Geboren op de dag van Venus. Ensors verjaardagsspeech

Op 13 april 1860 – ondertussen 154 jaar – geleden zag James Ensor het levenslicht in Oostende. Herwig Todts (Ensor Research Project) viert deze heugelijke gebeurtenis met een fragment uit een dankwoord van de kunstenaar tijdens een banket ter ere van zijn 62ste verjaardag in 1922. Een fragment dat meteen aantoont dat Ensor met woorden net zo sterk was als met verf. 

Ensor aan het werk in zijn atelier

Ensor aan het werk in zijn atelier

James Ensor had als kunstenaar ook literaire ambities. Hij behoorde tot de redactie van het tijdschrift La Flandre Littéraire. Revue mensuelle d’art et de littérature (1922 – 1927). 92 jaar geleden – in 1922 –  organiseerde de redactie van dat tijdschrift een banket om Ensor te vieren. De kunstenaar richtte een woord van dank tot het gezelschap, gelardeerd met “wonderbaarachtiglijke” neologismen, insinuaties, ironie en joie de vivre. Meteen onthult hij waarom het Ensor Research Project er aan houdt om telkens op de dertiende van de maand met een nieuwsbericht voor de dag te komen.

Beste vrienden, beste vriendinnen,

U zal mij mijn twijfelachtige bewoordingen vergeven, woorden die uw nauwgezette vriendschap nauwelijks waardig zijn. Hoezeer word ik geraakt, diep geraakt door uw goedheid op smaak gebracht met schoonheid. U allen hebt mij heerlijk verdronken, verzonken, ondergedompeld, verbockbierd (“bockonisé”) en vercitroenwaterd (“hydromelisé”), en ik ontwaar reeds een vluchtig paradijs, bevolkt door alcoholrijke engelen met vleugels van goud, en mooie gepluimde en gezwemvliesde dieren, die zwemen naar hobbelige eigenaardigheden.

[...]

Ik ben geboren in Oostende, de 13de april 1860, op een vrijdag, de dag van Venus. Welnu! beste vrienden, vanaf het gloren van mijn geboorte is Venus glimlachend tot mij gekomen en wij hebben elkaar langdurig in de ogen gekeken. Ha! die mooie blauwe, gifgroene ogen (pers et vers = perverse), haar lange zandkleurige haren.

[…]

Deze maand analyseert restaurator Karen Bonne hoe James Ensor met het paletmes in de hand op zoek ging naar de “perfecte toets” in een nieuwe bijdrage voor het Ensor Research Project van het KMSKA.

Detail van een geleidelijke opbouw van verftoetsen met een paletsmes onder de microscoop

Detail van een geleidelijke opbouw van verftoetsen met een paletsmes onder de microscoop

De spons erover

Op basis van de gepubliceerde en ongepubliceerde geschriften van James Ensor komen de onderzoekers van het Ensor Reseach Project veel te weten over de artistieke keuzes van de kunstenaar. In het artikel dat hij deze maand publiceert, gaat Herwig Todts dieper in op Ensors houding ten opzichte van het gebruik van vernis.

James Ensor, De oestereetster (oorspronkelijk Au pays des couleurs / In het land van de kleuren), 1882. Doek 207 x 105 cm. KMSKA in. nr. 2073. Ensor verniste (en kopieerde) het schilderij vooraleer hij het in 1907 naar de commissie van het stedelijk Musée des Beaux-Arts de Liège zond als voorstel tot aankoop. Luik weigerde het schilderij dat vervolgens werd gekocht door Albin en Emma Lambotte die overigens enkele jaren eerder van Liège naar Antwerpen waren verhuisd.

James Ensor, De oestereetster (oorspronkelijk Au pays des couleurs / In het land van de kleuren), 1882. Doek 207 x 105 cm. KMSKA inv. nr. 2073. Ensor verniste (en kopieerde) het schilderij vooraleer hij het in 1907 naar de commissie van het stedelijk Musée des Beaux-Arts de Liège zond als voorstel tot aankoop. Luik weigerde het schilderij dat vervolgens werd gekocht door Albin en Emma Lambotte die overigens enkele jaren eerder van Luik naar Antwerpen waren verhuisd.

Aan iedereen die wil zien of een schilderij er beter uitziet met of zonder vernis, oftewel glanzend of mat, geeft James Ensor de raad om met een vochtige spons over het verfoppervlak te gaan. Zo krijg je eventjes het glanzende effect van vernis. Het beste is om de spons met gefilterd regenwater te bevochtigen. Hoewel hij het er niet vaak over heeft, ontdekte Herwig Todts dat het al dan niet vernissen van zijn werken een grote bekommernis was voor Ensor. Vernis is immers niet zomaar een beschermlaagje voor het verfoppervlak. Met vernis bepaal je de sfeer in het schilderij en breng je diepte en samenhang.

Lees het artikel Ensor over het gebruik van vernis van Herwig Todts op de museumwebsite.

Over Ensor in Japan (deel 2)

Voor de tentoonstelling Ensor in context reizen 73 schilderijen en 59 tekeningen en prenten uit de Ensorcollectie van het KMSKA rond in Japan en dat nog tot 17 maart 2013. Herwig Todts – KMSKA-curator én Ensorkenner –  blogt over de tentoonstelling én de Japanse museumcultuur, die toch duidelijke verschillen vertoont met de onze. Vandaag deel 2.

Deel 1 gemist?

Wie Haruki Murakami’s driedelige 1q84 gelezen heeft, weet dat de literatuurkritiek in Japan een bloeiend genre moet zijn. Kunstkritiek zoals we die in Europa en de Verenigde Staten kennen, wordt er evenwel helemaal niet beoefend. Conservator Toshihari Suzuki van het Toyota Art Museum vertelde me dat kranten en magazines niets anders doen dan een tentoonstelling aankondigen maar verder geen recensies publiceren waarin een kenner tentoonstellingen kritisch tegen het licht houdt. Japanse museumconservators leiden uit de reacties van individuele bezoekers, tweets, e-mails, opmerkingen in het gastenboek of tegen de zaalwachters af of een tentoonstelling naar waarde wordt geschat.

De museumervaringen van Toshiharu Suzuki

Herwig Todts met Tokishi Sakai en twee van zijn collega's

Herwig Todts met Tokishi Sakai en twee van zijn collega’s

Toshiharu Suzuki is een jonge conservator en ik heb hem een tijdje met e-mails boordevol vragen belaagd. Toshi is specialist in de Europese kunstgeschiedenis. Hoewel Toyota niets meer is dan de woonplaats van het personeel van de gelijknamige autofabriek, beschikt zijn museum met werk van o.a. Ensor, Schiele, Brancusi, Foujita, Bacon of Boltanski, over een hele mooie verzameling moderne kunst. Als tiener hield Toshi van Oasis en The Beatles, van Hollywoodproducties, Jean-Luc Goddart en Westerse mode. Toen hij ook belangstelling kreeg voor hedendaagse Japanse kunst vond hij die aanvankelijk een zwakke kopie van Westerse voorbeelden. Aan de universiteit van Tokyo schreef Toshi zijn eerste kunsthistorische werkstuk over Gerhard Richter. Geleidelijkaan raakte hij geboeid door de relatie tussen kunst en samenleving en zo ontdekte hij tijdens een vakantie met zijn ouders in Parijs de laat 19de-eeuwse monumentale symbolistische schilderkunst van Pierre Puvis de Chavannes, auteur van de bekende, zeer religieus getinte Arme visser (1881). Omdat de eeuwenoude reserves van veel Japanners tegenover het Christendom genoegzaam bekend zijn, vroeg ik Toshi naar zijn eigen opvattingen ter zake. Als kind bezocht hij samen met zijn ouders herhaaldelijk de boeddhistische tempels op de top van de heilige berg Koyasan. Dat deden ze omdat ze hoopten dat herhaald bezoek aan Koyasan zou kunnen bijdragen tot de genezing van de oogkwaal waaraan de kleine Toshi leed. Toshi gelooft nog steeds dat een bezoek aan een heilige plek helend kan werken maar hij beschouwt zichzelf helemaal niet als een gelovig boeddhist. Hij loopt zoals vele Japanners vaak even langs een Shintoschrijn maar is geen overtuigd Shintoïst. Toshi vertelde me dat de Japanse museumbezoeker net zoals wij de artistieke kwaliteiten en het culturele belang van christelijke of boeddhistische beelden waardeert. ” We naturally accept the existence and power of figures and images, so that we don’t hesitate much to worship images in a museum. (Maar!) Even when we are strongly and spiritually moved, it is not usual for us, either, to put our hands together in front of a sculpture or an image in a museum, I guess. (…) I rather wonder whether western art lovers don’t feel any holiness in front of, for example, a painting of Fra Angelico or Jan van Eyck.”

Veel Japanse kunstliefhebbers zijn ongetwijfeld zoals Toshi Suzuki nieuwsgierig, open, ontvankelijk en tegelijkertijd eigenzinnig en ongrijpbaar. Het wordt, geloof ik, tijd om de volgende Ensortentoonstelling samen met intrigerende conservators als Toshi Suzuki, voor te bereiden.

Over Ensor in Japan (deel 1)

Voor de tentoonstelling Ensor in context reizen 73 schilderijen en 59 tekeningen en prenten uit de Ensorcollectie van het KMSKA rond in Japan en dat nog 17 maart 2013. Herwig Todts – KMSKA-curator én Ensorkenner –  blogt over de tentoonstelling én de Japanse museumcultuur, die toch duidelijke verschillen vertoont met de onze.

Japan heeft de moderne museumcultuur – die in Europa trouwens ook slechts 250 jaar oud is – vrij vroeg en stevig omarmt. Zo werd het Tokyo Kokuritsu Hakubutsukan (Nationaal Museum) in 1872 gesticht nadat een Japanse delegatie tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten 14 jaar eerder kennis had gemaakt met gelijkaardige instituten. Vandaag is het Japanse museumpubliek het grootste en gretigste ter wereld. De Japanse museumbezoeker lijkt onvermoeibaar. Volgens Toshiharu Suzuki, conservator in het Toyota Art Museum, is ongebreidelde visuele honger al eeuwenlang een belangrijk facet van de Japanse cultuur. “In Japan, we have a long and strong tradition of love-for-figures that continues until today in animation and manga (and porn movies, I guess).”

Ensor alweer in Japan

Campagnebeeld Ensor in context

Campagnebeeld Ensor in context

In 1972 reisde een ensemble schilderijen, etsen en tekeningen van James Ensor een eerste keer langs Japanse musea in Kamakura, Nagoya, Fukuoka en Kyoto. Van 1983 tot 1985 kwamen andere Japanse steden aan de beurt. Het Koninklijk Museum organiseerde in 2005 een Ensortentoonstelling waarin speciaal aandacht werd besteed aan Ensors belangstelling voor de kunst van het Verre Oosten onder de titel: Japonism to modernism. En op 14 april van dit jaar werd in het Toyota Art Museum opnieuw een Ensortentoonstelling geopend, die vervolgens naar Ehime, Tokyo en Iwate reisde om op 17 maart 2013 in Okayama te eindigen. In de tentoonstelling Ensor in context. Ensor and the history of European Art from the Collection of the Royal Museum of Fine Arts Antwerp kan de museumbezoeker aan de hand van Ensors zeer gevarieerde oeuvre de geschiedenis van de Vlaamse en Europese kunst van de 15de tot de 20ste eeuw verkennen. In Toyota was Ensor trouwens opnieuw te gast in een gebouw van architect Yoshio Taniguchi. Die laatste stond in voor de renovatie van het MoMA in New York, waar in 2010 ook een grote Ensortentoonstelling liep.

Ensor in Japanse collecties

Ensor staat kennelijk op het verlanglijstje van Japanse conservators. Verzamelaar Tokishi Sakai schonk in 1992 een Stilleven aan het Museum voor Moderne kunst van Nagaoka. Het Stadsmuseum van Himeji specialiseert zich in moderne Belgische kunst en heeft behalve Ensor (een Stilleven met fruit, bloemen en ontklede lichten [lumières effeuillées]) o.a. ook schilderijen en prenten van Léon Frederic, Fernand Khnopff en Xavier Mellery. Twee andere musea, in de provincie Aichi, zijn er in geslaagd topstukken van Ensor op de kop te tikken: Het portret van de schilder omgeven of omsingeld door maskers van 1899, werd in 1991 aangekocht door het Menard Art Museum in Komaki (het museum bezit ook het mooie Zelfportret van de kunstenaar aan zijn harmonium van 1932). Het Toyota Art Museum kocht in 1993 Ensors eerste Liefdestuin (1888). Beide schilderijen werden kort voor of na WOI door Ensor verkocht aan zijn vriendin Emma Lambotte-Protin die met haar echtgenoot, dokter Albin Lambotte van Luik naar Antwerpen was verhuisd. Ernstige financiële problemen dwongen hen op hun beurt tot de verkoop van het grootste deel van hun verzameling Ensorschilderijen. Het Koninklijk Museum kreeg in 1927 de kans om voor 1 miljoen Belgische franken (+/- 25000 euro) De oestereetster (1882), Adam en Eva (1887) en enkele andere stukken aan te kopen. Gebrek aan middelen dwong het museum zich te beperken tot 6 werken. Vervolgens kocht de Antwerpse liefhebber Cléomir Jussiant o.a. Het portret van de schilder ingesloten door maskers, de Liefdestuin en Kinderen maken hun ochtendtoilet (1886, inmiddels door de Vlaamse Overheid voor het Museum voor Schone Kunsten van Gent gekocht) uit het bezit van Lambotte. Die zijn eveneens naar Japan gereisd. Als schilderijen elkaar konden missen moet het in Toyota een aangenaam weerzien zijn geweest voor ‘onze ‘ Oestereetster en het fameuze zelfportret omgeven door maskers.

Volgende week: deel 2