“Ingelijst achter glas zal het schilderij volledig tot zijn recht komen”

Dankzij de briefwisseling van James Ensor kunnen de onderzoekers van het Ensor Research Project veel te weten komen over de artistieke keuzes van de kunstenaar.

Ensor bij de piano in zijn atelier – 22 juni 1937 (detail)een achter glas ingelijst werk achter het hoofd van de kunstenaar.

Ensor bij de piano in zijn atelier – 22 juni 1937 (detail) een achter glas ingelijst werk achter het hoofd van de kunstenaar.

Om schilderijen te beschermen worden ze soms achter glas ingelijst. Dat kan een restaurator ook toelaten om een schilderij niet van een vernislaag te voorzien. Daarvoor zouden esthetische en historische argumenten kunnen worden aangehaald. Ensor heeft zich in zijn briefwisseling wel eens uitgesproken over het effect van schilderijen achter glas. Hij vond het effect van spiegelend glas af en toe wel interessant. Zo schrijft hij aan de Antwerpse verzamelaar Cleomir Jussiant:

“Ingelijst achter glas zal het schilderij volledig tot zijn recht komen.”

Op sommige foto’s van kamers in Ensors tweede woning in de Vlaanderenstraat (het huidige Ensormuseum) kunnen we duidelijk kunstwerken aanwijzen die achter glas zijn ingelijst.

In zijn artikel voor het Ensor Research Project gaat Dr. Herwig Todts hier verder op in.

De zomer van James Ensor: “Tijdens het toeristisch seizoen kan ik niet afzijdig blijven.”

Het Ensor Research Team last tijdens de zomermaanden kort een pauze in. Geen artikel dus deze maand, maar wel een blogbericht waarin de onderzoekers belichten hoe James Ensor zijn zomers doorbracht.

De winkel van oom Leopold Haegheman, waar Ensor gaat wonen in 1917

De winkel van oom Leopold Haegheman, waar Ensor gaat wonen in 1917

Zomer in Oostende, koningin der badsteden. De kunstwereld draait verder maar Ensor is tijdens het toeristische seizoen immer als middenstander bedrijvig aan de zijde van zijn moeder in de winkel die ze uitbaatte. Die winkel is voor het hele gezin de belangrijkste bron van inkomsten. In tal van brieven en losse notities zijn opmerkingen te sprokkelen die aantonen hoezeer Ensor tijdens het zomerseizoen in beslag werd genomen door de verhuur van gemeubelde kamers aan toeristen en het mee uitbaten van de winkel. In oktober 1908 excuseert hij zich bij zijn vriend, de Luikse journalist Isi Collin, voor het feit dat hij onmogelijk etsen kan bezorgen voor een tentoonstelling in Luik. Ensor heeft absoluut geen tijd om naar Brussel te gaan om nieuwe afdrukken te laten maken. Tijdens het toeristische seizoen kan hij zich immers niet aan zijn verplichtingen onttrekken.

“Quant à l’exposition d’eaux-fortes, pas moyen de la faire en ce moment. Je n’ai pas assez d’épreuves actuellement. Je n’ai pas de presse et dois pour chaque tirage me rendre à Bruxelles pour guider le tireur. Je n’ai pu m’abstenter au cours de la saison.”

- Ensor aan Isi Collin, 7 oktober 1908

Commerce de coquillages

Het Koninklijk Museum bewaart het unieke afschrift van een brief van Ensor aan de Antwerpse kunstenaar Frans Hens die hem in 1920 uitnodigt om deel te nemen aan het salon van de tentoonstellingsvereniging Kunst van heden / L’art contemporain. De kunstenaar is na de dood van zijn moeder, zijn tante en zijn oom, verhuisd naar de voormalige winkel van oom Leopold Haegheman. Op het moment dat hij de brief naar Hens schrijft is hij 60, een succesrijk kunstenaar en kennelijk nog steeds actief in het toeristische bedrijf. Hij wordt immers in beslag genomen door allerlei commerciële bezigheden en familiale zorgen.

“Duizend excuses!”, schrijft hij aan Frans Hens. “Ja ik heb uw vriendelijke brieven ontvangen maar ik word volledig in beslag genomen, verlamd, door uiteenlopende moeilijkheden en familieverdriet, enzovoort enzoverder, en ik moet alles doen: de schelpenverkoop, het verhuur van het appartement, het huishouden. Men maakt mij voor alles verantwoordelijk. Wat een toestand voor een gevoelig kunstenaar.”

“Mille excuses! Oui j’ai reçu vos bonnes lettres mais je suis bien pris ici, des ennuis multiples, des chagrins de famille, etc. etc. me paralysent, et je dois tout faire: commerce de coquillages, location d’appartement, ménage. On me laisse toutes les charges. Quelle situation pour un artiste sensible.”

- Ensor aan Frans Hens 7 april 1920

HERWIG TODTS, KAREN BONNE, NANNY SCHRIJVERS

Hoe de Amerikaanse professor Francis Thomas Rogier van der Weyden en James Ensor ontdekte in het KMSKA

Tijdens de zomermaanden kijken de onderzoekers van het Ensor Research Project naar artikels die in andere publicaties over James Ensor verschenen zijn. 

Francis Noël Thomas, emeritus “professor of humanities” van het Harry S Truman College in Chicago, publiceerde onlangs in de New England Review een intrigerend stuk over licht en lijn in het werk van Rogier van der Weyden en James Ensor. Professor Thomas’ belangstelling gaat uit naar de relatie tussen woord en beeld en de interpretatie van teksten en beelden. Letterkundigen, schrijvers en literatuurkenners hebben altijd al een bijzondere voorliefde gehad voor de kunst van Ensor. In de ogen van sommige kunstcritici is zijn oeuvre overigens al te literair. Het valt op dat verschillende literatuurhistorici het werk van Ensor de jongste jaren ontdekt hebben. Uiteraard gaat hun aandacht vaak uit naar zijn literaire bedrijvigheid. Zo selecteerden Daniel Grojnowski en Bernard Sarrazin teksten van Ensor voor een overzicht van de moderne baldadige humor in de letterkunde (Fumesteries. Naissance de l’humour moderne 1870 – 1914, Parijs: Omnibus, 2011).¹

Het artikel dat Francis Noël Thomas in de New England Review publiceerde is wat minder academisch opgevat, maar hij waagt zich wel – en dat is vandaag veeleer zeldzaam – aan een verregaande interpretatie van de artistieke kwaliteiten in het werk van Ensor. Thomas vertelt hoe zijn liefde voor de Vlaamse primitieven hem naar Antwerpen voerde. Zijn fascinatie voor De Zeven Sacramenten van Rogier Van der Weyden volstond kennelijk om de Scheldestad meermaals te bezoeken. Een affiche van Ever Meulen aan de muur van een café in Chicago – met allerlei personages uit de werken van Belgische en pre-Belgische kunstenaars: Wouters’ dwaze maagd, een dame van Spilliaert voor een Servranckx, een mannetje van Raveel, een halfnaakte deerne van Delvaux arm in arm met een burgermannetje van Magritte, Van Eyck, Brueghel, Bosch enz. –  herinnerde Thomas aan het feit dat het Koninklijk Museum in Antwerpen niet alleen over een schitterende collectie Vlaamse primitieven beschikt maar dat op de benedenverdieping ook nog eens de beste Ensorcollectie ter wereld werd tentoongesteld. Tijdens een bezoek aan de zaal Ensor en de modernen (de presentatie van de museumverzameling voor de sluiting van het gebouw) ontdekte Thomas op de muur van de tentoonstellingszaal Ensors beruchte opmerking over de oppervlakkige impressionisten waartoe men hem ten onrechte rekende. Ensor vond dat vóór hem niemand de deformerende invloed van het licht op de lijn had begrepen. Het is deze opmerking die Thomas aanzet tot een nieuwe interpretatie van de wijze waarop in de kunst van Van der Weyden het licht de lijn volgt, ondersteunt en vormt. Terwijl ze precies in de verrassende, religieuze werken van Ensor onder invloed van het licht wordt gedeformeerd.

Herwig TODTS

Met dank aan aan em. professor Joris Duytschaever.


¹ Richard Hobbs ging in Ensors hyperbolische taalgebruik op zoek naar een levensvreugde die Ensor met de Franse dichter Charles Baudelaire zou delen. (‘Ensor’s hyperbolic joie de vivre’, HARROW, S. & UNWIN, T. (ed.), Joie de vivre in French literature and culture. Essays in honour of Michael Freeman, Amsterdam-New York: Rodop, 2009). Claire Moran, professor literatuurgeschiedenis aan de universiteit van Belfast analyseert de modernistische aspecten in Ensors teksten. (‘Invention and Reinvention: Word, Image and Modernity in James Ensor’, AUBERT, Nathalie, FRAITURE, Pierre-Philippe & Mc GUINNESS, Patrick (ed.), La Belgique entre deux siècles. Laboratoire de la modernité 1880 – 1914, Bern : Peter Lang : 2007).
Dr. Andrea Bontea van de University of Sussex sprak op de conferentie “Primitive Renaissance” in de National Gallery in Londen (12 april 2014) over het masker in de kunst van Klee en Ensor (‘Renaissance Masks and Ugliness – Towards a New Language of Surface in the Art of Ensor and Klee’).
Drs. Katrien Dierckx van de Universiteit Antwerpen, Departement Geschiedenis, publiceerde een lijvige vergelijkende studie van de opvattingen en poëzie van Mallarmé en het beeldend werk van Ensor (Mallarmé’s crisisgedachte en Ensors tendens tot derealisatie: een verkennend interdisciplinair contact, Belgisch tijdschrift voor oudheidkunde en kunstgeschiedenis – ISSN 0035-077X-82 (2013), p. 135-160).

Ensor en religie

Astrid Schenk studeert kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. In het kader van haar Research master Art History of the Low Countries in its European Context liep ze stage bij het Ensor Research Project en onderzocht ze het religieuze oeuvre van James Ensor.  

James Ensor, Val van de opstandige engelen, KMSKA, 2176

James Ensor, Val van de opstandige engelen, KMSKA, 2176

In 1888 begon James Ensor de werkzaamheden aan het monumentale schilderij De intrede van Christus in Brussel in 1889. Het schilderij groeide uit tot een van zijn beroemdste en door kunsthistorici meest besproken en geanalyseerde werken. Het maakt deel uit van de collectie van The J. Paul Getty Museum in Los Angeles waar momenteel de tentoonstelling The Scandalous Art of James Ensor loopt (met tal van bruiklenen uit het KMSKA).

De intrede wordt beschouwd als een mijlpaal in de moderne kunstgeschiedenis. Daarom is het ook niet verwonderlijk dat kunsthistorici zich hebben gebogen over de voorstelling van religieuze onderwerpen in Ensors oeuvre.Terugkerende conclusies zijn dat Ensor zich vanwege de kritische ontvangst van zijn kunst identificeerde met het lijden van Christus en dat de kwaliteit en kwantiteit van zijn religieuze werken na 1900 gestaag is gedaald. Herwig Todts (Ensorspecialist en KMSKA-curator) had vragen bij deze conclusies en stelde een diepgaande studie voor die verbanden legt met Ensors denkbeelden en met de visie en het repertoire van zijn tijdgenoten.

Astrid Schenk bestudeerde tijdens haar stage in het KMSKA het gehele religieuze oeuvre van James Ensor en stelde daarmee het heersende beeld over religie in het werk van de kunstenaar bij. Ze publiceerde een deel van haar bevindingen in een nieuw artikel voor het Ensor Research Project.

In dialoog over Ensor

Onlangs legde restaurator Karen Bonne, die frequent bijdragen levert aan het Ensor Research Project van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, enkele van haar onderzoekresultaten voor aan een groep museumrestauratoren en kunsthistorici in het externe depot van het KMSKA. Daarmee willen de medewerkers van het project de dialoog rond de onderzoeksresultaten op gang brengen en collega’s uit het veld om hun visie en feedback vragen.

Restaurator Karen Bonne legt haar onderzoeksresultaten voor aan een team van museumrestauratoren en kunsthistorici

Restaurator Karen Bonne legt haar onderzoeksresultaten voor aan een team van museumrestauratoren en kunsthistorici

De Ensorcollectie van het KMSKA geeft een mooi overzicht van het schildersoeuvre van de kunstenaar. Het museum bezit 38 schilderijen. Voor bijna al die schilderijen onderzocht Bonne het materiaal dat Ensor gebruikte en de technieken die hij daarbij hanteerde. Die vergeleek ze vervolgens met die van tijdsgenoten en kunstenaarshandleidingen uit die periode. Eerder publiceerde ze artikels over de krastechniek van Ensor, over zijn palet, en over de vingerafdrukken die terug te vinden zijn in zijn werk.

Restauratie van de Verbazing

Dergelijke onderzoeksresultaten geven mooi weer hoe Ensor gedurende de verschillende stadia van zijn carrière te werk ging. Deze informatie is noodzakelijk bij de bewaring en de restauratie van zijn schilderijen.

In 2012 startte het museum met de restauratie van Ensors topwerk Verbazing van het masker Wouse. In een nieuw artikel voor het Ensor Research Project vertelt restaurator Laure Mortiaux hoe ook deze restauratie geleid heeft tot een beter begrip van de schilder, de materiële geschiedenis van het werk in kwestie en de behandelingen die het schilderij intussen ondergaan heeft

 

Het palet van Ensor

Een museum bewaart kunstobjecten maar ook schildersgerei en oude verftubes. Waar is dat goed voor?

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA (detail)

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA (detail)

Het schilderspalet geeft inzicht in het kleurengamma dat een schilder gebruikt. De kunstenaar geeft zich min of meer bloot in de manier waarop hij de verven aanbrengt en schikt op het palet. Maar er is meer. In 2010 heeft restaurator en Karen Bonne (verbonden aan het Ensor Research Project van het KMSKA) een aantal paletten, verftubes en pigmenten onderzocht en geanalyseerd. Die resultaten vertellen veel over de schilderspraktijk in de late 19de en begin 20ste eeuw, over de gebruikte verven – al dan niet in tubes en over de samenstelling van die verven. Maar ook over mengen, binden en verdunnen. Het is een belangrijke hulp bij het technisch onderzoek van de schilderijen en laat toe om schilderijen bijvoorbeeld chronologisch te schikken of te dateren.

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA

Zelfs van op schilderijen afgebeelde paletten kan je veel leren. Het palet in Het schilderend geraamte (1892) laat veel wit, groen en geel zien en bijna geen aardekleuren, zo typisch voor de negentiende-eeuwse schilderkunst. Ensor gooit die overboord terwijl een kunstenaar als Karel Ooms in datzelfde jaar nog steeds vasthoudt aan het academische palet: de verf netjes aan de kant en veel bruin.

In een nieuw artikel voor het Ensor Research Project plaatst restaurator Karen Bonne enkele paletten uit de collectie van het museum naast paletten die afgebeeld staan op schilderijen van James Ensor en enkele van zijn tijdgenoten.

De verre reizen van het masker Wouse

De 38 Ensorschilderijen van het KMSKA zijn echte globetrotters. Gespreid over 260 tentoonstellingen hebben ze al  meer dan 1500 reizen gemaakt. 

Achterzijde van het schilderij Verbazing van het masker Wouse van James Ensor

Achterzijde van het schilderij Verbazing van het masker Wouse van James Ensor

Op het spieraam van Ensors schilderij Verbazing van het masker Wouse, zitten een twintigtal etiketten. De meeste verwijzen naar tentoonstellingen: Würt. Kunstverein Stuttgart… Düsseldorf, New Port Harbour Art Museum California 12/12/86 – 22/02/87, *Van Ensor tot Delvaux* provinciaal museum voor mod. kunst  Oostende…

James Ensor, Verbazing van het masker Wouse, 1889, olieverf op doek, 109 x 131,5 cm, gesigneerd en gedateerd links onder: Ensor 1889, KMSKA inv. nr. 2042. © Lukas - Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens.

James Ensor, Verbazing van het masker Wouse, 1889, olieverf op doek, 109 x 131,5 cm, gesigneerd en gedateerd links onder: Ensor 1889, KMSKA inv. nr. 2042. © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens.

Het schilderij weegt 9 kg en is met de lijst erbij 121cm hoog, 143,5 cm breed en 3 cm diep. Deze informatie is noodzakelijk voor het maken van een aangepaste kist voor het kunstwerk dat ondertussen al bijna 70 keer naar een tentoonstelling vervoerd is en dat nu vanaf 16 februari 2014 in Basel getoond wordt (de Verbazing van het masker Wouse staat trouwens op de uitnodiging voor de vernissage). Aansluitend vliegt het naar Los Angeles en daarna naar Chicago.

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen bewaart 38 schilderijen van James Ensor die uitzonderlijk veel voor tentoonstellingen in binnen- en buitenland gevraagd worden. Gespreid over zo’n 260 tentoonstellingen hebben de 38 kunstwerken al meer dan 1500 reizen gemaakt. In bijna de helft van die 260 tentoonstellingen speelde Ensor bovendien de hoofdrol.

In een nieuw artikel voor het Ensor Research Project gaat onderzoeker Nanny Schrijvers dieper in op de tentoonstellingsgeschiedenis van het schilderij Verbazing van het masker Wouse.