Een schilder van de Leie

Tijdens de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Deze week heeft ze het over Albert Saverys’ fascinatie voor de Leie

Albert Saverys, Landschap met koeien, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

Albert Saverys, Landschap met koeien, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

De Leie, telkens weer schildert Albert Saverys deze rivier. Eerst in een lichte impressionistische stijl en dan, na WOI, steeds steviger en met forse penseeltrekken zoals hier in dit Landschap met koeien. De kleuren zijn somber en sober, het is nog nacht als de koeien worden overgezet naar de andere oever.

Saverys’ faam reikt gelukkig verder dan de Leie. Hij was bijzonder succesvol. Zijn werk wordt tussen de twee wereldoorlogen in bijna doorlopend getoond in de Brusselse galerieën. Ook in het buitenland was hij bekend door o.a. zijn deelnames (zes om precies te zijn) aan de biënnale van Venetië.  Net als Permeke – die overigens bijna even oud was als Saverys – zal hij de crisis niet zo sterk voelen als vele andere schilders. Ook in de jaren vijftig van de vorige eeuw blijft hij overeind.

Een uitzonderlijke verzamelaar

Tijdens de De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Deze week heeft ze  het over de bijzondere kunstcollectie van Gustave Van Geluwe.

Hippolyte Daeye, Baadster, 1928, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens

Hippolyte Daeye, Baadster, 1928, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens

Gustave Van Geluwe (1883-1962), eigenaar van een succesvol Brussels modehuis, had een uitzonderlijke kunstcollectie met werken van het einde van de negentiende eeuw tot de jaren vijftig. Naast het werk van James Ensor dat hij in zijn bezit had, was vooral het aandeel Vlaams expressionisme heel bijzonder. In 1963 hebben zijn erfgenamen een deel van zijn verzameling verkocht. Het KMSKA heeft toen 18 werken kunnen aankopen. Zes daarvan kan je in de tentoonstelling zien. Het Stenen tijdperk en De dochters van het vuur door Frits Van den Berghe, Noordzee door Jean Brusselmans, Baadster door Hippolyte Daeye en twee werken uit de donkere reeks van Gustave De Smet: Meisje met boeket en Wit hemd op zwarte achtergrond.

Meet The Mako’s

Vorige week blogde Siska Beele over de resultaten van haar onderzoek naar het schilderij Foorkraam van Jan van Gent van George Morren. Ze had het daarbij onder andere over de personages op het schilderij. Max Rosseau en Stella Lusie waren een kleurrijk koppel, jarenlang actief als het muzikale duo “The Mako’s”. Enkele dagen na de publicatie van de onderzoeksresultaten stuurden de mensen van Het Huis van Alijn in Gent ons onderstaande  affiche op uit hun uitgebreide circuscollectie. Of hoe collecties elkaar soms perfect kunnen aanvullen.

Affiche The Mako's uit de collectie van het Huis van Alijn

Affiche The Mako’s uit de collectie van het Huis van Alijn

Tytgat aan het raam

Tijdens de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Deze week ligt ze De schets, een schilderij van Edgard Tytgat toe.

Edgard Tytgat, De schets, 1929, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

Edgard Tytgat, De schets, 1929, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

Edgard Tytgat had iets met ramen. “Een raam geeft adem en inspiratie, het troost en het is geluk”, schrijft hij. Hier zit de schilder naast een raam met uitzicht op een weiland. Hij is geconcentreerd aan het werk en wordt daarbij bijgestaan door zijn vrouw die de penselen klaar houdt. In de kamer zelf is er weinig wat de aandacht afleidt en ook het landschap is bijzonder sober of leeg: alleen maar de horizon die het groene land van de blauwe lucht scheidt. Deze scène is aandoenlijk in zijn eenvoud. De werklust van de schilder, gesteund door zijn vrouw, betekende voor Tytgat wellicht het pure geluk.

In de wolken!

In de verf, het kijk- en doeboekje bij de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke eindigt met een tekenwedstrijd. Ontdek de winnende inzending van de maand december.

In De MODERNEN. Rondom Permeke kunnen kinderen met het kijk- en doeboekje ‘In de verf’ kunstenaars ontdekken die meester waren in het schilderen. Bij 10 schilderijen lossen ze, samen met hun ouders, grootouders, broers of zusjes, leuke opdrachten op die Vlieg voor hen bedacht heeft. Helemaal achteraan in het boekje daagt Vlieg hen uit om een mooie wolkenhemel te bedenken. Net zoals op sommige van de kunstwerken in de tentoonstelling. Wie zijn of haar tekening afgeeft aan het onthaal of opstuurt naar het KMSKA maakt kans op een mooie prijs.

In de wolken

Vanochtend zat er bij de post een envelop boordevol wolkenhemels geschilderd door de leerlingen van klas 8 van B.L.O. Tongelsbos. We roepen de volledige klas uit tot winnaar van de maand december! Alle inzendingen krijgen een plekje in onze digitale Facebookgalerij.

Wie is Jan van Gent?

Het museum heeft een schilderij van George Morren uit 1938 dat een eigenaardige titel draagt: Foorkraam van Jan van Gent. Het is een titel die meteen enkele vragen oproept. Wie is die Jan van Gent eigenlijk en wat verkoopt hij in zijn kraam? Siska Beele is collectieonderzoeker in het KMSKA. Zij zocht een antwoord op deze vragen en blogt over wat ze ontdekt heeft.  

"Gentsch huis bij Jan van Gent" uit het privéarchief van Max Consael, Kerzelare

“Gentsch huis bij Jan van Gent” uit het privéarchief van Max Consael, Kerzelare

Jan van Gent is de naam van een artisanale suikerbakkerij, een Gentse familiezaak met een lange geschiedenis. In 1812 richtten peperkoekhandelaars Jan Delamotte en Jan Rosseau het “Gentsch kraam” op. Dat was een gebakkraam waarmee ze in Gent en omstreken naar kermissen, jaarmarkten en bedevaarten trokken. Ook op de bedevaart ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Kerzelare brachten ze hun lekkernijen aan de man. In het midden van de vijftiende eeuw was op de Edelareberg in Kerzelare bij Oudenaarde een bijzondere Onze-Lieve-Vrouweverering ontstaan rond een miraculeus Madonnabeeldje. De plek groeide snel uit tot een drukbezocht bedevaartsoord waar elk jaar in de maand mei duizenden gelovigen naartoe stroomden om te bidden en te mediteren. In 1932 wisselde Max Rosseau het “Gentsch kraam” in voor een vast huis in Kerzelare. Op de voorgevel van het ruime pand liet hij het opvallende opschrift “Gentsch Huis by Jan van Gent” aanbrengen. Jan van Gent was een verwijzing naar de bijnaam die zijn grootvader Jan kreeg toen hij in 1812 vanuit Gent met zijn bescheiden kraam naar het bedevaartsoord trok. Ook het uitzicht van het huis, met de opmerkelijke luiken, luifels en spiegels,  herinnerde aan het oude gebakkraam. Al vlug werd het “Gentsch Huis by Jan van Gent” een populaire ontmoetingsplek voor bedevaarders. Ze kwamen langs voor een fris pintje, een gebakje en een doos van de befaamde bedevaartsnoepjes, die  “lekkies” werden genoemd.

Max & Stella op het schilderij van Morren

George Morren, Foorkraam van Jan van Gent, 1938, KMSKA, inv.nr 2426

George Morren, Foorkraam van Jan van Gent, 1938, KMSKA, inv.nr 2426

In 1938 koos George Morren de zoete zaak van Max Rosseau in Kerzelare als onderwerp voor een schilderij. De kunstenaar zoomde in op de voorgevel en bracht alleen de toog in beeld met daarachter een doorkijkje naar de verbruikzaal. Hij plaatste drie figuren in het tafereel. Suikerbakker Max Rosseau staat aan het fornuis. Hij is volop “lekkies’ aan het maken. Zijn vrouw Stella Lussie staat aan de toog, samen met een klant. Max en Stella vormden een kleurrijk echtpaar. Naast hun suikerbakkerij waren zij ook jarenlang actief als het muzikale duo “The Mako’s”. In 1932 zetten zij een punt achter hun zwervend artistiek bestaan. Het “Gentsch Huis bij Jan van Gent” werd hun vaste stek.

Wil je meer weten over de kunstenaar en dit schilderij? Lees dan het volledige artikel op de website van het KMSKA

Jong?

Tijdens de tentoonstelling De MODERNEN. Rondom Permeke blogt curator Nanny Schrijvers elke week over één aspect van de tentoonstelling. Deze week heeft ze het over de relativiteit van het woord ‘jong’.

Gustave De Smet, Huisje in het roze, 1937, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

Gustave De Smet, Meisje in het roze, 1937, © KMSKA / Lukas-Art in Flanders vzw – foto Hugo Maertens, Aanvullende rechten: Sabam

In 1937 schrijft de  Nederlandse auteur en cultuurcriticus Menno ter Braak het volgende over wat hij de ‘jonge Vlamingen’ noemt:

“De grootste beknoptheid van vorm bij een maximum aan inhoud.”

Een opmerking hierbij is dat Gust De Smet toen zestig jaar was, Permeke over de vijftig en Frits Van den Berghe al bijna overleden. Tot de Tweede Wereldoorlog worden deze schilders opmerkelijk vaak bestempeld als “jonge schilders”. In die jaren worden er bijna doorlopend tentoonstellingen met hun werk ingericht in binnen- en buitenland. Ze behalen hun grootste successen als voormannen van het Vlaamse expressionisme, al waren ze ondertussen zelf van stijl veranderd.