“Dress to impress” voor Museumnacht in Onwaarschijnlijk Echt

Op zaterdag 2 augustus zetten de Antwerpse Musea de deuren weer wagenwijd open tussen 19.00 en 01.00 voor de – intussen – 10de editie van Museumnacht. Met de expo Onwaarschijnlijk echt dompelt het KMSKA je die avond onder in het nachtleven van de roaring twenties. Kom verkleed in ‘Jazz Age’-outfit naar de Koningin Fabiolazaal en geniet van een gratis ‘coupeke’ champagne. 

Henry Van Straten, De goochelaar, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet, Antwerpen – UNESCO Werelderfgoed’

Henry Van Straten, De goochelaar, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet, Antwerpen – UNESCO Werelderfgoed’

Na Wereldoorlog I leggen enkele kunstenaars zich opnieuw toe op vormen van realisme en illusionisme. Onderhuids blijft het modernisme echter aanwezig. Zowel in de vormgeving als in de keuze van het onderwerp: vaak grootstedelijk en surreëel of magisch-realistisch. Met werk van o.a. Carel WillinkPyke KochRaoul HynckesCharley Toorop en Henry Van straten. Ook het opwindende nachtleven van de ‘roaring twenties’ komt uitvoerig aan bod in de expo Onwaarschijnlijk echt. Tijdens deze feesteditie van de Museumnacht voeren opzwepende klanken uit de Jazz Age je mee naar de bruisende tijd van weleer.

Dress to impress

Niets zo leuk als je helemaal opkleden voor  een heerlijk avondje uit. Wie in ‘Jazz Age’-outfit naar de Koningin Fabiolazaal komt, wordt bovendien beloond met een gratis coupe champagne. Inspiratie vind je alvast op onderstaand Pinterestbord dat de KMSKA-medewerkers speciaal voor deze gelegenheid samenstelden.

KMSKA-werf in beeld: de keuze van de werffotograaf (deel 4)

Karin Borghouts brengt als werffotograaf de verbouwing van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen in beeld. In de aanloop naar de werfbezoeken eind augustus blikt ze de komende weken terug op de 10 beelden die haar het meeste bijbleven. 

Werfbeeld Karin Borghouts

20 maart 2013

“Tijdens de ontruiming van het museum was het nodig om op sommige plekken de deuropening  te verhogen, om de doorgang van enkele zeer grote schilderijen mogelijk te maken. Het is een merkwaardig zicht. Ik vraag me af hoe deze werken ooit in deze zalen zijn binnengeraakt.”

- Karin Borghouts

OP ZATERDAG 23ZONDAG 24, ZATERDAG 30 OF ZONDAG 31 AUGUSTUS KAN JE EEN BEZOEK BRENGEN AAN DE MUSEUMWERF. RESERVEREN KAN VIA INFO CULTUUR, WISSELSTRAAT 12 (HOEK GROTE MARKT), 2000 ANTWERPEN, T 32 (0)3 338 95 85 (VAN DINSDAG TOT EN MET ZATERDAG TUSSEN 11.00 EN 17.45) OF ONLINE VIA WWW.INFOCULTUUR.BE

 

Herman Teirlinck volgens Frits Van den Berghe

In de expo Onwaarschijnlijk echt. Magisch realisme en nieuwe zakelijkheid brengt curator Herwig Todts neorealistische werken uit de collecties van het Gemeentemuseum Den Haag, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet en het KMSKA samen. Op de museumblog gaat hij geregeld in op een aspect van de tentoonstelling. Vandaag staat hij stil bij de tekening die Frits Van den Berghe van Herman Teirlinck maakte.

De vormgeving van een visuele voorstelling of de stijl van een tekening, schilderij of beeld is afhankelijk van veel factoren. Er zijn mensen die geloven dat de stijl de tijd waarin het kunstwerk is ontstaan weerspiegelt of uitdrukt. Anderen geloven dat de persoonlijkheid, het temperament of zelfs het onderbewustzijn van de maker wordt uitgedrukt in de vormgeving van een beeld. Al te vaak vergeten we dat de stijl van een beeld afhankelijk kan zijn van twee andere factoren: de vaardigheid van de kunstenaar en de redelijke keuzes die hij kan maken. Frits Van den Berghe heeft in de loop van zijn artistieke bedrijvigheid diverse stijlen beoefend. Voor de Eerste Wereldoorlog schilderde hij prachtige laat-impressionistische, ietwat raadselachtige beelden. Na de oorlog kiest hij net zoals andere zogenaamde Vlaamse expressionisten voor een figuratieve post-kubistische of kubo-expressionistische kunst. Vanaf het einde van de jaren 1920 gaat hij irreële, soms groteske voorstellingen maken, waarvan de informele, wat experimentele vormgeving geassocieerd wordt met het surrealisme. Van den Berghe maakte karikaturen voor het socialistische dagblad De Vooruit en publiceerde samen met een collega van de krant, dichter Richard Minne, het stripverhaal Brieven van Pierken.

Gedeelde voorkeur voor artistieke vernieuwing

Herman Teirlinck (1879-1967) was een leeftijdsgenoot van Van den Berghe, maar hij vertoefde als leraar Nederlands van de Belgische prinsen en als raadsheer van de koningen Albert I, Leopold III en Boudewijn, in heel andere kringen. Teirlinck, als toneelschrijver, en Van den Berghe deelden wel een uitgesproken voorkeur voor artistieke vernieuwing. Teirlinck publiceerde geregeld en werd herhaaldelijk gevierd. Hij werd o.m. doctor honoris causa aan de Vrije Universiteit van Brussel in 1938. Er waren dus vele gelegenheden die een portret van de man konden rechtvaardigen. Omdat de vormgeving van een onderwerp vaak de functie volgt, koos Van den Berghe voor een natuurgetrouwe weergave van de gelaatstrekken, schaduwen die het volume beklemtonen, scherp getekende rimpels en gelaatsplooien en lichtreflecties op de onderlip, de neustop, de pupillen en de brillenrand, die het naturalisme versterken. Hoewel de omtreklijn van het gelaat, langs de wang ononderbroken doorloopt in de kraag van het hemd. Misschien wilde Van den Berghe zo herinneren aan het kunstmatige, tweedimensionale karakter van de tekening. Laat-realistische tijdgenoten van Van den Berghe, zoals Albert Van Dijck en andere zogenaamde animisten, zouden zoiets in ieder geval nooit doen.

Frits Van den Berghe, Portret van Herman Teirlinck, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Frits Van den Berghe, Portret van Herman Teirlinck, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Herman Teirlinck is uw man

Herman Teirlinck (1879-1967) nam in 1925 voor de eerste en enige keer deel aan de parlementaire verkiezingen in België. Hij kwam op voor de Liberale Volksbond Brussel. Op zijn verkiezingsaffiche roept hij de politieagenten van “Groot-Brussel” op om voor hem te stemmen.

“Ook voor U is het van beteekenis vertegenwoordigd te zijn door iemand die U waardeert en die uwe sympathie verdient! Herman Teirlinck is uw man. … een demokraat; een talentvol redenaar; een letterkundige van Europeesche bekendheid; een Hoogstaand kunstenaar. De politiek van Herman Teirlinck is vrede in den lande, vooruitgang en volksbeschaving …”

Teirlinck werd niet verkozen maar hij heeft (theaterliefhebbers weten dat) als niet-politicus meer gerealiseerd dan sommige politieke collega’s en concurrenten die toen wel een mandaat veroverden. Hij had geen talent voor het behalen van diploma’s. Hij heeft niettemin in het hoger onderwijs, als adviseur van de koningen Albert I en Leopold III en als verdediger van de culturele autonomie van Wallonië en Vlaanderen, een belangrijke rol gespeeld in België. Uitgeverij Manteau publiceerde van 1960 tot 1969 in 8 delen en meer dan 6000 bladzijden, alle verhalen, theaterteksten en essays die hij geschreven heeft.

Herwig TODTS

KMSKA-werf in beeld: de keuze van de werffotograaf (deel 3)

Karin Borghouts brengt als werffotograaf de verbouwing van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen in beeld. In de aanloop naar de werfbezoeken eind augustus blikt ze de komende weken terug op de 10 beelden die haar het meeste bijbleven.

Werfbeeld Karin Borghouts22 maart 2013

“Een vreemd en uniek zicht op de museumzalen op de bovenverdieping. Een beeld dat waarschijnlijk ook niet meteen meer terugkomt. De zalen zijn nu echt wel leeg en klaar voor de renovatie, al ziet het er nog erg schoon uit. De grote hoogte valt extra op nu.”

- Karin Borghouts

OP ZATERDAG 23, ZONDAG 24, ZATERDAG 30 OF ZONDAG 31 AUGUSTUS KAN JE EEN BEZOEK BRENGEN AAN DE MUSEUMWERF. RESERVEREN KAN VIA INFO CULTUUR, WISSELSTRAAT 12 (HOEK GROTE MARKT), 2000 ANTWERPEN, T 32 (0)3 338 95 85 (VAN DINSDAG TOT EN MET ZATERDAG TUSSEN 11.00 EN 17.45) OF ONLINE VIA WWW.INFOCULTUUR.BE

Hoe de Amerikaanse professor Francis Thomas Rogier van der Weyden en James Ensor ontdekte in het KMSKA

Tijdens de zomermaanden kijken de onderzoekers van het Ensor Research Project naar artikels die in andere publicaties over James Ensor verschenen zijn. 

Francis Noël Thomas, emeritus “professor of humanities” van het Harry S Truman College in Chicago, publiceerde onlangs in de New England Review een intrigerend stuk over licht en lijn in het werk van Rogier van der Weyden en James Ensor. Professor Thomas’ belangstelling gaat uit naar de relatie tussen woord en beeld en de interpretatie van teksten en beelden. Letterkundigen, schrijvers en literatuurkenners hebben altijd al een bijzondere voorliefde gehad voor de kunst van Ensor. In de ogen van sommige kunstcritici is zijn oeuvre overigens al te literair. Het valt op dat verschillende literatuurhistorici het werk van Ensor de jongste jaren ontdekt hebben. Uiteraard gaat hun aandacht vaak uit naar zijn literaire bedrijvigheid. Zo selecteerden Daniel Grojnowski en Bernard Sarrazin teksten van Ensor voor een overzicht van de moderne baldadige humor in de letterkunde (Fumesteries. Naissance de l’humour moderne 1870 – 1914, Parijs: Omnibus, 2011).¹

Het artikel dat Francis Noël Thomas in de New England Review publiceerde is wat minder academisch opgevat, maar hij waagt zich wel – en dat is vandaag veeleer zeldzaam – aan een verregaande interpretatie van de artistieke kwaliteiten in het werk van Ensor. Thomas vertelt hoe zijn liefde voor de Vlaamse primitieven hem naar Antwerpen voerde. Zijn fascinatie voor De Zeven Sacramenten van Rogier Van der Weyden volstond kennelijk om de Scheldestad meermaals te bezoeken. Een affiche van Ever Meulen aan de muur van een café in Chicago – met allerlei personages uit de werken van Belgische en pre-Belgische kunstenaars: Wouters’ dwaze maagd, een dame van Spilliaert voor een Servranckx, een mannetje van Raveel, een halfnaakte deerne van Delvaux arm in arm met een burgermannetje van Magritte, Van Eyck, Brueghel, Bosch enz. –  herinnerde Thomas aan het feit dat het Koninklijk Museum in Antwerpen niet alleen over een schitterende collectie Vlaamse primitieven beschikt maar dat op de benedenverdieping ook nog eens de beste Ensorcollectie ter wereld werd tentoongesteld. Tijdens een bezoek aan de zaal Ensor en de modernen (de presentatie van de museumverzameling voor de sluiting van het gebouw) ontdekte Thomas op de muur van de tentoonstellingszaal Ensors beruchte opmerking over de oppervlakkige impressionisten waartoe men hem ten onrechte rekende. Ensor vond dat vóór hem niemand de deformerende invloed van het licht op de lijn had begrepen. Het is deze opmerking die Thomas aanzet tot een nieuwe interpretatie van de wijze waarop in de kunst van Van der Weyden het licht de lijn volgt, ondersteunt en vormt. Terwijl ze precies in de verrassende, religieuze werken van Ensor onder invloed van het licht wordt gedeformeerd.

Herwig TODTS

Met dank aan aan em. professor Joris Duytschaever.


¹ Richard Hobbs ging in Ensors hyperbolische taalgebruik op zoek naar een levensvreugde die Ensor met de Franse dichter Charles Baudelaire zou delen. (‘Ensor’s hyperbolic joie de vivre’, HARROW, S. & UNWIN, T. (ed.), Joie de vivre in French literature and culture. Essays in honour of Michael Freeman, Amsterdam-New York: Rodop, 2009). Claire Moran, professor literatuurgeschiedenis aan de universiteit van Belfast analyseert de modernistische aspecten in Ensors teksten. (‘Invention and Reinvention: Word, Image and Modernity in James Ensor’, AUBERT, Nathalie, FRAITURE, Pierre-Philippe & Mc GUINNESS, Patrick (ed.), La Belgique entre deux siècles. Laboratoire de la modernité 1880 – 1914, Bern : Peter Lang : 2007).
Dr. Andrea Bontea van de University of Sussex sprak op de conferentie “Primitive Renaissance” in de National Gallery in Londen (12 april 2014) over het masker in de kunst van Klee en Ensor (‘Renaissance Masks and Ugliness – Towards a New Language of Surface in the Art of Ensor and Klee’).
Drs. Katrien Dierckx van de Universiteit Antwerpen, Departement Geschiedenis, publiceerde een lijvige vergelijkende studie van de opvattingen en poëzie van Mallarmé en het beeldend werk van Ensor (Mallarmé’s crisisgedachte en Ensors tendens tot derealisatie: een verkennend interdisciplinair contact, Belgisch tijdschrift voor oudheidkunde en kunstgeschiedenis – ISSN 0035-077X-82 (2013), p. 135-160).

KMSKA-werf in beeld: de keuze van de werffotograaf (deel 2)

Werfbeeld ingepakte zaal - Karin Borghouts

25 september 2013

“Hoe de ruimte zelf wordt ingepakt zie je op deze foto. Mooi symmetrisch in beeld gebracht zoals de negentiende-eeuwse architectuur ook bedacht is. Er staan voetstappen op de muur, alsof een niet aan de zwaartekracht onderhevige bouwvakker er kriskras nog een inspectierondje op heeft gelopen. Het bovenlicht zorgt voor een mooi egaal licht.”

- Karin Borghouts

OP ZATERDAG 23, ZONDAG 24, ZATERDAG 30 OF ZONDAG 31 AUGUSTUS KAN JE EEN BEZOEK BRENGEN AAN DE MUSEUMWERF. RESERVEREN KAN VIA INFO CULTUUR, WISSELSTRAAT 12 (HOEK GROTE MARKT), 2000 ANTWERPEN, T 32 (0)3 338 95 85 (VAN DINSDAG TOT EN MET ZATERDAG TUSSEN 11.00 EN 17.45) OF ONLINE VIA WWW.INFOCULTUUR.BE

Red de kunstenaarsboeken van het KMSKA

Het KMSKA bezit een 70-tal kunstenaarsboeken, voornamelijk uit de jaren 1970. Na 40 jaar vertonen sommige van die boeken krasse, kreuken, scheuren, verkleuring en verzuring. Dankzij het Boekensteun kan ook jij het KMSKA helpen om zijn collectie kunstenaarsboeken in goede staat te bewaren en waar nodig te restaureren. KMSKA-bibliothecaris Ingrid De Pourcq gaat dieper in op één van de kunstenaarsboeken uit de museumcollectie: Neuzen/neuzen van Szukalski, dat ook dienst doet als campagnebeeld bij dit crowdfundingproject. 

Albert Szukalski, Neuzen/neuzen

Albert Szukalski, Neuzen/neuzen

Het campagnebeeld van  de actie Boekensteun voor de conservatie en restauratie van kunstenaarsboeken in de museumcollectie toont een pagina uit het boek Neuzen/neuzen van de Antwerpse schilder/beeldhouwer Albert Szukalski (1945-2000).

Tijdens de Biënnale van Venetië in 1970 nam Szukalski gipsen afdrukken van neuzen van kunstenaars die hij er ontmoette. Later kwamen de neuzen van vrienden en andere kunstenaars aan de beurt en ook zijn eigen neus. Dit was de aanleiding voor een tentoonstelling in het KMSKA het jaar daarop, van 9 januari tot 8 februari 1971. De gipsen afdrukken werden gereconstrueerd in rubber en aangebracht op portretfoto’s van diezelfde personen van de hand van zijn goede vriend en fotograaf Gerald Dauphin. Op de tentoonstelling stond de bezoeker dus “neus aan neus” met 28 portretten, die door de neus in reliëf driedimensionaal waren geworden. Via een drieluikspiegel confronteerde hij de bezoeker ook met zijn eigen beeld. Voor Szukalski was het meer dan een spielerei: hij nam niet alleen de mensen “bij de neus”, maar toonde hen tegelijk hoe ze echt zijn.

Van links naar rechts: Albert Szukalski, Roberthe Mestdagh en Paul Ibou  bij de opening van de tentoonstelling 'Facetten van de jonge Vlaamse Kunst' in het KMSKA  in 1971. (Foto: Archief KMSKA)

Van links naar rechts: Albert Szukalski, Roberthe Mestdag en Paul Ibou bij de opening van de tentoonstelling ‘Facetten van de jonge Vlaamse Kunst’ in het KMSKA in 1971. (Foto: Archief KMSKA)

De catalogus bij de tentoonstelling was een multiple in beperkte oplage (350 nummers) ontworpen door Paul Ibou. De 28 portretten hebben elk een uitsnijding op de plaats van een neus, en één neus in plastic steekt van achteren doorheen elk blad. Het is dus een boek in reliëf. Bovendien is elk portret in drie verdeeld, zodat je delen van de gezichten kunt combineren en nieuwe gezichten samenstellen.

Het campagnebeeld toont het portret van Frans Van Mechelen, Minister van Nederlandse Cultuur van 1968 tot 1972. Andere portretten in het kunstenaarsboek zijn van kunstenaars als Jef Verheyen, Paul Van Hoeydonck, Vic Gentils, Günther Uecker en Bram Bogart…, die ook met eigen werk in het museum aanwezig zijn.

Dankzij uw steun haalden we al 12% van het benodigde bedrag binnen om een papierrestaurator aan te stellen die de juiste zorgen kan toedienen aan de kunstenaarsboeken  van het museum. Dat is mooi, maar we hebben meer nodig om de eindmeet te halen. Steun ons vandaag nog en red de kunstenaarsboeken van het KMSKA.

Een klein ja en een groot nee. Een blik op de autobiografie van George Grosz

In de expo Onwaarschijnlijk echt. Magisch realisme en nieuwe zakelijkheid brengt curator Herwig Todts neorealistische werken uit de collecties van het Gemeentemuseum Den Haag, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet en het KMSKA samen. Vanaf vandaag is de expo een topstuk rijker: De schrijver Walter Mehring  van de hand van George Grosz. In dit blogbericht verdiept Todts zich in de autobiografie van de kunstenaar.

George Grosz, Portret van Walter Mehring, KMSKA, foto KMSKA/Lukasweb, © Sabam

George Grosz, Portret van Walter Mehring, KMSKA, foto KMSKA/Lukasweb, © Sabam

In 1925 of 1926 schilderde George Grosz het portret van zijn vriend Walter Mehring. Grosz is zonder meer een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Neue Sachlichkeit en het portret van Mehring is behoort met de werken van Severini, Pyke Koch en Charley Toorop tot topstukken in de tentoonstelling Onwaarschijnlijk echt. Na een verblijf in de tentoonstelling Degenerate Art: The Attack on Modern Art in Nazi Germany, 1937 in de Neue Galerie in New York, keert het schilderij terug naar Antwerpen. Het is vanaf 4 juli een van de blikvangers in de tentoonstelling in de Koningin Fabiolazaal Antwerpen.

Cover van de autobiografie van Grosz

Cover van de autobiografie van Grosz

A little yes and a big no, dat is de titel van de autobiografie die de Duitse kunstenaar George Grosz in 1946 publiceerde in New York. (De Nederlandse vertaling, Privé-domein nr. 49, De Arbeiderspers 1978, is gebaseerd op een niet eigenhandige Duitse vertaling, aangevuld met een niet eerder gepubliceerd hoofdstuk over een ontgoochelend verblijf in communistisch Rusland in 1922). Grosz verliet zijn geboortestad Berlijn in 1932 en vestigde zich in Amerika. Pas in 1959 keerde hij op aandringen van zijn vrouw terug naar Berlijn. Enkele maanden later overleed hij daar op 66-jarige leeftijd.

Grosz in 1944 in zijn atelier in New York bij 'Caïn, Hitler in de hel'

Grosz in 1944 in zijn atelier in New York bij ‘Caïn, Hitler in de hel’

Artistiek gezien waren we destijds ‚dadaïsten. (…) Als dadaïsten hielden we ‘meetings’, waarbij we in ruil voor een paar mark entreegeld niets anders deden dan de mensen de waarheid vertellen, dat wil zeggen, ze de huid volschelden. We namen geen blad voor de mond. We zeiden: ‘U, ouwe hoop stront daar vooraan – ja, u daar met die paraplu, zakkenwasser!’ Of: ‘Zit niet te lachen stommeling!’ Zei er iemand iets terug, en natuurlijk deden ze dat, dan blaften wij op kazernetoon: ‘Bek houwen of je krijgt op je lazerij!’ (…) Dat deed snel de ronde en weldra waren onze meetings en zondagmiddagmatinees uitverkocht en afgeladen met zich amuserende en zich ergerende mensen. (…) We namen gewoon alles op de hak, niets was heilig voor ons, we spuugden op alles, en dat was dada. Het was noch mysticisme, noch communisme, noch anarchisme. Al die richtingen waren toch nog ergens uitgegaan van een programma. Maar wij waren het complete, pure nihilisme, en ons symbool was het niets, het vacuüm, het gat.

Tussendoor maakten we kunst. Maar meestal ging het zo dat de ‘kunst-act’ werd onderbroken. Nauwelijks begon bij voorbeeld Walter Mehring op zijn schrijfmachine te rammen en daarbij iets van eigen hand ten gehore te brengen, of daar kwam ik of Heartfield of Haussmann achter de coulissen vandaan het podium op en riep: ‘Ophouden! Je wilt die schaapskoppen daar beneden toch niets aan hun neus hangen wel?'”

De genadeloze, unieke combinatie van modernisme en maatschappijkritisch sarcasme die zo kenmerkend is voor een groot deel van het beeldend werk van George Grosz treffen we niet in zijn autobiografie. De kunstenaar beschrijft uitvoerig maar trefzeker en met veel talent en ironie de wereld die centraal staat in de tentoonstelling Onwaarschijnlijk echt.

Herwig TODTS

Op zondag 6 juli om 14.30 uur kan je aansluiten bij een rondleiding voor individuele bezoekers in Onwaarschijnlijk echt. Met een gids bezoek je de tentoonstelling en hou je ook halt bij dit boeiende portret van de hand van Grosz.

 

KMSKA-werf in beeld: de keuze van de werffotograaf (deel 1)

Karin Borghouts brengt als werffotograaf de verbouwing van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen in beeld. In de aanloop naar de werfbezoeken eind augustus zal ze de komende weken terugblikken op de 10 beelden die haar het meeste bijbleven. 

Werfbeeld - Ingepakte Rubens - Karin Borghouts

9 februari 2012

“Een gespecialiseerde werkploeg heeft de schilderijen van Rubens van de muur gehaald en verzameld op een grote staander in het midden van de ruimte. Stofvrij en schokwerend ingepakt wordt het enorme pak zelf haast een kunstwerk in de Rubenszaal. Een ondertussen alweer voorbije installatie die wel een topper van een foto heeft nagelaten.”

- Karin Borghouts

Op zaterdag 23, zondag 24, zaterdag 30 of zondag 31 augustus kan je een bezoek brengen aan de museumwerf. Reserveren kan via Info Cultuur, Wisselstraat 12 (hoek Grote Markt), 2000 Antwerpen, T 32 (0)3 338 95 85 (van dinsdag tot en met zaterdag tussen 11.00 en 17.45) of online via www.infocultuur.be

 

Onwaarschijnlijk echte soundtrack 3/3

In de expo Onwaarschijnlijk echt. Magisch realisme en nieuwe zakelijkheid brengt Herwig Todts neorealistische werken uit de collecties van het Gemeentemuseum Den Haag, Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet en het KMSKA samen. Hij maakte ook een afspeellijst op Spotify met muziek die je om uiteenlopende redenen aan de tentoonstelling kan linken.

In concert- en populaire muziek van de jaren 20 en 30 kan je heel wat aanknopingspunten vinden met de schilderijen en prenten die je in de tentoonstelling Onwaarschijnlijk echt te zien krijgt. De afspeellijst die ik samenstelde is uiteraard onvolkomen, eenzijdig en getuigt onvermijdelijk van mijn persoonlijke muzieksmaak. Luister, lees de korte toelichtingen die ik bij elkaar heb gesprokkeld en trek vervolgens naar de expo om daar de link met de kunstwerken zelf te ontdekken.

HERWIG TODTS

Eerder gaf Todts al toelichtingen bij andere nummers die aan bod komen in de afspeellijst. Ga naar deel 1 en deel 2

 

Ragtime

ragtime

Ragtime ontstond in de Afro-Amerikaanse uitgangsbuurten van St. Louis en New Orleans op het einde van de 19de eeuw.  Een van de bekendste componisten was Scott Joplin. Karakteristiek is de combinatie van eenvoudige marsmuziek met typisch Afrikaanse, verrassende ritmische accenten, die ook terugkeren in de muziek waarop in de jaren 20 de charleston werd gedanst. De Broadway Rag van Bob Wilson and his Varsity Rythm Boys is daarvan een voorbeeld.

Hoagy Carmichael – Georgia on my Mind

Hoagy Carmichael

Hoagy Carmichael

Hoagy Carmichael (Bloomington 1899 – 1981) is een van de populairste Amerikaanse componisten van zogenaamde “standards” zoals Georgia on my Mind. Dat is één van de vele liedjes van Carmichael waarmee populaire zangers uit de hele 20ste eeuw – van Billy Holiday, Bing Crosby, Dean Martin, Ella Fitzgerald, Ray Charles en Louis Armstrong tot Willie Nelson en Alicia Keys – in uiteenlopende populaire muziekstijlen een hit scoorden.

Fred Astaire – Putting on the Ritz

Fred Astaire – Puttin’ On The Ritz from Evgeny Demchenko on Vimeo

Fred Astaire (Frederick Austerlitz, Omaha 1899 – 1987 Los Angeles) was gedurende tientallen jaren een ontzettend populaire zanger en filmster. Zijn versies van liedjes zoals Putting on the Ritz zijn vaak de meest bekende. Al was het Irving Berlin die het liedje in 1929 schreef. Oorspronkelijk was het een satire op de gewoonte van de arme Afro-Amerikaanse inwoners van Harlem om hun laatste geld uit te geven aan modieuze kledij. Later werd een versie afgestemd op blanke dandy’s populair.

Have you seen the well-to-do, up and down Park Avenue (…) with their noses in the air (…) Spending every dime, for a wonderful time (…) Why don’t you go where fashion sits / Puttin’ on the ritz. // Different types who wear a daycoat, pants with stripes (…) Dressed up like a million dollar trouper  (…).

 

Paul Hindemith – Kammermusik No. 5, Op. 36, No. 4: Langsam

Paul Hindemith

Paul Hindemith

Paul Hindemith (Hanau 1895 – 1963 Frankfurt am Main) was een altviolist en componist. De “klassieke” concertmuziek onderging tijdens de decennia voor en na 1900 een fundamentele omwenteling. De “emancipatie van de dissonant” bracht Arnold Schönberg tot de uitvinding van het atonale twaalftoonstelsel. Min of meer analoog bracht “de emancipatie van het ritme” Igor Stravinsky met Le Sacre du Printemps (1913) tot  de creatie van stuk zonder doorlopende metrische samenhang – de maatsoort verandert onophoudelijk. Hindemith experimenteerde met combinaties van neoclassicistische vormen en min of meer onderhuids modernistische muzikale vernieuwingen.

Meer info: www.cobra.be/cm/cobra/muziek/1.1810148