The Sound of Rubens deel 4: Compassie

EEN SOUNDTRACK BIJ DE TENTOONSTELLING SENSATIE & SENSUALITEIT

De tentoonstelling Sensatie en Sensualiteit deelt de artistieke erfenis van Peter Paul Rubens op in zes thema’s: geweld, macht, lust, compassie, elegantie en poëzie. Curator Nico Van Hout ging voor elk van die thema’s op zoek naar verbanden tussen werk van Rubens en de vele kunstenaars die na hem kwamen.

In de aanloop naar de tentoonstelling maakte hij bovendien een selectie van muziek en filmpjes die aansluiten bij de verschillende hoofdstukken die in de expo aan bod komen. De komende weken stelt hij ze met plezier aan je voor.

In het hoofdstuk Compassie linkt Van Hout de Michielsen triptiek van Peter Paul Rubens  aan de Stabat Mater van Giovanni Battista Pergolesi. Het verband tussen Rubens’ St. Cecilia en Henry Purcell’s Ode on St. Cecilia’s Day, Hail, Bright Cecilia ligt voor de hand. De Kruisafnemeningen van Lucas Vorsterman en Jan Joris van Vliet & Rembrandt plaatst Van Hout tot slot naast Olivier Messiaens Quatuor pour la fin du temps.



#TheSoundOfRubens

De komende weken maken we op Spotify een afspeellijst met muziek die aan de verschillende thema’s en kunstwerken in de expo gekoppeld kan worden. Heb jij Sensatie en Sensualiteit bezocht en begon je daarbij quasi instinctief een nummer van Bach, Beethoven of Bruce Springsteen te neuriën? Laat het ons weten via facebooktwitter, of als reactie op dit blogbericht! Dan vullen we onze afspeellijst verder aan.

 

 

De Eerste Wereldoorlog getekend/Getekend door de Eerste Wereldoorlog. André de Ridder over de tekenaar Louis Raemaekers

In de Koningin Fabiolazaal kan je dit najaar De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Met die expo tonen het KMSKA, De Provincie Antwerpen, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emile Verhaeren hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur uit die periode. Medewerkers van de verschillende instellingen lichten op deze blog geregeld een aspect van de tentoonstelling uit. Birgit Leenknegt is vrijwilliger in het Letterenhuis. Ze laat kunstcriticus en schrijver André de Ridder aan het woord over tekenaar Louis Raemaekers. 

In Belgium / Help / The National Committee for Relief in Belgium / [Tra]falgar Buildings, Trafalgar Square. Affiche door Louis Raemaekers, ca. 1918. Collectie Letterenhuis.

In Belgium / Help / The National Committee for Relief in Belgium / [Tra]falgar Buildings, Trafalgar Square. Affiche door Louis Raemaekers, ca. 1918. Collectie Letterenhuis.

In het Vlaamsgezinde dagblad De Vlaamsche Stem van maandag 19 april 1915 wijdt André de Ridder een artikel aan de oorlogsprenten van de Nederlandse tekenaar Louis Raemaekers. Tussen 1914 en 1918 voltooide Raemaekers zeven series van Het Toppunt der Beschaving, tekenbundels van oorlogstaferelen. De Ridder omschrijft de prenten als volgt:

“Dit werk […] zal blijven een der schoonste en afschuwelijkste herinneringen aan dezen onverbiddelijken moordkrijg.”

In tegenstelling tot zijn vaderland, het neutrale Nederland, had Louis Raemaekers duidelijk partij gekozen. Met tekeningen getiteld: Ordnung muss sein! Vrouwen links, mannen rechts, De kinderen van de Luisitania en Oostenrijk door Servië geklopt. Je had meer van de  franctireurs moeten profiteeren, zooals ik in België toont hij de Duitse oorlogsgruwelen. Aldus wenste hij de Nederlandse bevolking wakker te schudden met zijn gruwelijke en veelzeggende afbeeldingen. De Ridder stelt:

“Zijn onverschrokken aanval tegen de ‘beschavers’ heeft hem gekleed met een waardigheid, die hem alléén als een zeer behendig en gevoelig artist, maar als een schoon mensch, niet alléén voor ons […] maar door allen eerlijk-voelende burgers van al de beschaafde staten der aarde, zal doen eeren …”

De tekeningen bieden stuk voor stuk een unieke kijk op het oorlogsgebeuren. Volgens de Ridder zullen

“deze eenvoudig-geteekende platen van Raemaekers […] later historisch worden. Wij allen […] zullen deze teekeningen met zorg, en dankbaarheid en droefenis wegbergen in de laden onze bibliotheken, om ze later te toonen aan onze kinderen en kleinkinderen …”

 

Een tekening van Louis Raemaekers

“Twee Senegaleesche tirailleurs die een gewonden Pruis te drinken geven […] in sereen licht van de hoogere menschenliefde, een daad van schoonheid, een daad van goedheid, in den allerbloedigsten en allernutteloosten aller oorlogen, en zoo’n beeld geeft weer wat troost, wat hoop voor de toekomst …”

- A. de Ridder. “Het toppunt der beschaving door Louis Raemaekers” in: De Vlaamsche Stem, maandag 19 april 1915.

De twee Senegalezen, die tijdens de oorlog deel uitmaakten van het koloniale leger van Frankrijk, worden op de prent voorgesteld als Barmhartige Samaritanen. Volgens de parabel overschrijdt de goedheid van de mens het eigen geloof, of in dit geval de bondgenootschappen. Soms komt hulp vanuit onverwachte hoek en kan een Duitse getroffen soldaat geholpen worden door soldaten van de geallieerde zijde. Deze afbeelding volgt het patroon van Raemaekers waarin hij enerzijds de Triple Entente, met hierin o.a. Duitsland, afschildert als barbaren en schenders van de mensenrechten en anderzijds de geallieerden afbeeldt als bestrijders van al het kwade.

Een tekening van Louis Raemaekers

“Eén plaat vonden we ook in de derde serie, die ons pijnlijk aandoet, maar zullen we onze oogen sluiten, omdat de satire ons eigen volk treft? ’t Is de teekening “In ’t vroolijke Haagje”, waar Raemaekers ons toont enkele jonge Belgische feestvierders, in smoking of habiet, champagne drinkend in gezelschap van gedecoleteerde dames. In een Haagschen nachtbar, waar tziganen lustige deuntjes rakelen uit hunne viool. En dat die spotprent is moeten verschijnen, betreuren we. Misschien helpt Raemaekers’ rake teekening de kwaal genezen …”

- A. de Ridder. “Het toppunt der beschaving door Louis Raemaekers” in: De Vlaamsche Stem, maandag 19 april 1915.

Er zouden naar schatting één miljoen Belgen tijdens de Eerste Wereldoorlog de vlucht nemen voor de Duitse bezetter en in Nederland (tijdelijk) een veilige haven zoeken. In grote steden als Den Haag en Amsterdam stromen de Belgische uitgewekenen binnen. Vrijwel onmiddellijk zetten particulieren en de overheid mankracht en (financiële) middelen in om die ‘arme Belgen’ te ondersteunen. Toch komt er ook kritiek op de decadente levensstijl die sommige welgestelde Belgen erop aanhouden. Ook André de Ridder raakt dit heikele punt aan in een artikel in De Vlaamsche Stem van vrijdag 19 feburari 1915.

“We weten het ook dat er enkelen zijn van de slag, die men in kroegen en danskringen, speelclubs, en restaurants, nachtsociëteiten en variété-schouwburgen ontmoet. […] Zij drinken champagne! […] Zij klinken aan met hun glazen. Waarvoor? Op wat? Op wie? Voor de helden, die vallen? Voor ’t vaderland dat sterft? Of is ’t soms op den koning en de koningin, die zorgt en verpleegt en lijdt als een vrouw? Neen; zij drinken champagne omdat ze dat altijd doen, omdat ze ’t zoo in hun dagelijksch leven gewend zijn! […] Waar zou hun ziel schuilen? … Op den bodem van hun whisky-solda?”

Dit krantenbericht bewijst dat het ongenoegen over het buitensporige leven van enkele Belgen in Den Haag zich niet beperkt tot Hollandse stemmen, maar tevens uit Belgische monden te horen viel. Het percentage vluchtelingen dat het zich kon permitteren om “zotte prijzen […] te betalen voor bont en kleeren en juweelen, terwijl de champagne stroomt” zal wellicht niet opwegen tegen het massale aantal arme en ontredderde uitgeweken Belgen.

Birgit LEENKNEGT

LEZING: Emile Verhaeren EN DE GROOTE OORLOG

OP ZONDAG 23 november GEEFT Rik Hemmerijckx EEN LEZING OVER Emile Verhaeren IN HET LETTERENHUIS. JE KAN DE LEZINGEN GRATIS BIJWONEN. RESERVEREN IS AANGERADEN EN KAN VIA LETTERENHUIS@STAD.ANTWERPEN.BE OF T 03 222 93 20

 

 

The Sound of Rubens deel 3: Wellust

De tentoonstelling Sensatie en Sensualiteit deelt de artistieke erfenis van Peter Paul Rubens op in zes thema’s: geweld, macht, lust, compassie, elegantie en poëzie. Curator Nico Van Hout ging voor elk van die thema’s op zoek naar verbanden tussen werk van Rubens en de vele kunstenaars die na hem kwamen.

In de aanloop naar de tentoonstelling maakte hij bovendien een selectie van muziek en filmpjes die aansluiten bij de verschillende hoofdstukken die in de expo aan bod komen. De komende weken stelt hij ze met plezier aan je voor.

In het hoofdstuk Wellust plaatst hij Peter Paul RubensPan en Syrinx naast Daphnis et Chloé, suite nr.2 van Maurice Ravel en Venus Frigida – eveneens van Rubens naast Salade de fruits van André Bourvil. Verder ziet hij ook een duidelijke link tussen De triomf van Silenus van Jean-Antoine Watteau en Ottorino Respighi’s Feste Romane, La Befana. 

 

#TheSoundOfRubens

De komende weken maken we op Spotify een afspeellijst met muziek die aan de verschillende thema’s en kunstwerken in de expo gekoppeld kan worden. Heb jij Sensatie en Sensualiteit bezocht en begon je daarbij quasi instinctief een nummer van Bach, Beethoven of Bruce Springsteen te neuriën? Laat het ons weten via facebooktwitter, of als reactie op dit blogbericht! Dan vullen we onze afspeellijst verder aan.

The Sound of Rubens

 een Soundtrack bij de tentoonstelling Sensatie & Sensualiteit

De tentoonstelling Sensatie en Sensualiteit deelt de artistieke erfenis van Peter Paul Rubens op in zes thema’s: geweld, macht, lust, compassie, elegantie en poëzie. Curator Nico Van Hout ging voor elk van die thema’s op zoek naar verbanden tussen werk van Rubens en de vele kunstenaars die na hem kwamen.

In de aanloop naar de tentoonstelling  maakte hij bovendien een selectie van muziek en filmpjes die aansluiten bij de verschillende hoofdstukken die in de expo aan bod komen. De komende weken stelt hij ze met plezier aan je voor.

Arnold Böcklin, Het gevecht op de brug, 1892, privécollectie – in bruikleen aan het Kunsthaus Zürich

Arnold Böcklin, Het gevecht op de brug, 1892, privécollectie – in bruikleen aan het Kunsthaus Zürich

Voor het eerste hoofdstuk Geweld haalt Van Hout meteen het grote geschut boven. Hij  plaatst Het gevecht op de brug van Arnold Böcklin naast de Skythische suite van Sergei Prokofiev.

 

#TheSoundOfRubens

De komende weken maken we op Spotify een afspeellijst met muziek die aan de verschillende thema’s en kunstwerken in de expo gekoppeld kan worden. Heb jij Sensatie en Sensualiteit bezocht en begon je daarbij quasi instinctief een nummer van Bach, Beethoven of Bruce Springsteen te neuriën? Laat het ons weten via facebook, twitter, of als reactie op dit blogbericht! Dan vullen we onze afspeellijst verder aan.

De Groote Oorlog van de broers Karel van de Woestijne (de dichter) en Gustave Van de Woestyne (de schilder)

In de Koningin Fabiolazaal kan je dit najaar De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Met die expo tonen het KMSKA, De Provincie Antwerpen, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emile Verhaeren hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur uit die periode. Medewerkers van de verschillende instellingen lichten op deze blog geregeld een aspect van de tentoonstelling uit. Deze week bekijkt KMSKA-curator Nanny Schrijvers hoe Karel van de Woestijne en zijn broer Gustave de oorlog, elk op geheel eigen wijze, beleefden.

Gustave Van de Woestyne, De slapers, KMSKA

Het echtpaar De Graaff-Bachiene koopt ‘De slapers’ van Gustave Van de Woestyne in Londen. In 1949 schenkt Louise De Graaff-Bachiene het werk aan het KMSKA.

Hoe komen kunstenaars de oorlog door? En wat betekent dit voor hun werk? Blijven ze of gaan ze op de vlucht? In de verschillende verhalen die in De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog getoond worden, valt op dat kunstenaars zich inspannen om vooroorlogse banden te onderhouden – ook internationaal en over het front heen. Bovendien ontstaan er ook nieuwe contacten en mogelijkheden. Wellicht soms uit noodzaak maar niettemin vruchtbaar en vaak verrassend.

“… In den vreemden winter van dit wondere jaar, dat één der schoonste zomers als het ware stuk zag schieten…”

Zo begint Karel van de Woestijne, de dichter, 36 jaar, op 17 november 1914 zijn Dagboek van den oorlog dat hij voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant schreef. Hij heeft het verder over de sneeuw, helder weer en de Brusselse haven die hem doet denken aan een landschap van Patinir. Maar wat hem bijzonder blij maakt is dat er zoveel boten liggen. Allemaal met een Hollandse vlag, die “flapperend-wapperend” danst onder de hoede van de Amerikaanse Commission for Relief in Belgium. Die bezorgt graan en proviand aan de hongerige Brusselse bevolking. Zijn jongere broer Gustave Van de Woestyne, de schilder, 33 jaar, vertrekt naar Groot-Brittannië. Karel blijft tijdens de oorlog in Brussel. Maar zijn werk wordt eveneens in Engeland gelezen. Op 17 juni 1917 staat er in de Nederlandse krant De Tijd:

“Eigenaardig is hierbij om op te merken, dat ons uit Engeland wordt toegezonden een keurboekje Vlaamsche poezie in ’t Engelsch vertaald. In de inleiding wordt gulweg erkend, dat men van de Vlaamsche kunst dezer dagen nog minder afwist dan van de Chineesche literatuur, ofschoon zo vlakbij zulke heerlijke taalkunst bloeide…”

Jozef Cantré, De dichter Karel van de Woestyne, KMSKA

Jozef Cantré, De dichter Karel van de Woestyne, KMSKA

Met dank aan de familie Davies

Meer dan honderdduizend vluchtelingen komen in Groot-Brittannië terecht. In september 1914 wordt een Committee for the Relief of Belgian Refugees opgericht om de hulp centraal te organiseren. In steden en regio’s regelen subcomités de verdere opvang of steun. In Wales is er bijvoorbeeld een dorp dat gratis kruidenierswaren verstrekt, kranten die een column in het Nederlands publiceren over de toestand in België en een welgestelde familie die zelf het initiatief neemt om België bij te staan. De familie Davies stuurt onder andere een delegatie naar ons land om mensen uit te nodigen naar Wales te komen. Onder hen ook een aantal kunstenaars. De dochter van de beeldhouwer George Minne zegt hierover:

“Op een namiddag spraken mijn vader, Valerius De Saedeleer en Gustave Van de Woestyne met de heer en mevrouw Petrucci uit Brussel. Die vertelden dat Dr. Polderman, een professor uit Cardiff, fantastisch nieuws had:  mevrouw Davies en haar dochters, Gwen en Daisy (Margaret), wilden kunstenaars en hun familie uitnodigen naar Wales, waar ze niet alleen konden verder schilderen maar ook hun specifiek talent zouden kunnen overbrengen op de kunstenaars aldaar.”

In de The Welsh Outlook van november 1914 staat dat nergens in het Verenigd Koninkrijk, Londen uitgezonderd, zoveel belangrijke Belgen wonen: Emile Verhaeren in Llwynarthan, Emile Claus in Barry, Valerius De Saedeleer en Gustave Van de Woestyne in Aberystwyth,… Vervolgens beschrijft het artikel in kwestie de ‘betreurenswaardige achterstand van de beeldende kunsten in Wales’ en uit het de hoop dat de komst van zoveel talent een impuls kan geven aan de academies en hun studenten.

Voor Gustave Van de Woestyne en de andere kunstenaars is hun verblijf in Wales ook een unieke kans om de indrukwekkende collectie van de zusters Davies te leren kennen. Zij verzamelen vanaf het begin van de 20ste eeuw negentiende-eeuwse kunst en sinds 1912 speciaal het Franse impressionisme en postimpressionisme. Zelfs tijdens de oorlog gaan ze, actief betrokken bij missies van het Rode Kruis, geregeld naar Frankrijk en kopen ze tussendoor werk van Daumier, Renoir, Monet, Cézanne en Pissarro. Hun collectie -  ruim 260 stuks – wordt bewaard in The National Museum of Wales in Cardiff.

Hippolyte Daeye, Sereniteit, KMSKA

Hippolyte Daeye maakte dit schilderij nadat hij in Londen het werk van Amedeo Modigliani zag.

Het zijn niet alleen de gezusters Davies die Gustave Van de Woestyne bijstaan. In Londen komt hij in contact met de Nederlandse verzamelaars Jacob de Graaff en zijn vrouw Louise Bachiene. Hun eerste ontmoeting is puur toeval. Jacob de Graaff vertelt:

“Op een dag in 1915 toen ik de National Gallery bezocht, ontmoette ik mijn eerste Belgische kunstenaars. Zij waren gedrieën: Hippolyte Daeye, Leon De Smet en Gustave Van de Woestyne, die scherp over een schilderij van Alfred Stevens discussieerden. Daar zij het in het geheel niet waardeerden en ik het erg goed vond, kwam ik naderbij en informeerde beleefd naar hun redenen. ‘Het is oude schilderkunst, tegenwoordig moet men modern zijn’, zeiden zij in hoofdzaak, ‘wij spreken met U af dat U naar onze expositie komt kijken.’ Enige dagen daarna exposeerden zij in een Londense galerie. Daar kocht ik mijn eerste Belgische schilderijen. Sedertdien ben ik verder gegaan.”

Het echtpaar koopt inderdaad geregeld werk van Van de Woestyne. Zo ook De slapers, een schilderij dat mevrouw Louise De Graaff-Bachiene in 1949 aan het KMSKA schenkt.

Nanny Schrijvers

Meer weten:

  • The Davies Sisters collection
  • Tentoonstellingscatalogus, De collectie De Graaff-Bachiene, Hannema-de Stuers Fundatie, Heino/ Wijhe, Museum voor Schone Kunsten, Gent,  cat.1992

Lezing: Beeldende kunst, avant-garde en exil

Op zondag 12 oktober geeft Nanny Schrijvers een lezing in het Letterenhuis. Ze gaat daarbij dieper in op kunstenaars die in oorlogstijd het land verlieten. Je kan de lezingen gratis bijwonen. Reserveren is aangeraden en kan via letterenhuis@stad.antwerpen.be of T 03 222 93 20

 

Bezoek de expo dit weekend gratis met een ticket voor de Pontonbrug

Van 3 tot 5 oktober kan je in Antwerpen de oversteek van rechter- naar linkeroever maken op de pontonbrug die dat weekend op de Schelde ligt. De pontonbrug is hét hoogtepunt van de herdenkingsactiviteiten voor WOI. Met een ticket voor de pontonbrug kan je gedurende het pontonweekend gratis een bezoek brengen aan de expo.

“Ingelijst achter glas zal het schilderij volledig tot zijn recht komen”

Dankzij de briefwisseling van James Ensor kunnen de onderzoekers van het Ensor Research Project veel te weten komen over de artistieke keuzes van de kunstenaar.

Ensor bij de piano in zijn atelier – 22 juni 1937 (detail)een achter glas ingelijst werk achter het hoofd van de kunstenaar.

Ensor bij de piano in zijn atelier – 22 juni 1937 (detail) een achter glas ingelijst werk achter het hoofd van de kunstenaar.

Om schilderijen te beschermen worden ze soms achter glas ingelijst. Dat kan een restaurator ook toelaten om een schilderij niet van een vernislaag te voorzien. Daarvoor zouden esthetische en historische argumenten kunnen worden aangehaald. Ensor heeft zich in zijn briefwisseling wel eens uitgesproken over het effect van schilderijen achter glas. Hij vond het effect van spiegelend glas af en toe wel interessant. Zo schrijft hij aan de Antwerpse verzamelaar Cleomir Jussiant:

“Ingelijst achter glas zal het schilderij volledig tot zijn recht komen.”

Op sommige foto’s van kamers in Ensors tweede woning in de Vlaanderenstraat (het huidige Ensormuseum) kunnen we duidelijk kunstwerken aanwijzen die achter glas zijn ingelijst.

In zijn artikel voor het Ensor Research Project gaat Dr. Herwig Todts hier verder op in.

Kunst in de Groote Oorlog

Vanaf morgen (20/9) kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Die toont hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur rond 1914-1918.

De verhalen van zes centrale figuren - Cyriel BuysseAndré De RidderJules SchmalzigaugEmile Verhaeren, Rik Wouters en Paul van Ostaijen – zijn op hun beurt het vertrekpunt voor de verhalen van hun vrienden. Schilderijen, brieven, foto’s, tekeningen, sculpturen en publicaties laten zien hoe zij de oorlog beleefden.

Paul van Ostaijen, Floris Jespers en Oscar Jespers in het atelier van Floris Jespers in Oude God Mortsel tijdens de Eerste Wereldoorlog, augustus 1918. Collectie Letterenhuis, Antwerpen

Paul van Ostaijen, Floris Jespers en Oscar Jespers in het atelier van Floris Jespers in Oude God Mortsel tijdens de Eerste Wereldoorlog, augustus 1918. Collectie Letterenhuis, Antwerpen

Paul van Ostaijen verwerkte zijn trauma’s in de experimentele bundels Bezette Stad en De Feesten van Angst en Pijn. Het onderstaande filmpje gaat dieper in op zijn persoon en zijn vriendschap met de kunstenaarsbroers Floris en Oscar Jespers.

Het KMSKA en de Provincie Antwerpen organiseren deze tentoonstelling in samenwerking met het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emilie Verhaeren. Op de museumblog zullen medewerkers van deze verschillende instellingen geregeld dieper ingaan op een verhaal uit de tentoonstelling.