Het palet van Ensor

Een museum bewaart kunstobjecten maar ook schildersgerei en oude verftubes. Waar is dat goed voor?

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA (detail)

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA (detail)

Het schilderspalet geeft inzicht in het kleurengamma dat een schilder gebruikt. De kunstenaar geeft zich min of meer bloot in de manier waarop hij de verven aanbrengt en schikt op het palet. Maar er is meer. In 2010 heeft restaurator en Karen Bonne (verbonden aan het Ensor Research Project van het KMSKA) een aantal paletten, verftubes en pigmenten onderzocht en geanalyseerd. Die resultaten vertellen veel over de schilderspraktijk in de late 19de en begin 20ste eeuw, over de gebruikte verven – al dan niet in tubes en over de samenstelling van die verven. Maar ook over mengen, binden en verdunnen. Het is een belangrijke hulp bij het technisch onderzoek van de schilderijen en laat toe om schilderijen bijvoorbeeld chronologisch te schikken of te dateren.

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA

Zelfs van op schilderijen afgebeelde paletten kan je veel leren. Het palet in Het schilderend geraamte (1892) laat veel wit, groen en geel zien en bijna geen aardekleuren, zo typisch voor de negentiende-eeuwse schilderkunst. Ensor gooit die overboord terwijl een kunstenaar als Karel Ooms in datzelfde jaar nog steeds vasthoudt aan het academische palet: de verf netjes aan de kant en veel bruin.

In een nieuw artikel voor het Ensor Research Project plaatst restaurator Karen Bonne enkele paletten uit de collectie van het museum naast paletten die afgebeeld staan op schilderijen van James Ensor en enkele van zijn tijdgenoten.

De verre reizen van het masker Wouse

De 38 Ensorschilderijen van het KMSKA zijn echte globetrotters. Gespreid over 260 tentoonstellingen hebben ze al  meer dan 1500 reizen gemaakt. 

Achterzijde van het schilderij Verbazing van het masker Wouse van James Ensor

Achterzijde van het schilderij Verbazing van het masker Wouse van James Ensor

Op het spieraam van Ensors schilderij Verbazing van het masker Wouse, zitten een twintigtal etiketten. De meeste verwijzen naar tentoonstellingen: Würt. Kunstverein Stuttgart… Düsseldorf, New Port Harbour Art Museum California 12/12/86 – 22/02/87, *Van Ensor tot Delvaux* provinciaal museum voor mod. kunst  Oostende…

James Ensor, Verbazing van het masker Wouse, 1889, olieverf op doek, 109 x 131,5 cm, gesigneerd en gedateerd links onder: Ensor 1889, KMSKA inv. nr. 2042. © Lukas - Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens.

James Ensor, Verbazing van het masker Wouse, 1889, olieverf op doek, 109 x 131,5 cm, gesigneerd en gedateerd links onder: Ensor 1889, KMSKA inv. nr. 2042. © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens.

Het schilderij weegt 9 kg en is met de lijst erbij 121cm hoog, 143,5 cm breed en 3 cm diep. Deze informatie is noodzakelijk voor het maken van een aangepaste kist voor het kunstwerk dat ondertussen al bijna 70 keer naar een tentoonstelling vervoerd is en dat nu vanaf 16 februari 2014 in Basel getoond wordt (de Verbazing van het masker Wouse staat trouwens op de uitnodiging voor de vernissage). Aansluitend vliegt het naar Los Angeles en daarna naar Chicago.

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen bewaart 38 schilderijen van James Ensor die uitzonderlijk veel voor tentoonstellingen in binnen- en buitenland gevraagd worden. Gespreid over zo’n 260 tentoonstellingen hebben de 38 kunstwerken al meer dan 1500 reizen gemaakt. In bijna de helft van die 260 tentoonstellingen speelde Ensor bovendien de hoofdrol.

In een nieuw artikel voor het Ensor Research Project gaat onderzoeker Nanny Schrijvers dieper in op de tentoonstellingsgeschiedenis van het schilderij Verbazing van het masker Wouse.

Vingerverven

James Ensor schrok er tijdens het schilderen niet voor terug om zijn vingers vuil te maken.   

James Ensor, Vrouw op golfbreker, 1880, olieverf op doek,  30,7 x 22,6 cm, gesigneerd en gedateerd links onder: ENSOR 81, KMSKA inv. nr. 1853.

James Ensor, Vrouw op golfbreker, 1880, olieverf op doek, 30,7 x 22,6 cm, gesigneerd en gedateerd links onder: ENSOR 81, KMSKA inv. nr. 1853.

Kleuters en zelfs baby’s worden aangemoedigd om te vingerverven. Het zou de fijne motoriek stimuleren en de gevoeligheid van de vingers vertserken. Ook Ensor heeft geregeld bij het schilderen zijn vingers gebruikt. Al deed hij dat wellicht niet om de tastzin te stimuleren. In Vrouw op golfbreker uit 1880 heeft Ensor een groot deel van de grijsbruine opzetlaag met de duim bewerkt. Na een tijdje schildert hij, met een borstel, het witte van de parasol en het blauwe van de lucht, maar zo dat de afdrukken nog duidelijk zichtbaar zijn. En dat was de bedoeling, want stel als hij er onmiddellijk met de borstel was overgegaan, zouden de afdruklijntjes uitgeveegd en verdwenen zijn.

Vrouw op golfbreker (detail): richting van de lijnen, strijklicht (RL)

Vrouw op golfbreker (detail): richting van de lijnen, strijklicht (RL)

In een nieuw artikel voor het Ensor Research Project is restaurator Karen Bonne als een ware rechercheur op zoek gegaan naar vingerafdrukken van de kunstenaar. Ze laat van dichtbij zien hoe hij juist te werk ging.

Een kras op het schilderij!

Bij het horen van die woorden gaan er bij museummedewerkers meestal alarmbellen rinkelen, zeker wanneer het gaat om krassen in een verflaag.

Stilleven met chinoiserieën (detail)

Stilleven met chinoiserieën (detail)

Het onvoorzichtig hanteren van een schilderij, een rugzak van een onoplettende bezoeker,… – het kan leiden tot schade aan de verflaag, en dat proberen we dan ook ten allen koste te vermijden. Hetzij door het inschakelen van professionele art handlers. Of door het plaatsen van ‘afstandshouders’ in expositieruimtes.

Toch zijn er ook krassen die helemaal niet onder de noemer ‘schade’ te groeperen zijn, maar net een deel uitmaken van de techniek van de kunstenaar. James Ensor heeft doorheen zijn hele carrière gespeeld met het effect van krassen in de nog natte verflaag. Dat kan je bijvoorbeeld zien op bovenstaand detail van zijn Stilleven met chinoiserieën.

James Ensor, Stilleven met chinoiserieën, 1880, olieverf op doek, 101 x 81, KMSKA inv. nr.  2076.

James Ensor, Stilleven met chinoiserieën, 1880, olieverf op doek, 101 x 81, KMSKA inv. nr. 2076.

Restaurator Karen Bonne bespreekt de verschillende technieken die hij daarbij hanteerde in een artikel voor het Ensor Research Project op de website van het KMSKA.

Stilleven met een verrassend personage

Net als zijn tijdgenoten hergebruikte James Ensor zijn schildersdoeken regelmatig. Soms is dat zelfs met het blote oog zichtbaar. 

James Ensor, Stilleven met Chinoiserieën, 1880 (inv.nr. 2076), doek, afmetingen: 100,5 x 81,3, foto onder normaal licht

James Ensor, Stilleven met Chinoiserieën, 1880 (inv.nr. 2076), doek, afmetingen: 100,5 x 81,3, foto onder normaal licht

In nieuwsbeelden van belangrijke gebeurtenissen duiken wel eens verrassende personages op die helemaal niets met de zaak te maken hebben: toevallige voorbijgangers, grapjassen die zich interessant willen maken … In Ensors Stilleven met chinoiserieën (1880) gebeurt iets gelijkaardigs. Op de tafel staan en liggen objecten uit Japan, China en Korea: waaiers, een theeservies, beeldjes in porselein enz. Achter dit stilleven duikt, uit het niets, een halfnaakte, oude man op.

In de loop van 1880 nam James Ensor een doek waarop hij een jaar of twee eerder, aan de academie in Brussel, een studie van een model geschilderd had. Op een tafelblad stalde hij chinese spullen uit. Hij nam een breed penseel, doopte het in verf en overschilderde haastig in een dunne laag. Je kon het academiemodel nog door de verflaag heen zien maar Ensor had alleen oog voor de kleuren van de voorwerpen op de tafel en de kleuren op het palet. Restaurator Karen Bonne verklaart de verrassende aanwezigheid van dit personage in een artikel voor het Ensor Research Project op de website van het KMSKA.

James Ensor op architecturale wereldreis

KMSKA-curator en Ensorkenner Herwig Todts blogt over de (architecturale) wereldreis die de Ensorcollectie van het KMSKA sinds de start van de renovatiewerken van het museumgebouw maakt.

Zaalzicht James Ensor. Masken Mester, Foto: Anders Sune Berg

Zaalzicht James Ensor. Masken Mester, Foto: Anders Sune Berg

Tot 19 januari 2014 loopt in Ordrupgaard bij Kopenhagen de tentoonstelling  James Ensor. Masken Mester. Die expo bestaat hoofdzakelijk uit schilderijen en tekeningen uit de verzameling van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Aan de vooravond van de sluiting van  het museum in september 2011 is de Ensorverzameling van het KMSKA aan een verrassende wereldwijde rondreis begonnen. Door een merkwaardige speling van het lot reist de kunstenaar, die een hekel had aan moderne architectuur, langs gebouwen van postmoderne sterarchitecten als Yoshi Taniguchi, Zaha Hadid, Richard Meier en Renzo Piano. Ensor hield van ouderwetse gebouwen en schimpte:

“Aan de schandpaal! Aan de schandpaal met aanmatigende ontwerpers met een baksteen in de maag, antipanoramische paradoxalen, platgewalste, geplombeerde met leem gebetonneerde speculanten. Constructeurs van platte daken [...] ontzettende verkavelaars, gepapperasseerde en brutale bureaucraten [...] weerbarstige modernisten, lompe architecten, afgemeten geometers … “.

In Ordrupgaard is Ensor te gast in de tentoonstellingsvleugel die door de befaamde Britse architecte (van Iraakse afkomst) Zaha Hadid werd toegevoegd aan het laatnegentiende-eeuwse landhuis van de Deense kunstverzamelaar Wilhelm Hansen.

Wanneer Ensor over enkele jaren, na een bezoek aan musea van Richard Meier (Getty Los Angeles) en Renzo Piano (Art Institute of Chicago), naar huis terugkeert zal het havengebouw dat Hadid heeft ontworpen voor Antwerpen wellicht klaar zijn.

De spons erover

Op basis van de gepubliceerde en ongepubliceerde geschriften van James Ensor komen de onderzoekers van het Ensor Reseach Project veel te weten over de artistieke keuzes van de kunstenaar. In het artikel dat hij deze maand publiceert, gaat Herwig Todts dieper in op Ensors houding ten opzichte van het gebruik van vernis.

James Ensor, De oestereetster (oorspronkelijk Au pays des couleurs / In het land van de kleuren), 1882. Doek 207 x 105 cm. KMSKA in. nr. 2073. Ensor verniste (en kopieerde) het schilderij vooraleer hij het in 1907 naar de commissie van het stedelijk Musée des Beaux-Arts de Liège zond als voorstel tot aankoop. Luik weigerde het schilderij dat vervolgens werd gekocht door Albin en Emma Lambotte die overigens enkele jaren eerder van Liège naar Antwerpen waren verhuisd.

James Ensor, De oestereetster (oorspronkelijk Au pays des couleurs / In het land van de kleuren), 1882. Doek 207 x 105 cm. KMSKA inv. nr. 2073. Ensor verniste (en kopieerde) het schilderij vooraleer hij het in 1907 naar de commissie van het stedelijk Musée des Beaux-Arts de Liège zond als voorstel tot aankoop. Luik weigerde het schilderij dat vervolgens werd gekocht door Albin en Emma Lambotte die overigens enkele jaren eerder van Luik naar Antwerpen waren verhuisd.

Aan iedereen die wil zien of een schilderij er beter uitziet met of zonder vernis, oftewel glanzend of mat, geeft James Ensor de raad om met een vochtige spons over het verfoppervlak te gaan. Zo krijg je eventjes het glanzende effect van vernis. Het beste is om de spons met gefilterd regenwater te bevochtigen. Hoewel hij het er niet vaak over heeft, ontdekte Herwig Todts dat het al dan niet vernissen van zijn werken een grote bekommernis was voor Ensor. Vernis is immers niet zomaar een beschermlaagje voor het verfoppervlak. Met vernis bepaal je de sfeer in het schilderij en breng je diepte en samenhang.

Lees het artikel Ensor over het gebruik van vernis van Herwig Todts op de museumwebsite.

Ensor in valse kleuren

Met het Ensor Research Project wil het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen het centrum voor kunsthistorisch en materiaaltechnisch onderzoek van het oeuvre van James Ensor worden. De onderzoekers van het project zullen regelmatig artikels met hun bevindingen publiceren.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De augurk die vooraan op de tafel ligt in Bloemen en groenten is rood? En de blauwe achtergrond links is niet meer blauw maar rood gevlekt? De rode kersen zijn net olijven? Het is een valse-kleurenbeeld. De techniek om valse-kleurenbeelden, of false colour-beelden, te maken is bedacht in de astronomie. De foto’s die astronomen van het heelal maakten waren vrijwel grijs en varieerden van zwart tot wit. Het blote oog kon niet veel zien of begrijpen. Om de beelden meer leesbaar te maken gaf men nieuwe of valse kleuren aan die verschillende grijzen zodat er informatie over het de samenstelling en eigenschappen van het gefotografeerde “zichtbaar” werd.

Extra signatuur

Deze manier van werken wordt ondertussen gebruikt bij satellietfoto’s maar ook voor het kunsthistorisch onderzoek zijn er grote voordelen. Kleuren, pigmenten en andere materialen reageren verschillend, (en dus letterlijk) op een andere golflengte. “Valse”, en voor ons zichtbare, kleuren worden toegekend aan specifieke golflengtes en zo worden bepaalde grondstoffen zichtbaar voor het gewone oog en zien we meer. Zoals een extra signatuur op dit schilderij.

James Ensor, Bloemen en groenten (false colour-beeld)

James Ensor, Bloemen en groenten (false colour-beeld)

Op de museumwebsite gaat onderzoeker Adri Verburg dieper in op de false colour-techniek

Hoe begint Ensor aan een schilderij?

Met het Ensor Research Project wil het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen het centrum voor kunsthistorisch en materiaaltechnisch onderzoek van het oeuvre van James Ensor worden. De onderzoekers van het project zullen regelmatig artikels met hun bevindingen publiceren. 

James Ensor, Stilleven met chinoiserieën (1906), KMSKA

James Ensor, Stilleven met chinoiserieën (1906), KMSKA

We bekijken doorgaans het eindresultaat van een schilderij en dat leert ons op het eerste gezicht weinig. Met extra belichting komen we al ver en met een speciale stereomicroscoop nog verder. Maar om echt door te dringen in het schilderij leggen we het onder UV-licht of maken we röntgenopnames. Zo weten we nu dat Stilleven met chinoiserieën (1906) geschilderd werd op een grondlaag in loodwit en dat er bovenop een laag zinkwit zit. Door details te bekijken krijg je meer precieze informatie over de opbouw of volgorde van de verschillende verflagen. Doet Ensor dit om het warme loodwit te verkoelen? Is het uit zuinigheid? Is dit bij alle schilderijen het geval?

Het constateren van de werkwijze is een eerste stap. Een stap die meteen nieuwe vragen oproept.

In het artikel van deze maand gaat restauratrice Karen Bonne op zoek naar een verklaring. Lees meer op de museumwebsite.