Jan Kiemeneij in de Kerkstraat

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de duo’s in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week zoekt Bob Daems naar sporen van Jan Kiemeneij in het Antwerpse straatbeeld.

De buurt rond de Sint-Willibrorduskerk, pal op de grens tussen Antwerpen en Borgerhout, moet er in 1926 nog enigszins anders hebben uitgezien toen Jan Kiemeneij er de gevel van de schoenwinkel op de hoek van de Kerk- en de Lammekensstraat beschilderde volgens de principes van de ‘zuivere beelding’. De ingreep van Kiemeneij (1889-1981) veroorzaakte blijkbaar heel wat ophef in Antwerpen. De correspondent van de Franstalige Antwerpse krant Neptune was alvast niet opgezet met het initiatief. “Kinderen drijven er de spot mee, volwassenen kunnen nauwelijks hun verontwaardiging onderdrukken.” Dat is zowat de teneur van het korte artikel dat onder de spottende titel Style ultra-moderne op zaterdag 27 maart 1926 verschijnt op pagina 2 van Neptune.
De krant, die verscheen tussen 1907 en 1936 en een leespubliek vond binnen de Franstalige Antwerpse burgerij, vond het vooral ongehoord dat deze uiting van modernisme werd toegepast op “Een van die oude en eerbiedwaardige woningen die hun rode, door de tijd getaande pannendak nog hebben behouden.” Volgens de auteur was iedereen uiteraard vrij om zijn woning te beschilderen naar eigen smaak, maar, zo voegt hij er aan toe: “Dat belet niet dat men deze onzinnige kakofonie van kleuren mag betreuren, op de hoek van een vredige en pittoreske straat die naar de buitenwijken leidt en die haar eigenheid tot nu wist te behouden.”

Agressief oranje

Dankzij Neptune beschikken we nu wel over een vrij accurate beschrijving van de gevelbeschildering door Jan Kiemeneij: “Bizarre cirkels, kubussen in een agressief oranje, vierkanten in een fel geel, ruiten in hard blauw, vlekken in een opzichtig groen.” Allemaal “zeer ongepast”, aldus de auteur. De kleuren die hij beschrijft komen overeen met het kleurenpalet van Ballerina, een schilderij dat Jan Kiemeneij in 1920 maakte en dat nu te zien is op de tentoonstelling Duo’s. De twee werken markeren ook ongeveer begin en eindpunt van de eerste golf van abstracte schilders in Antwerpen.

Tijdens en vlak na de eerste wereldoorlog kwamen Belgische kunstenaars in aanraking met allerhande buitenlandse kunststromingen. Zo zijn in Ballerina de invloeden van het kubisme en futurisme duidelijk merkbaar. In de daaropvolgende jaren zou Kiemeneij evolueren naar een zuivere abstractie, mede onder invloed van stadsgenoten Michel Seuphor (1901-1999) en Jozef Peeters (1895-1960), uitgevers van het avant-gardistische tijdschrift Het Overzicht (1921-1925). Seuphor verkast in 1925 definitief naar Parijs, Peeters stopt in 1926 met schilderen en trekt zich met zijn gezin terug in zijn appartement aan de Gerlachekaai. Jan Kiemeneij legt zich voortaan toe op het subliem in beeld brengen van de Kalmthoutse heide.

Jan Kiemeneij, Duin en heide in bloei te Kalmthout, 1926, olieverf op paneel. Collectie Provincie Antwerpen, P/S 319, (schenking mevrouw A. Colpaert).

Jan Kiemeneij, Duin en heide in bloei te Kalmthout, 1926, olieverf op paneel. Collectie Provincie Antwerpen, P/S 319, (schenking mevrouw A. Colpaert).

Edmond Van Dooren en Fritz Lang

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de duo’s in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week plaatst Siska Beele Machinezang van Edmond Van Dooren naast Metropolis van Fritz Lang. 

Edmond Van Dooren, Machinezang, 1929 (verdwenen)

Edmond Van Dooren, Machinezang, 1929 (verdwenen)

In 1929 maakt Edmond Van Dooren een hoogst origineel kunstwerk: een schilderij van een gigantische fabriekshal met in het midden een monumentale machine in volle gang. Machinezang noemde hij het. Het is een en al beweging en kracht, een loflied op het menselijk vernuft. Schrijver en kunsthistoricus Ary J.J. Delen beschouwde deze composities van Van Dooren als producten van zijn buitengewoon ontwikkelde fantasie, die zich uitdrukt in visies van gedroomde steden, in een soort “Metropolis”-wereld, in al haar utopische vreemdheid van grillige vormen, Babelse opstapelingen van architecturen, blokken, torens en koepels en in haar schrille, wat spookachtige verlichting (A.J.J. Delen in De groep kunstenaars van “Moderne Kunst”, Antwerpen, 1935, p. 25).

Metropolis

Het is niet toevallig dat Delen verwijst naar Metropolis, de Duitse stille film van Fritz Lang uit 1927. Metropolis vertelt het dubbelverhaal van de klassenstrijd in een futuristische onder- en bovenstad en de liefde tussen een jongen uit de elite en een meisje dat haar lot verbonden heeft aan het welzijn van de arbeiders. Toch is het niet de inhoud die Metropolis tot een van de grootste films aller tijden heeft gemaakt, maar de vorm. Wolkenkrabbers en hoge viaducten typeren de ultramoderne grootstad en de massascènes in de fabriek verbeelden de onderdrukking van de mens door de technologie. Expressionistische vervormingen en licht- donkercontrasten dragen sterk bij tot de vertolking van Fritz Langs inktzwarte visie op wereld van de toekomst. Zonder twijfel maakte deze film een enorme indruk op Edmond Van Dooren. In enkele van zijn doeken herneemt hij zelfs de titel Metropolis. Maar, in tegenstelling tot Lang, vervult de mechanisering van de maatschappij Van Dooren niet met weerzin. De kunstenaar blijkt zelfs te houden van machines, hoogbouw en machinaal geweld.

Edmond Van Dooren, Machinezang II, (1940-1949), KMSKA, inv. nr. IB12.014

Edmond Van Dooren, Machinezang II, (1940-1949), KMSKA, inv. nr. IB12.014

De originele Machinezang kunnen we enkel nog op foto bewonderen. Niemand weet wat met het schilderij is gebeurd. In de jaren veertig van vorige eeuw realiseert Edmond Van Dooren wél een licht gewijzigde versie van zijn meesterwerk uit 1929: Machinezang II, sinds 2012 in langdurig bruikleen aan het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen.

Experten op school

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen startte dit najaar met het proefproject Experten op school en dat in samenwerking met basisschool Klim op in Lier. Gidsen van het museum trekken naar de klas om de leerlingen daar alvast voor te bereiden op wat ze in de tentoonstelling Bruegelland zullen zien. Arno Beirinckx zit in het 6de leerjaar en blogt over zijn museumbezoek.

Leerlingen van de Klim op bezoeken Breugelland in Lier

Leerlingen van de Klim op bezoeken Bruegelland in Lier

Ik ben samen met het 6de leerjaar naar Bruegelland geweest. Dat is een museum met kunstwerken van Pieter Bruegel en kunstenaars die inspiratie hebben gehaald uit de stijl van deze kunstenaar. Ik vind dat het mooie aan de kunstwerken van Pieter Bruegel de volheid ervan is. Je kunt er wel tientallen gebeurtenissen bij bedenken. En het duurt zeker een uur voor je echt alles van het schilderij gezien hebt. Je kunt er echt een heel verhaal bij bedenken en dan nog een.

Dat hebben wij daar ook geleerd. Kijken, en denken. Voor we naar het museum gingen kregen we een voorwerp. Daar moesten we de eigenschappen van opschrijven. En van andere voorwerpen met die eigenschappen moesten we dan een collage maken. Zoiets deden we ook in het museum. We kregen een doosje met een ring met daarop een voorwerp. Dat voorwerp moesten we terugvinden. Het exacte voorwerp moest niet, iets dat een verband had met een voorwerp mocht ook. Daarna kregen we een kopie van een kunstwerk. We moesten het opzoeken in het museum en tekstballonnen op de kopie kleven. Op die tekstballonnen moesten we schrijven wat we dachten dat de figuren zeiden. Daar had iedereen een andere mening over.

Arno’s leraar, meester Steven maakte een videoreportage tijdens het museumbezoek. Die kan je hier bekijken: Bruegelland, Lier from Klimop on Vimeo.

1+1=2

Het doeboekje bij de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De MODERNEN eindigt met een wedstrijd waarbij bezoekers – net als de curatoren van dienst – 2 kunstwerken uit de tentoonstelling mogen kiezen om er zelf een duo mee te maken. 

Dit is het winnende Duo van de eerste maand van de tentoonstelling. De winnaar wordt persoonlijk op de hoogte gebracht. De andere inzendingen krijgen een plekje in onze digitale Facebookgalerij.

Winnende inzending

Winnende inzending

Twee meisjes in het bos te Zoersel

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de duo’s in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week neemt Bob Daems je mee naar de bossen van Zoersel die Carlo De Roover mooi in beeld bracht. 

Zoals zovele kunstenaars tijdens de eerste decennia van de twintigste eeuw zocht Carlo De Roover (Boom 1900 – Antwerpen 1986) vaak de rust en de idylle van het platteland op. Samen met zijn familie – met onder meer broer en leermeester Albert De Roover (Boom 1892 – Borgerhout 1978) – trok hij geregeld naar de bossen van Zoersel en Schilde, ten noordoosten van Antwerpen. In 1941 laat hij zelfs een vakantiewoning ontwerpen door de nog jonge Renaat Braem (Antwerpen 1910 – Essen 2001), vennoot en schoonbroer van zijn neef Jul De Roover (Antwerpen 1913 – Essen 2010).
Carlo en Albert delen op dat moment al een buitenhuisje in Zoersel, maar de ambities van de jongste broer reiken verder. Het ontwerp van Braem omvat niet alleen een woning met twee slaapkamers, een woonkamer en een garage met een oprijlaan, maar ook een driehoekig 4,5 meter hoog schildersatelier met een groot raam gericht op het noorden en met in het verlengde een “tuin der overpeinzingen”. Uiteindelijk wordt de woning niet gerealiseerd omdat Braem wegens verzetsdaden in 1942 wordt gearresteerd en De Roover uit angst voor de Duitse bezetter de plannen verbrandt. Enkele ontwerptekeningen worden wel bewaard in de Archives d’Architecture Moderne.

Bos te Zoersel, Carlo De Roover, 1947, olieverf op doek, 85 x 95 cm, Collectie Provincie Antwerpen, P/S 091,  foto: Jacques Sonck

Bos te Zoersel, Carlo De Roover, 1947, olieverf op doek, 85 x 95 cm, Collectie Provincie Antwerpen, foto: Jacques Sonck

Maar de liefde voor Zoersel neemt niet af. Tijdens en kort na de oorlog maakt De Roover talloze schetsen van de omgeving die als basis dienen voor zijn schilderijen. Bos te Zoersel is zo’n schilderij dat in 1947 tot stand komt en in 1966 door het Antwerpse provinciebestuur wordt aangekocht. Twee vrouwen – vermoedelijk de vrouw en de dochter van de kunstenaar – worden afgebeeld tijdens een wandeling. Dertig jaar later verwerft het provinciebestuur eveneens een voorbereidende tekening voor dit schilderij die dateert uit 1946.

Meisje en bomen, Carlo De Roover, 1946, bruin en zwart krijt op papier, 40,5 x 50 cm, Collectie Provincie Antwerpen, Foto Jacques Sonck

Meisje en bomen, Carlo De Roover, 1946, bruin en zwart krijt op papier, 40,5 x 50 cm, Collectie Provincie Antwerpen, Foto Jacques Sonck

En nog een tip: ga eens wandelen in de bossen van Zoersel. Rond deze tijd van het jaar zijn ze op hun mooist.

Nona en Els in Zoersel, oktober 2013

Nona en Els in Zoersel, oktober 2013

Short Titles in de museumbibliotheek

Bibliothecaris Ingrid De Pourcq blogt over de Short Title Catalogus Vlaanderen, een project waaraan ook de bibliotheek van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen deelnam.

Begin juli is het KMSKA een samenwerking aangegaan met STCV – Short Title Catalogus Vlaanderen, een bibliografisch project van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek vzw. STCV inventariseert en beschrijft sinds het jaar 2000 alle publicaties die gedrukt werden of te koop aangeboden in Vlaanderen en Brussel voor 1801. Momenteel telt de online databank een kleine 20.000 beschrijvingen, gebaseerd op ca. 34.000 exemplaren.

De bibliotheek van het KMSKA bezit ongeveer 170 oude drukken die aan de criteria van STCV voldoen. Deze werden de voorbije maanden aan de databank toegevoegd. Het gaat om enkele tientallen boeken uit de collectie preciosa en ca. 140 veilingcatalogi, waarvan een groot deel uit het legaat van Oscar Nottebohm (1936). Vooral onder deze laatste zitten heel wat unica, die niet in andere Vlaamse erfgoedbibliotheken voorkomen. Er is ook een groot aantal geannoteerde exemplaren, waarbij op het moment van de verkoop in pen of potlood de prijzen en soms namen van kopers toegevoegd werden. Onderstaande catalogus vermeldt een aankoop door het KMSKA.

Veilingcatalogi werden vroeger vaak opgesteld naar aanleiding van een overlijden of een faillissement en bevatten een oplijsting van goederen, in ons geval kunstwerken, die op de veiling te koop aangeboden werden. Voor de onderzoeker zijn ze van belang om te weten wat er op een bepaald moment op de markt komt/kwam, en wat de herkomst en de (geschatte) waarde van de objecten is/was. Conservatoren kunnen aan de hand van veilingcatalogi de herkomstgeschiedenis van museumobjecten nagaan of beter de actuele waarde van kunstwerken inschatten.

Twee bibliotheekmedewerkers, Sabine De Wolf en Karen Daghelet, waren betrokken bij het project. Zij beschreven de catalogi volgens hun formele en inhoudelijk kenmerken. Een voorbeeld van een beschrijving kan je hier vinden. Eind oktober werd het project afgerond.

Stilleven met een verrassend personage

Net als zijn tijdgenoten hergebruikte James Ensor zijn schildersdoeken regelmatig. Soms is dat zelfs met het blote oog zichtbaar. 

James Ensor, Stilleven met Chinoiserieën, 1880 (inv.nr. 2076), doek, afmetingen: 100,5 x 81,3, foto onder normaal licht

James Ensor, Stilleven met Chinoiserieën, 1880 (inv.nr. 2076), doek, afmetingen: 100,5 x 81,3, foto onder normaal licht

In nieuwsbeelden van belangrijke gebeurtenissen duiken wel eens verrassende personages op die helemaal niets met de zaak te maken hebben: toevallige voorbijgangers, grapjassen die zich interessant willen maken … In Ensors Stilleven met chinoiserieën (1880) gebeurt iets gelijkaardigs. Op de tafel staan en liggen objecten uit Japan, China en Korea: waaiers, een theeservies, beeldjes in porselein enz. Achter dit stilleven duikt, uit het niets, een halfnaakte, oude man op.

In de loop van 1880 nam James Ensor een doek waarop hij een jaar of twee eerder, aan de academie in Brussel, een studie van een model geschilderd had. Op een tafelblad stalde hij chinese spullen uit. Hij nam een breed penseel, doopte het in verf en overschilderde haastig in een dunne laag. Je kon het academiemodel nog door de verflaag heen zien maar Ensor had alleen oog voor de kleuren van de voorwerpen op de tafel en de kleuren op het palet. Restaurator Karen Bonne verklaart de verrassende aanwezigheid van dit personage in een artikel voor het Ensor Research Project op de website van het KMSKA.

René Guiette en Le Corbusier

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Op deze blog gaan ze dieper in op de duo’s in de tentoonstelling of zoeken ze visuele gelijkenissen die verder gaan dan wat je ter plekke kan zien. Deze week onderzoekt Siska Beele de relatie tussen het werk van René Guiette en dat van Le Corbusier. 

In de jaren twintig raakt René Guiette (Antwerpen 1893 – Antwerpen 1976) in de ban van de artistieke vernieuwingen in Parijs. Als aanhanger van de rigoureuze idealen van het kunsttijdschrift L’Esprit Nouveau neemt hij een voor die tijd revolutionair initiatief: voor de bouw van een atelierwoning in Wilrijk doet hij een beroep op de modernistische architect Le Corbusier (La Chaux-de-Fonds 1883 – Roquebrune-Cap-Martin 1965). In november 1925 schrijft hij zijn eerste brief aan Le Corbusier en in maart 1926 geeft Le Corbusier zijn visie op het Maison Guiette. De plannen arriveren vier maanden later en in 1926/1927 verrijst de woning op in de Populierenlaan – in al zijn strenge soberheid, als de bovenbouw van een schip. Het huis is eenvoudig en zuiver van ontwerp, vrij van decoratie en sentiment, en juist daarom is het zo fris, helder en licht. Het beantwoordt aan alle praktische noden, maar is tevens een plek voor meditatie en een plaats waar schoonheid heerst. Guiette noemt het huis graag Les Peupliers. In de tuin laat hij twee populieren planten want, vreemd genoeg, in de Populierenlaan staan er geen. In 2008 maakte fotografe Kristien Daem een indrukwekkende foto van het huis.

'Maison Guiette' Kristien Daem ©2008

‘Maison Guiette’, Kristien Daem, ©2008

De nieuwe woning van Guiette inspireert weldra ook enkele van zijn composities. In De voorstad uit 1930 bijvoorbeeld worden de meest typische uiterlijke kenmerken van het huis plastisch vertaald: de strakke gevel, het plat dak, de kubische vorm in versneld perspectief en een soort patrijspoort die door haar ronde vorm de ordening van de hoekige vlakken benadrukt. En in de tuin verschijnt het rijzig silhouet van een populier.

René Guiette, De voorstad, 1930, Collectie Provincie Antwerpen, foto: Jacques Sonck

René Guiette, De voorstad, 1930, Collectie Provincie Antwerpen, foto: Jacques Sonck

James Ensor op architecturale wereldreis

KMSKA-curator en Ensorkenner Herwig Todts blogt over de (architecturale) wereldreis die de Ensorcollectie van het KMSKA sinds de start van de renovatiewerken van het museumgebouw maakt.

Zaalzicht James Ensor. Masken Mester, Foto: Anders Sune Berg

Zaalzicht James Ensor. Masken Mester, Foto: Anders Sune Berg

Tot 19 januari 2014 loopt in Ordrupgaard bij Kopenhagen de tentoonstelling  James Ensor. Masken Mester. Die expo bestaat hoofdzakelijk uit schilderijen en tekeningen uit de verzameling van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Aan de vooravond van de sluiting van  het museum in september 2011 is de Ensorverzameling van het KMSKA aan een verrassende wereldwijde rondreis begonnen. Door een merkwaardige speling van het lot reist de kunstenaar, die een hekel had aan moderne architectuur, langs gebouwen van postmoderne sterarchitecten als Yoshi Taniguchi, Zaha Hadid, Richard Meier en Renzo Piano. Ensor hield van ouderwetse gebouwen en schimpte:

“Aan de schandpaal! Aan de schandpaal met aanmatigende ontwerpers met een baksteen in de maag, antipanoramische paradoxalen, platgewalste, geplombeerde met leem gebetonneerde speculanten. Constructeurs van platte daken [...] ontzettende verkavelaars, gepapperasseerde en brutale bureaucraten [...] weerbarstige modernisten, lompe architecten, afgemeten geometers … “.

In Ordrupgaard is Ensor te gast in de tentoonstellingsvleugel die door de befaamde Britse architecte (van Iraakse afkomst) Zaha Hadid werd toegevoegd aan het laatnegentiende-eeuwse landhuis van de Deense kunstverzamelaar Wilhelm Hansen.

Wanneer Ensor over enkele jaren, na een bezoek aan musea van Richard Meier (Getty Los Angeles) en Renzo Piano (Art Institute of Chicago), naar huis terugkeert zal het havengebouw dat Hadid heeft ontworpen voor Antwerpen wellicht klaar zijn.

Jongbloed! aan het werk

Dit najaar kan je in de Koningin Fabiolazaal de tentoonstelling Duo’s in de exporeeks De Modernen bezoeken. Daarin brengen curatoren Bob Daems en Siska Beele kunst uit de collecties van de provincie Antwerpen en het KMSKA samen. Begin 2014 neemt Jongbloed!, de jongerencrew van het museum, de expo onder handen. Vanaf  1 februari presenteren de jongeren de kunstwerken in een nieuwe opstelling en met een ander verhaal. Jongbloed!-ster Esther brengt op geheel eigen wijze één van de werkweekends in beeld die de jongeren intussen achter de rug hebben. 

Werkweekend Jongbloed! - Illustratie Esther Bleyenbergh

Werkweekend Jongbloed!  (Illustratie Esther Bleyenbergh)

Volg Jongbloed!-s tentoonstellingsvorderingen op facebook