“Ingelijst achter glas zal het schilderij volledig tot zijn recht komen”

Dankzij de briefwisseling van James Ensor kunnen de onderzoekers van het Ensor Research Project veel te weten komen over de artistieke keuzes van de kunstenaar.

Ensor bij de piano in zijn atelier – 22 juni 1937 (detail)een achter glas ingelijst werk achter het hoofd van de kunstenaar.

Ensor bij de piano in zijn atelier – 22 juni 1937 (detail) een achter glas ingelijst werk achter het hoofd van de kunstenaar.

Om schilderijen te beschermen worden ze soms achter glas ingelijst. Dat kan een restaurator ook toelaten om een schilderij niet van een vernislaag te voorzien. Daarvoor zouden esthetische en historische argumenten kunnen worden aangehaald. Ensor heeft zich in zijn briefwisseling wel eens uitgesproken over het effect van schilderijen achter glas. Hij vond het effect van spiegelend glas af en toe wel interessant. Zo schrijft hij aan de Antwerpse verzamelaar Cleomir Jussiant:

“Ingelijst achter glas zal het schilderij volledig tot zijn recht komen.”

Op sommige foto’s van kamers in Ensors tweede woning in de Vlaanderenstraat (het huidige Ensormuseum) kunnen we duidelijk kunstwerken aanwijzen die achter glas zijn ingelijst.

In zijn artikel voor het Ensor Research Project gaat Dr. Herwig Todts hier verder op in.

Kunst in de Groote Oorlog

Vanaf morgen (20/9) kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Die toont hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur rond 1914-1918.

De verhalen van zes centrale figuren – Cyriel BuysseAndré De RidderJules SchmalzigaugEmile Verhaeren, Rik Wouters en Paul van Ostaijen – zijn op hun beurt het vertrekpunt voor de verhalen van hun vrienden. Schilderijen, brieven, foto’s, tekeningen, sculpturen en publicaties laten zien hoe zij de oorlog beleefden.

Paul van Ostaijen, Floris Jespers en Oscar Jespers in het atelier van Floris Jespers in Oude God Mortsel tijdens de Eerste Wereldoorlog, augustus 1918. Collectie Letterenhuis, Antwerpen

Paul van Ostaijen, Floris Jespers en Oscar Jespers in het atelier van Floris Jespers in Oude God Mortsel tijdens de Eerste Wereldoorlog, augustus 1918. Collectie Letterenhuis, Antwerpen

Paul van Ostaijen verwerkte zijn trauma’s in de experimentele bundels Bezette Stad en De Feesten van Angst en Pijn. Het onderstaande filmpje gaat dieper in op zijn persoon en zijn vriendschap met de kunstenaarsbroers Floris en Oscar Jespers.

Het KMSKA en de Provincie Antwerpen organiseren deze tentoonstelling in samenwerking met het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emilie Verhaeren. Op de museumblog zullen medewerkers van deze verschillende instellingen geregeld dieper ingaan op een verhaal uit de tentoonstelling.

Sensationele opbouw in Brussel

Momenteel wordt in Bozar de expo Sensatie & Sensualiteit. Rubens en zijn erfenis – een project van het KMSKA, Bozar en The Royal Academy – opgebouwd. Speciaal voor die expo komen er heel wat topwerken van over heel de wereld naar Brussel. Curator Nico Van Hout legt de boeiendste opbouwmomenten vast.

Donderdag 11/9

De kunstwerken uit het KMSKA reizen naar Brussel. Rubens’ Jacht op tijger, leeuw en luipaard uit het Musée des Beaux-Arts van Rennes komt aan en past net onder de deur.

Vrijdag 12/9

Ook Marchesa Maria Grimaldi en haar dwerg (Rubens) zijn intussen gearriveed. Jacht op tijger, leeuw en luipaard wordt uitgepakt, geckeckt op conditie en krijgt een plekje aan de muur.

Zaterdag 13/9

Ook in het weekend wordt er doorgewerkt en is het gezellig druk in de tentoonstelling-in-wording. Er komen transporten aan uit het Louvre en de National Gallery. Je krijgt een goed beeld van het samenspel van de schilderijen en het gebouw van architect Horta.

Maandag 15/9

Rubens’ ontwerpschets voor het Whitehall-plafond uit de collectie van Tate is gearriveerd. De conditie van het werk wordt gecontroleerd.

Op zondag 5 oktober geeft Nico Van Hout de aftrap van een nieuwe reeks Lezingen op zondag. Hij zal het daarbij op zoek gaan naar de artistieke erfenis van Peter Paul Rubens. Toegang tot de lezing is gratis met inschrijving.

 

Beperkte oplage

Vanaf volgende week (20/9) kan je in de Koningin Fabiolazaal de expo De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Die toont hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur rond 1914-1918. Als basis voor het campagnebeeld bij deze tentoonstelling – die zowel op beeldende kunst als letteren focust – maakten huisvormgevers Tom Hautekiet en Herman Houbrechts een typografisch beeld dat o.a. refereert naar de letterexperimenten van Paul Van Ostaijen. Die laatste is één van de zes centrale figuren waarrond de curatoren van het KMSKA, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emilie Verhaeren de expo Kunst in de Groote Oorlog hebben opgebouwd.

Campagnebeeld Kunst in de Groote OorlogAfgelopen zomer trokken Tom, Herman en Bob Daems (adviseur Beeldende Kunst van de Provincie Antwerpen) naar het Frans Masereelcentrum in Kasterlee om daar het campagnebeeld eigenhandig te drukken op authentieke wijze. Herman legde alle stappen die daarbij aan te pas kwamen nauwgezet vast.

Stap 1: Lettercompositie maken

Tom en ik zetten de lettercompositie (die we straks zullen drukken) op een tafel uit.
We proberen allerhande composities, verschillende lettertypes/families en onderlinge combinaties uit tot we de goede gevonden hebben.

Stap 2: Lettercompositie klaarmaken voor druk (drukwerk voorbereiden)

De lettercompositie wordt nu op de drukwerktafel minutieus klaargelegd.

De lettercompositie wordt nu op de drukwerktafel minutieus klaargelegd.

Stap 3: Beïnkten van de letters

Ivan van het Masereelcentrum maakt de inkt aan. Vervolgens worden de letters met een rolletje één voor één beïnkt. Dit moet voor elke unieke drukgang gebeuren, een  arbeidsintensief karwei. De letters liggen in spiegelbeeld want ze zullen straks hun beïnkte “spiegelbeeld” afgeven.

Stap 4: Drukken/Corrigeren

Bob drukt. Een zware cilinder trekt het papier met kracht over de houten letters.
Zo ontstaat de afdruk. De beïnkte letters geven hun spiegelbeeld af. Sommige letters ontbreken. Soms worden ze te licht of net te vet afgedrukt. Dit verhelpen we door meer inkt te gebruiken of de hoogte van de letters ten opzichte van het papier te verstellen. Het is een erg ambachtelijk proces. Niet makkelijk, maar wel plezierig.

Stap 5: Eindresultaat

Een goed resultaat is afhankelijk van veel factoren en uiteindelijk een perfect samenspel tussen papier, inkt en drukker. We blijven proberen en door enige ervaring hebben we na een poosje een eerste (voor ons gevoel althans) “goede” druk te pakken.

Eindresultaat

Eindresultaat

Verschillende drukgangen

Verschillende drukgangen

Uiteindelijk leverde dit drukexperiment een affiche in typodruk op. Die werd vervolgens ingescand zodat ze in offset vermenigvuldigd kon worden op A2-formaat. Het A0-formaat heeft Bob Daems eigenhandig gezeefdrukt in het Masereelcentrum. Dat leverde 150 unieke exemplaren op die vanaf 22 september in het Antwerpse straatbeeld te zien zullen zijn.

Boekensteun: kunstenaarsboek uitgelicht

Het KMSKA bezit een 70-tal kunstenaarsboeken, voornamelijk uit de jaren 1970. Na 40 jaar vertonen sommige van die boeken krasse, kreuken, scheuren, verkleuring en verzuring. Dankzij Boekensteun kan ook jij het KMSKA helpen om zijn collectie kunstenaarsboeken in goede staat te bewaren en waar nodig te restaureren. In dit bericht gaat KMSKA-bibliothecaris Ingrid De Pourcq dieper in op één van de kunstenaarsboeken uit de museumcollectie: Portrait-pétales: Biopsie 13 van Eduard Bal en Bernard Heidsieck uit 1973

Bernard Heidsieck, Eduard Bal, PORTRAIT-PETALES Biopsie 13, Galerie Kontakt, Antwerpen, 1973.

Bernard Heidsieck, Eduard Bal, PORTRAIT-PETALES Biopsie 13, Galerie Kontakt, Antwerpen, 1973.

Naar het schijnt was het uitgever-galerist Guy Schraenen die het initiatief nam tot de productie van het kunstenaarsboek Portrait-Pétales: Biopsie 13. Schraenen richtte in 1965 Galerie Kontakt op, waar hij meermaals werk van Antwerps beeldend kunstenaar Eduard Bal (1927-1999) presenteerde. Later richtte hij een uitgeverij op en bracht hij Ward Bal in contact met de Franse podiumdichter Bernard Heidsieck (1928-) om samen een kunstenaarsboek te creëren.

Poëzie, vliegtuigjes en een 45-toerenplaat

Heidsieck is een pionier van de ‘poésie sonore’ of auditieve poëzie, ontstaan met de opkomst van nieuwe technologieën in de jaren 1950. De dichter gebruikte een bandopnemer om geluidsfragmenten uit het dagelijkse leven op te nemen en te combineren met door hemzelf geschreven en voorgelezen gedichten. De teksten moesten niet gewoon gelezen, maar voorgedragen worden. Dat deed Heidsieck zelf op allerlei performances. Zijn Biopsies zijn korte gedichten over banale en toevallige gebeurtenissen, uitgaand van geluidsfragmenten uit zijn eigen leven.

Ward Bal gebruikte de Biopsie 13 om de gebeurtenissen in het gedicht uit te beelden met zijn bekende gevouwen papieren vliegers of vliegtuigjes. Helemaal in zijn stijl presenteert hij vier monochroom witte collages, waarbij hij de gevouwen vliegtuigjes in verschillende posities op een witte achtergrond kleeft. Zo speelt hij met licht en schaduw en balanceert hij op de grens tussen figuratief en abstract. De symboliek van het vallende vliegtuig mag de kijker-luisteraar zelf invullen …

Naast het gedicht, met voordrachtaanwijzingen, en de vier collages, bevat het boek ook een 45-toerenplaat met een opname van het gedicht. Van het kunstenaarsboek bestaat ook een versie waarbij zeefdrukken de collages vervangen.

Verzuurde lijm

Zoals je op een van de foto’s kan zien is op sommige plaatsen de lijm verzuurd en verhard, waardoor de vliegtuigjes loskomen van het blad en letterlijk uit het boek vallen. In het conservatie- en restauratieproject voor de kunstenaarsboeken van het KMSKA zullen we dit aanpakken.

Dit is je laatste kans om de kunstenaarsboeken van het KMSKA te redden. Steun ons vandaag nog en help ons zo om o.a. dit kunstenaarsboek met zijn kwetsbare onderdelen te herstellen en beter te bewaren.

Boekensteun: Kunstenaarsboek uitgelicht

Het KMSKA bezit een 70-tal kunstenaarsboeken, voornamelijk uit de jaren 1970. Na 40 jaar vertonen sommige van die boeken krasse, kreuken, scheuren, verkleuring en verzuring. Dankzij Boekensteun kan ook jij het KMSKA helpen om zijn collectie kunstenaarsboeken in goede staat te bewaren en waar nodig te restaureren. In dit bericht gaat KMSKA-bibliothecaris Ingrid De Pourcq dieper in op één van de kunstenaarsboeken uit de museumcollectie: Tegen een bizarre achtergrond van algemeen verderf van Claude Krijgelmans en Pjeroo Roobjee.

Tegen een bizarre achtergrond van algemeen verderf

Tegen een bizarre achtergrond van algemeen verderf

Met het kunstenaarsboek Tegen een bizarre achtergrond van algemeen verderf (Antwerpen, Ziggurat, 1979) houden we het resultaat van een samenwerking tussen een kunstenaar en een schrijver in handen. Anders dan ‘boek-objecten’ als Neuzen Neuzen en This is not A BOOK, waar we het voordien over hadden, is dit qua vorm een klassiek ‘livre d’artiste': een verhaal van Claude Krijgelmans geïllustreerd met twee zeefdrukken van Pjeroo Roobjee.

Hier zijn Roobjee en Krijgelmans twee wapenbroeders in dezelfde strijd. Allebei zijn ze uitdagend en anarchistisch ingesteld, vol fantasie en humor, maar evenzeer sarcastisch en agressief. Hun wereld bestaat uit lust en geweld, en de dood is nooit ver weg. Hun werk is experimenteel en esthetiserend van aard, vaak kitscherig en anekdotisch vertellend, met een stroom van woorden en beelden die choqueert en ontwricht. Tot geen strekking te herleiden, behalve misschien die van het groteske en het carnavaleske. Spel met beeld en taal, subversie van de burgermoraal.Om u een idee te geven, hier het begin van Krijgelmans’ novelle in Tegen een bizarre achtergrond van algemeen verderf:

“In een wereld, die met zichzelf geen blijf meer wist, zei hij Dag mevrouw. [Mijn naam is Leo.] Ze was hooguit vijftig, een boswezen met een huidplunje van afgedragen leer. Haar fysiek droop van haar molle kuit en hij kreeg een fleurige blik tegen zijn onderbeen. … Vierenveertig. Precies wat hij hebben moest [zei hij]. Een verwelkt charmantje. Een afgelikte boterham. Een doorgeneukt afknappertje. Net zoals Lebbert [een myoop verzamelaar, grondwoeler bij uitstek] dat graag had.” (p. 3)

Foedraal van dennenhout

Het kunstenaarsboek zit in een foedraal van dennenhout, een platte doos met een gleuf aan één kant, waar je het ongebonden boekblok langzaam uit kan trekken. Het hout is hard en weerbarstig als de inhoud van het boek, als een bescherming tegen de ontketende duivels binnenin.

Momenteel is het hout ook letterlijk gebarsten, doordat het niet altijd in de juiste omstandigheden werd bewaard. Sinds 2007 zijn alle kunstenaarsboeken van het KMSKA geïnventariseerd en beschreven, en worden ze in gepaste klimatologische omstandigheden bewaard. Het foedraal heeft echter extra bescherming nodig om niet verder te degraderen. En het papieren boekblok moet los ervan in zuurvrij karton bewaard worden, om niet verder te verzuren onder invloed van het hout. De houtnerven staan al in het vergeelde omslagpapier afgetekend…

Dankzij uw steun haalden we intussen 20% van het benodigde bedrag binnen om een papier- restaurator aan te stellen die de juiste zorgen kan toedienen aan de kunstenaarsboeken van het museum. Dat is mooi, maar we hebben meer nodig om de eindmeet te halen. Steun ons vandaag nog en help ons zo om o.a. dit kunstenaarsboek met zijn kwetsbare onderdelen te herstellen en beter te bewaren.

 

Belgische charmeurs en Nederlandse modernisten in vollen fleur

Met de expo Onwaarschijnlijk echt. Magisch realisme en nieuwe zakelijkheid bracht curator Herwig Todts neorealistische werken uit de collecties van het Gemeentemuseum Den Haag, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet en het KMSKA samen. Op zondag 31/8 sluit de expo definitief de deuren. De voorbije maanden blogde de curator geregeld over een aspect van de tentoonstelling. Afsluiten doet hij met een blik op de verhouding België-Nederland op vlak van neorealistische kunst.

Pyke Koch kust E.L.T. Mesens kust Charley Toorop. (Beeldbank Amsterdam)

Pyke Koch kust E.L.T. Mesens kust Charley Toorop. (Beeldbank Amsterdam)

Volgens professor Saskia de Bodt was Brussel voor Nederlandse kunstenaars in de loop van de 19de eeuw hét avant-gardecentrum halverwege Parijs. Kunstenaars als Willem Roelofs, de gebroeders David en Pieter Oyens, Jan Toorop en Vincent van Gogh werden aangetrokken door de trendgevoelige Brusselse kunstwereld. Roelofs en de Oyensen verbleven vele jaren in de Belgische hoofdstad, voor Toorop en Van Gogh was het slechts een tijdelijk verblijf.

Ook op tentoonstellingen in Den Haag konden kunstenaars, liefhebbers en kenners kennismaken met de “vingtisten”, de leden van de vooruitstrevende Brusselse kunstenaarsvereniging Les XX. Het succes van “de stomheid der Belgen, die ons in Holland verneuken willen”, was evenwel een doorn in het oog van Roland Holst en architect Berlage. Die laatste vond dat de Belgische kunstenaars “charmeurs” waren.

Brussel geeft de fakkel door

Het wordt vandaag maar nauwelijks erkend maar de Brusselse kunstwereld verloor haar belangstelling voor radicale artistieke vernieuwing omstreeks 1900. In de Lage Landen werd de fakkel van de avant-garde, voor meer dan een halve eeuw, overgenomen door Den Haag en Amsterdam. Literator en kunstcriticus Andre De Ridder verbleef tijdens de Eerste Wereldoorlog in Amsterdam en schreef achteraf:

“Terwijl we in ons land voorttrappelen in de sinds jaren begane wegen van het impressionisme en het néo-impressionisme, die ons naar gene nieuwe indrukken meer kunnen leiden, is er in Holland een prachtige modernistische beweging in vollen fleur […].”

De Ridder had tijdens de Grote Oorlog niet alleen een veilig verblijf in Nederland gevonden. Hij leerde er ook de nieuwe kunst van Picasso, Chagall, Franz Marc, Le Fauconnier en de Franse kubisten kennen in Amsterdam. Net als enkele andere landgenoten zoals Gust De Smet, Frits Van den Berghe, Henri Van Straten, Willem Paerels en Georges Van Raemdonck. Die laatste was overigens een zeer populair illustrator en tekende voor De (Groene) Amsterdammer politieke spotprenten. Samen met A. M. de Jong maakte hij van 1922 tot 1937 stripverhalen voor de socialistische krant Het Volk: De avonturen van Bulletje en Boonestaak. Die lagen overigens aan de basis van het allereerste jeugdfeuilleton dat de NIR – de voorganger van de VRT – in 1955 uitzond.

De wereldreis van Bulletje en Boonestaak

De wereldreis van Bulletje en Boonestaak

Charley Toorop in Brussel en Parijs

Terug naar Andre De Ridder die tijdens zijn verblijf in Amsterdam vriendschap sloot met de dochter van Jan Toorop: Charley. Hij vond haar werk “vaak heerlijk-primitief van gevoel en uitbundig van fantasie”. Toorop was in die jaren vaak in Brussel, ze schilderde een min of meer kubistische portret van Norine de echtgenote van “kunstpaus” Paul-Gustave Van Hecke, die samen met De Ridder de belangrijke Brusselse Galérie Sélection leidde. In Brussel maakte zij ook kennis met componist, dichter en kunsthandelaar E.L.T. Mesens die prompt verliefd werd op Charley. Dankzij De Ridder en Van Hecke kon Toorop niet enkel in Brussel maar ook in Parijs tentoonstellen.

Charley Toorop

Charley Toorop

De tentoonstelling “Onwaarschijnlijk echt” was een verkenning van allerlei neorealistische trends in de kunst van het interbellum. De schilderijen in de tentoonstelling zijn afkomstig uit drie museumverzamelingen: die van het Haags gemeentemuseum, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet en die van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. De tentoonstelling illustreert de veelvuldige contacten tussen kunstenaars uit Nederland en België. Maar het is duidelijk dat er geen sprake kan zijn van een soort van neorealistische eenheidskunst in de Lage Landen.

Herwig TODTS

Verder lezen

  • Saskia de Bodt, Halverwege Parijs. Willem Roelofs en de Nederlandse schilderskolonie in Brussel 1840-1890, Gent: Snoeck-Ducaju & Zoon, 1995
  • Marc Lambrechts, Lieske Tibe, Piet Boyens, Johan De Smet, John Steen, Verwantschap en Eigenheid. Belgische en Nederlandse kunst 1890 – 1945, Amsterdam University Press, Marot Tijdsbeeld, 2002
  • Saskia de Bodt en Frank Hellemans, Taverne du Passage. Nederlandse schilders en schrijvers in België, Rekkem: Ons Erfdeel, 2006
  • August Hans den Hoef & Sjoerd van Faassen, Van De Stijl en Het Overzicht tot De driehoek. Belgisch-Nederlandse netwerken in het modernistische interbellum, Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2013.