De ogen van Moeti. Pieter Rottie en mevrouw Craeybeckx

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de werken in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week kijkt Siska Beele naar het portret dat Pieter Rottie van Mevrouw Craeybeckx maakte en dat in het gezelschap van de kleindochter van de geportretteerde. 

Pieter Rottie, Mevrouw Craeybeckx, Inv.nr. 2353 © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto d/arch

Pieter Rottie, Mevrouw Craeybeckx, Inv.nr. 2353 © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto d/arch

Tijdens de voorbereiding van de tentoonstelling Duo’s stuitte ik in het museumdepot op een bijna vergeten schilderij van Pieter Rottie (Antwerpen 1895 – Antwerpen 1946). Nu maakt het deel uit van een van de aangrijpendste duo’s. Mevrouw Craeybeckx uit het KMSKA kreeg als passend pendant Lucienne, het blozende boerenmeisje, uit de kunstverzameling van de Provincie. Beide portretten trekken onmiddellijk de aandacht: zo dichtbij en zo aanwezig zijn de zitters, zo gretig bekeken en vastgelegd. Niemand kan zijn ogen ervan afhouden.

Mevrouw Craeybeckx en haar kleindochter in de tentoonstelling Duo's.

Mevrouw Craeybeckx en haar kleindochter in de tentoonstelling Duo’s.

Ook Veronica niet,  de kleindochter van mevrouw Craeybeckx – meisjesnaam Irma Lauwers. Ik bezocht samen met haar de tentoonstelling. Even in de ogen kijken van ‘Moeti’ ontroert haar zichtbaar. Wat haar zo aangrijpt, vertelt ze, is dat Pieter Rottie de veelzijdigheid van haar grootmoeders persoonlijkheid laat zien. Iedereen kende haar als een zachtmoedige vrouw, maar Rottie toont op dit portret ook de zeer vastberaden en niet altijd even vrolijke vrouw. De blosjes op haar wangen zijn heel natuurgetrouw. Veronica heeft ze ook. Haar band met Moeti was heel intens. Haar grootvader, de advocaat en politicus Lode Craeybeckx, burgemeester van Antwerpen van 1947 tot 1976, en haar moeder Hilda Craeybeckx, kabinetschef van de burgemeester, waren heel vaak samen aan het werk, terwijl Moeti voor de kleinkinderen zorgde. Aan de lange, zonnige vakanties in het buitenverblijf op de Kalmthoutse heide bewaart Veronica de beste herinneringen. In Kalmthout leerden haar grootouders de kunstenaar Pieter Rottie en zijn vrouw Maria kennen. Ze werden boezemvrienden.

Minimum aan middelen, maximum aan expressie

Rottie was geen beeldenstormer. De radicale experimenten en luidruchtige strijdkreten van het modernisme zegden hem niet veel. Met eerbied voor de traditie maakte hij sterke, heel eigen beelden van de eenvoudigste dingen, van de eenvoudigste mensen. Hij leefde een stil en ingetogen leven, geheel gewijd aan de schoonheid en de kunst.

Mevrouw Craeybeckx poseert een paar keer voor hem. Rottie benadert zijn model met respect en schroom, observeert het grondig en bouwt het sober en strak na in verf. Met een minimum aan middelen slaagt hij erin een maximum aan expressie te bereiken. In 1937 koopt het museum een portret van mevrouw Craeybeckx bij de kunstenaar. Twee jaar later schildert hij haar opnieuw. Dit werk hangt bij oom Herman in de slaapkamer. Er is ook nog een mooie potloodtekening waar Moeti’s zachte trekken meer tot uiting komen. Maar het portret van Moeti in het museum blijft Veronica’s absolute favoriet.

Fred en zijn storm

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de werken in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week richt Bob Daems zich op het werk van Fred Bervoets.

Fred Bervoets (Burcht, 1942) heeft in zijn lange loopbaan een eindeloze reeks portretten geschilderd, getekend en geëtst. Meestal zelfportretten. Of alléén maar zelfportretten. Soms karikaturaal weergegeven koppen – als uit een mannekensblad, zoals hij zelf zegt – soms ook veruitwendigde emoties die op het doek of papier verschijnen als anonieme figuren of personages.

Fred Bervoets, Bevreemdend personage, 1976. KMSKA, Inv.nr. 3168 © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto d/arch

Fred Bervoets, Bevreemdend personage, 1976. KMSKA, Inv.nr. 3168 © Lukas – Art in Flanders VZW / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, foto d/arch

Op de tentoonstelling Duo’s zijn twee zo’n werken te zien. Bevreemdend personage uit 1976 is als een explosie van agressie. Op het kleine schilderijtje wordt een mannelijke figuur afgebeeld met een opengesneden hersenpan waaruit fonteinen van bloed spuiten. Onderaan heeft Bervoets geschreven: “Studie van een figuur. Zelfmoordenaar”. De ets Figuur dateert van een decennium later. In een door hemzelf ontwikkelde etstechniek, waarbij hij rechtstreeks met zuur op de etsplaat schildert, heeft Bervoets met enkele lijnen en vlekken een spookachtige figuur gecreëerd die de toeschouwer naar de keel lijkt te willen grijpen. Door op de plaats van de ogen twee rode bollen te schilderen neemt de lugubere sfeer van het tafereel nog toe.

Fred Bervoets, Figuur, 1989. Collectie Provincie Antwerpen, P/G 419© SABAM, Belgium, 2013

Fred Bervoets, Figuur, 1989. Collectie Provincie Antwerpen, P/G 419© SABAM, Belgium, 2013

Een mooi en integer portret van de schilder wordt geschetst in de documentaire Fred in zijn eeuwige storm van collega-beeldend kunstenaar en voormalig Bervoets-student aan de Antwerpse academie Lieven Segers. “Een schilderij kunt ge niet rustig maken”, zegt Bervoets ergens in die film. En wanneer Segers vervolgens vraagt of zijn werk dan altijd ontstaat vanuit een onrust, voegt hij er aan toe: “en altijd met een angst ook…”. Maar dat er achter dat op het eerste zicht nihilistische en donkere wereldbeeld ook een zekere melancholie schuilgaat illustreert een andere uitspraak van Bervoets: “Toch is schilderen fantastisch hé, ’t is toch het mooiste wat ge kunt doen in uw leven? Dromen en veranderen…”

Onder de titel Kabinet loopt in galerij De Zwarte Panter in Antwerpen nog tot 9 februari 2014 een tentoonstelling met recente zelfportretten van Fred Bervoets.

Een kras op het schilderij!

Bij het horen van die woorden gaan er bij museummedewerkers meestal alarmbellen rinkelen, zeker wanneer het gaat om krassen in een verflaag.

Stilleven met chinoiserieën (detail)

Stilleven met chinoiserieën (detail)

Het onvoorzichtig hanteren van een schilderij, een rugzak van een onoplettende bezoeker,… – het kan leiden tot schade aan de verflaag, en dat proberen we dan ook ten allen koste te vermijden. Hetzij door het inschakelen van professionele art handlers. Of door het plaatsen van ‘afstandshouders’ in expositieruimtes.

Toch zijn er ook krassen die helemaal niet onder de noemer ‘schade’ te groeperen zijn, maar net een deel uitmaken van de techniek van de kunstenaar. James Ensor heeft doorheen zijn hele carrière gespeeld met het effect van krassen in de nog natte verflaag. Dat kan je bijvoorbeeld zien op bovenstaand detail van zijn Stilleven met chinoiserieën.

James Ensor, Stilleven met chinoiserieën, 1880, olieverf op doek, 101 x 81, KMSKA inv. nr.  2076.

James Ensor, Stilleven met chinoiserieën, 1880, olieverf op doek, 101 x 81, KMSKA inv. nr. 2076.

Restaurator Karen Bonne bespreekt de verschillende technieken die hij daarbij hanteerde in een artikel voor het Ensor Research Project op de website van het KMSKA.

E.L.T. Mesens: prins van de collage

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de werken in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week bekijkt Siska Beele een reeks van 4 bijzondere collages die een blik gunnen in de leefwereld van E.L.T. Mesens. 

In 1968 verwierf het museum vier collages van E.L.T. Mesens (Brussel 1903 – Brussel 1971). Eerder dat jaar waren ze te zien op de grote overzichtstentoonstelling 40 jaar levende kunst. Hulde aan Robert Giron in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Hoofdconservator van het KMSKA Walther Vanbeselaere was meteen enthousiast en zette de koop in gang.

“Ze zouden immers een wezenlijke verrijking van de verzamelingen van het Museum betekenen, te meer daar het Museum tot op heden geen enkel werk bezit van deze poëtisch gestemde surrealist, thans 65 jaar, en die op onze tentoonstelling “Kontrasten” met een hulde-zaal werd bedacht.” - (brief van Vanbeselaere aan de minister van Cultuur, 26 juli 1968, archief KMSKA)

Ook de kunstenaar was opgetogen met de aankoop.

“Ik ben zéér gelukkig dat deze vier werken  – die eigenlijk een werk uitmaken – aangekocht zijn door het eedele Antwerps Museum, zodat ik zeker mag zijn dat deze vier sombere en droevige bladzijden uit mijn gevoelsleven zullen tezamen blijven. Dat was de rede waarvoor ik deze werken weigerde te verkoopen aan de eene of de andere kunsthandel” -(brief van Mesens aan Vanbeselaere, 19 mei 1968, archief KMSKA)

Goodbye my beautiful darling

Maar wat maakt nu deze suite van vier collages zo bijzonder? In zijn plastisch werk portretteert E.L.T. Mesens zijn eigen leefwereld met een knipoog, nu eens subtiel en poëtisch, dan weer subversief en ironisch. Eind 1965, wanneer bij zijn knappe en geliefde vrouw Sybil Fenton leukemie wordt vastgesteld, wordt de toon echter zwaarmoedig. Mesens maakt een reeks sobere en sombere collages: Slecht voortekenMijn arme lieveling en Het geschenk van Stefan en Franceska Thamerson. De werken verbeelden de angst voor de ziekte, het diepe verdriet en de troost die hij bij vrienden vindt. Sybil Fenton sterft op 7 januari 1966. Dat jaar maakt de getalenteerde collagekunstenaar slechts één collage met de expliciete titel: Goodbye my beautiful darling.

Inspiratie in een atelierflat

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Begin 2014 neemt Jongbloed!, de jongerencrew van het museum, de expo onder handen. Vanaf 1 februari presenteren de jongeren de kunstwerken in een nieuwe opstelling en met een ander verhaal. Daarvoor zijn ze al een tijdje druk in de weer. Inspiratie vinden ze niet alleen in de huidige tentoonstelling, maar ook op andere plekken. In de atelierflat van Jozef Peeters bijvoorbeeld. Jongbloed!-er Aude Tournaye blogt!

Jozef Peeters, Map Jozef Peeters: 6 lino's Antwerpen "De Sikkel", Collectie Provincie Antwerpen, foto: Jacques Sonck

Een lino van Jozef Peeters, nu te zien in de tentoonstelling Duo’s

Jongbloed! bracht eind november een bezoek aan de atelierflat van Jozef Peeters. Peeters – van wie je ook werk kan zien in de huidige opstelling van Duo’s – was een van de eerste abstracte kunstenaars in België en woonde met zijn vrouw en twee kinderen vanaf 1924 in een klein hoekappartement met vier kamers op de De Gerlachekaai in Antwerpen. Hoewel de voorgevel van het gebouw alles behalve origineel aandoet, lijkt het alsof de tijd stil is blijven staan in de atelierflat van Peeters. De kunstenaar toverde zijn woning in de jaren ‘20 om tot een imposant driedimensionaal schilderij. Elke kamer werd voorzien van geometrische kleurvlakken, een eigen sfeer en passend meubilair, dat de kunstenaar eveneens ontwierp.

Dit appartement was het centrum van Peeters’ artistieke visie, maar ook een plek waar vooruitstrevende kunstenaars van zijn tijd elkaar konden ontmoeten. Zo starten we onze rondleiding in het appartement in de zetel waar Paul Van Ostaijen ooit vertoefde, en worden we doorheen de flat steeds weer verrast door nieuwe werken van Michel Seuphor, een goede vriend van Jozef Peeters. De hele ruimte leek bezaaid met referenties naar onze toekomstige tentoonstelling, waar niet alleen Peeters, maar ook Seuphor en hun tijdgenoten opnieuw te zien zullen zijn. De volgende foto’s geven een klein voorproefje, en verleiden je hopelijk tot een bezoek aan dit wonderbare kunstwerk. Tickets voor de atelierflat kan je online bestellen.

Jongbloed! werkt momenteel hard aan haar eigen presentatie in de Koningin Fabiolazaal. Op vertoon van een ticket voor De Modernen. Duo’s dat gekocht werd voor 27 januari 2014 kun je GRATIS een bezoek brengen aan de tweede presentatie die van 1 februari tot en met 20 april 2014 loopt.

Volg Jongbloed!-s tentoonstellingsvorderingen op facebook