Oost. West.

In de Koningin Fabiolazaal kan je de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. In zijn laatste blogbericht kijkt Bob Daems al even vooruit naar het tweede deel van de presentatie dat volledig werd uitgewerkt door Jongbloed!, de jongerencrew van het KMSKA. Hij plaatst twee kunstenaars naast elkaar die in Duo’s 2 ook samen te zien zullen zijn. 

Eugeen Joors, 'De schilder Jacob Jacobs', KMSKA, Inv.nr. 1528, © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens

Eugeen Joors, ‘De schilder Jacob Jacobs’, KMSKA, Inv.nr. 1528, © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens

Op 29 mei 1838 begint de 26-jarige Jacob Jacobs (Antwerpen, 1812 – 1879) aan een reis die hem de volgende twee jaar via de kusten van Noord-Afrika onder meer naar Egypte en het Ottomaanse Rijk zal voeren. In Egypte doorkruist hij het volledige land, tot aan de grens met Nubië. Tijdens deze reis houdt Jacobs een getekend dagboek bij, waarin hij zijn indrukken van het Nabije Oosten nauwkeurig noteert. Deze rijk gevulde schetsboeken vormen de basis voor zijn latere carrière als gelauwerd schilder van Oriëntaalse taferelen.

Jacob Jacobs (1812, Antwerpen - 1879, Antwerpen), Woestijnstorm, 1859, olie op paneel, 83 x 130 cm, Collectie Provincie Antwerpen, P/S 264

Jacob Jacobs (1812, Antwerpen – 1879, Antwerpen), Woestijnstorm, 1859, olie op paneel, 83 x 130 cm, Collectie Provincie Antwerpen, P/S 264

Jacobs studeerde aan de Antwerpse academie en zoals vele van zijn 19de-eeuwse tijdgenoten werd hij aangetrokken door de romantische voorstellingen van de Oriënt. In tegenstelling tot sommige anderen wenste hij zich echter niet te beperken tot een verslag uit tweede hand. Ondanks de uitgesproken romantische uitwerking van zijn schilderijen wordt zijn oeuvre daarom gekenmerkt door een zekere authenticiteit.

Maryam Najd (1965, Teheran), Video I, 2002, olie op doek, 90 x 75 cm, Collectie Provincie Antwerpen, P/S 379

Maryam Najd (1965, Teheran), Video I, 2002, olie op doek, 90 x 75 cm, Collectie Provincie Antwerpen, P/S 379

Maryam Najd (Teheran, 1965) heeft er al een achtjarige artistieke opleiding in Teheran opzitten, onder meer als miniatuurschilder, wanneer ze in 1992 – ze is dan 27 – beslist om naar Antwerpen te trekken. Daar volgt ze een bijkomende opleiding schilderkunst, eerst aan de academie en vervolgens aan het Hoger Instituut. De confrontatie tussen deze twee uiteenlopende opleidingen en de zeer verschillende beeldtradities waarin ze zijn geworteld resulteren bij Nadj in een heel eigen beeldtaal, waarbij bijvoorbeeld de verschillen tussen figuratief en abstract worden opgeheven. De ene keer schildert ze bijna monochrome doeken waarin ze subtiele kleurnuances aanbrengt, om vervolgens weer over te schakelen naar een meer figuratieve benadering. Misschien is de bindende factor tussen al haar werk wel de dromerige sfeer die over de meeste van haar schilderijen hangt, een element dat ook in de schilderijen van Jacob Jacobs prominent aanwezig is.

Vanaf 1 februari hangen Video van Maryam Najd en Woestijnstorm van Jacob Jacobs naast elkaar in de nieuwe opstelling van de tentoonstelling Duo’s. Het werk van Jacobs is nog tot en met 26 januari te zien in Happy Birthday Dear Academie in het MAS.

1+1=2

Het doeboekje bij de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De MODERNENeindigt met een wedstrijd waarbij bezoekers – net als de curatoren van dienst – 2 kunstwerken uit de tentoonstelling mogen kiezen om er zelf een duo mee te maken. 

Dit is het winnende Duo van de maand december. De winnaar wordt persoonlijk op de hoogte gebracht. De andere inzendingen krijgen een plekje in onze digitale Facebookgalerij.

Winnende inzending december

Winnende inzending december

Afscheid van Marc Mendelson

In de Koningin Fabiolazaal kan je de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de werken in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week neemt Siska Beele afscheid van kunstenaar Marc Mendelson die enkele weken geleden het leven liet. 

Marc Mendelson, Ciertos signos lo presagian, (1974-1976), KMSKA, inv. nr. 3152

Marc Mendelson, Ciertos signos lo presagian, (1974-1976), KMSKA, inv. nr. 3152

In december van vorig jaar is Marc Mendelson (Londen 1915 – Ukkel 2013) overleden. Hij was 98 jaar oud. Mendelson wordt gerekend tot een van de meest originele Belgische kunstenaars van zijn generatie. In zijn lange carrière werkte hij in verschillende stijlen, zowel figuratief als abstract. Hij maakte gebruik van verschillende media als olieverf, aquarel, assemblage, fotografie…Na zijn studies in Antwerpen verhuist Mendelson naar Brussel waar hij zich aansluit bij een groep kunstenaars die tussen 1945 en 1948 samen naar buiten treden onder de naam La Jeune Peinture Belge en de naoorlogse schilderkunst een vernieuwende boost gevenMendelson debuteert met een vorm van magisch realisme. Zijn stijl leunt aan bij De Chirico, en ook Picasso inspireert hem enige tijd.  Maar in de jaren vijftig evolueert hij naar de abstracte kunst om nog later te experimenteren met materie. Doeken in een dikke verfpasta vermengd met zand, modder en cement bekrast hij met primaire lijnen en vormen. Omstreeks 1966 keert hij terug naar een nieuwe figuratieve kunst. Met gevoel voor humor en poëzie brengt hij een heel eigen universum in beeld. Uit die tijd dateert Happy Metro to You (1974), de grote wandcollage vol ventjes die zich vrolijk en blij van en naar het werk haasten, in het metrostation Park in Brussel.

Spanje als grootste gemene deler

Ook het KMSKA heeft werk van Marc Mendelson in zijn bezit: drie schilderijen, stuk voor stuk representatief voor een fase in het rijke en diverse oeuvre van de kunstenaar. Hoe sterk verschillend deze schilderijen ook zijn, alle drie hebben ze één iets gemeen en dat is Spanje. In 1953 reist Mendelson voor de eerste keer naar Spanje. Een nieuwe wereld gaat open. In Midzomer (1954) beeldt hij de Middellandse Zee af zonder haar na te bootsen, in heftige kleuren en strakke vormen. Ook het monochrome materieschilderij Een bladzijde op wit geschreven (1964) doet denken aan strand, water en lucht. De krassen en inscripties lijken op tekeningen in het zand. De fascinatie voor de materie deelt Mendelson met de Catalaanse kunstenaar Antoni Tàpies. In het laatste schilderij van Mendelson uit de verzameling van het KMSKA – Ciertos signos lo presagian (1974-1976) – is Spanje nadrukkelijk aanwezig. De titel is Spaans en de speelse stijl is schatplichtig aan Joan MiróCiertos signos lo presagian is nu te zien op de tentoonstelling Duo’s naast Meisje met bloemenkrans van Jan Cox, Mendelsons kunstvriend van het eerste uur. Een verrassend duo en meteen een uitzonderlijk mooi eerbetoon aan Marc Mendelson.

De ogen van Moeti. Pieter Rottie en mevrouw Craeybeckx

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de werken in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week kijkt Siska Beele naar het portret dat Pieter Rottie van Mevrouw Craeybeckx maakte en dat in het gezelschap van de kleindochter van de geportretteerde. 

Pieter Rottie, Mevrouw Craeybeckx, Inv.nr. 2353 © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto d/arch

Pieter Rottie, Mevrouw Craeybeckx, Inv.nr. 2353 © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto d/arch

Tijdens de voorbereiding van de tentoonstelling Duo’s stuitte ik in het museumdepot op een bijna vergeten schilderij van Pieter Rottie (Antwerpen 1895 – Antwerpen 1946). Nu maakt het deel uit van een van de aangrijpendste duo’s. Mevrouw Craeybeckx uit het KMSKA kreeg als passend pendant Lucienne, het blozende boerenmeisje, uit de kunstverzameling van de Provincie. Beide portretten trekken onmiddellijk de aandacht: zo dichtbij en zo aanwezig zijn de zitters, zo gretig bekeken en vastgelegd. Niemand kan zijn ogen ervan afhouden.

Mevrouw Craeybeckx en haar kleindochter in de tentoonstelling Duo's.

Mevrouw Craeybeckx en haar kleindochter in de tentoonstelling Duo’s.

Ook Veronica niet,  de kleindochter van mevrouw Craeybeckx – meisjesnaam Irma Lauwers. Ik bezocht samen met haar de tentoonstelling. Even in de ogen kijken van ‘Moeti’ ontroert haar zichtbaar. Wat haar zo aangrijpt, vertelt ze, is dat Pieter Rottie de veelzijdigheid van haar grootmoeders persoonlijkheid laat zien. Iedereen kende haar als een zachtmoedige vrouw, maar Rottie toont op dit portret ook de zeer vastberaden en niet altijd even vrolijke vrouw. De blosjes op haar wangen zijn heel natuurgetrouw. Veronica heeft ze ook. Haar band met Moeti was heel intens. Haar grootvader, de advocaat en politicus Lode Craeybeckx, burgemeester van Antwerpen van 1947 tot 1976, en haar moeder Hilda Craeybeckx, kabinetschef van de burgemeester, waren heel vaak samen aan het werk, terwijl Moeti voor de kleinkinderen zorgde. Aan de lange, zonnige vakanties in het buitenverblijf op de Kalmthoutse heide bewaart Veronica de beste herinneringen. In Kalmthout leerden haar grootouders de kunstenaar Pieter Rottie en zijn vrouw Maria kennen. Ze werden boezemvrienden.

Minimum aan middelen, maximum aan expressie

Rottie was geen beeldenstormer. De radicale experimenten en luidruchtige strijdkreten van het modernisme zegden hem niet veel. Met eerbied voor de traditie maakte hij sterke, heel eigen beelden van de eenvoudigste dingen, van de eenvoudigste mensen. Hij leefde een stil en ingetogen leven, geheel gewijd aan de schoonheid en de kunst.

Mevrouw Craeybeckx poseert een paar keer voor hem. Rottie benadert zijn model met respect en schroom, observeert het grondig en bouwt het sober en strak na in verf. Met een minimum aan middelen slaagt hij erin een maximum aan expressie te bereiken. In 1937 koopt het museum een portret van mevrouw Craeybeckx bij de kunstenaar. Twee jaar later schildert hij haar opnieuw. Dit werk hangt bij oom Herman in de slaapkamer. Er is ook nog een mooie potloodtekening waar Moeti’s zachte trekken meer tot uiting komen. Maar het portret van Moeti in het museum blijft Veronica’s absolute favoriet.

Fred en zijn storm

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de werken in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week richt Bob Daems zich op het werk van Fred Bervoets.

Fred Bervoets (Burcht, 1942) heeft in zijn lange loopbaan een eindeloze reeks portretten geschilderd, getekend en geëtst. Meestal zelfportretten. Of alléén maar zelfportretten. Soms karikaturaal weergegeven koppen – als uit een mannekensblad, zoals hij zelf zegt – soms ook veruitwendigde emoties die op het doek of papier verschijnen als anonieme figuren of personages.

Fred Bervoets, Bevreemdend personage, 1976. KMSKA, Inv.nr. 3168 © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto d/arch

Fred Bervoets, Bevreemdend personage, 1976. KMSKA, Inv.nr. 3168 © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto d/arch

Op de tentoonstelling Duo’s zijn twee zo’n werken te zien. Bevreemdend personage uit 1976 is als een explosie van agressie. Op het kleine schilderijtje wordt een mannelijke figuur afgebeeld met een opengesneden hersenpan waaruit fonteinen van bloed spuiten. Onderaan heeft Bervoets geschreven: “Studie van een figuur. Zelfmoordenaar”. De ets Figuur dateert van een decennium later. In een door hemzelf ontwikkelde etstechniek, waarbij hij rechtstreeks met zuur op de etsplaat schildert, heeft Bervoets met enkele lijnen en vlekken een spookachtige figuur gecreëerd die de toeschouwer naar de keel lijkt te willen grijpen. Door op de plaats van de ogen twee rode bollen te schilderen neemt de lugubere sfeer van het tafereel nog toe.

Fred Bervoets, Figuur, 1989. Collectie Provincie Antwerpen, P/G 419© SABAM, Belgium, 2013

Fred Bervoets, Figuur, 1989. Collectie Provincie Antwerpen, P/G 419© SABAM, Belgium, 2013

Een mooi en integer portret van de schilder wordt geschetst in de documentaire Fred in zijn eeuwige storm van collega-beeldend kunstenaar en voormalig Bervoets-student aan de Antwerpse academie Lieven Segers. “Een schilderij kunt ge niet rustig maken”, zegt Bervoets ergens in die film. En wanneer Segers vervolgens vraagt of zijn werk dan altijd ontstaat vanuit een onrust, voegt hij er aan toe: “en altijd met een angst ook…”. Maar dat er achter dat op het eerste zicht nihilistische en donkere wereldbeeld ook een zekere melancholie schuilgaat illustreert een andere uitspraak van Bervoets: “Toch is schilderen fantastisch hé, ’t is toch het mooiste wat ge kunt doen in uw leven? Dromen en veranderen…”

Onder de titel Kabinet loopt in galerij De Zwarte Panter in Antwerpen nog tot 9 februari 2014 een tentoonstelling met recente zelfportretten van Fred Bervoets.

E.L.T. Mesens: prins van de collage

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de werken in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week bekijkt Siska Beele een reeks van 4 bijzondere collages die een blik gunnen in de leefwereld van E.L.T. Mesens. 

In 1968 verwierf het museum vier collages van E.L.T. Mesens (Brussel 1903 – Brussel 1971). Eerder dat jaar waren ze te zien op de grote overzichtstentoonstelling 40 jaar levende kunst. Hulde aan Robert Giron in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Hoofdconservator van het KMSKA Walther Vanbeselaere was meteen enthousiast en zette de koop in gang.

“Ze zouden immers een wezenlijke verrijking van de verzamelingen van het Museum betekenen, te meer daar het Museum tot op heden geen enkel werk bezit van deze poëtisch gestemde surrealist, thans 65 jaar, en die op onze tentoonstelling “Kontrasten” met een hulde-zaal werd bedacht.” – (brief van Vanbeselaere aan de minister van Cultuur, 26 juli 1968, archief KMSKA)

Ook de kunstenaar was opgetogen met de aankoop.

“Ik ben zéér gelukkig dat deze vier werken  – die eigenlijk een werk uitmaken – aangekocht zijn door het eedele Antwerps Museum, zodat ik zeker mag zijn dat deze vier sombere en droevige bladzijden uit mijn gevoelsleven zullen tezamen blijven. Dat was de rede waarvoor ik deze werken weigerde te verkoopen aan de eene of de andere kunsthandel” -(brief van Mesens aan Vanbeselaere, 19 mei 1968, archief KMSKA)

Goodbye my beautiful darling

Maar wat maakt nu deze suite van vier collages zo bijzonder? In zijn plastisch werk portretteert E.L.T. Mesens zijn eigen leefwereld met een knipoog, nu eens subtiel en poëtisch, dan weer subversief en ironisch. Eind 1965, wanneer bij zijn knappe en geliefde vrouw Sybil Fenton leukemie wordt vastgesteld, wordt de toon echter zwaarmoedig. Mesens maakt een reeks sobere en sombere collages: Slecht voortekenMijn arme lieveling en Het geschenk van Stefan en Franceska Thamerson. De werken verbeelden de angst voor de ziekte, het diepe verdriet en de troost die hij bij vrienden vindt. Sybil Fenton sterft op 7 januari 1966. Dat jaar maakt de getalenteerde collagekunstenaar slechts één collage met de expliciete titel: Goodbye my beautiful darling.

Jan Kiemeneij in de Kerkstraat

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de duo’s in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week zoekt Bob Daems naar sporen van Jan Kiemeneij in het Antwerpse straatbeeld.

De buurt rond de Sint-Willibrorduskerk, pal op de grens tussen Antwerpen en Borgerhout, moet er in 1926 nog enigszins anders hebben uitgezien toen Jan Kiemeneij er de gevel van de schoenwinkel op de hoek van de Kerk- en de Lammekensstraat beschilderde volgens de principes van de ‘zuivere beelding’. De ingreep van Kiemeneij (1889-1981) veroorzaakte blijkbaar heel wat ophef in Antwerpen. De correspondent van de Franstalige Antwerpse krant Neptune was alvast niet opgezet met het initiatief. “Kinderen drijven er de spot mee, volwassenen kunnen nauwelijks hun verontwaardiging onderdrukken.” Dat is zowat de teneur van het korte artikel dat onder de spottende titel Style ultra-moderne op zaterdag 27 maart 1926 verschijnt op pagina 2 van Neptune.
De krant, die verscheen tussen 1907 en 1936 en een leespubliek vond binnen de Franstalige Antwerpse burgerij, vond het vooral ongehoord dat deze uiting van modernisme werd toegepast op “Een van die oude en eerbiedwaardige woningen die hun rode, door de tijd getaande pannendak nog hebben behouden.” Volgens de auteur was iedereen uiteraard vrij om zijn woning te beschilderen naar eigen smaak, maar, zo voegt hij er aan toe: “Dat belet niet dat men deze onzinnige kakofonie van kleuren mag betreuren, op de hoek van een vredige en pittoreske straat die naar de buitenwijken leidt en die haar eigenheid tot nu wist te behouden.”

Agressief oranje

Dankzij Neptune beschikken we nu wel over een vrij accurate beschrijving van de gevelbeschildering door Jan Kiemeneij: “Bizarre cirkels, kubussen in een agressief oranje, vierkanten in een fel geel, ruiten in hard blauw, vlekken in een opzichtig groen.” Allemaal “zeer ongepast”, aldus de auteur. De kleuren die hij beschrijft komen overeen met het kleurenpalet van Ballerina, een schilderij dat Jan Kiemeneij in 1920 maakte en dat nu te zien is op de tentoonstelling Duo’s. De twee werken markeren ook ongeveer begin en eindpunt van de eerste golf van abstracte schilders in Antwerpen.

Tijdens en vlak na de eerste wereldoorlog kwamen Belgische kunstenaars in aanraking met allerhande buitenlandse kunststromingen. Zo zijn in Ballerina de invloeden van het kubisme en futurisme duidelijk merkbaar. In de daaropvolgende jaren zou Kiemeneij evolueren naar een zuivere abstractie, mede onder invloed van stadsgenoten Michel Seuphor (1901-1999) en Jozef Peeters (1895-1960), uitgevers van het avant-gardistische tijdschrift Het Overzicht (1921-1925). Seuphor verkast in 1925 definitief naar Parijs, Peeters stopt in 1926 met schilderen en trekt zich met zijn gezin terug in zijn appartement aan de Gerlachekaai. Jan Kiemeneij legt zich voortaan toe op het subliem in beeld brengen van de Kalmthoutse heide.

Jan Kiemeneij, Duin en heide in bloei te Kalmthout, 1926, olieverf op paneel. Collectie Provincie Antwerpen, P/S 319, (schenking mevrouw A. Colpaert).

Jan Kiemeneij, Duin en heide in bloei te Kalmthout, 1926, olieverf op paneel. Collectie Provincie Antwerpen, P/S 319, (schenking mevrouw A. Colpaert).

1+1=2

Het doeboekje bij de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De MODERNEN eindigt met een wedstrijd waarbij bezoekers – net als de curatoren van dienst – 2 kunstwerken uit de tentoonstelling mogen kiezen om er zelf een duo mee te maken. 

Dit is het winnende Duo van de eerste maand van de tentoonstelling. De winnaar wordt persoonlijk op de hoogte gebracht. De andere inzendingen krijgen een plekje in onze digitale Facebookgalerij.

Winnende inzending

Winnende inzending

Twee meisjes in het bos te Zoersel

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de duo’s in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week neemt Bob Daems je mee naar de bossen van Zoersel die Carlo De Roover mooi in beeld bracht. 

Zoals zovele kunstenaars tijdens de eerste decennia van de twintigste eeuw zocht Carlo De Roover (Boom 1900 – Antwerpen 1986) vaak de rust en de idylle van het platteland op. Samen met zijn familie – met onder meer broer en leermeester Albert De Roover (Boom 1892 – Borgerhout 1978) – trok hij geregeld naar de bossen van Zoersel en Schilde, ten noordoosten van Antwerpen. In 1941 laat hij zelfs een vakantiewoning ontwerpen door de nog jonge Renaat Braem (Antwerpen 1910 – Essen 2001), vennoot en schoonbroer van zijn neef Jul De Roover (Antwerpen 1913 – Essen 2010).
Carlo en Albert delen op dat moment al een buitenhuisje in Zoersel, maar de ambities van de jongste broer reiken verder. Het ontwerp van Braem omvat niet alleen een woning met twee slaapkamers, een woonkamer en een garage met een oprijlaan, maar ook een driehoekig 4,5 meter hoog schildersatelier met een groot raam gericht op het noorden en met in het verlengde een “tuin der overpeinzingen”. Uiteindelijk wordt de woning niet gerealiseerd omdat Braem wegens verzetsdaden in 1942 wordt gearresteerd en De Roover uit angst voor de Duitse bezetter de plannen verbrandt. Enkele ontwerptekeningen worden wel bewaard in de Archives d’Architecture Moderne.

Bos te Zoersel, Carlo De Roover, 1947, olieverf op doek, 85 x 95 cm, Collectie Provincie Antwerpen, P/S 091,  foto: Jacques Sonck

Bos te Zoersel, Carlo De Roover, 1947, olieverf op doek, 85 x 95 cm, Collectie Provincie Antwerpen, foto: Jacques Sonck

Maar de liefde voor Zoersel neemt niet af. Tijdens en kort na de oorlog maakt De Roover talloze schetsen van de omgeving die als basis dienen voor zijn schilderijen. Bos te Zoersel is zo’n schilderij dat in 1947 tot stand komt en in 1966 door het Antwerpse provinciebestuur wordt aangekocht. Twee vrouwen – vermoedelijk de vrouw en de dochter van de kunstenaar – worden afgebeeld tijdens een wandeling. Dertig jaar later verwerft het provinciebestuur eveneens een voorbereidende tekening voor dit schilderij die dateert uit 1946.

Meisje en bomen, Carlo De Roover, 1946, bruin en zwart krijt op papier, 40,5 x 50 cm, Collectie Provincie Antwerpen, Foto Jacques Sonck

Meisje en bomen, Carlo De Roover, 1946, bruin en zwart krijt op papier, 40,5 x 50 cm, Collectie Provincie Antwerpen, Foto Jacques Sonck

En nog een tip: ga eens wandelen in de bossen van Zoersel. Rond deze tijd van het jaar zijn ze op hun mooist.

Nona en Els in Zoersel, oktober 2013

Nona en Els in Zoersel, oktober 2013

René Guiette en Le Corbusier

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de duo’s in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week onderzoekt Siska Beele de relatie tussen het werk van René Guiette en dat van Le Corbusier. 

In de jaren twintig raakt René Guiette (Antwerpen 1893 – Antwerpen 1976) in de ban van de artistieke vernieuwingen in Parijs. Als aanhanger van de rigoureuze idealen van het kunsttijdschrift L’Esprit Nouveau neemt hij een voor die tijd revolutionair initiatief: voor de bouw van een atelierwoning in Wilrijk doet hij een beroep op de modernistische architect Le Corbusier (La Chaux-de-Fonds 1883 – Roquebrune-Cap-Martin 1965). In november 1925 schrijft hij zijn eerste brief aan Le Corbusier en in maart 1926 geeft Le Corbusier zijn visie op het Maison Guiette. De plannen arriveren vier maanden later en in 1926/1927 verrijst de woning op in de Populierenlaan – in al zijn strenge soberheid, als de bovenbouw van een schip. Het huis is eenvoudig en zuiver van ontwerp, vrij van decoratie en sentiment, en juist daarom is het zo fris, helder en licht. Het beantwoordt aan alle praktische noden, maar is tevens een plek voor meditatie en een plaats waar schoonheid heerst. Guiette noemt het huis graag Les Peupliers. In de tuin laat hij twee populieren planten want, vreemd genoeg, in de Populierenlaan staan er geen. In 2008 maakte fotografe Kristien Daem een indrukwekkende foto van het huis.

'Maison Guiette' Kristien Daem ©2008

‘Maison Guiette’, Kristien Daem, ©2008

De nieuwe woning van Guiette inspireert weldra ook enkele van zijn composities. In De voorstad uit 1930 bijvoorbeeld worden de meest typische uiterlijke kenmerken van het huis plastisch vertaald: de strakke gevel, het plat dak, de kubische vorm in versneld perspectief en een soort patrijspoort die door haar ronde vorm de ordening van de hoekige vlakken benadrukt. En in de tuin verschijnt het rijzig silhouet van een populier.

René Guiette, De voorstad, 1930, Collectie Provincie Antwerpen, foto: Jacques Sonck

René Guiette, De voorstad, 1930, Collectie Provincie Antwerpen, foto: Jacques Sonck