Hoe de Amerikaanse professor Francis Thomas Rogier van der Weyden en James Ensor ontdekte in het KMSKA

Tijdens de zomermaanden kijken de onderzoekers van het Ensor Research Project naar artikels die in andere publicaties over James Ensor verschenen zijn. 

Francis Noël Thomas, emeritus “professor of humanities” van het Harry S Truman College in Chicago, publiceerde onlangs in de New England Review een intrigerend stuk over licht en lijn in het werk van Rogier van der Weyden en James Ensor. Professor Thomas’ belangstelling gaat uit naar de relatie tussen woord en beeld en de interpretatie van teksten en beelden. Letterkundigen, schrijvers en literatuurkenners hebben altijd al een bijzondere voorliefde gehad voor de kunst van Ensor. In de ogen van sommige kunstcritici is zijn oeuvre overigens al te literair. Het valt op dat verschillende literatuurhistorici het werk van Ensor de jongste jaren ontdekt hebben. Uiteraard gaat hun aandacht vaak uit naar zijn literaire bedrijvigheid. Zo selecteerden Daniel Grojnowski en Bernard Sarrazin teksten van Ensor voor een overzicht van de moderne baldadige humor in de letterkunde (Fumesteries. Naissance de l’humour moderne 1870 – 1914, Parijs: Omnibus, 2011).¹

Het artikel dat Francis Noël Thomas in de New England Review publiceerde is wat minder academisch opgevat, maar hij waagt zich wel – en dat is vandaag veeleer zeldzaam – aan een verregaande interpretatie van de artistieke kwaliteiten in het werk van Ensor. Thomas vertelt hoe zijn liefde voor de Vlaamse primitieven hem naar Antwerpen voerde. Zijn fascinatie voor De Zeven Sacramenten van Rogier Van der Weyden volstond kennelijk om de Scheldestad meermaals te bezoeken. Een affiche van Ever Meulen aan de muur van een café in Chicago – met allerlei personages uit de werken van Belgische en pre-Belgische kunstenaars: Wouters’ dwaze maagd, een dame van Spilliaert voor een Servranckx, een mannetje van Raveel, een halfnaakte deerne van Delvaux arm in arm met een burgermannetje van Magritte, Van Eyck, Brueghel, Bosch enz. -  herinnerde Thomas aan het feit dat het Koninklijk Museum in Antwerpen niet alleen over een schitterende collectie Vlaamse primitieven beschikt maar dat op de benedenverdieping ook nog eens de beste Ensorcollectie ter wereld werd tentoongesteld. Tijdens een bezoek aan de zaal Ensor en de modernen (de presentatie van de museumverzameling voor de sluiting van het gebouw) ontdekte Thomas op de muur van de tentoonstellingszaal Ensors beruchte opmerking over de oppervlakkige impressionisten waartoe men hem ten onrechte rekende. Ensor vond dat vóór hem niemand de deformerende invloed van het licht op de lijn had begrepen. Het is deze opmerking die Thomas aanzet tot een nieuwe interpretatie van de wijze waarop in de kunst van Van der Weyden het licht de lijn volgt, ondersteunt en vormt. Terwijl ze precies in de verrassende, religieuze werken van Ensor onder invloed van het licht wordt gedeformeerd.

Herwig TODTS

Met dank aan aan em. professor Joris Duytschaever.


¹ Richard Hobbs ging in Ensors hyperbolische taalgebruik op zoek naar een levensvreugde die Ensor met de Franse dichter Charles Baudelaire zou delen. (‘Ensor’s hyperbolic joie de vivre’, HARROW, S. & UNWIN, T. (ed.), Joie de vivre in French literature and culture. Essays in honour of Michael Freeman, Amsterdam-New York: Rodop, 2009). Claire Moran, professor literatuurgeschiedenis aan de universiteit van Belfast analyseert de modernistische aspecten in Ensors teksten. (‘Invention and Reinvention: Word, Image and Modernity in James Ensor’, AUBERT, Nathalie, FRAITURE, Pierre-Philippe & Mc GUINNESS, Patrick (ed.), La Belgique entre deux siècles. Laboratoire de la modernité 1880 – 1914, Bern : Peter Lang : 2007).
Dr. Andrea Bontea van de University of Sussex sprak op de conferentie “Primitive Renaissance” in de National Gallery in Londen (12 april 2014) over het masker in de kunst van Klee en Ensor (‘Renaissance Masks and Ugliness – Towards a New Language of Surface in the Art of Ensor and Klee’).
Drs. Katrien Dierckx van de Universiteit Antwerpen, Departement Geschiedenis, publiceerde een lijvige vergelijkende studie van de opvattingen en poëzie van Mallarmé en het beeldend werk van Ensor (Mallarmé’s crisisgedachte en Ensors tendens tot derealisatie: een verkennend interdisciplinair contact, Belgisch tijdschrift voor oudheidkunde en kunstgeschiedenis – ISSN 0035-077X-82 (2013), p. 135-160).

Ensor en religie

Astrid Schenk studeert kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. In het kader van haar Research master Art History of the Low Countries in its European Context liep ze stage bij het Ensor Research Project en onderzocht ze het religieuze oeuvre van James Ensor.  

James Ensor, Val van de opstandige engelen, KMSKA, 2176

James Ensor, Val van de opstandige engelen, KMSKA, 2176

In 1888 begon James Ensor de werkzaamheden aan het monumentale schilderij De intrede van Christus in Brussel in 1889. Het schilderij groeide uit tot een van zijn beroemdste en door kunsthistorici meest besproken en geanalyseerde werken. Het maakt deel uit van de collectie van The J. Paul Getty Museum in Los Angeles waar momenteel de tentoonstelling The Scandalous Art of James Ensor loopt (met tal van bruiklenen uit het KMSKA).

De intrede wordt beschouwd als een mijlpaal in de moderne kunstgeschiedenis. Daarom is het ook niet verwonderlijk dat kunsthistorici zich hebben gebogen over de voorstelling van religieuze onderwerpen in Ensors oeuvre.Terugkerende conclusies zijn dat Ensor zich vanwege de kritische ontvangst van zijn kunst identificeerde met het lijden van Christus en dat de kwaliteit en kwantiteit van zijn religieuze werken na 1900 gestaag is gedaald. Herwig Todts (Ensorspecialist en KMSKA-curator) had vragen bij deze conclusies en stelde een diepgaande studie voor die verbanden legt met Ensors denkbeelden en met de visie en het repertoire van zijn tijdgenoten.

Astrid Schenk bestudeerde tijdens haar stage in het KMSKA het gehele religieuze oeuvre van James Ensor en stelde daarmee het heersende beeld over religie in het werk van de kunstenaar bij. Ze publiceerde een deel van haar bevindingen in een nieuw artikel voor het Ensor Research Project.

In dialoog over Ensor

Onlangs legde restaurator Karen Bonne, die frequent bijdragen levert aan het Ensor Research Project van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, enkele van haar onderzoekresultaten voor aan een groep museumrestauratoren en kunsthistorici in het externe depot van het KMSKA. Daarmee willen de medewerkers van het project de dialoog rond de onderzoeksresultaten op gang brengen en collega’s uit het veld om hun visie en feedback vragen.

Restaurator Karen Bonne legt haar onderzoeksresultaten voor aan een team van museumrestauratoren en kunsthistorici

Restaurator Karen Bonne legt haar onderzoeksresultaten voor aan een team van museumrestauratoren en kunsthistorici

De Ensorcollectie van het KMSKA geeft een mooi overzicht van het schildersoeuvre van de kunstenaar. Het museum bezit 38 schilderijen. Voor bijna al die schilderijen onderzocht Bonne het materiaal dat Ensor gebruikte en de technieken die hij daarbij hanteerde. Die vergeleek ze vervolgens met die van tijdsgenoten en kunstenaarshandleidingen uit die periode. Eerder publiceerde ze artikels over de krastechniek van Ensor, over zijn palet, en over de vingerafdrukken die terug te vinden zijn in zijn werk.

Restauratie van de Verbazing

Dergelijke onderzoeksresultaten geven mooi weer hoe Ensor gedurende de verschillende stadia van zijn carrière te werk ging. Deze informatie is noodzakelijk bij de bewaring en de restauratie van zijn schilderijen.

In 2012 startte het museum met de restauratie van Ensors topwerk Verbazing van het masker Wouse. In een nieuw artikel voor het Ensor Research Project vertelt restaurator Laure Mortiaux hoe ook deze restauratie geleid heeft tot een beter begrip van de schilder, de materiële geschiedenis van het werk in kwestie en de behandelingen die het schilderij intussen ondergaan heeft

 

Geboren op de dag van Venus. Ensors verjaardagsspeech

Op 13 april 1860 – ondertussen 154 jaar – geleden zag James Ensor het levenslicht in Oostende. Herwig Todts (Ensor Research Project) viert deze heugelijke gebeurtenis met een fragment uit een dankwoord van de kunstenaar tijdens een banket ter ere van zijn 62ste verjaardag in 1922. Een fragment dat meteen aantoont dat Ensor met woorden net zo sterk was als met verf. 

Ensor aan het werk in zijn atelier

Ensor aan het werk in zijn atelier

James Ensor had als kunstenaar ook literaire ambities. Hij behoorde tot de redactie van het tijdschrift La Flandre Littéraire. Revue mensuelle d’art et de littérature (1922 – 1927). 92 jaar geleden – in 1922 –  organiseerde de redactie van dat tijdschrift een banket om Ensor te vieren. De kunstenaar richtte een woord van dank tot het gezelschap, gelardeerd met “wonderbaarachtiglijke” neologismen, insinuaties, ironie en joie de vivre. Meteen onthult hij waarom het Ensor Research Project er aan houdt om telkens op de dertiende van de maand met een nieuwsbericht voor de dag te komen.

Beste vrienden, beste vriendinnen,

U zal mij mijn twijfelachtige bewoordingen vergeven, woorden die uw nauwgezette vriendschap nauwelijks waardig zijn. Hoezeer word ik geraakt, diep geraakt door uw goedheid op smaak gebracht met schoonheid. U allen hebt mij heerlijk verdronken, verzonken, ondergedompeld, verbockbierd (“bockonisé”) en vercitroenwaterd (“hydromelisé”), en ik ontwaar reeds een vluchtig paradijs, bevolkt door alcoholrijke engelen met vleugels van goud, en mooie gepluimde en gezwemvliesde dieren, die zwemen naar hobbelige eigenaardigheden.

[...]

Ik ben geboren in Oostende, de 13de april 1860, op een vrijdag, de dag van Venus. Welnu! beste vrienden, vanaf het gloren van mijn geboorte is Venus glimlachend tot mij gekomen en wij hebben elkaar langdurig in de ogen gekeken. Ha! die mooie blauwe, gifgroene ogen (pers et vers = perverse), haar lange zandkleurige haren.

[…]

Deze maand analyseert restaurator Karen Bonne hoe James Ensor met het paletmes in de hand op zoek ging naar de “perfecte toets” in een nieuwe bijdrage voor het Ensor Research Project van het KMSKA.

Detail van een geleidelijke opbouw van verftoetsen met een paletsmes onder de microscoop

Detail van een geleidelijke opbouw van verftoetsen met een paletsmes onder de microscoop

Het palet van Ensor

Een museum bewaart kunstobjecten maar ook schildersgerei en oude verftubes. Waar is dat goed voor?

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA (detail)

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA (detail)

Het schilderspalet geeft inzicht in het kleurengamma dat een schilder gebruikt. De kunstenaar geeft zich min of meer bloot in de manier waarop hij de verven aanbrengt en schikt op het palet. Maar er is meer. In 2010 heeft restaurator en Karen Bonne (verbonden aan het Ensor Research Project van het KMSKA) een aantal paletten, verftubes en pigmenten onderzocht en geanalyseerd. Die resultaten vertellen veel over de schilderspraktijk in de late 19de en begin 20ste eeuw, over de gebruikte verven – al dan niet in tubes en over de samenstelling van die verven. Maar ook over mengen, binden en verdunnen. Het is een belangrijke hulp bij het technisch onderzoek van de schilderijen en laat toe om schilderijen bijvoorbeeld chronologisch te schikken of te dateren.

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA

James Ensor, Het schilderend geraamte, KMSKA

Zelfs van op schilderijen afgebeelde paletten kan je veel leren. Het palet in Het schilderend geraamte (1892) laat veel wit, groen en geel zien en bijna geen aardekleuren, zo typisch voor de negentiende-eeuwse schilderkunst. Ensor gooit die overboord terwijl een kunstenaar als Karel Ooms in datzelfde jaar nog steeds vasthoudt aan het academische palet: de verf netjes aan de kant en veel bruin.

In een nieuw artikel voor het Ensor Research Project plaatst restaurator Karen Bonne enkele paletten uit de collectie van het museum naast paletten die afgebeeld staan op schilderijen van James Ensor en enkele van zijn tijdgenoten.

De verre reizen van het masker Wouse

De 38 Ensorschilderijen van het KMSKA zijn echte globetrotters. Gespreid over 260 tentoonstellingen hebben ze al  meer dan 1500 reizen gemaakt. 

Achterzijde van het schilderij Verbazing van het masker Wouse van James Ensor

Achterzijde van het schilderij Verbazing van het masker Wouse van James Ensor

Op het spieraam van Ensors schilderij Verbazing van het masker Wouse, zitten een twintigtal etiketten. De meeste verwijzen naar tentoonstellingen: Würt. Kunstverein Stuttgart… Düsseldorf, New Port Harbour Art Museum California 12/12/86 – 22/02/87, *Van Ensor tot Delvaux* provinciaal museum voor mod. kunst  Oostende…

James Ensor, Verbazing van het masker Wouse, 1889, olieverf op doek, 109 x 131,5 cm, gesigneerd en gedateerd links onder: Ensor 1889, KMSKA inv. nr. 2042. © Lukas - Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens.

James Ensor, Verbazing van het masker Wouse, 1889, olieverf op doek, 109 x 131,5 cm, gesigneerd en gedateerd links onder: Ensor 1889, KMSKA inv. nr. 2042. © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens.

Het schilderij weegt 9 kg en is met de lijst erbij 121cm hoog, 143,5 cm breed en 3 cm diep. Deze informatie is noodzakelijk voor het maken van een aangepaste kist voor het kunstwerk dat ondertussen al bijna 70 keer naar een tentoonstelling vervoerd is en dat nu vanaf 16 februari 2014 in Basel getoond wordt (de Verbazing van het masker Wouse staat trouwens op de uitnodiging voor de vernissage). Aansluitend vliegt het naar Los Angeles en daarna naar Chicago.

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen bewaart 38 schilderijen van James Ensor die uitzonderlijk veel voor tentoonstellingen in binnen- en buitenland gevraagd worden. Gespreid over zo’n 260 tentoonstellingen hebben de 38 kunstwerken al meer dan 1500 reizen gemaakt. In bijna de helft van die 260 tentoonstellingen speelde Ensor bovendien de hoofdrol.

In een nieuw artikel voor het Ensor Research Project gaat onderzoeker Nanny Schrijvers dieper in op de tentoonstellingsgeschiedenis van het schilderij Verbazing van het masker Wouse.

Vingerverven

James Ensor schrok er tijdens het schilderen niet voor terug om zijn vingers vuil te maken.   

James Ensor, Vrouw op golfbreker, 1880, olieverf op doek,  30,7 x 22,6 cm, gesigneerd en gedateerd links onder: ENSOR 81, KMSKA inv. nr. 1853.

James Ensor, Vrouw op golfbreker, 1880, olieverf op doek, 30,7 x 22,6 cm, gesigneerd en gedateerd links onder: ENSOR 81, KMSKA inv. nr. 1853.

Kleuters en zelfs baby’s worden aangemoedigd om te vingerverven. Het zou de fijne motoriek stimuleren en de gevoeligheid van de vingers vertserken. Ook Ensor heeft geregeld bij het schilderen zijn vingers gebruikt. Al deed hij dat wellicht niet om de tastzin te stimuleren. In Vrouw op golfbreker uit 1880 heeft Ensor een groot deel van de grijsbruine opzetlaag met de duim bewerkt. Na een tijdje schildert hij, met een borstel, het witte van de parasol en het blauwe van de lucht, maar zo dat de afdrukken nog duidelijk zichtbaar zijn. En dat was de bedoeling, want stel als hij er onmiddellijk met de borstel was overgegaan, zouden de afdruklijntjes uitgeveegd en verdwenen zijn.

Vrouw op golfbreker (detail): richting van de lijnen, strijklicht (RL)

Vrouw op golfbreker (detail): richting van de lijnen, strijklicht (RL)

In een nieuw artikel voor het Ensor Research Project is restaurator Karen Bonne als een ware rechercheur op zoek gegaan naar vingerafdrukken van de kunstenaar. Ze laat van dichtbij zien hoe hij juist te werk ging.

Een kras op het schilderij!

Bij het horen van die woorden gaan er bij museummedewerkers meestal alarmbellen rinkelen, zeker wanneer het gaat om krassen in een verflaag.

Stilleven met chinoiserieën (detail)

Stilleven met chinoiserieën (detail)

Het onvoorzichtig hanteren van een schilderij, een rugzak van een onoplettende bezoeker,… – het kan leiden tot schade aan de verflaag, en dat proberen we dan ook ten allen koste te vermijden. Hetzij door het inschakelen van professionele art handlers. Of door het plaatsen van ‘afstandshouders’ in expositieruimtes.

Toch zijn er ook krassen die helemaal niet onder de noemer ‘schade’ te groeperen zijn, maar net een deel uitmaken van de techniek van de kunstenaar. James Ensor heeft doorheen zijn hele carrière gespeeld met het effect van krassen in de nog natte verflaag. Dat kan je bijvoorbeeld zien op bovenstaand detail van zijn Stilleven met chinoiserieën.

James Ensor, Stilleven met chinoiserieën, 1880, olieverf op doek, 101 x 81, KMSKA inv. nr.  2076.

James Ensor, Stilleven met chinoiserieën, 1880, olieverf op doek, 101 x 81, KMSKA inv. nr. 2076.

Restaurator Karen Bonne bespreekt de verschillende technieken die hij daarbij hanteerde in een artikel voor het Ensor Research Project op de website van het KMSKA.

Stilleven met een verrassend personage

Net als zijn tijdgenoten hergebruikte James Ensor zijn schildersdoeken regelmatig. Soms is dat zelfs met het blote oog zichtbaar. 

James Ensor, Stilleven met Chinoiserieën, 1880 (inv.nr. 2076), doek, afmetingen: 100,5 x 81,3, foto onder normaal licht

James Ensor, Stilleven met Chinoiserieën, 1880 (inv.nr. 2076), doek, afmetingen: 100,5 x 81,3, foto onder normaal licht

In nieuwsbeelden van belangrijke gebeurtenissen duiken wel eens verrassende personages op die helemaal niets met de zaak te maken hebben: toevallige voorbijgangers, grapjassen die zich interessant willen maken … In Ensors Stilleven met chinoiserieën (1880) gebeurt iets gelijkaardigs. Op de tafel staan en liggen objecten uit Japan, China en Korea: waaiers, een theeservies, beeldjes in porselein enz. Achter dit stilleven duikt, uit het niets, een halfnaakte, oude man op.

In de loop van 1880 nam James Ensor een doek waarop hij een jaar of twee eerder, aan de academie in Brussel, een studie van een model geschilderd had. Op een tafelblad stalde hij chinese spullen uit. Hij nam een breed penseel, doopte het in verf en overschilderde haastig in een dunne laag. Je kon het academiemodel nog door de verflaag heen zien maar Ensor had alleen oog voor de kleuren van de voorwerpen op de tafel en de kleuren op het palet. Restaurator Karen Bonne verklaart de verrassende aanwezigheid van dit personage in een artikel voor het Ensor Research Project op de website van het KMSKA.

James Ensor op architecturale wereldreis

KMSKA-curator en Ensorkenner Herwig Todts blogt over de (architecturale) wereldreis die de Ensorcollectie van het KMSKA sinds de start van de renovatiewerken van het museumgebouw maakt.

Zaalzicht James Ensor. Masken Mester, Foto: Anders Sune Berg

Zaalzicht James Ensor. Masken Mester, Foto: Anders Sune Berg

Tot 19 januari 2014 loopt in Ordrupgaard bij Kopenhagen de tentoonstelling  James Ensor. Masken Mester. Die expo bestaat hoofdzakelijk uit schilderijen en tekeningen uit de verzameling van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Aan de vooravond van de sluiting van  het museum in september 2011 is de Ensorverzameling van het KMSKA aan een verrassende wereldwijde rondreis begonnen. Door een merkwaardige speling van het lot reist de kunstenaar, die een hekel had aan moderne architectuur, langs gebouwen van postmoderne sterarchitecten als Yoshi Taniguchi, Zaha Hadid, Richard Meier en Renzo Piano. Ensor hield van ouderwetse gebouwen en schimpte:

“Aan de schandpaal! Aan de schandpaal met aanmatigende ontwerpers met een baksteen in de maag, antipanoramische paradoxalen, platgewalste, geplombeerde met leem gebetonneerde speculanten. Constructeurs van platte daken [...] ontzettende verkavelaars, gepapperasseerde en brutale bureaucraten [...] weerbarstige modernisten, lompe architecten, afgemeten geometers … “.

In Ordrupgaard is Ensor te gast in de tentoonstellingsvleugel die door de befaamde Britse architecte (van Iraakse afkomst) Zaha Hadid werd toegevoegd aan het laatnegentiende-eeuwse landhuis van de Deense kunstverzamelaar Wilhelm Hansen.

Wanneer Ensor over enkele jaren, na een bezoek aan musea van Richard Meier (Getty Los Angeles) en Renzo Piano (Art Institute of Chicago), naar huis terugkeert zal het havengebouw dat Hadid heeft ontworpen voor Antwerpen wellicht klaar zijn.