De zomer van James Ensor: “Tijdens het toeristisch seizoen kan ik niet afzijdig blijven.”

Het Ensor Research Team last tijdens de zomermaanden kort een pauze in. Geen artikel dus deze maand, maar wel een blogbericht waarin de onderzoekers belichten hoe James Ensor zijn zomers doorbracht.

De winkel van oom Leopold Haegheman, waar Ensor gaat wonen in 1917

De winkel van oom Leopold Haegheman, waar Ensor gaat wonen in 1917

Zomer in Oostende, koningin der badsteden. De kunstwereld draait verder maar Ensor is tijdens het toeristische seizoen immer als middenstander bedrijvig aan de zijde van zijn moeder in de winkel die ze uitbaatte. Die winkel is voor het hele gezin de belangrijkste bron van inkomsten. In tal van brieven en losse notities zijn opmerkingen te sprokkelen die aantonen hoezeer Ensor tijdens het zomerseizoen in beslag werd genomen door de verhuur van gemeubelde kamers aan toeristen en het mee uitbaten van de winkel. In oktober 1908 excuseert hij zich bij zijn vriend, de Luikse journalist Isi Collin, voor het feit dat hij onmogelijk etsen kan bezorgen voor een tentoonstelling in Luik. Ensor heeft absoluut geen tijd om naar Brussel te gaan om nieuwe afdrukken te laten maken. Tijdens het toeristische seizoen kan hij zich immers niet aan zijn verplichtingen onttrekken.

“Quant à l’exposition d’eaux-fortes, pas moyen de la faire en ce moment. Je n’ai pas assez d’épreuves actuellement. Je n’ai pas de presse et dois pour chaque tirage me rendre à Bruxelles pour guider le tireur. Je n’ai pu m’abstenter au cours de la saison.”

- Ensor aan Isi Collin, 7 oktober 1908

Commerce de coquillages

Het Koninklijk Museum bewaart het unieke afschrift van een brief van Ensor aan de Antwerpse kunstenaar Frans Hens die hem in 1920 uitnodigt om deel te nemen aan het salon van de tentoonstellingsvereniging Kunst van heden / L’art contemporain. De kunstenaar is na de dood van zijn moeder, zijn tante en zijn oom, verhuisd naar de voormalige winkel van oom Leopold Haegheman. Op het moment dat hij de brief naar Hens schrijft is hij 60, een succesrijk kunstenaar en kennelijk nog steeds actief in het toeristische bedrijf. Hij wordt immers in beslag genomen door allerlei commerciële bezigheden en familiale zorgen.

“Duizend excuses!”, schrijft hij aan Frans Hens. “Ja ik heb uw vriendelijke brieven ontvangen maar ik word volledig in beslag genomen, verlamd, door uiteenlopende moeilijkheden en familieverdriet, enzovoort enzoverder, en ik moet alles doen: de schelpenverkoop, het verhuur van het appartement, het huishouden. Men maakt mij voor alles verantwoordelijk. Wat een toestand voor een gevoelig kunstenaar.”

“Mille excuses! Oui j’ai reçu vos bonnes lettres mais je suis bien pris ici, des ennuis multiples, des chagrins de famille, etc. etc. me paralysent, et je dois tout faire: commerce de coquillages, location d’appartement, ménage. On me laisse toutes les charges. Quelle situation pour un artiste sensible.”

- Ensor aan Frans Hens 7 april 1920

HERWIG TODTS, KAREN BONNE, NANNY SCHRIJVERS

In dialoog over Ensor

Onlangs legde restaurator Karen Bonne, die frequent bijdragen levert aan het Ensor Research Project van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, enkele van haar onderzoekresultaten voor aan een groep museumrestauratoren en kunsthistorici in het externe depot van het KMSKA. Daarmee willen de medewerkers van het project de dialoog rond de onderzoeksresultaten op gang brengen en collega’s uit het veld om hun visie en feedback vragen.

Restaurator Karen Bonne legt haar onderzoeksresultaten voor aan een team van museumrestauratoren en kunsthistorici

Restaurator Karen Bonne legt haar onderzoeksresultaten voor aan een team van museumrestauratoren en kunsthistorici

De Ensorcollectie van het KMSKA geeft een mooi overzicht van het schildersoeuvre van de kunstenaar. Het museum bezit 38 schilderijen. Voor bijna al die schilderijen onderzocht Bonne het materiaal dat Ensor gebruikte en de technieken die hij daarbij hanteerde. Die vergeleek ze vervolgens met die van tijdsgenoten en kunstenaarshandleidingen uit die periode. Eerder publiceerde ze artikels over de krastechniek van Ensor, over zijn palet, en over de vingerafdrukken die terug te vinden zijn in zijn werk.

Restauratie van de Verbazing

Dergelijke onderzoeksresultaten geven mooi weer hoe Ensor gedurende de verschillende stadia van zijn carrière te werk ging. Deze informatie is noodzakelijk bij de bewaring en de restauratie van zijn schilderijen.

In 2012 startte het museum met de restauratie van Ensors topwerk Verbazing van het masker Wouse. In een nieuw artikel voor het Ensor Research Project vertelt restaurator Laure Mortiaux hoe ook deze restauratie geleid heeft tot een beter begrip van de schilder, de materiële geschiedenis van het werk in kwestie en de behandelingen die het schilderij intussen ondergaan heeft

 

Geboren op de dag van Venus. Ensors verjaardagsspeech

Op 13 april 1860 – ondertussen 154 jaar – geleden zag James Ensor het levenslicht in Oostende. Herwig Todts (Ensor Research Project) viert deze heugelijke gebeurtenis met een fragment uit een dankwoord van de kunstenaar tijdens een banket ter ere van zijn 62ste verjaardag in 1922. Een fragment dat meteen aantoont dat Ensor met woorden net zo sterk was als met verf. 

Ensor aan het werk in zijn atelier

Ensor aan het werk in zijn atelier

James Ensor had als kunstenaar ook literaire ambities. Hij behoorde tot de redactie van het tijdschrift La Flandre Littéraire. Revue mensuelle d’art et de littérature (1922 – 1927). 92 jaar geleden – in 1922 –  organiseerde de redactie van dat tijdschrift een banket om Ensor te vieren. De kunstenaar richtte een woord van dank tot het gezelschap, gelardeerd met “wonderbaarachtiglijke” neologismen, insinuaties, ironie en joie de vivre. Meteen onthult hij waarom het Ensor Research Project er aan houdt om telkens op de dertiende van de maand met een nieuwsbericht voor de dag te komen.

Beste vrienden, beste vriendinnen,

U zal mij mijn twijfelachtige bewoordingen vergeven, woorden die uw nauwgezette vriendschap nauwelijks waardig zijn. Hoezeer word ik geraakt, diep geraakt door uw goedheid op smaak gebracht met schoonheid. U allen hebt mij heerlijk verdronken, verzonken, ondergedompeld, verbockbierd (“bockonisé”) en vercitroenwaterd (“hydromelisé”), en ik ontwaar reeds een vluchtig paradijs, bevolkt door alcoholrijke engelen met vleugels van goud, en mooie gepluimde en gezwemvliesde dieren, die zwemen naar hobbelige eigenaardigheden.

[…]

Ik ben geboren in Oostende, de 13de april 1860, op een vrijdag, de dag van Venus. Welnu! beste vrienden, vanaf het gloren van mijn geboorte is Venus glimlachend tot mij gekomen en wij hebben elkaar langdurig in de ogen gekeken. Ha! die mooie blauwe, gifgroene ogen (pers et vers = perverse), haar lange zandkleurige haren.

[…]

Deze maand analyseert restaurator Karen Bonne hoe James Ensor met het paletmes in de hand op zoek ging naar de “perfecte toets” in een nieuwe bijdrage voor het Ensor Research Project van het KMSKA.

Detail van een geleidelijke opbouw van verftoetsen met een paletsmes onder de microscoop

Detail van een geleidelijke opbouw van verftoetsen met een paletsmes onder de microscoop

Het palet van Ensor

Een museum bewaart kunstobjecten maar ook schildersgerei en oude verftubes. Waar is dat goed voor?

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA (detail)

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA (detail)

Het schilderspalet geeft inzicht in het kleurengamma dat een schilder gebruikt. De kunstenaar geeft zich min of meer bloot in de manier waarop hij de verven aanbrengt en schikt op het palet. Maar er is meer. In 2010 heeft restaurator en Karen Bonne (verbonden aan het Ensor Research Project van het KMSKA) een aantal paletten, verftubes en pigmenten onderzocht en geanalyseerd. Die resultaten vertellen veel over de schilderspraktijk in de late 19de en begin 20ste eeuw, over de gebruikte verven – al dan niet in tubes en over de samenstelling van die verven. Maar ook over mengen, binden en verdunnen. Het is een belangrijke hulp bij het technisch onderzoek van de schilderijen en laat toe om schilderijen bijvoorbeeld chronologisch te schikken of te dateren.

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA

Zelfs van op schilderijen afgebeelde paletten kan je veel leren. Het palet in Het schilderend geraamte (1892) laat veel wit, groen en geel zien en bijna geen aardekleuren, zo typisch voor de negentiende-eeuwse schilderkunst. Ensor gooit die overboord terwijl een kunstenaar als Karel Ooms in datzelfde jaar nog steeds vasthoudt aan het academische palet: de verf netjes aan de kant en veel bruin.

In een nieuw artikel voor het Ensor Research Project plaatst restaurator Karen Bonne enkele paletten uit de collectie van het museum naast paletten die afgebeeld staan op schilderijen van James Ensor en enkele van zijn tijdgenoten.

Vingerverven

James Ensor schrok er tijdens het schilderen niet voor terug om zijn vingers vuil te maken.   

James Ensor, Vrouw op golfbreker, 1880, olieverf op doek,  30,7 x 22,6 cm, gesigneerd en gedateerd links onder: ENSOR 81, KMSKA inv. nr. 1853.

James Ensor, Vrouw op golfbreker, 1880, olieverf op doek, 30,7 x 22,6 cm, gesigneerd en gedateerd links onder: ENSOR 81, KMSKA inv. nr. 1853.

Kleuters en zelfs baby’s worden aangemoedigd om te vingerverven. Het zou de fijne motoriek stimuleren en de gevoeligheid van de vingers vertserken. Ook Ensor heeft geregeld bij het schilderen zijn vingers gebruikt. Al deed hij dat wellicht niet om de tastzin te stimuleren. In Vrouw op golfbreker uit 1880 heeft Ensor een groot deel van de grijsbruine opzetlaag met de duim bewerkt. Na een tijdje schildert hij, met een borstel, het witte van de parasol en het blauwe van de lucht, maar zo dat de afdrukken nog duidelijk zichtbaar zijn. En dat was de bedoeling, want stel als hij er onmiddellijk met de borstel was overgegaan, zouden de afdruklijntjes uitgeveegd en verdwenen zijn.

Vrouw op golfbreker (detail): richting van de lijnen, strijklicht (RL)

Vrouw op golfbreker (detail): richting van de lijnen, strijklicht (RL)

In een nieuw artikel voor het Ensor Research Project is restaurator Karen Bonne als een ware rechercheur op zoek gegaan naar vingerafdrukken van de kunstenaar. Ze laat van dichtbij zien hoe hij juist te werk ging.

Een kras op het schilderij!

Bij het horen van die woorden gaan er bij museummedewerkers meestal alarmbellen rinkelen, zeker wanneer het gaat om krassen in een verflaag.

Stilleven met chinoiserieën (detail)

Stilleven met chinoiserieën (detail)

Het onvoorzichtig hanteren van een schilderij, een rugzak van een onoplettende bezoeker,… – het kan leiden tot schade aan de verflaag, en dat proberen we dan ook ten allen koste te vermijden. Hetzij door het inschakelen van professionele art handlers. Of door het plaatsen van ‘afstandshouders’ in expositieruimtes.

Toch zijn er ook krassen die helemaal niet onder de noemer ‘schade’ te groeperen zijn, maar net een deel uitmaken van de techniek van de kunstenaar. James Ensor heeft doorheen zijn hele carrière gespeeld met het effect van krassen in de nog natte verflaag. Dat kan je bijvoorbeeld zien op bovenstaand detail van zijn Stilleven met chinoiserieën.

James Ensor, Stilleven met chinoiserieën, 1880, olieverf op doek, 101 x 81, KMSKA inv. nr.  2076.

James Ensor, Stilleven met chinoiserieën, 1880, olieverf op doek, 101 x 81, KMSKA inv. nr. 2076.

Restaurator Karen Bonne bespreekt de verschillende technieken die hij daarbij hanteerde in een artikel voor het Ensor Research Project op de website van het KMSKA.

Stilleven met een verrassend personage

Net als zijn tijdgenoten hergebruikte James Ensor zijn schildersdoeken regelmatig. Soms is dat zelfs met het blote oog zichtbaar. 

James Ensor, Stilleven met Chinoiserieën, 1880 (inv.nr. 2076), doek, afmetingen: 100,5 x 81,3, foto onder normaal licht

James Ensor, Stilleven met Chinoiserieën, 1880 (inv.nr. 2076), doek, afmetingen: 100,5 x 81,3, foto onder normaal licht

In nieuwsbeelden van belangrijke gebeurtenissen duiken wel eens verrassende personages op die helemaal niets met de zaak te maken hebben: toevallige voorbijgangers, grapjassen die zich interessant willen maken … In Ensors Stilleven met chinoiserieën (1880) gebeurt iets gelijkaardigs. Op de tafel staan en liggen objecten uit Japan, China en Korea: waaiers, een theeservies, beeldjes in porselein enz. Achter dit stilleven duikt, uit het niets, een halfnaakte, oude man op.

In de loop van 1880 nam James Ensor een doek waarop hij een jaar of twee eerder, aan de academie in Brussel, een studie van een model geschilderd had. Op een tafelblad stalde hij chinese spullen uit. Hij nam een breed penseel, doopte het in verf en overschilderde haastig in een dunne laag. Je kon het academiemodel nog door de verflaag heen zien maar Ensor had alleen oog voor de kleuren van de voorwerpen op de tafel en de kleuren op het palet. Restaurator Karen Bonne verklaart de verrassende aanwezigheid van dit personage in een artikel voor het Ensor Research Project op de website van het KMSKA.