Jongbloed! aan het werk

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Begin 2014 neemt Jongbloed!, de jongerencrew van het museum, de expo onder handen. Vanaf  1 februari presenteren de jongeren de kunstwerken in een nieuwe opstelling en met een ander verhaal. Jongbloed!-ster Esther brengt op geheel eigen wijze één van de werkweekends in beeld die de jongeren intussen achter de rug hebben. 

Werkweekend Jongbloed! - Illustratie Esther Bleyenbergh

Werkweekend Jongbloed!  (Illustratie Esther Bleyenbergh)

Volg Jongbloed!-s tentoonstellingsvorderingen op facebook

De omgang met kunst in oorlogstijd (deel 4)

 De bezoekmomenten aan het nieuwe depot zijn intussen helemaal volzet. Bij het depotbezoek organiseert het museum een expo met als titel De omgang met kunst in oorlogstijd. Die toont o.a. beeldmateriaal uit het museumarchief. Omdat niet iedereen de expo zal kunnen zien lichten we op deze blog de komende dagen telkens een historisch beeld toe. 
Brief van hoofdconservator Walther Vanbeselaere aan de heer H. Jacobs, 29 mei 1958, over de bouw van een nieuwe betonnen kluis (atoombunker) in het hart van de bomvrije kelder van het museum - Archief KMSKA

Brief van hoofdconservator Walther Vanbeselaere aan de heer H. Jacobs, 29 mei 1958, over de bouw van een nieuwe betonnen kluis (atoombunker) in het hart van de bomvrije kelder van het museum – Archief KMSKA

Hoofdconservator Ary Delen ijverde de eerste jaren na de oorlog voortdurend voor het herstel van het museum en zijn collecties, maar het was Walther Vanbeselaere die vanaf 1948 het meeste kon realiseren. Eind 1945 werden de eerste 9 benedenzalen opnieuw in gebruik genomen, in de jaren nadien ook de bovenzalen. Van WO I had men gedacht dat dit de laatste oorlog was geweest. Na WO II, en in de context van de atoomdreiging, wilde men voorzien zijn op nieuwe aanvallen en zowel de burgers als het kunstpatrimonium beter veilig stellen. De overheid investeerde daarom in vier “schuilplaatsen” voor kunstwerken, een in Antwerpen en Mariemont, en twee in Brussel. Hierover is echter heel weinig informatie bewaard gebleven, allicht gedeeltelijk om redenen van geheimhouding. In een brief uit 1958 spreekt Vanbeselaere over een “zwaar betonnen kluis, binnen dezelfde bomvrije kelder” in het museum. Officiële jaarverslagen maken hier echter geen melding van. Het is deze betonnen kluis, of atoombunker, die in 2012 – niet zonder moeite – werd afgebroken, waardoor de ruime gewelfde kelder in ere werd hersteld. Deze ruimte zal in de toekomst dienen als gesloten depot voor een aanzienlijk deel van de schilderijen van het KMSKA.

De omgang met kunst in oorlogstijd (deel 3)

De bezoekmomenten aan het nieuwe depot zijn intussen helemaal volzet. Bij het depotbezoek organiseert het museum een expo met als titel De omgang met kunst in oorlogstijd. Die toont o.a. beeldmateriaal uit het museumarchief. Omdat niet iedereen de expo zal kunnen zien lichten we op deze blog de komende dagen telkens een historisch beeld toe. 
Foto van de inslag van een V-bom op de hoek van de Rogiersstraat en de Schildersstraat, 13 oktober 1944: het museumgebouw hield stand, maar er werden vele vensters en koepels vernield - Archief KMSKA

Foto van de inslag van een V-bom op de hoek van de Rogiersstraat en de Schildersstraat, 13 oktober 1944: het museumgebouw hield stand, maar er werden vele vensters en koepels vernield – Archief KMSKA

Na de bevrijding door de Britten op 4 september 1944 dacht men in Antwerpen dat het leed geleden was. In de vreugderoes begon men in het museum reeds schilderijen
uit de bomvrije kelder te halen en op te hangen voor een tentoonstelling met kunstwerken van de Belgische school van de 19e eeuw. Helaas. Op 13 oktober 1944 stortte een V-bom neer op een aantal huizen vlakbij het museum: in de buurt vielen vele doden en gewonden, in het museum sneuvelde het glaswerk van ramen en koepels en werden door de luchtdruk schilderijen weggeslingerd of door scherven beschadigd. Een schilderij van Evariste Carpentier werd onherstelbaar vernield, 52 andere liepen zware of minder ernstige schade op. Restaurator Cornelis Bender kreeg de opdracht om ze te restaureren. Hij was het ook die in de jaren na de oorlog de in het archief bewaarde foto’s van de beschadigde werken maakte. Aan de herstelde schilderijen werd eind 1951 een tentoonstelling gewijd. Het museum kreeg in de loop van de winter 1944-1945 ook nog onder andere V-bommen te lijden, zodat de binnenkant van het gebouw het volledig moest ontgelden: parketvloeren werden door het vocht kromgetrokken en muurbekleding, kroonlijsten en zolderingen vielen naar beneden. Deze herstellingen zouden tot begin jaren 1950 aanslepen.

De omgang met kunst in oorlogstijd (deel 2)

De bezoekmomenten aan het nieuwe depot zijn intussen helemaal volzet. Bij het depotbezoek organiseert het museum een expo met als titel De omgang met kunst in oorlogstijd. Die toont o.a. beeldmateriaal uit het museumarchief. Omdat niet iedereen de expo zal kunnen zien, lichten we op deze blog enkele historische beelden toe.

In april 1942 gaf de Duitse bezetter het bevel om de kostbaarste meesterwerken van het museum over te brengen naar een kasteel in de Ardennen, zogezegd om ze te beschermen tegen eventuele aanvallen van Britse vliegtuigen. De beheerraad van het museum besloot echter om de bomvrije kelder en de museumzalen te versterken met extra stellingen en schoorbalken en de belangrijkste schilderijen daar te houden. De kleinere, vervoerbare kunstwerken zou men verdelen over de kluizen van een aantal banken binnen Antwerpen.

Beschoten

In september werd toch een aantal schilderijen, samen met de kostbare verzameling boeken uit het legaat Nottebohm en met oude drukken en archiefstukken uit de belangrijkste stedelijke instellingen, naar het kasteel van Lavaux-Ste-Anne in de provincie Namen overgebracht. Na een schermutseling bij het kasteel – medio augustus 1944 -besloot men dat de daar geborgen collecties een betere schuilplaats moesten krijgen. Dat was mogelijk in de kelders van de Brusselse Nationale Bank. Bij het transport naar Brussel op 26 augustus 1944 werd de colonne vrachtauto’s beschoten door geallieerde vliegtuigen die dachten dat het om een Duits konvooi ging. Er vielen meerdere doden en gewonden. De schilderijen leden geen schade. De kisten met boeken uit het legaat Nottebohm werden wel door mitrailleurskogels doorboord en ook enkele oude veilingcatalogi liepen schade op.