Herman Teirlinck volgens Frits Van den Berghe

In de expo Onwaarschijnlijk echt. Magisch realisme en nieuwe zakelijkheid brengt curator Herwig Todts neorealistische werken uit de collecties van het Gemeentemuseum Den Haag, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet en het KMSKA samen. Op de museumblog gaat hij geregeld in op een aspect van de tentoonstelling. Vandaag staat hij stil bij de tekening die Frits Van den Berghe van Herman Teirlinck maakte.

De vormgeving van een visuele voorstelling of de stijl van een tekening, schilderij of beeld is afhankelijk van veel factoren. Er zijn mensen die geloven dat de stijl de tijd waarin het kunstwerk is ontstaan weerspiegelt of uitdrukt. Anderen geloven dat de persoonlijkheid, het temperament of zelfs het onderbewustzijn van de maker wordt uitgedrukt in de vormgeving van een beeld. Al te vaak vergeten we dat de stijl van een beeld afhankelijk kan zijn van twee andere factoren: de vaardigheid van de kunstenaar en de redelijke keuzes die hij kan maken. Frits Van den Berghe heeft in de loop van zijn artistieke bedrijvigheid diverse stijlen beoefend. Voor de Eerste Wereldoorlog schilderde hij prachtige laat-impressionistische, ietwat raadselachtige beelden. Na de oorlog kiest hij net zoals andere zogenaamde Vlaamse expressionisten voor een figuratieve post-kubistische of kubo-expressionistische kunst. Vanaf het einde van de jaren 1920 gaat hij irreële, soms groteske voorstellingen maken, waarvan de informele, wat experimentele vormgeving geassocieerd wordt met het surrealisme. Van den Berghe maakte karikaturen voor het socialistische dagblad De Vooruit en publiceerde samen met een collega van de krant, dichter Richard Minne, het stripverhaal Brieven van Pierken.

Gedeelde voorkeur voor artistieke vernieuwing

Herman Teirlinck (1879-1967) was een leeftijdsgenoot van Van den Berghe, maar hij vertoefde als leraar Nederlands van de Belgische prinsen en als raadsheer van de koningen Albert I, Leopold III en Boudewijn, in heel andere kringen. Teirlinck, als toneelschrijver, en Van den Berghe deelden wel een uitgesproken voorkeur voor artistieke vernieuwing. Teirlinck publiceerde geregeld en werd herhaaldelijk gevierd. Hij werd o.m. doctor honoris causa aan de Vrije Universiteit van Brussel in 1938. Er waren dus vele gelegenheden die een portret van de man konden rechtvaardigen. Omdat de vormgeving van een onderwerp vaak de functie volgt, koos Van den Berghe voor een natuurgetrouwe weergave van de gelaatstrekken, schaduwen die het volume beklemtonen, scherp getekende rimpels en gelaatsplooien en lichtreflecties op de onderlip, de neustop, de pupillen en de brillenrand, die het naturalisme versterken. Hoewel de omtreklijn van het gelaat, langs de wang ononderbroken doorloopt in de kraag van het hemd. Misschien wilde Van den Berghe zo herinneren aan het kunstmatige, tweedimensionale karakter van de tekening. Laat-realistische tijdgenoten van Van den Berghe, zoals Albert Van Dijck en andere zogenaamde animisten, zouden zoiets in ieder geval nooit doen.

Frits Van den Berghe, Portret van Herman Teirlinck, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Herman Teirlinck is uw man

Herman Teirlinck (1879-1967) nam in 1925 voor de eerste en enige keer deel aan de parlementaire verkiezingen in België. Hij kwam op voor de Liberale Volksbond Brussel. Op zijn verkiezingsaffiche roept hij de politieagenten van “Groot-Brussel” op om voor hem te stemmen.

“Ook voor U is het van beteekenis vertegenwoordigd te zijn door iemand die U waardeert en die uwe sympathie verdient! Herman Teirlinck is uw man. … een demokraat; een talentvol redenaar; een letterkundige van Europeesche bekendheid; een Hoogstaand kunstenaar. De politiek van Herman Teirlinck is vrede in den lande, vooruitgang en volksbeschaving …”

Teirlinck werd niet verkozen maar hij heeft (theaterliefhebbers weten dat) als niet-politicus meer gerealiseerd dan sommige politieke collega’s en concurrenten die toen wel een mandaat veroverden. Hij had geen talent voor het behalen van diploma’s. Hij heeft niettemin in het hoger onderwijs, als adviseur van de koningen Albert I en Leopold III en als verdediger van de culturele autonomie van Wallonië en Vlaanderen, een belangrijke rol gespeeld in België. Uitgeverij Manteau publiceerde van 1960 tot 1969 in 8 delen en meer dan 6000 bladzijden, alle verhalen, theaterteksten en essays die hij geschreven heeft.

Herwig TODTS

Naakt met Afrikaanse invloeden

Tijdens de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Deze week heeft ze het over de Afrikaanse invloeden die expressionistische kunstenaars in hun kunst verwerkten. 

Frits Van den Berghe, Naakt, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens

Frits Van den Berghe, Naakt, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens

De expressionistische schilder is onrustig. Impressionisme noch academisme voldoen om deze gevoelens uit te drukken. Voorgeschreven regels over hoe en wat te schilderen lijken achterhaald. Kunstenaars laten zich inspireren door andere culturen. Afrika is een belangrijke bron. Deze naakte vrouw van Frits Van den Berghe lijkt wel een beeld. Provocerend en frontaal naar het publiek gericht wendt zij haar blik af. Bovendien komt ze terug in een schilderij dat Van den Berghe in 1921 maakte. Wellicht kunnen we deze tekening ook in die periode plaatsen. Het heeft in ieder geval aan hoe vroeg Van den Berghe de Afrikaanse invloeden in zijn vormentaal introduceerde.

Frits de alchemist

Tijdens de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Deze week diept ze een recensie uit de jaren 50 op die het werk van Frits Van den Berghe in slechts enkele zinnen weet te vatten. 

Frits Van den Berghe, Boom in bloei, 1930, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens

Frits Van den Berghe, Boom in bloei, 1930, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens

In 1954 wordt werk van Frits Van den Berghe tentoongesteld in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. De recensent van het Limburghs Dagblad schrijft daarover het volgende:

“Bij een tentoonstelling als deze wordt men in een fris bad gedompeld. […] Van den Berghe is een soort alchemist. Onthuller van een droomwereld, heeft hij meer aandacht voor het groteske, het huiveringwekkende. Hij kijkt, net zoals Edgard Tytgat, achter de gordijnen.”

Beide kunstenaars nemen inderdaad risico’s en schilderen verder en dieper dan wat je kan zien.