Oost. West.

In de Koningin Fabiolazaal kan je de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. In zijn laatste blogbericht kijkt Bob Daems al even vooruit naar het tweede deel van de presentatie dat volledig werd uitgewerkt door Jongbloed!, de jongerencrew van het KMSKA. Hij plaatst twee kunstenaars naast elkaar die in Duo’s 2 ook samen te zien zullen zijn. 

Eugeen Joors, 'De schilder Jacob Jacobs', KMSKA, Inv.nr. 1528, © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens

Eugeen Joors, ‘De schilder Jacob Jacobs’, KMSKA, Inv.nr. 1528, © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto Hugo Maertens

Op 29 mei 1838 begint de 26-jarige Jacob Jacobs (Antwerpen, 1812 – 1879) aan een reis die hem de volgende twee jaar via de kusten van Noord-Afrika onder meer naar Egypte en het Ottomaanse Rijk zal voeren. In Egypte doorkruist hij het volledige land, tot aan de grens met Nubië. Tijdens deze reis houdt Jacobs een getekend dagboek bij, waarin hij zijn indrukken van het Nabije Oosten nauwkeurig noteert. Deze rijk gevulde schetsboeken vormen de basis voor zijn latere carrière als gelauwerd schilder van Oriëntaalse taferelen.

Jacob Jacobs (1812, Antwerpen - 1879, Antwerpen), Woestijnstorm, 1859, olie op paneel, 83 x 130 cm, Collectie Provincie Antwerpen, P/S 264

Jacob Jacobs (1812, Antwerpen – 1879, Antwerpen), Woestijnstorm, 1859, olie op paneel, 83 x 130 cm, Collectie Provincie Antwerpen, P/S 264

Jacobs studeerde aan de Antwerpse academie en zoals vele van zijn 19de-eeuwse tijdgenoten werd hij aangetrokken door de romantische voorstellingen van de Oriënt. In tegenstelling tot sommige anderen wenste hij zich echter niet te beperken tot een verslag uit tweede hand. Ondanks de uitgesproken romantische uitwerking van zijn schilderijen wordt zijn oeuvre daarom gekenmerkt door een zekere authenticiteit.

Maryam Najd (1965, Teheran), Video I, 2002, olie op doek, 90 x 75 cm, Collectie Provincie Antwerpen, P/S 379

Maryam Najd (1965, Teheran), Video I, 2002, olie op doek, 90 x 75 cm, Collectie Provincie Antwerpen, P/S 379

Maryam Najd (Teheran, 1965) heeft er al een achtjarige artistieke opleiding in Teheran opzitten, onder meer als miniatuurschilder, wanneer ze in 1992 – ze is dan 27 – beslist om naar Antwerpen te trekken. Daar volgt ze een bijkomende opleiding schilderkunst, eerst aan de academie en vervolgens aan het Hoger Instituut. De confrontatie tussen deze twee uiteenlopende opleidingen en de zeer verschillende beeldtradities waarin ze zijn geworteld resulteren bij Nadj in een heel eigen beeldtaal, waarbij bijvoorbeeld de verschillen tussen figuratief en abstract worden opgeheven. De ene keer schildert ze bijna monochrome doeken waarin ze subtiele kleurnuances aanbrengt, om vervolgens weer over te schakelen naar een meer figuratieve benadering. Misschien is de bindende factor tussen al haar werk wel de dromerige sfeer die over de meeste van haar schilderijen hangt, een element dat ook in de schilderijen van Jacob Jacobs prominent aanwezig is.

Vanaf 1 februari hangen Video van Maryam Najd en Woestijnstorm van Jacob Jacobs naast elkaar in de nieuwe opstelling van de tentoonstelling Duo’s. Het werk van Jacobs is nog tot en met 26 januari te zien in Happy Birthday Dear Academie in het MAS.

Fred en zijn storm

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de werken in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week richt Bob Daems zich op het werk van Fred Bervoets.

Fred Bervoets (Burcht, 1942) heeft in zijn lange loopbaan een eindeloze reeks portretten geschilderd, getekend en geëtst. Meestal zelfportretten. Of alléén maar zelfportretten. Soms karikaturaal weergegeven koppen – als uit een mannekensblad, zoals hij zelf zegt – soms ook veruitwendigde emoties die op het doek of papier verschijnen als anonieme figuren of personages.

Fred Bervoets, Bevreemdend personage, 1976. KMSKA, Inv.nr. 3168 © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto d/arch

Fred Bervoets, Bevreemdend personage, 1976. KMSKA, Inv.nr. 3168 © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto d/arch

Op de tentoonstelling Duo’s zijn twee zo’n werken te zien. Bevreemdend personage uit 1976 is als een explosie van agressie. Op het kleine schilderijtje wordt een mannelijke figuur afgebeeld met een opengesneden hersenpan waaruit fonteinen van bloed spuiten. Onderaan heeft Bervoets geschreven: “Studie van een figuur. Zelfmoordenaar”. De ets Figuur dateert van een decennium later. In een door hemzelf ontwikkelde etstechniek, waarbij hij rechtstreeks met zuur op de etsplaat schildert, heeft Bervoets met enkele lijnen en vlekken een spookachtige figuur gecreëerd die de toeschouwer naar de keel lijkt te willen grijpen. Door op de plaats van de ogen twee rode bollen te schilderen neemt de lugubere sfeer van het tafereel nog toe.

Fred Bervoets, Figuur, 1989. Collectie Provincie Antwerpen, P/G 419© SABAM, Belgium, 2013

Fred Bervoets, Figuur, 1989. Collectie Provincie Antwerpen, P/G 419© SABAM, Belgium, 2013

Een mooi en integer portret van de schilder wordt geschetst in de documentaire Fred in zijn eeuwige storm van collega-beeldend kunstenaar en voormalig Bervoets-student aan de Antwerpse academie Lieven Segers. “Een schilderij kunt ge niet rustig maken”, zegt Bervoets ergens in die film. En wanneer Segers vervolgens vraagt of zijn werk dan altijd ontstaat vanuit een onrust, voegt hij er aan toe: “en altijd met een angst ook…”. Maar dat er achter dat op het eerste zicht nihilistische en donkere wereldbeeld ook een zekere melancholie schuilgaat illustreert een andere uitspraak van Bervoets: “Toch is schilderen fantastisch hé, ’t is toch het mooiste wat ge kunt doen in uw leven? Dromen en veranderen…”

Onder de titel Kabinet loopt in galerij De Zwarte Panter in Antwerpen nog tot 9 februari 2014 een tentoonstelling met recente zelfportretten van Fred Bervoets.

Jan Kiemeneij in de Kerkstraat

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de duo’s in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week zoekt Bob Daems naar sporen van Jan Kiemeneij in het Antwerpse straatbeeld.

De buurt rond de Sint-Willibrorduskerk, pal op de grens tussen Antwerpen en Borgerhout, moet er in 1926 nog enigszins anders hebben uitgezien toen Jan Kiemeneij er de gevel van de schoenwinkel op de hoek van de Kerk- en de Lammekensstraat beschilderde volgens de principes van de ‘zuivere beelding’. De ingreep van Kiemeneij (1889-1981) veroorzaakte blijkbaar heel wat ophef in Antwerpen. De correspondent van de Franstalige Antwerpse krant Neptune was alvast niet opgezet met het initiatief. “Kinderen drijven er de spot mee, volwassenen kunnen nauwelijks hun verontwaardiging onderdrukken.” Dat is zowat de teneur van het korte artikel dat onder de spottende titel Style ultra-moderne op zaterdag 27 maart 1926 verschijnt op pagina 2 van Neptune.
De krant, die verscheen tussen 1907 en 1936 en een leespubliek vond binnen de Franstalige Antwerpse burgerij, vond het vooral ongehoord dat deze uiting van modernisme werd toegepast op “Een van die oude en eerbiedwaardige woningen die hun rode, door de tijd getaande pannendak nog hebben behouden.” Volgens de auteur was iedereen uiteraard vrij om zijn woning te beschilderen naar eigen smaak, maar, zo voegt hij er aan toe: “Dat belet niet dat men deze onzinnige kakofonie van kleuren mag betreuren, op de hoek van een vredige en pittoreske straat die naar de buitenwijken leidt en die haar eigenheid tot nu wist te behouden.”

Agressief oranje

Dankzij Neptune beschikken we nu wel over een vrij accurate beschrijving van de gevelbeschildering door Jan Kiemeneij: “Bizarre cirkels, kubussen in een agressief oranje, vierkanten in een fel geel, ruiten in hard blauw, vlekken in een opzichtig groen.” Allemaal “zeer ongepast”, aldus de auteur. De kleuren die hij beschrijft komen overeen met het kleurenpalet van Ballerina, een schilderij dat Jan Kiemeneij in 1920 maakte en dat nu te zien is op de tentoonstelling Duo’s. De twee werken markeren ook ongeveer begin en eindpunt van de eerste golf van abstracte schilders in Antwerpen.

Tijdens en vlak na de eerste wereldoorlog kwamen Belgische kunstenaars in aanraking met allerhande buitenlandse kunststromingen. Zo zijn in Ballerina de invloeden van het kubisme en futurisme duidelijk merkbaar. In de daaropvolgende jaren zou Kiemeneij evolueren naar een zuivere abstractie, mede onder invloed van stadsgenoten Michel Seuphor (1901-1999) en Jozef Peeters (1895-1960), uitgevers van het avant-gardistische tijdschrift Het Overzicht (1921-1925). Seuphor verkast in 1925 definitief naar Parijs, Peeters stopt in 1926 met schilderen en trekt zich met zijn gezin terug in zijn appartement aan de Gerlachekaai. Jan Kiemeneij legt zich voortaan toe op het subliem in beeld brengen van de Kalmthoutse heide.

Jan Kiemeneij, Duin en heide in bloei te Kalmthout, 1926, olieverf op paneel. Collectie Provincie Antwerpen, P/S 319, (schenking mevrouw A. Colpaert).

Jan Kiemeneij, Duin en heide in bloei te Kalmthout, 1926, olieverf op paneel. Collectie Provincie Antwerpen, P/S 319, (schenking mevrouw A. Colpaert).

Twee meisjes in het bos te Zoersel

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de duo’s in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week neemt Bob Daems je mee naar de bossen van Zoersel die Carlo De Roover mooi in beeld bracht. 

Zoals zovele kunstenaars tijdens de eerste decennia van de twintigste eeuw zocht Carlo De Roover (Boom 1900 – Antwerpen 1986) vaak de rust en de idylle van het platteland op. Samen met zijn familie – met onder meer broer en leermeester Albert De Roover (Boom 1892 – Borgerhout 1978) – trok hij geregeld naar de bossen van Zoersel en Schilde, ten noordoosten van Antwerpen. In 1941 laat hij zelfs een vakantiewoning ontwerpen door de nog jonge Renaat Braem (Antwerpen 1910 – Essen 2001), vennoot en schoonbroer van zijn neef Jul De Roover (Antwerpen 1913 – Essen 2010).
Carlo en Albert delen op dat moment al een buitenhuisje in Zoersel, maar de ambities van de jongste broer reiken verder. Het ontwerp van Braem omvat niet alleen een woning met twee slaapkamers, een woonkamer en een garage met een oprijlaan, maar ook een driehoekig 4,5 meter hoog schildersatelier met een groot raam gericht op het noorden en met in het verlengde een “tuin der overpeinzingen”. Uiteindelijk wordt de woning niet gerealiseerd omdat Braem wegens verzetsdaden in 1942 wordt gearresteerd en De Roover uit angst voor de Duitse bezetter de plannen verbrandt. Enkele ontwerptekeningen worden wel bewaard in de Archives d’Architecture Moderne.

Bos te Zoersel, Carlo De Roover, 1947, olieverf op doek, 85 x 95 cm, Collectie Provincie Antwerpen, P/S 091,  foto: Jacques Sonck

Bos te Zoersel, Carlo De Roover, 1947, olieverf op doek, 85 x 95 cm, Collectie Provincie Antwerpen, foto: Jacques Sonck

Maar de liefde voor Zoersel neemt niet af. Tijdens en kort na de oorlog maakt De Roover talloze schetsen van de omgeving die als basis dienen voor zijn schilderijen. Bos te Zoersel is zo’n schilderij dat in 1947 tot stand komt en in 1966 door het Antwerpse provinciebestuur wordt aangekocht. Twee vrouwen – vermoedelijk de vrouw en de dochter van de kunstenaar – worden afgebeeld tijdens een wandeling. Dertig jaar later verwerft het provinciebestuur eveneens een voorbereidende tekening voor dit schilderij die dateert uit 1946.

Meisje en bomen, Carlo De Roover, 1946, bruin en zwart krijt op papier, 40,5 x 50 cm, Collectie Provincie Antwerpen, Foto Jacques Sonck

Meisje en bomen, Carlo De Roover, 1946, bruin en zwart krijt op papier, 40,5 x 50 cm, Collectie Provincie Antwerpen, Foto Jacques Sonck

En nog een tip: ga eens wandelen in de bossen van Zoersel. Rond deze tijd van het jaar zijn ze op hun mooist.

Nona en Els in Zoersel, oktober 2013

Nona en Els in Zoersel, oktober 2013

Jan Cockx & baron Avermaete

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de werken in de tentoonstelling of  zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plaatse kan zien. Bob Daems licht het Portret van Roger Avermaete van Jan Cockx toe en vertelt hoe het in de collectie van de Provincie Antwerpen beland is.

Portret van Roger Avermaete, Jan Cockx, 1919, olieverf op doek, 183 x 126 cm, Collectie Provincie Antwerpen, P/S 229, legaat Roger baron Avermaete, foto: Jacques Sonck

Portret van Roger Avermaete, Jan Cockx, 1919, olieverf op doek, 183 x 126 cm, Collectie Provincie Antwerpen, P/S 229, legaat Roger baron Avermaete, foto: Jacques Sonck

Toen begin jaren 70 aan de Koningin Elisabethlei in Antwerpen een nieuw provinciehuis verrees, werd meteen ook het plan opgevat om de bestaande – maar toen nog bescheiden – kunstcollectie gevoelig uit te breiden. Met de bedoeling het statige gebouw te verfraaien werden in sneltempo nieuwe kunstwerken verworven. Niet enkel door aankoop maar ook via schenkingen van kunstenaars of hun nabestaanden. Vele van deze schenkingen werden ondergebracht in de zogenaamde ‘kunstkabinetten’ van het provinciehuis, waar het werk van een bepaalde kunstenaar permanent werd getoond. Het is op die manier dat ook het Portret van Roger Avermaete door Jan Cockx in de verzameling terechtkwam.

Ten voeten uit

Auteur en kunstcriticus Roger Avermaete (1893-1988) speelde een belangrijke rol in de avant-gardistische beweging in Antwerpen, kort na de Eerste Wereldoorlog. Als organisator van voordrachten en tentoonstellingen en als initiatiefnemer achter verschillende kunsttijdschriften was hij een centraal figuur in het modernistische milieu, waartoe onder meer ook Paul Van Ostaijen, Jozef Peeters, Oscar en Floris Jespers, Paul Joostens, Jan Kiemeneij en Michel Seuphor behoorden. En dus ook de jonge Jan Cockx (1891-1976), die in 1919 dit prachtige portret van Avermaete ten voeten uit schilderde. Het schilderij maakte deel uit van de persoonlijke kunstverzameling van baron Avermaete, waarvan een belangrijk deel na zijn overlijden in 1988 aan het provinciebestuur werd geschonken. Samen met het gehele geschreven oeuvre van de man – een kloeke boekenkast vol – en een uitgebreide penningenverzameling werd de provinciale collectie meteen ook een prent van James Ensor en enkele schetsen van Constant Permeke en Rik Wouters rijker, naast nog een tiental andere kunstwerken.

Tot slot nog een kenner aan het woord over het schilderij van Jan Cockx:
Tijdens een bezoek aan een expo in 2010 waarin het Portret van Roger Avermaete ook te zien was, vertelt Mauro Pawlowski waarom dit schilderij nu juist zo goed is.

Kijken en verder kijken

Vanaf morgen (21/9) kan je in de Koningin Fabiolazaal terecht voor de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen.

20130920-131234.jpg

Bob Daems en Siska Beele, de curatoren van de expo, plaatsen kunstwerken uit de rijke – maar zelden getoonde – collectie van de provincie Antwerpen naast werk uit de moderne kunstcollectie van het KMSKA. Ze selecteerden 65 werken van 50 kunstenaars. De keuzes die ze maakten zijn erg visueel: kijken en vergelijken staan voorop, chronologie en stijlstromingen zijn niet aan de orde.

Op de museumblog zullen ze wekelijks ‘verder’ kijken. Door boeiende verhalen bij de kunstwerken te delen en, waar dat kan, nieuwe visuele verbanden te leggen. Ook met zaken die op het eerste gezicht niet meteen iets met de tentoonstelling te maken hebben.

Ook Jongbloed!, de jongerencrew van het museum, zal de komende maanden bloggen over de tentoonstelling . De jongeren gaan immers actief aan de slag met de getoonde kunstwerken om er vanaf 1 februari 2014 hun eigen verhaal mee te vertellen. Hoe ze daarbij te werk gaan? Volg het op deze blog.