillinkPyke KochRaoul HynckesCharley Toorop en Henry Van straten. Ook het opwindende nachtleven van de ‘roaring twenties’ komt uitvoerig aan bod in de expo Onwaarschijnlijk echt. Tijdens deze feesteditie van de Museumnacht voeren opzwepende klanken uit de Jazz Age je mee naar de bruisende tijd van weleer.

Dress to impress

Niets zo leuk als je helemaal opkleden voor  een heerlijk avondje uit. Wie in ‘Jazz Age’-outfit naar de Koningin Fabiolazaal komt, wordt bovendien beloond met een gratis coupe champagne. Inspiratie vind je alvast op onderstaand Pinterestbord dat de KMSKA-medewerkers speciaal voor deze gelegenheid samenstelden.

KMSKA-werf in beeld: de keuze van de werffotograaf (deel 4)

Karin Borghouts brengt als werffotograaf de verbouwing van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen in beeld. In de aanloop naar de werfbezoeken eind augustus blikt ze de komende weken terug op de 10 beelden die haar het meeste bijbleven. 

Werfbeeld Karin Borghouts

20 maart 2013

“Tijdens de ontruiming van het museum was het nodig om op sommige plekken de deuropening  te verhogen, om de doorgang van enkele zeer grote schilderijen mogelijk te maken. Het is een merkwaardig zicht. Ik vraag me af hoe deze werken ooit in deze zalen zijn binnengeraakt.”

- Karin Borghouts

OP ZATERDAG 23ZONDAG 24, ZATERDAG 30 OF ZONDAG 31 AUGUSTUS KAN JE EEN BEZOEK BRENGEN AAN DE MUSEUMWERF. RESERVEREN KAN VIA INFO CULTUUR, WISSELSTRAAT 12 (HOEK GROTE MARKT), 2000 ANTWERPEN, T 32 (0)3 338 95 85 (VAN DINSDAG TOT EN MET ZATERDAG TUSSEN 11.00 EN 17.45) OF ONLINE VIA WWW.INFOCULTUUR.BE

 

Herman Teirlinck volgens Frits Van den Berghe

In de expo Onwaarschijnlijk echt. Magisch realisme en nieuwe zakelijkheid brengt curator Herwig Todts neorealistische werken uit de collecties van het Gemeentemuseum Den Haag, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet en het KMSKA samen. Op de museumblog gaat hij geregeld in op een aspect van de tentoonstelling. Vandaag staat hij stil bij de tekening die Frits Van den Berghe van Herman Teirlinck maakte.

De vormgeving van een visuele voorstelling of de stijl van een tekening, schilderij of beeld is afhankelijk van veel factoren. Er zijn mensen die geloven dat de stijl de tijd waarin het kunstwerk is ontstaan weerspiegelt of uitdrukt. Anderen geloven dat de persoonlijkheid, het temperament of zelfs het onderbewustzijn van de maker wordt uitgedrukt in de vormgeving van een beeld. Al te vaak vergeten we dat de stijl van een beeld afhankelijk kan zijn van twee andere factoren: de vaardigheid van de kunstenaar en de redelijke keuzes die hij kan maken. Frits Van den Berghe heeft in de loop van zijn artistieke bedrijvigheid diverse stijlen beoefend. Voor de Eerste Wereldoorlog schilderde hij prachtige laat-impressionistische, ietwat raadselachtige beelden. Na de oorlog kiest hij net zoals andere zogenaamde Vlaamse expressionisten voor een figuratieve post-kubistische of kubo-expressionistische kunst. Vanaf het einde van de jaren 1920 gaat hij irreële, soms groteske voorstellingen maken, waarvan de informele, wat experimentele vormgeving geassocieerd wordt met het surrealisme. Van den Berghe maakte karikaturen voor het socialistische dagblad De Vooruit en publiceerde samen met een collega van de krant, dichter Richard Minne, het stripverhaal Brieven van Pierken.

Gedeelde voorkeur voor artistieke vernieuwing

Herman Teirlinck (1879-1967) was een leeftijdsgenoot van Van den Berghe, maar hij vertoefde als leraar Nederlands van de Belgische prinsen en als raadsheer van de koningen Albert I, Leopold III en Boudewijn, in heel andere kringen. Teirlinck, als toneelschrijver, en Van den Berghe deelden wel een uitgesproken voorkeur voor artistieke vernieuwing. Teirlinck publiceerde geregeld en werd herhaaldelijk gevierd. Hij werd o.m. doctor honoris causa aan de Vrije Universiteit van Brussel in 1938. Er waren dus vele gelegenheden die een portret van de man konden rechtvaardigen. Omdat de vormgeving van een onderwerp vaak de functie volgt, koos Van den Berghe voor een natuurgetrouwe weergave van de gelaatstrekken, schaduwen die het volume beklemtonen, scherp getekende rimpels en gelaatsplooien en lichtreflecties op de onderlip, de neustop, de pupillen en de brillenrand, die het naturalisme versterken. Hoewel de omtreklijn van het gelaat, langs de wang ononderbroken doorloopt in de kraag van het hemd. Misschien wilde Van den Berghe zo herinneren aan het kunstmatige, tweedimensionale karakter van de tekening. Laat-realistische tijdgenoten van Van den Berghe, zoals Albert Van Dijck en andere zogenaamde animisten, zouden zoiets in ieder geval nooit doen.

Frits Van den Berghe, Portret van Herman Teirlinck, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Frits Van den Berghe, Portret van Herman Teirlinck, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Herman Teirlinck is uw man

Herman Teirlinck (1879-1967) nam in 1925 voor de eerste en enige keer deel aan de parlementaire verkiezingen in België. Hij kwam op voor de Liberale Volksbond Brussel. Op zijn verkiezingsaffiche roept hij de politieagenten van “Groot-Brussel” op om voor hem te stemmen.

“Ook voor U is het van beteekenis vertegenwoordigd te zijn door iemand die U waardeert en die uwe sympathie verdient! Herman Teirlinck is uw man. … een demokraat; een talentvol redenaar; een letterkundige van Europeesche bekendheid; een Hoogstaand kunstenaar. De politiek van Herman Teirlinck is vrede in den lande, vooruitgang en volksbeschaving …”

Teirlinck werd niet verkozen maar hij heeft (theaterliefhebbers weten dat) als niet-politicus meer gerealiseerd dan sommige politieke collega’s en concurrenten die toen wel een mandaat veroverden. Hij had geen talent voor het behalen van diploma’s. Hij heeft niettemin in het hoger onderwijs, als adviseur van de koningen Albert I en Leopold III en als verdediger van de culturele autonomie van Wallonië en Vlaanderen, een belangrijke rol gespeeld in België. Uitgeverij Manteau publiceerde van 1960 tot 1969 in 8 delen en meer dan 6000 bladzijden, alle verhalen, theaterteksten en essays die hij geschreven heeft.

Herwig TODTS

KMSKA-werf in beeld: de keuze van de werffotograaf (deel 3)

Karin Borghouts brengt als werffotograaf de verbouwing van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen in beeld. In de aanloop naar de werfbezoeken eind augustus blikt ze de komende weken terug op de 10 beelden die haar het meeste bijbleven.

Werfbeeld Karin Borghouts22 maart 2013

“Een vreemd en uniek zicht op de museumzalen op de bovenverdieping. Een beeld dat waarschijnlijk ook niet meteen meer terugkomt. De zalen zijn nu echt wel leeg en klaar voor de renovatie, al ziet het er nog erg schoon uit. De grote hoogte valt extra op nu.”

- Karin Borghouts

OP ZATERDAG 23, ZONDAG 24, ZATERDAG 30 OF ZONDAG 31 AUGUSTUS KAN JE EEN BEZOEK BRENGEN AAN DE MUSEUMWERF. RESERVEREN KAN VIA INFO CULTUUR, WISSELSTRAAT 12 (HOEK GROTE MARKT), 2000 ANTWERPEN, T 32 (0)3 338 95 85 (VAN DINSDAG TOT EN MET ZATERDAG TUSSEN 11.00 EN 17.45) OF ONLINE VIA WWW.INFOCULTUUR.BE

Hoe de Amerikaanse professor Francis Thomas Rogier van der Weyden en James Ensor ontdekte in het KMSKA

Tijdens de zomermaanden kijken de onderzoekers van het Ensor Research Project naar artikels die in andere publicaties over James Ensor verschenen zijn. 

Francis Noël Thomas, emeritus “professor of humanities” van het Harry S Truman College in Chicago, publiceerde onlangs in de New England Review een intrigerend stuk over licht en lijn in het werk van Rogier van der Weyden en James Ensor. Professor Thomas’ belangstelling gaat uit naar de relatie tussen woord en beeld en de interpretatie van teksten en beelden. Letterkundigen, schrijvers en literatuurkenners hebben altijd al een bijzondere voorliefde gehad voor de kunst van Ensor. In de ogen van sommige kunstcritici is zijn oeuvre overigens al te literair. Het valt op dat verschillende literatuurhistorici het werk van Ensor de jongste jaren ontdekt hebben. Uiteraard gaat hun aandacht vaak uit naar zijn literaire bedrijvigheid. Zo selecteerden Daniel Grojnowski en Bernard Sarrazin teksten van Ensor voor een overzicht van de moderne baldadige humor in de letterkunde (Fumesteries. Naissance de l’humour moderne 1870 – 1914, Parijs: Omnibus, 2011).¹

Het artikel dat Francis Noël Thomas in de New England Review publiceerde is wat minder academisch opgevat, maar hij waagt zich wel – en dat is vandaag veeleer zeldzaam – aan een verregaande interpretatie van de artistieke kwaliteiten in het werk van Ensor. Thomas vertelt hoe zijn liefde voor de Vlaamse primitieven hem naar Antwerpen voerde. Zijn fascinatie voor De Zeven Sacramenten van Rogier Van der Weyden volstond kennelijk om de Scheldestad meermaals te bezoeken. Een affiche van Ever Meulen aan de muur van een café in Chicago – met allerlei personages uit de werken van Belgische en pre-Belgische kunstenaars: Wouters’ dwaze maagd, een dame van Spilliaert voor een Servranckx, een mannetje van Raveel, een halfnaakte deerne van Delvaux arm in arm met een burgermannetje van Magritte, Van Eyck, Brueghel, Bosch enz. –  herinnerde Thomas aan het feit dat het Koninklijk Museum in Antwerpen niet alleen over een schitterende collectie Vlaamse primitieven beschikt maar dat op de benedenverdieping ook nog eens de beste Ensorcollectie ter wereld werd tentoongesteld. Tijdens een bezoek aan de zaal Ensor en de modernen (de presentatie van de museumverzameling voor de sluiting van het gebouw) ontdekte Thomas op de muur van de tentoonstellingszaal Ensors beruchte opmerking over de oppervlakkige impressionisten waartoe men hem ten onrechte rekende. Ensor vond dat vóór hem niemand de deformerende invloed van het licht op de lijn had begrepen. Het is deze opmerking die Thomas aanzet tot een nieuwe interpretatie van de wijze waarop in de kunst van Van der Weyden het licht de lijn volgt, ondersteunt en vormt. Terwijl ze precies in de verrassende, religieuze werken van Ensor onder invloed van het licht wordt gedeformeerd.

Herwig TODTS

Met dank aan aan em. professor Joris Duytschaever.


¹ Richard Hobbs ging in Ensors hyperbolische taalgebruik op zoek naar een levensvreugde die Ensor met de Franse dichter Charles Baudelaire zou delen. (‘Ensor’s hyperbolic joie de vivre’, HARROW, S. & UNWIN, T. (ed.), Joie de vivre in French literature and culture. Essays in honour of Michael Freeman, Amsterdam-New York: Rodop, 2009). Claire Moran, professor literatuurgeschiedenis aan de universiteit van Belfast analyseert de modernistische aspecten in Ensors teksten. (‘Invention and Reinvention: Word, Image and Modernity in James Ensor’, AUBERT, Nathalie, FRAITURE, Pierre-Philippe & Mc GUINNESS, Patrick (ed.), La Belgique entre deux siècles. Laboratoire de la modernité 1880 – 1914, Bern : Peter Lang : 2007).
Dr. Andrea Bontea van de University of Sussex sprak op de conferentie “Primitive Renaissance” in de National Gallery in Londen (12 april 2014) over het masker in de kunst van Klee en Ensor (‘Renaissance Masks and Ugliness – Towards a New Language of Surface in the Art of Ensor and Klee’).
Drs. Katrien Dierckx van de Universiteit Antwerpen, Departement Geschiedenis, publiceerde een lijvige vergelijkende studie van de opvattingen en poëzie van Mallarmé en het beeldend werk van Ensor (Mallarmé’s crisisgedachte en Ensors tendens tot derealisatie: een verkennend interdisciplinair contact, Belgisch tijdschrift voor oudheidkunde en kunstgeschiedenis – ISSN 0035-077X-82 (2013), p. 135-160).