“Nu ligt ons dierbaar, ons wonderschoon Antwerpen uitgestorven”

In de Koningin Fabiolazaal kan je dit najaar De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Met die expo tonen het KMSKA, De Provincie Antwerpen, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emile Verhaeren hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur uit die periode. Medewerkers van de verschillende instellingen lichten op deze blog geregeld een aspect van de tentoonstelling uit. Birgit Leenknegt is vrijwilliger in het Letterenhuis. Ze beschrijft hoe kunstcriticus en schrijver André de Ridder WO I beleefde.

Foto André de Ridder, Amsterdam (1918) - Collectie Letterenhuis

Foto André de Ridder, Amsterdam (1918) – Collectie Letterenhuis

In het oorlogsjaar 1916 verschenen de in boekvorm uitgegeven oorlogsenquêtes van Henri Habert (letterkundige en Belgisch medewerker van de Telegraaf): En Hollande pendant la guerre. Daarin beschrijft kunstcriticus en schrijver André de Ridder (1888-1961) zijn indrukken over Amsterdam en andere Nederlandse steden. Na de Duitse inname van Antwerpen in oktober 1914 was de Ridder namelijk naar het neutrale Nederland gevlucht. Hij spreekt met lovende woorden over de culturele en literaire ontwikkelingen in de Nederlandse hoofdstad.

Ik houd eraan te zeggen hoe uitstekend het onderwijs hier ingericht is […], hoe levendig de weetgierigheid en de leerplicht in ’t algemeen, de belangstelling van het publiek voor de literatuur, toneel en kunst is, hoe de toneelkunst […] superieur wordt beoefend.

Het groote drama

Toch kan hij zijn geliefde stad Antwerpen niet vergeten. Uit de brieven van zijn vader verneemt André de Ridder meer over de erbarmelijke leefomstandigheden waarin de Antwerpenaren leven.

“Wat droeve dagen, geen mensch was er op straat te zien, ge kunt wel denken dat het in de cafés nog minder was. Enkel de cinemas die slikken al het volk.”

- Brief van Frans de Ridder aan André de Ridder, 6 november 1915.

De vader van André is eigenaar van het ondertussen verdwenen Hôtel du Progrès, op de De Keyserlei 61 in Antwerpen en ondervindt aan den lijve de gevolgen van de oorlog:

“Verder niets nieuws bij ons, dan dat de zaken slechter en slechter worden.”

- Brief van Frans de Ridder aan André de Ridder, 25 oktober 1915.

“[…] de prijzen in alles wat eten en kleersel betreft, André dat is ongeloofelijk, zij zeker dat ik haast beschaamd wordt te zeggen Belg of Antwerpenaar te zijn.”

- Brief van Frans de Ridder aan André de Ridder, 13 december 1917.

Deze droevige berichtgevingen laten de Ridder niet los, en komen herhaaldelijk terug in zijn rubrieken uit De Vlaamsche Stem, een Vlaams dagblad dat in Amsterdam werd uitgegeven tussen februari 1915 en februari 1916. Op 5 februari 1915 staat in die krant een verslag van zijn hand over het toneelstuk De Opgaande Zon door Herman Heijermans.

“Hoe dikwijls is die Opgaande Zon, in Antwerpen ook, gerezen … en al die bekende figuren achter het voetlicht […] de beste elementen van ons Antwerpsch tooneelgezelschap … niet zonder weemoed zag ik ze terug … Hoe ver liggen achter ons de vele genoegelijke avonden in onzen Vlaamschen Schouwburg, op de Gemeenteplaats, gesleten … Nu ligt ons dierbaar, ons wonderschoon Antwerpen uitgestorven … en wie denkt dáár nu aan tooneel?”

- Ridder, A. de. ‘Toneel’. Uit: De Vlaamsche Stem. Vrijdag 5 februari 1915.

Twee weken later verschijnt het artikel De ‘psyche’ van den vluchteling in De Vlaamsche Stem waarin de Ridder de vluchtelingenstroom van in en rond Antwerpen beschrijft. Hij schetst de exodus naar Antwerpen, en na de val van Antwerpen, naar Nederland.

“Ik heb er veel gezien, van die vluchtelingen. Eerst te Antwerpen zelf, waar al de verdrevenen van het onversterkt gedeelte van het land, in groote, zwarte drommen, kwamen schuilen achter de zware wallen van de Scheldestad.”

De Ridder heeft hierbij bijzondere aandacht voor het verdriet en lijden van de vluchtelingen:

“De eindeloze stoeten van armoe en lijden, van nameloos wee, van pijn in versleeten kleederen en gapende schoenen, van ellende onder alle vormen.[…] En dan volgde de val van Antwerpen, de grootste vlucht: de reusachtige bevolking van de Scheldestad zelf en de overgroote massa die er voorheen bescherming had gezocht, die nu tesamen, met honderdduizenden menschen, het pad van de ballingschap op moesten … Dat groote drama, die ontzaggelijke tragedie zal ik nooit vergeten: die uittocht van duizenden en nog eens duizenden krioelende menschen door de velden, over al de banen en wegen en langs de weggetjes van het land en door de bosschen.”

Belgische steuntentoonstelling

Krantenartikel ‘Belgische Steuntentoonstelling’ in De Tijd, vrijdag 5 mei 1916.’

Krantenartikel ‘Belgische Steuntentoonstelling’ in De Tijd, vrijdag 5 mei 1916.’

André de Ridder heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de artistieke ontwikkeling van Belgische gevluchte kunstenaars in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij was gedurende de oorlogsjaren een steunpilaar voor heel wat Vlaamse kunstenaars. Zo introduceerde hij Gustave De Smet en Frits Van den Berghe in het Amsterdamse artistieke milieu, waar de modernistische stromingen als het fauvisme, het futurisme, het kubisme en het expressionisme opgang maakten. Dankzij de inspanningen van de Ridder konden beide kunstenaars in 1916 hun werken tentoonstellen in kunstzaal Heystee in de Herengracht in Amsterdam. De opbrengst van de expositie werd geschonken aan Belgische liefdadigheidsinstellingen zoals het Belgische Rode Kruis, the Commission for relief in Belgium en de Belgische weldadigheidskring van Amsterdam.

In Amsterdam wordt de Ridder geprikkeld door de Europese modernistische stromingen, maar toch kan hij zijn geliefde Scheldestad niet loslaten. Met weemoed kijkt hij terug op de artistieke en literaire bloeiperiode van Vlaanderen, en hoopt deze na de oorlog te kunnen herstellen door inbreng van vernieuwende, buitenlandse kunststromingen.

Birgit LEENKNEGT

Lezing: André De Ridder en de Groote Oorlog

OP ZONDAG 7 december GEEFT Manu van der Aa EEN LEZING over André De ridder IN HET LETTERENHUIS. JE KAN DE LEZINGEN GRATIS BIJWONEN. RESERVEREN IS AANGERADEN EN KAN VIA LETTERENHUIS@STAD.ANTWERPEN.BE OF T 03 222 93 20

The Sound of Rubens

 een Soundtrack bij de tentoonstelling Sensatie & Sensualiteit

De tentoonstelling Sensatie en Sensualiteit deelt de artistieke erfenis van Peter Paul Rubens op in zes thema’s: geweld, macht, lust, compassie, elegantie en poëzie. Curator Nico Van Hout ging voor elk van die thema’s op zoek naar verbanden tussen werk van Rubens en de vele kunstenaars die na hem kwamen.

In de aanloop naar de tentoonstelling  maakte hij bovendien een selectie van muziek en filmpjes die aansluiten bij de verschillende hoofdstukken die in de expo aan bod komen. De komende weken stelt hij ze met plezier aan je voor.

Arnold Böcklin, Het gevecht op de brug, 1892, privécollectie – in bruikleen aan het Kunsthaus Zürich

Arnold Böcklin, Het gevecht op de brug, 1892, privécollectie – in bruikleen aan het Kunsthaus Zürich

Voor het eerste hoofdstuk Geweld haalt Van Hout meteen het grote geschut boven. Hij  plaatst Het gevecht op de brug van Arnold Böcklin naast de Skythische suite van Sergei Prokofiev.

 

#TheSoundOfRubens

De komende weken maken we op Spotify een afspeellijst met muziek die aan de verschillende thema’s en kunstwerken in de expo gekoppeld kan worden. Heb jij Sensatie en Sensualiteit bezocht en begon je daarbij quasi instinctief een nummer van Bach, Beethoven of Bruce Springsteen te neuriën? Laat het ons weten via facebook, twitter, of als reactie op dit blogbericht! Dan vullen we onze afspeellijst verder aan.

De Groote Oorlog van de broers Karel van de Woestijne (de dichter) en Gustave Van de Woestyne (de schilder)

In de Koningin Fabiolazaal kan je dit najaar De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Met die expo tonen het KMSKA, De Provincie Antwerpen, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emile Verhaeren hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur uit die periode. Medewerkers van de verschillende instellingen lichten op deze blog geregeld een aspect van de tentoonstelling uit. Deze week bekijkt KMSKA-curator Nanny Schrijvers hoe Karel van de Woestijne en zijn broer Gustave de oorlog, elk op geheel eigen wijze, beleefden.

Gustave Van de Woestyne, De slapers, KMSKA

Het echtpaar De Graaff-Bachiene koopt ‘De slapers’ van Gustave Van de Woestyne in Londen. In 1949 schenkt Louise De Graaff-Bachiene het werk aan het KMSKA.

Hoe komen kunstenaars de oorlog door? En wat betekent dit voor hun werk? Blijven ze of gaan ze op de vlucht? In de verschillende verhalen die in De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog getoond worden, valt op dat kunstenaars zich inspannen om vooroorlogse banden te onderhouden – ook internationaal en over het front heen. Bovendien ontstaan er ook nieuwe contacten en mogelijkheden. Wellicht soms uit noodzaak maar niettemin vruchtbaar en vaak verrassend.

“… In den vreemden winter van dit wondere jaar, dat één der schoonste zomers als het ware stuk zag schieten…”

Zo begint Karel van de Woestijne, de dichter, 36 jaar, op 17 november 1914 zijn Dagboek van den oorlog dat hij voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant schreef. Hij heeft het verder over de sneeuw, helder weer en de Brusselse haven die hem doet denken aan een landschap van Patinir. Maar wat hem bijzonder blij maakt is dat er zoveel boten liggen. Allemaal met een Hollandse vlag, die “flapperend-wapperend” danst onder de hoede van de Amerikaanse Commission for Relief in Belgium. Die bezorgt graan en proviand aan de hongerige Brusselse bevolking. Zijn jongere broer Gustave Van de Woestyne, de schilder, 33 jaar, vertrekt naar Groot-Brittannië. Karel blijft tijdens de oorlog in Brussel. Maar zijn werk wordt eveneens in Engeland gelezen. Op 17 juni 1917 staat er in de Nederlandse krant De Tijd:

“Eigenaardig is hierbij om op te merken, dat ons uit Engeland wordt toegezonden een keurboekje Vlaamsche poezie in ’t Engelsch vertaald. In de inleiding wordt gulweg erkend, dat men van de Vlaamsche kunst dezer dagen nog minder afwist dan van de Chineesche literatuur, ofschoon zo vlakbij zulke heerlijke taalkunst bloeide…”

Jozef Cantré, De dichter Karel van de Woestyne, KMSKA

Jozef Cantré, De dichter Karel van de Woestyne, KMSKA

Met dank aan de familie Davies

Meer dan honderdduizend vluchtelingen komen in Groot-Brittannië terecht. In september 1914 wordt een Committee for the Relief of Belgian Refugees opgericht om de hulp centraal te organiseren. In steden en regio’s regelen subcomités de verdere opvang of steun. In Wales is er bijvoorbeeld een dorp dat gratis kruidenierswaren verstrekt, kranten die een column in het Nederlands publiceren over de toestand in België en een welgestelde familie die zelf het initiatief neemt om België bij te staan. De familie Davies stuurt onder andere een delegatie naar ons land om mensen uit te nodigen naar Wales te komen. Onder hen ook een aantal kunstenaars. De dochter van de beeldhouwer George Minne zegt hierover:

“Op een namiddag spraken mijn vader, Valerius De Saedeleer en Gustave Van de Woestyne met de heer en mevrouw Petrucci uit Brussel. Die vertelden dat Dr. Polderman, een professor uit Cardiff, fantastisch nieuws had:  mevrouw Davies en haar dochters, Gwen en Daisy (Margaret), wilden kunstenaars en hun familie uitnodigen naar Wales, waar ze niet alleen konden verder schilderen maar ook hun specifiek talent zouden kunnen overbrengen op de kunstenaars aldaar.”

In de The Welsh Outlook van november 1914 staat dat nergens in het Verenigd Koninkrijk, Londen uitgezonderd, zoveel belangrijke Belgen wonen: Emile Verhaeren in Llwynarthan, Emile Claus in Barry, Valerius De Saedeleer en Gustave Van de Woestyne in Aberystwyth,… Vervolgens beschrijft het artikel in kwestie de ‘betreurenswaardige achterstand van de beeldende kunsten in Wales’ en uit het de hoop dat de komst van zoveel talent een impuls kan geven aan de academies en hun studenten.

Voor Gustave Van de Woestyne en de andere kunstenaars is hun verblijf in Wales ook een unieke kans om de indrukwekkende collectie van de zusters Davies te leren kennen. Zij verzamelen vanaf het begin van de 20ste eeuw negentiende-eeuwse kunst en sinds 1912 speciaal het Franse impressionisme en postimpressionisme. Zelfs tijdens de oorlog gaan ze, actief betrokken bij missies van het Rode Kruis, geregeld naar Frankrijk en kopen ze tussendoor werk van Daumier, Renoir, Monet, Cézanne en Pissarro. Hun collectie –  ruim 260 stuks – wordt bewaard in The National Museum of Wales in Cardiff.

Hippolyte Daeye, Sereniteit, KMSKA

Hippolyte Daeye maakte dit schilderij nadat hij in Londen het werk van Amedeo Modigliani zag.

Het zijn niet alleen de gezusters Davies die Gustave Van de Woestyne bijstaan. In Londen komt hij in contact met de Nederlandse verzamelaars Jacob de Graaff en zijn vrouw Louise Bachiene. Hun eerste ontmoeting is puur toeval. Jacob de Graaff vertelt:

“Op een dag in 1915 toen ik de National Gallery bezocht, ontmoette ik mijn eerste Belgische kunstenaars. Zij waren gedrieën: Hippolyte Daeye, Leon De Smet en Gustave Van de Woestyne, die scherp over een schilderij van Alfred Stevens discussieerden. Daar zij het in het geheel niet waardeerden en ik het erg goed vond, kwam ik naderbij en informeerde beleefd naar hun redenen. ‘Het is oude schilderkunst, tegenwoordig moet men modern zijn’, zeiden zij in hoofdzaak, ‘wij spreken met U af dat U naar onze expositie komt kijken.’ Enige dagen daarna exposeerden zij in een Londense galerie. Daar kocht ik mijn eerste Belgische schilderijen. Sedertdien ben ik verder gegaan.”

Het echtpaar koopt inderdaad geregeld werk van Van de Woestyne. Zo ook De slapers, een schilderij dat mevrouw Louise De Graaff-Bachiene in 1949 aan het KMSKA schenkt.

Nanny Schrijvers

Meer weten:

  • The Davies Sisters collection
  • Tentoonstellingscatalogus, De collectie De Graaff-Bachiene, Hannema-de Stuers Fundatie, Heino/ Wijhe, Museum voor Schone Kunsten, Gent,  cat.1992

Lezing: Beeldende kunst, avant-garde en exil

Op zondag 12 oktober geeft Nanny Schrijvers een lezing in het Letterenhuis. Ze gaat daarbij dieper in op kunstenaars die in oorlogstijd het land verlieten. Je kan de lezingen gratis bijwonen. Reserveren is aangeraden en kan via letterenhuis@stad.antwerpen.be of T 03 222 93 20

 

Bezoek de expo dit weekend gratis met een ticket voor de Pontonbrug

Van 3 tot 5 oktober kan je in Antwerpen de oversteek van rechter- naar linkeroever maken op de pontonbrug die dat weekend op de Schelde ligt. De pontonbrug is hét hoogtepunt van de herdenkingsactiviteiten voor WOI. Met een ticket voor de pontonbrug kan je gedurende het pontonweekend gratis een bezoek brengen aan de expo.

“Ingelijst achter glas zal het schilderij volledig tot zijn recht komen”

Dankzij de briefwisseling van James Ensor kunnen de onderzoekers van het Ensor Research Project veel te weten komen over de artistieke keuzes van de kunstenaar.

Ensor bij de piano in zijn atelier – 22 juni 1937 (detail)een achter glas ingelijst werk achter het hoofd van de kunstenaar.

Ensor bij de piano in zijn atelier – 22 juni 1937 (detail) een achter glas ingelijst werk achter het hoofd van de kunstenaar.

Om schilderijen te beschermen worden ze soms achter glas ingelijst. Dat kan een restaurator ook toelaten om een schilderij niet van een vernislaag te voorzien. Daarvoor zouden esthetische en historische argumenten kunnen worden aangehaald. Ensor heeft zich in zijn briefwisseling wel eens uitgesproken over het effect van schilderijen achter glas. Hij vond het effect van spiegelend glas af en toe wel interessant. Zo schrijft hij aan de Antwerpse verzamelaar Cleomir Jussiant:

“Ingelijst achter glas zal het schilderij volledig tot zijn recht komen.”

Op sommige foto’s van kamers in Ensors tweede woning in de Vlaanderenstraat (het huidige Ensormuseum) kunnen we duidelijk kunstwerken aanwijzen die achter glas zijn ingelijst.

In zijn artikel voor het Ensor Research Project gaat Dr. Herwig Todts hier verder op in.

Kunst in de Groote Oorlog

Vanaf morgen (20/9) kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Die toont hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur rond 1914-1918.

De verhalen van zes centrale figuren – Cyriel BuysseAndré De RidderJules SchmalzigaugEmile Verhaeren, Rik Wouters en Paul van Ostaijen – zijn op hun beurt het vertrekpunt voor de verhalen van hun vrienden. Schilderijen, brieven, foto’s, tekeningen, sculpturen en publicaties laten zien hoe zij de oorlog beleefden.

Paul van Ostaijen, Floris Jespers en Oscar Jespers in het atelier van Floris Jespers in Oude God Mortsel tijdens de Eerste Wereldoorlog, augustus 1918. Collectie Letterenhuis, Antwerpen

Paul van Ostaijen, Floris Jespers en Oscar Jespers in het atelier van Floris Jespers in Oude God Mortsel tijdens de Eerste Wereldoorlog, augustus 1918. Collectie Letterenhuis, Antwerpen

Paul van Ostaijen verwerkte zijn trauma’s in de experimentele bundels Bezette Stad en De Feesten van Angst en Pijn. Het onderstaande filmpje gaat dieper in op zijn persoon en zijn vriendschap met de kunstenaarsbroers Floris en Oscar Jespers.

Het KMSKA en de Provincie Antwerpen organiseren deze tentoonstelling in samenwerking met het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emilie Verhaeren. Op de museumblog zullen medewerkers van deze verschillende instellingen geregeld dieper ingaan op een verhaal uit de tentoonstelling.

Sensationele opbouw in Brussel

Momenteel wordt in Bozar de expo Sensatie & Sensualiteit. Rubens en zijn erfenis – een project van het KMSKA, Bozar en The Royal Academy – opgebouwd. Speciaal voor die expo komen er heel wat topwerken van over heel de wereld naar Brussel. Curator Nico Van Hout legt de boeiendste opbouwmomenten vast.

Donderdag 11/9

De kunstwerken uit het KMSKA reizen naar Brussel. Rubens’ Jacht op tijger, leeuw en luipaard uit het Musée des Beaux-Arts van Rennes komt aan en past net onder de deur.

Vrijdag 12/9

Ook Marchesa Maria Grimaldi en haar dwerg (Rubens) zijn intussen gearriveed. Jacht op tijger, leeuw en luipaard wordt uitgepakt, geckeckt op conditie en krijgt een plekje aan de muur.

Zaterdag 13/9

Ook in het weekend wordt er doorgewerkt en is het gezellig druk in de tentoonstelling-in-wording. Er komen transporten aan uit het Louvre en de National Gallery. Je krijgt een goed beeld van het samenspel van de schilderijen en het gebouw van architect Horta.

Maandag 15/9

Rubens’ ontwerpschets voor het Whitehall-plafond uit de collectie van Tate is gearriveerd. De conditie van het werk wordt gecontroleerd.

Op zondag 5 oktober geeft Nico Van Hout de aftrap van een nieuwe reeks Lezingen op zondag. Hij zal het daarbij op zoek gaan naar de artistieke erfenis van Peter Paul Rubens. Toegang tot de lezing is gratis met inschrijving.

 

Beperkte oplage

Vanaf volgende week (20/9) kan je in de Koningin Fabiolazaal de expo De Modernen. Kunst in de Groote Oorlog bezoeken. Die toont hoe de schok van WOI voelbaar is in de kunst en de literatuur rond 1914-1918. Als basis voor het campagnebeeld bij deze tentoonstelling – die zowel op beeldende kunst als letteren focust – maakten huisvormgevers Tom Hautekiet en Herman Houbrechts een typografisch beeld dat o.a. refereert naar de letterexperimenten van Paul Van Ostaijen. Die laatste is één van de zes centrale figuren waarrond de curatoren van het KMSKA, het Letterenhuis en het Provinciaal Museum Emilie Verhaeren de expo Kunst in de Groote Oorlog hebben opgebouwd.

Campagnebeeld Kunst in de Groote OorlogAfgelopen zomer trokken Tom, Herman en Bob Daems (adviseur Beeldende Kunst van de Provincie Antwerpen) naar het Frans Masereelcentrum in Kasterlee om daar het campagnebeeld eigenhandig te drukken op authentieke wijze. Herman legde alle stappen die daarbij aan te pas kwamen nauwgezet vast.

Stap 1: Lettercompositie maken

Tom en ik zetten de lettercompositie (die we straks zullen drukken) op een tafel uit.
We proberen allerhande composities, verschillende lettertypes/families en onderlinge combinaties uit tot we de goede gevonden hebben.

Stap 2: Lettercompositie klaarmaken voor druk (drukwerk voorbereiden)

De lettercompositie wordt nu op de drukwerktafel minutieus klaargelegd.

De lettercompositie wordt nu op de drukwerktafel minutieus klaargelegd.

Stap 3: Beïnkten van de letters

Ivan van het Masereelcentrum maakt de inkt aan. Vervolgens worden de letters met een rolletje één voor één beïnkt. Dit moet voor elke unieke drukgang gebeuren, een  arbeidsintensief karwei. De letters liggen in spiegelbeeld want ze zullen straks hun beïnkte “spiegelbeeld” afgeven.

Stap 4: Drukken/Corrigeren

Bob drukt. Een zware cilinder trekt het papier met kracht over de houten letters.
Zo ontstaat de afdruk. De beïnkte letters geven hun spiegelbeeld af. Sommige letters ontbreken. Soms worden ze te licht of net te vet afgedrukt. Dit verhelpen we door meer inkt te gebruiken of de hoogte van de letters ten opzichte van het papier te verstellen. Het is een erg ambachtelijk proces. Niet makkelijk, maar wel plezierig.

Stap 5: Eindresultaat

Een goed resultaat is afhankelijk van veel factoren en uiteindelijk een perfect samenspel tussen papier, inkt en drukker. We blijven proberen en door enige ervaring hebben we na een poosje een eerste (voor ons gevoel althans) “goede” druk te pakken.

Eindresultaat

Eindresultaat

Verschillende drukgangen

Verschillende drukgangen

Uiteindelijk leverde dit drukexperiment een affiche in typodruk op. Die werd vervolgens ingescand zodat ze in offset vermenigvuldigd kon worden op A2-formaat. Het A0-formaat heeft Bob Daems eigenhandig gezeefdrukt in het Masereelcentrum. Dat leverde 150 unieke exemplaren op die vanaf 22 september in het Antwerpse straatbeeld te zien zullen zijn.