Genageld

Tijdens De MODERNEN. Avant-garde bloggen curator Greta Van Broeckhoven en andere museummedewerkers geregeld over een aspect van de tentoonstelling. In de komende blogberichten zal het over monochromie en achromie gaan. Een terugkerend fenomeen bij de kunstenaars van wie je werk kan zien in de Koningin Fabiolazaal. Zo kwam je vorige week meer te weten over Lucio Fontana en Jef Verheyen. Deze week is Günther Uecker aan de beurt. 

Günther Uecker, Spiraal, Lukas-Art in Flanders, foto Hugo Maertens, © Sabam

Günther Uecker, Spiraal, Lukas-Art in Flanders, foto Hugo Maertens, © Sabam

Door zijn spijkerreliëf Spiraal (1966) wit te spuiten, wil de Duitse kunstenaar Günther Uecker (1930) de kijker het immateriële licht als concreet doen ervaren. De nagels vangen het licht op en er ontstaat een schaduwspel. Tegelijk veroorzaakt de lichtweerkaatsing van het wit een optische beweging en de indruk van lichtvibratie. Zo ontstaat de illusie van een lichtgevend voorwerp dat inwerkt op de ruimte. Bij Uecker staan licht en wit symbool voor geestelijke vrijheid. Bij Nagelobject (1979) koos hij voor achromie en behield hij de natuurlijke kleur van de nagel.

Günther Uecker, Nagelobject, Lukas-Art in Flanders, foto Hugo Maertens, © Sabam

Günther Uecker, Nagelobject, Lukas-Art in Flanders, foto Hugo Maertens, © Sabam

In dialoog met de kunst

In 1987 zond het programma Kunst-Zaken een interview uit met Uecker naar aanleiding van zijn tentoonstelling in het casino in Knokke. Terwijl hij een nieuw spijkerreliëf maakt, praat hij over Antwerpen, zijn vriendschap met kunstenaar Jef Verheyen en het belang van kunst. Over dat laatste zegt hij het volgende:

“Kunst kan de mens niet redden, maar wel een dialoog doen ontstaan die oproept tot ons behoud.”

Je kan het interview bekijken op de Cobra-website.

Fontana en Verheyen: vernietiging als artistiek proces

Tijdens De MODERNEN. Avant-garde bloggen curator Greta Van Broeckhoven en andere museummedewerkers geregeld over een aspect van de tentoonstelling. In de komende blogberichten zal het over monochromie en achromie gaan. Een terugkerend fenomeen bij de kunstenaars van wie je werk kan zien in de Koningin Fabiolazaal. Beginnen doen we met Lucio Fontana en Jef Verheyen.

Lucio Fontana, Concetto Spaziale, (1965), acrylverf op doek, 91,5 x 60 cm, Lukas-Art in Flanders, foto Hugo Maertens, © Sabam

Lucio Fontana, Concetto Spaziale, (1965), acrylverf op doek, 91,5 x 60 cm, Lukas-Art in Flanders, foto Hugo Maertens, © Sabam

Vanaf 1945 liet de Argentijns-Italiaanse kunstenaar Lucio Fontana (1899-1968) de reële ruimte deel uitmaken van zijn monochrome werken door er gaten in te maken of erin te snijden. In zijn Concetto Spaziale openen scherpe sneden het in een kleur gezette doek. De achterliggende ruimte wordt met het licht dat erdoor gaat een onlosmakelijk deel van de compositie. Over de daad van het snijden zei hij ooit het volgende:

“Saai wordt het niet, het gebaar laat zich herhalen, als een kus of een boterham met kaas.”

Monochromie/essentialisme

Jef Verheyen, Variatie, Lukas-Art in Flanders, foto Hugo Maertens, © Sabam

Jef Verheyen, Variatie, Lukas-Art in Flanders, foto Hugo Maertens, © Sabam

Ook Jef Verheyen maakte monochrome kunst die verre van monotoon was. In Variatie zitten nauwelijks merkbare regenboogtonen die een weidse hemel van een avondschemering of een morgenstond oproepen. Verheyen koos voor kleur als enige uitdrukkingsmiddel. Zelf noemde hij dat essentialisme.

Plechtige besnijdenis

Lucio Fontana bewerkt een schilderij van Jef Verheyen, Medium, 1962, VRT-archief

Lucio Fontana bewerkt een schilderij van Jef Verheyen, Medium, 1962

In december 1962 toonde het tv-programma Medium hoe Fontana een werk van Verheyen met een piek bewerkte. Toen de presentator vroeg, “Meneer Verheyen, hoe voelt gij u op het ogenblik dat uw vriend Fontana uw werk gaat onderwerpen aan een plechtige besnijdenis of perforatie?”, antwoordde die laatste kort en bondig: “Gelukkig.”

Je kan de reportage Vernietiging als artistiek proces bekijken op de Cobra-website.

DOEN!

Tijdens De MODERNEN. Avant-garde bloggen curator Greta Van Broeckhoven en andere museummedewerkers geregeld over een aspect van de tentoonstelling. Vandaag heeft An Sijsmans – verantwoordelijke educatie – het over DOEN, een opdrachtenboekje voor alle leeftijden.

Het museum biedt bezoekers graag een houvast aan bij zijn tentoonstellingen. Die kan allerhande vormen aannemen, naar ieders wens: sommige bezoekers hebben voldoende aan een label naast de kunstwerken, andere lezen graag teksten of hangen liever aan de lippen van een museumgids. De vroegere audioguide bij de vaste collectie hebben we tijdens de sluiting opgeborgen, maar Jongbloed! experimenteerde in De Modernen al met een iPad-app. Voor gezinnen ontwikkelen we steeds een kijk- en doeboekje zodat ouders en kinderen de tentoonstelling samen actief kunnen beleven.

Maak de kunstwerken af

20130412-094705.jpg

Kunst actief beleven is een voorwaarde die de kunstenaars van de avant-garde, die we nu tonen in de Koningin Fabiolazaal, aan àlle bezoekers stellen. Zonder ervaring van de toeschouwer is hun kunst niet af. Daarom hebben we bij De MODERNEN. Avant-garde geen doeboekje gemaakt dat enkel gericht is op kinderen, maar eentje dat geschikt is voor alle leeftijden. De opdrachten nodigen uit om goed of langer te kijken, te associëren, te tekenen, te bewegen in de ruimte en met anderen over je ervaringen te praten of over de kunstwerken te discussiëren. Zo leer je op een ervaringsgerichte manier ook heel wat bij over de ideeën en de werkwijze van de avant-gardisten. Achteraan in het doeboekje is een wedstrijd opgenomen, gelinkt aan de kunstwerken in de tentoonstelling die gemaakt zijn met alledaagse materialen (denk aan de scheerapparaten van Arman of de spijkers van Uecker). Ook zin om thuis aan de slag te gaan met wat je in huis hebt? Stuur ons een foto van je eigen kunstwerk en maak kans op een mooie prijs.

Naast dit boekje DOEN kan je ook nog altijd kiezen voor een boekje LEZEN, om het verhaal van de curator bij de tentoonstelling te ontdekken. Aan ieder de keuze.

Stilte voor de (volgende) storm

Het depot is ingehuisd en ingehuldigd en de bezoekmomenten zijn voorbij. De stilte in het museum is weergekeerd. Voor even, want over enkele dagen begint de aannemer aan de volgende verbouwfase. We stuurden fotografe Karin Borghouts nog een laatste keer de lege bovenzalen in. Dat leverde beklijvend mooie beelden op.

De omgang met kunst in oorlogstijd (deel 4)

 De bezoekmomenten aan het nieuwe depot zijn intussen helemaal volzet. Bij het depotbezoek organiseert het museum een expo met als titel De omgang met kunst in oorlogstijd. Die toont o.a. beeldmateriaal uit het museumarchief. Omdat niet iedereen de expo zal kunnen zien lichten we op deze blog de komende dagen telkens een historisch beeld toe. 
Brief van hoofdconservator Walther Vanbeselaere aan de heer H. Jacobs, 29 mei 1958, over de bouw van een nieuwe betonnen kluis (atoombunker) in het hart van de bomvrije kelder van het museum - Archief KMSKA

Brief van hoofdconservator Walther Vanbeselaere aan de heer H. Jacobs, 29 mei 1958, over de bouw van een nieuwe betonnen kluis (atoombunker) in het hart van de bomvrije kelder van het museum – Archief KMSKA

Hoofdconservator Ary Delen ijverde de eerste jaren na de oorlog voortdurend voor het herstel van het museum en zijn collecties, maar het was Walther Vanbeselaere die vanaf 1948 het meeste kon realiseren. Eind 1945 werden de eerste 9 benedenzalen opnieuw in gebruik genomen, in de jaren nadien ook de bovenzalen. Van WO I had men gedacht dat dit de laatste oorlog was geweest. Na WO II, en in de context van de atoomdreiging, wilde men voorzien zijn op nieuwe aanvallen en zowel de burgers als het kunstpatrimonium beter veilig stellen. De overheid investeerde daarom in vier “schuilplaatsen” voor kunstwerken, een in Antwerpen en Mariemont, en twee in Brussel. Hierover is echter heel weinig informatie bewaard gebleven, allicht gedeeltelijk om redenen van geheimhouding. In een brief uit 1958 spreekt Vanbeselaere over een “zwaar betonnen kluis, binnen dezelfde bomvrije kelder” in het museum. Officiële jaarverslagen maken hier echter geen melding van. Het is deze betonnen kluis, of atoombunker, die in 2012 – niet zonder moeite – werd afgebroken, waardoor de ruime gewelfde kelder in ere werd hersteld. Deze ruimte zal in de toekomst dienen als gesloten depot voor een aanzienlijk deel van de schilderijen van het KMSKA.

De omgang met kunst in oorlogstijd (deel 3)

De bezoekmomenten aan het nieuwe depot zijn intussen helemaal volzet. Bij het depotbezoek organiseert het museum een expo met als titel De omgang met kunst in oorlogstijd. Die toont o.a. beeldmateriaal uit het museumarchief. Omdat niet iedereen de expo zal kunnen zien lichten we op deze blog de komende dagen telkens een historisch beeld toe. 
Foto van de inslag van een V-bom op de hoek van de Rogiersstraat en de Schildersstraat, 13 oktober 1944: het museumgebouw hield stand, maar er werden vele vensters en koepels vernield - Archief KMSKA

Foto van de inslag van een V-bom op de hoek van de Rogiersstraat en de Schildersstraat, 13 oktober 1944: het museumgebouw hield stand, maar er werden vele vensters en koepels vernield – Archief KMSKA

Na de bevrijding door de Britten op 4 september 1944 dacht men in Antwerpen dat het leed geleden was. In de vreugderoes begon men in het museum reeds schilderijen
uit de bomvrije kelder te halen en op te hangen voor een tentoonstelling met kunstwerken van de Belgische school van de 19e eeuw. Helaas. Op 13 oktober 1944 stortte een V-bom neer op een aantal huizen vlakbij het museum: in de buurt vielen vele doden en gewonden, in het museum sneuvelde het glaswerk van ramen en koepels en werden door de luchtdruk schilderijen weggeslingerd of door scherven beschadigd. Een schilderij van Evariste Carpentier werd onherstelbaar vernield, 52 andere liepen zware of minder ernstige schade op. Restaurator Cornelis Bender kreeg de opdracht om ze te restaureren. Hij was het ook die in de jaren na de oorlog de in het archief bewaarde foto’s van de beschadigde werken maakte. Aan de herstelde schilderijen werd eind 1951 een tentoonstelling gewijd. Het museum kreeg in de loop van de winter 1944-1945 ook nog onder andere V-bommen te lijden, zodat de binnenkant van het gebouw het volledig moest ontgelden: parketvloeren werden door het vocht kromgetrokken en muurbekleding, kroonlijsten en zolderingen vielen naar beneden. Deze herstellingen zouden tot begin jaren 1950 aanslepen.

Kolossale kunst verhuizen, doe je zo

De bezoekmomenten aan het nieuwe depot van het KMSKA zijn intussen helemaal volzet. Als troost voor diegenen die geen plaatsje konden bemachtigen – en als extra voor diegenen bij wie het wel gelukt is – tonen we in dit filmpje hoe de grote werken van Peter Paul Rubens een er een plekje kregen. Uniek én indrukwekkend!

De omgang met kunst in oorlogstijd (deel 2)

De bezoekmomenten aan het nieuwe depot zijn intussen helemaal volzet. Bij het depotbezoek organiseert het museum een expo met als titel De omgang met kunst in oorlogstijd. Die toont o.a. beeldmateriaal uit het museumarchief. Omdat niet iedereen de expo zal kunnen zien, lichten we op deze blog enkele historische beelden toe.

In april 1942 gaf de Duitse bezetter het bevel om de kostbaarste meesterwerken van het museum over te brengen naar een kasteel in de Ardennen, zogezegd om ze te beschermen tegen eventuele aanvallen van Britse vliegtuigen. De beheerraad van het museum besloot echter om de bomvrije kelder en de museumzalen te versterken met extra stellingen en schoorbalken en de belangrijkste schilderijen daar te houden. De kleinere, vervoerbare kunstwerken zou men verdelen over de kluizen van een aantal banken binnen Antwerpen.

Beschoten

In september werd toch een aantal schilderijen, samen met de kostbare verzameling boeken uit het legaat Nottebohm en met oude drukken en archiefstukken uit de belangrijkste stedelijke instellingen, naar het kasteel van Lavaux-Ste-Anne in de provincie Namen overgebracht. Na een schermutseling bij het kasteel – medio augustus 1944 -besloot men dat de daar geborgen collecties een betere schuilplaats moesten krijgen. Dat was mogelijk in de kelders van de Brusselse Nationale Bank. Bij het transport naar Brussel op 26 augustus 1944 werd de colonne vrachtauto’s beschoten door geallieerde vliegtuigen die dachten dat het om een Duits konvooi ging. Er vielen meerdere doden en gewonden. De schilderijen leden geen schade. De kisten met boeken uit het legaat Nottebohm werden wel door mitrailleurskogels doorboord en ook enkele oude veilingcatalogi liepen schade op.

De omgang met kunst in oorlogstijd

Volgend weekend kan je het gloednieuwe depot van het KMSKA bezoeken. Bij dat bezoek organiseert het museum ook een expo met als titel De omgang met kunst in oorlogstijd. Je kan er o.a. uniek beeldmateriaal uit het museumarchief zien. Op deze blog lichten we de komende dagen elke dag één historisch beeld toe. 
Beveiligingswerken anno 1939: “aflating” van een schilderij door de luiken in de Rubenszaal - Archief KMSKA

Beveiligingswerken anno 1939: “aflating” van een schilderij door de luiken in de Rubenszaal – Archief KMSKA

Nog voor de Duitse inval in Polen – op 26 augustus 1939 – was men in het museum begonnen met het afhaken van schilderijen om ze vervolgens een plaats te geven in de bomvrije kelder. Om de grote stukken uit de museumcollectie te bergen – voornamelijk de kunstwerken uit de Rubenszaal – maakte men gebruik van katrollen waarmee men de schilderijen door de vloerluiken langs de wanden tot in de stevig overwelfde kelderruimte liet zakken. Bij de recente verplaatsing van de schilderijen naar het nieuwe depot heeft het museum opnieuw gebruik gemaakt van de oorspronkelijke mogelijkheden van het gebouw om de grote schilderijen via de vloerluiken tot in de kelder te takelen. Dit leverde beelden op met een grote herkenbaarheid in vergelijking met de foto’s van bijna 75 jaar geleden.
Art handlers laten de schilderijen naar beneden zakken in het gloednieuwe interne depot - Foto Karin Borghouts

Art handlers laten de schilderijen naar beneden zakken in het gloednieuwe interne depot – Foto Karin Borghouts