#Avant-garde

Sinds 16 maart kan je de tentoonstelling De MODERNEN. Avant-garde bezoeken, de vierde tentoonstelling in een reeks over de moderne kunstcollectie van het KMSKA in de Koningin Fabiolazaal. 

Campagnebeeld De MODERNEN. Avant-garde

Campagnebeeld De MODERNEN. Avant-garde

De expo toont werken van na WO II, die een radicale wending in de kunstproductie en de collectievorming van het museum betekenden. Je kan er kunst zien van o.a. Otto Piene, Günther Uecker, Lucio Fontana, Jef Verheyen en Paul Van Hoeydonck.
Op deze blog zullen curator Greta Van Broeckhoven en andere museummedewerkers op geregelde tijdstippen een aspect van de tentoonstelling uitdiepen. Zo ontdek je meer over de kunstwerken die te zien zijn en de kunstenaars die ze maakten.

Interactief

De ‘Avant-gardisten’ van wie je werk kan zien in de tentoonstelling gingen ervan uit dat de vorm die zij aan een idee gaven niet definitief is, maar steeds opnieuw tot stand komt. Hun kunstwerken staan open voor  interactie met hun omgeving, de situatie en de individuele waarneming van de kijker. We horen dan ook graag hoe jullie de kunstwerken in de tentoonstelling ervaren. Laat het ons weten via Facebook en Twitter (#Avant-garde).

Volg de discussie op Facebook, Twitter en Pinterest.

Ziet gij dat geren?

Tijdens de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Afsluiten doet ze met Constant Permeke en Gust De Smet.

Tijdens een uitzending van het programma Ten Huize in 1979 vertelde kunstenaar Jules De Sutter aan Joos Florquin het volgende:

“Ik was vooral bevriend met Permeke en nog beter met Gust De Smet. Karaktèristiek voor het temperament van beiden, was de manier waarop ze een schilderij lieten zien. Permeke zette een schilderij op de ezel en zei: ‘Voilà, dat is een mooi schilderij!’ Gust de Smet, als hij hetzelfde deed, zei: ‘Voilà, ziet gij dat geren?”

Je kan heel het volledige interview nalezen op www.dbnl.org 

Komende zondag sluit de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke de deuren. Dit is dan ook het allerlaatste blogbericht dat de curator bij de tentoonstelling schrijft. We horen graag wat jullie ervan vonden, zowel van de blogsessies als van de tentoonstelling zelf. 

Kolonie van kunstenaars

Tijdens de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Deze week heeft ze het over kunstenaarskolonies.

Gustave Van De Woestyne, Azuur, 1928, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

Gustave Van De Woestyne, Azuur, 1928, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

“Een goede kunstenaarskolonie ligt op de buiten, maar ook weer niet te ver van de stad. In de eerste plaats moet het oord gemakkelijk bereikbaar zijn. Daarnaast moet er een geschikt trefpunt zijn. Zo begint elke kunstenaarskolonie met een herberg.”

Dat schrijft Wessel Krul in Oorsprong, eenvoud en natuur. De bloeitijd van de kunstenaarskolonies, 1860-1910.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw vormen kunstenaars over heel Europa kunstenaarskolonies. Ze gaan samen in dorpen wonen om er de natuur te observeren en te schilderen in openlucht. Later zien anderen het dorpsleven als voorbeeld en inspiratiebron, als een symbool voor een zinvol leven. Zo trekken Constant Permeke, Gustave Van De Woestyne, Gustave De Smet en Frits Van den Berghe in de beginjaren van de 20ste eeuw vanuit de stad naar Sint-Martens-Latem om het daar, samen met anderen, over kunst te hebben en te schilderen.

Als voorbereiding op deze tentoonstelling trok Jongbloed! – de jongerencrew van het KMSKA – vorige zomer naar Sint-Martens-Latem. Een week lang gingen ze er op zoek naar sporen van bovenstaande kunstenaars als. Alle indrukken die ze er opdeden, hebben ze verwerkt in een iPad-app. Die kan je nog steeds downloaden in de App-store of bekijken in de tentoonstelling. 

Godderis in de wolken

Tijdens de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Deze week heeft ze het over de wolkenhemel van Jaak Godderis. 

Jack Godderis, Noordzee, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens

Jack Godderis, Noordzee, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens

Jaak Godderis schildert wolken in rood, geel en blauw. Primaire kleuren die nauwelijks getemperd worden door grijzen en blauwen van zee en lucht. Godderis zoekt de voor hem juiste manier om een wolkenlucht te schilderen met een maximum aan intensiteit en effect. Hij overdrijft, vervormt, vereenvoudigt door zijn levende, wilde manier van schilderen.

Tijdens het krokusatelier laten kinderen zich in de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke inspireren door wolken in alle kleuren en vormen. Daarna schilderen ze zelf een prachtige wolkenhemel. Het atelier voor kinderen van 8 tot 12 is intussen volzet, maar er zijn nog enkele plaatsen vrij voor kinderen van 5 tot 7.

 

Een schilder van de Leie

Tijdens de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Deze week heeft ze het over Albert Saverys’ fascinatie voor de Leie

Albert Saverys, Landschap met koeien, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

Albert Saverys, Landschap met koeien, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

De Leie, telkens weer schildert Albert Saverys deze rivier. Eerst in een lichte impressionistische stijl en dan, na WOI, steeds steviger en met forse penseeltrekken zoals hier in dit Landschap met koeien. De kleuren zijn somber en sober, het is nog nacht als de koeien worden overgezet naar de andere oever.

Saverys’ faam reikt gelukkig verder dan de Leie. Hij was bijzonder succesvol. Zijn werk wordt tussen de twee wereldoorlogen in bijna doorlopend getoond in de Brusselse galerieën. Ook in het buitenland was hij bekend door o.a. zijn deelnames (zes om precies te zijn) aan de biënnale van Venetië.  Net als Permeke – die overigens bijna even oud was als Saverys – zal hij de crisis niet zo sterk voelen als vele andere schilders. Ook in de jaren vijftig van de vorige eeuw blijft hij overeind.

Jong?

Tijdens de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Deze week heeft ze het over de relativiteit van het woord ‘jong’.

Gustave De Smet, Huisje in het roze, 1937, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

Gustave De Smet, Meisje in het roze, 1937, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

In 1937 schrijft de  Nederlandse auteur en cultuurcriticus Menno ter Braak het volgende over wat hij de ‘jonge Vlamingen’ noemt:

“De grootste beknoptheid van vorm bij een maximum aan inhoud.”

Een opmerking hierbij is dat Gust De Smet toen zestig jaar was, Permeke over de vijftig en Frits Van den Berghe al bijna overleden. Tot de Tweede Wereldoorlog worden deze schilders opmerkelijk vaak bestempeld als “jonge schilders”. In die jaren worden er bijna doorlopend tentoonstellingen met hun werk ingericht in binnen- en buitenland. Ze behalen hun grootste successen als voormannen van het Vlaamse expressionisme, al waren ze ondertussen zelf van stijl veranderd.

Sneeuw!

Tijdens de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Nu het buiten behoorlijk fris wordt, haalt ze de sneeuwlandschappen boven.

Constant Permeke, Winterlandschap, 1912, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

Constant Permeke, Winterlandschap, 1912, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

Sneeuwlandschappen, een ware ziekte bij de Vlaamse kunstenaars. In het Nederlandse literair-culturele tijdschrift De Gids (jrg 92, 1928) schreef AC er het volgende over:

“ … Slechts èèn opmerking: treffend is de èèn-tonigheid van hun onderwerpen. Er heerscht tegenwoordig bij de Vlamingen een ware pletoor van sneeuwlandschappen. Wij hadden reeds die van den ouden Breughel… en Valerius de Saedeleer is degene die het meest meegeholpen heeft om in de schilderkunst de lawinen weer in de mode te brengen. … Daar is b.v. Permeke, de meest begaafde, de oorspronkelijkste, de stoutse der, in breeden zin genomen, jongeren… Aan zijn invloed zal toch wel niemand twijfelen, die zich b.v. Winter herinnert uit het Antwerpsch Museum, dagteekenend van 1912. Het effect der drie bomen op het voorplan (trouzeer verwant met het groot Winterlandschap met jagers van Pieter Bruegel I)  heeft menig schildersgeheugen beheerst. En eenmaal de Vlamingen ermee beginnen is er geen stoppen aan… Het is ook al eens gebeurd met begrafenissen.”